Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8606

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-12-2011
Datum publicatie
19-12-2011
Zaaknummer
22-001053-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in strijd gehandeld met 3 van het Honden- en kattenbesluit 1999. Het hof stelt vast dat de voor de verdachte belastende verklaringen van getuigen vele tegenstrijdigheden bevatten en dat de verbalisanten voorts op cruciale punten niet hebben doorgevraagd. Tevens is verzuimd enig nader onderzoek uit te voeren, bijvoorbeeld naar de vermeende herkomst van de aangetroffen dieren. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001053-11

Parketnummer: 09-867525-10

Datum uitspraak: 16 december 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 22 februari 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

2 december 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.500,-- subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan € 500,-- subsidiair 10 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van

€ 1.500,-- subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan

€ 500,-- subsidiair 10 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 december 2009 tot en met 20 mei 2010

te 's-Gravenhage, in ieder geval in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) honderd, althans enkele, althans één of meer hond(en) heeft verkocht en/of ten verkoop in voorraad heeft gehad en/of heeft afgeleverd en/of in bewaring heeft genomen en/of heeft gefokt ten behoeve van de verkoop en/of aflevering van de nakomelingen, zulks terwijl (telkens) daarbij niet werd voldaan aan het Honden- en Kattenbesluit 1999, aangezien, (telkens) in strijd met artikel 3 van het Honden- en kattenbesluit 1999, die genoemde activiteiten (telkens) niet werden verricht in een bij Onze Minister als zodanig aangemelde bedrijfsinrichting, asiel of pension en/of (telkens) de hond(en) die werd(en) gehouden ten behoeve van die genoemde activiteiten in een inrichting als hierboven genoemd, niet werd(en) gehuisvest, voor zover van toepassing overeenkomstig voornoemd Besluit, aangezien:

- de inrichting niet beschikte over binnenverblijven;

- de inrichting niet beschikte over één of meerdere buitenverblijven en/of over een speelweide;

- de inrichting niet beschikte over één of meer ziekenboegen waarin één of meer binnenverblijven waren aangebracht, die in totaal tenminste ruimte konden bieden aan een tiende van het aantal honden of katten dat in die inrichting was gehuisvest;

- waren de honden en katten bij elkaar gehuisvest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Verzoek tot het horen van getuigen

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsman van de verdachte verzocht W. en P.in bijzijn van de verdediging als getuige te horen. Gelet op de hierna te nemen beslissing acht het hof het horen van deze getuigen echter niet noodzakelijk, zodat dit verzoek wordt afgewezen.

Vrijspraak

Gelet op het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en de inhoud van het dossier overweegt het hof als volgt. Het hof stelt vast dat de voor de verdachte belastende verklaringen van W. en P. vele tegenstrijdigheden bevatten en dat de verbalisanten voorts op cruciale punten niet hebben doorgevraagd. Tevens is verzuimd enig nader onderzoek uit te voeren, bijvoorbeeld naar de vermeende herkomst van de aangetroffen dieren. Op grond van het vorenstaande is bij het hof dan ook gerede twijfel gerezen of de verdachte zich, al dan niet tezamen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan overtreding van de ten laste gelegde bepalingen uit het Honden- en kattenbesluit 1999. Derhalve kan naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend worden bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. Reinking,

mr. G. Dulek-Schermers en dr. G.J. Fleers, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 december 2011.

Dr. G.J. Fleers is buiten staat dit arrest te ondertekenen.