Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8561

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-10-2011
Datum publicatie
19-12-2011
Zaaknummer
22-005595-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een overval op een hun bekende vrouw in haar woning. De verdachte heeft zich met acht mededaders door middel van geweld de toegang tot haar woning verschaft. Eenmaal binnen hebben zij een in de woning aanwezig vriend van de vrouw mishandeld. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen (waarvan 184 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar) en een werkstraf voor de duur van 240 uren. Tevens wijst het hof de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005595-09

Parketnummer: 10-691122-09

Datum uitspraak: 24 oktober 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 16 oktober 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

10 oktober 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1 primair:

hij op of omstreeks 03 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een televisie en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- tonen van een (op een) mes (gelijkend voorwerp) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- houden van een (op een) mes (gelijkend voorwerp) op/tegen de hals/nek van die [slachtoffer 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of trappen en/of schoppen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- gooien van een tafel op/tegen het hoofd, althans lichaam, van die [slachtoffer 2];

1 subsidiair:

hij op of omstreeks 03 april 2009 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een (op een) mes (gelijkend voorwerp) getoond aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een (op een) mes (gelijkend voorwerp) op/tegen de hals/nek van die [slachtoffer 2] gehouden;

2 primair:

hij op of omstreeks 03 april 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2]:

- meermalen, althans eenmaal, krachtig en/of gewelddadig op/tegen het (gehele) lichaam en/of op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of

- een tafel op/tegen het hoofd, althans lichaam, heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 subsidiair:

hij op of omstreeks 03 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]) meermalen, althans eenmaal, krachtig en/of gewelddadig op/tegen het (gehele) lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of een tafel op/tegen het hoofd, althans lichaam, heeft gegooid, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3:

hij op of omstreeks 03 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning gelegen aan de Dordtselaan (106c)en in gebruik bij [slachtoffer 1], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s), welk binnendringen bestond uit het intrappen/vernielen van de portiekdeur en/of voordeur vandie woning en/of het betreden/binnengaan van het portiek en/of die woning via die ingetrapte/vernielde deur(en), bij welk feit verdachte en/of zijn mededader(s) bedreigingen heeft/hebben geuit en/of zich heeft/hebben bediend van middelen geschikt om vrees aan te jagen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- een (op een) mes (gelijkend voorwerp) getoond aan die [slachtoffer 1] en/of[slachtoffer 2] en/of

- een (op een) mes (gelijkend voorwerp) gehouden op/tegen de hals/nek van [slachtoffer 2] en geuit en/of zich heeft/hebben bediend van middelen geschikt om vrees aan te jagen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- een (op een) mes (gelijkend voorwerp) getoond aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- een (op een) mes (gelijkend voorwerp) gehouden op/tegen de hals/nek van [slachtoffer 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt en/of

- een tafel op/tegen het hoofd, althans het lichaam,van [slachtoffer 2] gegooid.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1 primair:

hij op 03 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een televisie en/of een mobiele telefoon, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

- meermalen slaan en/of stompen en/of trappen en/of schoppen van [slachtoffer 2] en

- gooien van een tafel tegen het lichaam van die [slachtoffer 2];

2 subsidiair:

hij op 03 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 2] meermalen krachtig en gewelddadig tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en een tafel tegen het lichaam, heeft gegooid, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3:

hij op 03 april 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning gelegen aan de Dordtselaan (106c)en in gebruik bij [slachtoffer 1], welk binnendringen bestond uit het intrappen/vernielen van de portiekdeur en voordeur van die woning en het betreden van het portiek en die woning via die ingetrapte/vernielde deuren.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van mishandeling.

het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

in een besloten lokaal, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd - anders dan op de schriftelijke vordering vermeld - dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd en dat de verdachte behoudens ten aanzien van de straf zal worden veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een overval op een hun bekende vrouw in haar woning. De verdachte heeft zich met acht mededaders door middel van geweld de toegang tot haar woning verschaft. Zij hebben hiertoe de portiekdeur en de voordeur ingetrapt. Eenmaal binnen hebben zij een in de woning aanwezig vriend van de vrouw mishandeld door hem tegen het lichaam te slaan en/of te stompen, voorts is een tafel tegen zijn lichaam gegooid. Een dergelijke overval is een ernstig feit dat gevoelens van angst en onveiligheid bij zowel de slachtoffers als ook in de maatschappij in het algemeen veroorzaakt, juist omdat de eigen woning bij uitstek een plek is waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen. Slachtoffers lijden veelal geruime tijd onder de psychische gevolgen van een dergelijke ingrijpende gebeurtenis. Voorts hebben de verdachte en zijn mededaders door voornoemde mishandeling inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daar de verdachte en zijn mededaders geen toestemming hadden om de woning binnen te gaan hebben zij tevens een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op het huisrecht van de aangeefster.

De ernst van de bewezenverklaarde feiten is naar het oordeel van het hof zodanig dat niet kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de advocaat-generaal gevorderd. Het hof heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat de verdachte eerder wegens misdrijven is veroordeeld.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 2.970,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van EUR 670,--.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 670,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 2].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]

In het onderhavige strafproces heeft mw. [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 3.260,95.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van EUR 875,--.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 875,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

mw. [slachtoffer 1].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 138, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 270 (tweehonderdzeventig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 184 (honderdvierentachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [slachtoffer 2], terzake van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 670,00 (zeshonderdzeventig euro) bestaande uit EUR 170,00 (honderdzeventig euro) materiële schade en EUR 500,00 (vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op EUR 98,00 (achtennegentig euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van EUR 670,00 (zeshonderdzeventig euro) bestaande uit EUR 170,00 (honderdzeventig euro) materiële schade en EUR 500,00 (vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij mw. [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, mw. [slachtoffer 1], terzake van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 875,00 (achthonderdvijfenzeventig euro) bestaande uit EUR 625,00 (zeshonderdvijfentwintig euro) materiële schade en EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op EUR 98,00 (achtennegentig euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd mw. [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van EUR 875,00 (achthonderdvijfenzeventig euro) bestaande uit EUR 625,00 (zeshonderdvijfentwintig euro) materiële schade en EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de Staat.

Dit arrest is gewezen door mr. S. van Dissel,

mr. H.C. Wiersinga en mr. M.I. Veldt-Foglia, in bijzijn van de griffier M. van der Mark.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 oktober 2011.

mrs. H.C. Wiersinga en M.I. Veldt-Foglia zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.