Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8556

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-11-2011
Datum publicatie
19-12-2011
Zaaknummer
22-003616-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit gehad (meermalen gepleegd). Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het heimelijk maken van opnames door onder de afscheiding van badhokjes door te filmen, om opnames te verkrijgen van een persoon die zich omkleedde, alsmede aan een tweetal pogingen daartoe.

Tevens heeft verdachte in strijd gehandeld met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-003616-11

Parketnummer: 10-690323-10

Datum uitspraak: 3 november 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rijnmond - Gev. De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

20 oktober 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het 3 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van drie jaren en een bijzondere voorwaarde als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Voorts is in eerste aanleg het in beslag genomen paintballwapen onttrokken aan het verkeer.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2009 tot en met 01 maart 2010 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

één of meermalen een (groot aantal) afbeelding(en) en/of filmfragment(en) en/of gegevensdrager(s), te weten een computer en/of een dvd en/of een harde schijf en/of een externe harde schijf,

(telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, terwijl die afbeelding(en) en/of filmfragment(en) en/of gegevensdrager(s) één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatte(n),

waarbij (telkens) (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit het (onder meer):

-(laten) betasten van de vagina en/of de borsten en/of de billen van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt door een volwassen man en/of (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft/hebben bereikt, en/of

-vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of vinger(s)) van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt, door zichzelf en/of door een volwassen man en/of door een persoon die de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft bereikt,

-door (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt in de mond (laten) nemen van de (stijve) penis van een volwassen man en/of een persoon die de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft bereikt, (onder meer):

* [bestandsnamen],

en/of

-geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer):

* meisje ongeveer 5 jaar oud zit geheel naakt met haar benen gespreid op de grond, kijkt nors in de camera, haar blote vagina is duidelijk in beeld ([...].jpg), en/of

* meisje ongeveer 14 jaar oud, zit op haar knieën op een bruin lederen bank, ze draagt een wit gekleurde hotpants, verder is ze naakt, haar benen licht gespreid, haar blote borsten en vagina zijn duidelijk in beeld [...].JPG), en/of

* meisje ongeveer 5 jaar oud, zit op een bruin lederen poef, ze is geheel naakt, haar rechterbeen is opgetrokken, haar blote vagina is deels in beeld, haar blote linker borst is duidelijk in beeld ([...].JPG), en/of

* meisje ongeveer 11 jaar oud, ligt achterover op een bank, haar linkerbeen heeft ze hoog opgetrokken, om haar linkerscheenbeen zit een zalmkleurig touw gewikkeld en vastgeknoopt, haar blote vagina is duidelijk in beeld, ([...]),

2.

hij in of omstreeks de periode van 10 mei 2009 tot en met 23 augustus 2009 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, één of meermalen (een) afbeelding(en) en/of filmfragment(en) en/of gegevensdrager(s), te weten een computer en/of een dvd en/of een harde schijf en/of een externe harde schijf,

(telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd, terwijl die/dat afbeelding(en) en/of filmfragment(en) en/of gegevensdrager(s) één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatte(n), waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (te weten [slachtoffer 1], geboren 24 augustus 1991) was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit het (onder meer):

geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van voornoemde [slachtoffer 1] die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die [slachtoffer 1] nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer):

* [slachtoffer 1] zit geheel naakt achterover steunend op haar armen in het gras, haar blote borsten zijn centraal in beeld (A.A1.1_HD01, [...]), en/of

* [slachtoffer 1] haar hoofd is in beeld, zij likt met haar tong aan een blote penis ([...].jpg;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 10 mei 2009 tot en met 01 maart 2010 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, één of meermalen (een) afbeelding(en) en/of filmfragment(en) en/of gegevensdrager(s), te weten een computer en/of een dvd en/of een harde schijf en/of een externe harde schijf, (telkens) in bezit heeft gehad, terwijl die/dat afbeelding(en) en/of filmfragment(en) en/of gegevensdrager(s) één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatte(n), waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (te weten [slachtoffer 1], geboren 24 augustus 1991) was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit het (onder meer):

geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van voornoemde [slachtoffer 1] die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die [slachtoffer 1] nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer):

* [slachtoffer 1] zit geheel naakt achterover steunend op haar armen in het gras, haar blote borsten zijn centraal in beeld (A.A1.1_HD01, [naam]), en/of

* [slachtoffer 1] haar hoofd is in beeld, zij likt met haar tong aan een blote penis (A.A1.1_HD01, [...].jpg;

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 april 2009 tot en met 22 juni 2009 te Rotterdam, met iemand, te weten

[slachtoffer 2], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 2] in staat van lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 2] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], namelijk het

-brengen en/of houden van zijn, verdachtes penis in de vagina van die [slachtoffer 2], en/of

-zich laten pijpen door die [slachtoffer 2], en/of

-betasten van de billen en/of vagina van die [slachtoffer 2], en/of

-maken van foto's en/of film's van die [slachtoffer 2], terwijl hij, verdachte de billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] betast;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 01 april 2009 tot en met 22 juni 2009 te Rotterdam, met [slachtoffer 2], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 2] in staat van lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 2] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, namelijk het

-betasten van de billen en/of vagina van die [slachtoffer 2], en/of

-maken van foto's en/of film(s) van die [slachtoffer 2], terwijl hij, verdachte de billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] betast;

Meer subsidiair:

Hij in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 22 juni 2009 te Rotterdam, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer 2], te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het

- betasten van de billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] en/of

- maken van foto’s en of film(s) van die [slachtoffer 2], terwijl hij, verdachte, de billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] betast;

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of andere feitelijkhe(i)d(en) hieruit dat verdachte die [slachtoffer 2] naar de slaapkamer heeft geduwd en haar heeft uitgekleed en/of die [slachtoffer 2] op het bed heeft geduwd en/of (daarbij) misbruik heeft gemaakt van het feitelijk overwicht dat is ontstaan door de gebrekkige (geestelijke) ontwikkeling van die [slachtoffer 2].

4.

hij op of omstreeks 22 augustus 2009 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten een tot op heden onbekend gebleven persoon, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het zich geheel of gedeeltelijk ontkleed (waarbij in ieder geval de borsten en/of vagina van die tot op heden onbekend gebleven persoon zichtbaar zijn) laten filmen, het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het heimelijk met een mobiele telefoon onder de/een afscheiding van een badhokje door te filmen;

5.

hij op of omstreeks 22 augustus 2009 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten twee, althans één tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en), te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

- heimelijk met een mobiele telefoon onder de/een afscheiding van (een) badhokje(s) door heeft gefilmd, terwijl die tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) bezig was/waren, althans van plan was/waren, om zich geheel of gedeeltelijk te ontkleden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 01 maart 2010 te Rotterdam

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een katapult, en/of

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie gelet op 3 onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Mnister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een geweer, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een machinegeweer merk [naam], model G36,

voorhanden heeft gehad;

7.

(pnr. 10/710039-10)

hij op of omstreeks 25 februari 2010 te Ouddorp, gemeente Goedereede, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

- voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gewezen op een beschikbaar/vrij badhokje en/of

- vervolgens, nadat die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] in voornoemd badhokje zijn gegaan, in een badhokje naast/haaks op het badhokje waarin die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] zich bevond(en), is gegaan en/of

- (vervolgens) heimelijk met een mobiele telefoon onder de/een afscheiding van voornoemde badhokjes door heeft gefilmd, terwijl die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] bezig was/waren, althans van plan was/waren, om zich geheel of gedeeltelijk te ontkleden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep niet wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen aan de verdachte onder 3 primair en 3 subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 3 meer subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw van de verdachte primair betoogd dat de dagvaarding ten aanzien van dit feit nietig dient te worden verklaard, nu deze – kort gezegd -onvoldoende feitelijk is. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat de verdachte van het hem onder 3 meer subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, vanwege gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.

Het hof is van oordeel dat de dagvaarding van het onder

3 meer subsidiair aan de verdachte ten laste gelegde partieel nietig dient te worden verklaard, namelijk voor wat betreft het onderdeel ‘misbruik heeft gemaakt van het feitelijk overwicht dat is ontstaan door de gebrekkige (geestelijke)ontwikkeling van die [slachtoffer 2]’. Immers, in tegenstelling tot het overige deel van het onder 3 meer subsidiair ten laste gelegde is genoemd onderdeel niet voldoende feitelijk, zodat de dagvaarding voor wat betreft dit deel nietig is.

Het hof is, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat voor wat betreft het overige deel van het onder 3 meer subsidiair ten laste gelegde onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is, zodat de verdachte ook van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 01 januari 2010 tot en met 01 maart 2010 te Rotterdam,

een groot aantal afbeeldingen en filmfragmenten en gegevensdragers, te weten een computer en een dvd en een harde schijf en een externe harde schijf,

(telkens) in bezit heeft gehad, terwijl die afbeeldingen en filmfragmenten en gegevensdragers één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatten,

waarbij (telkens) personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, waren betrokken of schijnbaar waren betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit het (onder meer):

-(laten) betasten van de vagina en/of de borsten en/of de billen van personen die de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt door een volwassen man en/of een persoon die de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft bereikt, en

-vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of vinger(s)) van het lichaam van personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, door zichzelf en/of door een volwassen man

-door personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt in de mond (laten) nemen van de (stijve) penis van een volwassen man (onder meer):

[bestandsnamen]

en

-geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van de personen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer):

* meisje ongeveer 5 jaar oud zit geheel naakt met haar benen gespreid op de grond, kijkt nors in de camera, haar blote vagina is duidelijk in beeld ([...].jpg), en

* meisje ongeveer 14 jaar oud, zit op haar knieën op een bruin lederen bank, ze draagt een wit gekleurde hotpants, verder is ze naakt, haar benen licht gespreid, haar blote borsten en vagina zijn duidelijk in beeld ([...].JPG), en/of

* meisje ongeveer 5 jaar oud, zit op een bruin lederen poef, ze is geheel naakt, haar rechterbeen is opgetrokken, haar blote vagina is deels in beeld, haar blote linker borst is duidelijk in beeld ([...].JPG), en

* meisje ongeveer 11 jaar oud, ligt achterover op een bank, haar linkerbeen heeft ze hoog opgetrokken, om haar linkerscheenbeen zit een zalmkleurig touw gewikkeld en vastgeknoopt, haar blote vagina is duidelijk in beeld, ([bestandsnaam]).

2.

hij in de periode van 10 mei 2009 tot en met 01 maart 2010 te Rotterdam, afbeeldingen en gegevensdragers, te weten een computer en een dvd en een externe harde schijf, in bezit heeft gehad, terwijl diegegevensdragers afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatte(n), waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (te weten [slachtoffer 1], geboren [geboortedag] 1991) was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit het (onder meer):

geheel of gedeeltelijk naakt poseren van voornoemde [slachtoffer 1] die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die [slachtoffer 1] nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer):

* [slachtoffer 1] zit geheel naakt achterover steunend op haar armen in het gras, haar blote borsten zijn centraal in beeld (A.A1.1_HD01, [bestandsnaam]), en

* [slachtoffer 1] haar hoofd is in beeld, zij likt met haar tong aan een blote penis ([...].jpg; (artikel 240b Wetboek van Strafrecht).

4.

hij op 22 augustus 2009 in Nederland, door een feitelijkheid iemand, te weten een tot op heden onbekend gebleven persoon, heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, namelijk het zich geheel of gedeeltelijk ontkleed (waarbij in ieder geval de borsten en vagina van die tot op heden onbekend gebleven persoon zichtbaar zijn) laten filmen, welke feitelijkheid bestaan uit het heimelijk met een mobiele telefoon onder een afscheiding van een badhokje door te filmen;

5.

hij op 22 augustus 2009 in Nederland, eenmaal ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door een feitelijkheid iemand, te weten twee, tot op heden onbekend gebleven personen, te dwingen tot het dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

- heimelijk met een mobiele telefoon onder de afscheiding van badhokjes door heeft gefilmd, terwijl die tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) bezig was/waren, althans van plan was/waren, om zich geheel of gedeeltelijk te ontkleden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op 01 maart 2010 te Rotterdam

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een katapult, en

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie gelet op 3 onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een geweer, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen,

voorhanden heeft gehad;

7.

(pnr. 10/710039-10)

hij op 25 februari 2010 te Ouddorp, gemeente Goedereede, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door een feitelijkheid [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] te dwingen tot het dulden van een ontuchtige handeling,

- voornoemde [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft gewezen op een beschikbaar/vrij badhokje en

- vervolgens, nadat die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in voornoemd badhokje zijn gegaan, in een badhokje naast/haaks op het badhokje waarin die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zich bevond(en), is gegaan en

- vervolgens heimelijk met een mobiele telefoon onder de afscheiding van voornoemde badhokjes door heeft gefilmd, terwijl die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] bezig waren, althans van plan waren, om zich geheel of gedeeltelijk te ontkleden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ten aanzien van het aan de verdachte onder 6 ten laste gelegde feit, overweegt het hof dat de zich in het dossier bevindende foto van het bij de verdachte in beslag genomen paintballwapen voor wat betreft de uiterlijke verschijningsvorm opvallende gelijkenis vertoont met de zich in het dossier bevindende foto van een vuurwapen, te weten een geweer van het type

[naam] G36. Het hof is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 6 ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van het aan de verdachte onder 7 ten laste gelegde feit, stelt het hof vast dat er op 25 februari 2010 op de mobiele telefoon van de verdachte geen filmpje is aangetroffen van [slachtoffer 4] en/of haar dochter [slachtoffer 3]. Echter, gelet op de zich in het dossier bevindende stukken, in het bijzonder gelet op de verklaringen van de slachtoffers inhoudende dat een man vanuit het naastgelegen badhokje had getracht om met een mobiele telefoon opnamen van hen te maken; de verklaring van de verdachte dat hij in bedoeld badhokje aanwezig is geweest en door de slachtoffers op zijn gedrag is aangesproken, alsmede de omstandigheid dat de verdachte in het bezit was van een mobiele telefoon, is het hof van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

Poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

Poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 3 meer subsidiair, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede tot oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Motivering van de op te leggen straf en maatregel

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze meermalen schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Door het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal wordt de vraag naar dat materiaal gegenereerd. Op die vraag spelen anderen in door kinderporno te vervaardigen, waarbij minderjarigen op een bijzonder ernstige en verwerpelijke wijze worden misbruikt en geëxploiteerd.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het heimelijk maken van opnames door onder de afscheiding van badhokjes door te filmen, om opnames te verkrijgen van een persoon die zich omkleedde, alsmede aan een tweetal pogingen daartoe. Door aldus te handelen heeft de verdachte grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers.

Tenslotte heeft de verdachte een verboden wapen en een verboden voorwerp dat gelijkt op een wapen in zijn bezit gehad. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de samenleving en mede gezien de gevaarsaspecten van onbevoegd wapenbezit dient dit dan ook te worden bestraft.

Vast is komen te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.

5 oktober 2011, al sinds zijn jeugd met enige regelmaat in aanraking is geweest met justitie en dat hij voor het begaan van vergelijkbare zedendelicten reeds meerdere keren is veroordeeld, onder meer tot vrijheidsbenemende straffen van aanzienlijke duur, maar ook tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen en meest recent, in 2006, tot – onder meer - de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof rekent de verdachte aan dat hij ter terechtzitting in hoger beroep volstrekt onvoldoende blijk gaf van inzicht in het kwalijke en voor de maatschappij schadelijke van zijn handelen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof kennis genomen van de volgende omtrent de verdachte in deze zaak uitgebrachte rapporten:

1. Een Pro Justitia Rapport, d.d. 17 oktober 2010, opgemaakt en ondertekend door drs. H.A. Gerritsen, forensisch psychiater, onder meer inhoudende – zakelijk weergegeven -:

De verdachte is mogelijk lijdende aan een ziekelijke stoornis in de zin van pedofilie. Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde leed verdachte mogelijk aan deze ziekelijke stoornis.

2. Een rapport van het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum, d.d. 27 juni 2011, opgemaakt en ondertekend door P.A.E.M.T. Cremers, psycholoog, en S. Went, psychiater, onder meer inhoudende – zakelijk weergegeven -:

De verdachte is een 31-jarige man die zijn medewerking aan het PBC-onderzoek heeft geweigerd. Dientengevolge hebben wij geen eigen onderzoek bij hem kunnen verrichten. Wel is er uitgebreide informatie uit het strafdossier voorhanden, met onder meer een aantal van verdachtes eigen verklaringen bij de politie, eerdere PJ-rapportages, alsmede verslagen van twee intensieve behandelingen in respectievelijk een PIJ- en een voorwaardelijk TBS-kader. In deze informatie wordt een consistent beeld van de verdachte geschetst, op grond waarvan het volgende over verdachte kan worden gezegd.

Op classificerend niveau voldoet de verdachte aan de criteria van pedofilie van het niet-exclusieve type. De verdachte voelt zich aangetrokken tot (pre)puberale meisjes. Hij heeft sinds zijn puberteit grote hoeveelheden kinderpornografisch materiaal op zijn computer gedownload, met voornamelijk foto’s van poserende meisjes. Afgaand op de beschikbare informatie heeft de verdachte ook zelf foto’s gemaakt van meisjes en vrouwen. Dit deed hij door niets vermoedende mensen in badhokjes te fotograferen.

Naast de pedofilie zijn er aanwijzingen voor een gebrekkige ontwikkeling van de persoonlijkheid. Zo zijn er aanwijzingen voor gedragsproblemen. De verdachte wordt door behandelaars als antisociaal en narcistisch beschreven. Het beeld ontstaat van een onuitgerijpte persoon met een sociaal-emotionele achterstand die (ondanks goede intellectuele capaciteiten) niet is staat is geweest om in zijn leven enige continuïteit te creëren op het gebied van werk en relaties. Gezien de problemen in de sociale interacties (er lijkt geen intiem contact met leeftijdgenoten te zijn geweest) zou differentiaaldiagnostisch kunnen worden gedacht aan een autismespectrumstoornis.

Ten tijde van de huidige ten laste gelegde feiten was er op classificerend niveau bij verdachte sprake van pedofilie met daarnaast vermoedelijk een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens in de vorm van persoonlijkheidsproblematiek dan wel een autismespectrumstoornis.

Voorts heeft het hof kennisgenomen van de inhoud en conclusies van twee rapportages die over de persoon van de verdachte zijn opgesteld met betrekking tot een eerdere strafzaak waarin de verdachte werd verdacht van meerdere pedoseksuele delicten, welke zaak is geëindigd in een veroordeling met oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden en de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, onder parketnummer 10-691453-05, te weten:

3. Een psychologisch onderzoek Pro Justitia, d.d. 28 december 2005, opgemaakt en ondertekend door H. van den Berg, GZ-psycholoog, onder meer inhoudende – zakelijk weergegeven -:

Beantwoording van de vraagstelling

1. Is verdachte lijdende aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geest-vermogens en zo ja, hoe is dat is diagnostische zin te omschrijven?

Verdachte lijdt aan parafilie in de vorm van pedofilie tegen de achtergrond van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale kenmerken.

2. Hoe was dit ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde?

Dit was mede gezien de persistente aard van parafilie en persoonlijkheidsstoornis ook zo ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde.

3. Beïnvloedde de eventuele ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde (zodanig dat het mede daaruit verklaard kan worden)?

De pedoseksuele drijfveer, de gebrekkige empathie, de prikkelhonger, de onvoldoende aanwezige remmingen en de behoefte aan onmiddellijke acting-out bij oplopende onhanteerbare boosheid en frustratie beïnvloedden verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde. Zodanig dat dat mede daaruit verklaard kan worden.

4. Zo ja, kan de deskundige gemotiveerd aangeven:

a. op welk manier dat geschiedde?

b. in welke mate het geschiedde?

a. Dat geschiedde doordat verdachte na de ruzie met vader en de dreiging die hem boven het hoofd hing een sterke behoefte voelde aan compensatie en verlichting van de druk die werd gevormd door onhanteerbare gevoelens van boosheid en krenking, terwijl hij normaal al te weinig mogelijkheden heeft tot adequate zelfcontrole, mede door de grote prikkelhonger.

b. Dat geschiedde in een mate die het hem moeilijk maakte om af te zien van impulsieve bevrediging van de pedoseksuele behoefte en van de behoefte aan de spanning van het overschrijden van grenzen. Daarbij is hij wel in staat zich verstandelijk rekenschap te geven van de ontoelaatbaarheid en schadelijkheid van zijn gedrag, ook terwijl hij slecht in staat was zich in te leven in de slachtoffers.

5a. Welke factoren voortkomend uit de stoornis van verdachte kunnen van belang zijn voor de kans op recidive?

Bij verdachte bestaat enerzijds de aard van de pedofiele drijfveer, anderzijds door het persistente karakter van de gebreken in empathie en in remmingen een grote kans op recidive.

5b. Welke andere factoren en condities dienen hierbij in ogenschouw genomen te worden?

De verdachte is eerder in behandeling geweest voor vergelijkbaar delictgedrag, maar toonde na wegvallen van het gedwongen kader geen motivatie meer voor verdere behandeling. Hij lijkt zich de taal van de behandelingen zodanig eigen te hebben gemaakt dat hij daarmee pogingen tot beïnvloeding kan neutraliseren. De verdachte heeft door zijn maatschappelijke situatie (schulden, problemen bij het vinden van een stabiele werkkring, onderpresteren door achterstand in opleiding) een vergrote kans op frustraties en daarmee samenhangend op oplopende boosheid en recidiefrisico.

6. Welke aanbevelingen van gedragsdeskundige en van andere aard zijn te doen voor interventies op deze factoren en condities en hun onderlinge beïnvloeding en binnen welk juridisch kader zou dit gerealiseerd kunnen worden?

Gezien de recidiefkans en de risico’s voor mogelijke toekomstige slachtoffers valt aan te raden onderzochte nogmaals behandeling te doen volgen die gericht zou moeten zijn op andere omgaan met boosheid en frustratie en op gedragscontrole. De geringe beïnvloedbaarheid van verdachtes probleemgedrag maakt dat behandeling onder dwang zal moeten plaatsvinden wil er enige kans op resultaat zijn.

4. Een pro Justitia rapport, d.d. 5 december 2005, opgemaakt en ondertekend door B.A. Blansjaar, psychiater, onder meer inhoudende – zakelijk weergegeven -:

Blijkens het psychiatrisch onderzoek lijdt de verdachte behalve aan pedofilie, waarschijnlijk aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met voornamelijk narcistische en antisociale kenmerken.

Ook ten tijde van het ten laste gelegde was waarschijnlijk sprake van genoemde gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van de verdachte.

Naar het oordeel van rapporteur heeft de verdachte zijn pedoseksuele impulsen gemakkelijker om kunnen zetten in strafbare gedragingen door een gebrekkige ontwikkeling van gewetensfuncties en empathische vermogens en door een egocentrische beleving ten gevolge van genoemde gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens.

De kans op herhaling van soortgelijke misdrijven is naar het oordeel van rapporteur aanzienlijk verhoogd.

De kans op herhaling kan naar het oordeel van rapporteur slechts in voldoende mate worden verlaagd door het opleggen van de maatregel van ter beschikkingstelling. Hoewel de maatregel van ter beschikkingstelling met dwangverpleging op korte termijn het gevaar voor anderen het meest effectief vermindert, verdient de maatregel van ter beschikking stelling met voorwaarden de voorkeur omdat daarmee op langere termijn geen slechtere behandeling en wel een betere resocialisatie mogelijk is, mits de reclassering er in slaagt een adequaat ambulant behandelingsprogramma op te stellen met langdurige begeleiding en controle.

Tenslotte heeft het hof acht geslagen op de inhoud en conclusie van het rapport van de Stichting Reclassering, d.d. 18 juni 2010, opgesteld door H.C. Nagtegaal, reclasseringswerker.

Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte blijkens voornoemd Pro Justitia Rapport, d.d. 17 oktober 2010, alsmede eerdergenoemd rapport van het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum, d.d. 27 juni 2011, heeft geweigerd medewerking te verlenen aan onderzoeken naar zijn persoon, kennelijk onder meer omdat hij niet wil dat de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging aan hem wordt opgelegd.

Het hof grondt op de hiervoor weergegeven rapportages, in het bijzonder op de onder 3 en 4 genoemde rapporten uit 2005, ondersteund door de bevindingen van het Pieter Baan Centrum als neergelegd in het rapport genoemd onder 2, zijn oordeel met betrekking tot het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling.

Het hof leidt uit de in de onder 3 en 4 genoemde rapporten vermelde conclusies af dat bij de verdachte medio 2005 een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, alsmede dat er destijds een grote kans bestond op herhaling van het plegen van soortgelijke, strafbare feiten als die welke hij medio 2005 had gepleegd (te weten feitelijke aanranding van de eerbaarheid ten aanzien van meisjes die de leeftijd van 16 respectievelijk 18 jaren nog niet hadden bereikt).

Het hof constateert dat aan de verdachte in 2006 met betrekking tot de hiervoor bedoelde medio 2005 gepleegde feiten, de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden is opgelegd. Deze maatregel heeft door een tweetal verlengingen voortgeduurd tot september 2009. Voorts staat vast dat de onderhavige feiten zijn begaan in de periode van medio 2009 tot medio 2010, dus tijdens dan wel kort nadat de terbeschikkingstelling met voorwaarden door het verlopen van de periode waarvoor hij was opgelegd was geëindigd.

Uit het vorenoverwogene leidt het hof, mede gelet op de in het onder 2 genoemde rapport vermelde conclusie, af dat ook ten tijde van het begaan van de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten – die soortgelijk zijn aan die in 2005 gepleegde feiten – bij de verdachte sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens.

Gelet op het bovenstaande zal het hof de maatregel van TBS met dwangverpleging opleggen, nu de door de verdachte begane feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, bij verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens bestond en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, het opleggen van deze maatregel eist, met name gelet op het door de deskundigen geschetste, zeer grote, recidiverisico, zodat niet met minder verstrekkende maatregelen kan worden volstaan.

De terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wordt bovendien opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.

Voorts is het hof van oordeel dat naast oplegging van vorengemelde maatregel een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

Het hof verwerpt de stelling van de verdediging dat oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging in het onderhevige geval niet mogelijk is gelet op het bepaalde in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof overweegt in dit verband dat de voorwaarde van een multidisciplinair advies vervalt bij een weigerende observandus en het hof in dat geval – indien nodig - gebruik kan maken van oudere psychologische en/of psychiatrische rapporten over de persoonlijkheid van de verdachte. Uit de hiervoor aangehaalde oudere rapporten komt naar voren dat de verdachte lijdende is aan een psychische stoornis, terwijl uit niets is gebleken dat daarvan thans geen sprake (meer) zou zijn. Nu hiermee aan de noodzakelijke voorwaarde voor oplegging van TBS met dwangverpleging is voldaan, te weten vaststelling van een psychische stoornis bij de verdachte, kan aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging worden opgelegd, zodat het verweer faalt.

Het hof acht gelet op de eerder aan de verdachte opgelegde PIJ-maatregel en terbeschikkingstelling met voorwaarden geen termen aanwezig voor het ook thans weer opleggen van de maatregel van TBS met voorwaarden, zoals door de raadsvrouw subsidiair is verzocht.

Beslag

Het na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een paintballgeweer, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 37a, 37b, 45, 57, 240b en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart de dagvaarding nietig voor zover het betreft de zinsnede ”en/of (daarbij) misbruik … die [slachtoffer 2]” van het onder 3. meer subsidiair ten laste gelegde.

Verklaart de dagvaarding voor het overige geldig.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair, 3 subsidiair en 3 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5, 6, en 7 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 4, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een paintballgeweer.

Dit arrest is gewezen door mr. A.H. de Wild,

mr. S. van Dissel en mr. T.J.P. van Os van den Abeelen, in bijzijn van de griffier mr. M. Wegter.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 november 2011.

Mr. T.J.P. van Os van den Abeelen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.