Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BV2153

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-12-2011
Datum publicatie
30-01-2012
Zaaknummer
22-002897-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van bij controle door de politie een verkeerde identiteitskaart overhandigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002897-10

Parketnummer: 10-766014-09

Datum uitspraak: 7 december 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 20 april 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[de verdachte],

[geboorteplaats] (Irak) op [geboortejaar] (1982),

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 23 november 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij, op of omstreeks 20 juli 2008, te Rotterdam, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op haar naam gesteld reisdocument, te weten een Nederlandse identiteitskaart, voorzien van het documentnummer IC0339881, ten name van [benadeelde partij], [geboortejaar] (1986),

bestaande het gebruik hieruit dat zij, verdachte, bovengenoemd reisdocument ter identificatie heeft overgelegd en/of getoond aan (een) politieambten(a)ar(en), werkzaam bij de politie Rotterdam-Rijnmond (afdeling Directe Hulpverlening van District 3 West).

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof staat de precieze toedracht van het overhandigen van de niet op naam van de verdachte gestelde identiteitskaart -in het licht van de emotionele toestand waarin de verdachte verkeerde alsmede het gegeven dat zij de Nederlandse taal niet machtig was- niet vast. Niet kan worden uitgesloten dat de verdachte per vergissing de verkeerde kaart heeft gegeven. Gelet hierop is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser,

mr. D. Jalink en mr. I.P.A. van Engelen, in bijzijn van de griffier mr. R.T. Poort.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 december 2011.