Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8504

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-12-2011
Datum publicatie
19-12-2011
Zaaknummer
22-001889-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing in vereniging. Het Hof veroordeeld de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 240 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001889-11

Parketnummer: 09-900997-07

Datum uitspraak: 8 december 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 maart 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op

[geboortedag],

[Adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg, de terechtzitting in hoger beroep van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 2 juli 2009 en - na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden- het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 24 november 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1 primair.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 09 november 2007 tot en met 28 november 2007 te 's-Gravenhage en/of te Rotterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag (van in totaal 350.000 euro of daaromtrent), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het navolgende:

- twee (dreig)brieven sturen naar die[slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- meermalen telefonisch contact opnemen met die[slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen (telefonisch) bedreigen met de woorden "Haal der geen politie bij, anders krijg je problemen." en/of "Je wilt je gezin niet kwijt en de rest van je familie ook niet." althans (bedreigende) bewoordingen van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] (telefonische) instructies geven waar en/of wanneer hij het geldbedrag moest afgeven en/of

- die [slachtoffer 1] (telefonisch) bedreigen met de woorden:"Je wordt aan alle kanten in de gaten gehouden hé. Als ik één keer merk dat je niet alleen bent, dan komen er wel problemen.” en/of “Richting Rotterdam rijden doe je dit niet dan gebeuren er rare dingen.” en/of “Ga je problemen maken, dan is het je eigen keuze. Dan maken we je leven zuur.”, althans (bedreigende) bewoordingen van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] (telefonisch) (nogmaals) opdracht gegeven om alleen (met voornoemd geldbedrag) richting/naar Rotterdam te rijden, en/of

-samen met de medeverdachte(n) met medebrenging van een (vuur)wapen naar de plaats gaan waar die [slachtoffer 1] volgens de instructies het geldbedrag zou moeten afgeven en/of daar op die [slachtoffer 1] te wachten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

[mededader 1] en/of [mededader 2] op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 november 2007 tot en met 28 november 2007 te ’s-Gravenhage en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag(van in totaal 350.000 euro of daaromtrent), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [mededader 1] en/of die [mededader 2] en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- sturen van twee (dreig)brieven naar die[slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

- meermalen telefonisch contact opnemen met die[slachtoffer 1] en/of

- die[slachtoffer 1] meermalen (telefonisch) bedreigen met de woorden "Haal der geen politie bij, anders krijg je problemen." en/of "Je wilt je gezin niet kwijt en de rest van je familie ook niet." althans (bedreigende) bewoordingen van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] (telefonische) instructies geven waar en/of wanneer hij het geldbedrag moest afgeven en/of

- die [slachtoffer 1] (telefonisch) bedreigen met de woorden:"Je wordt aan alle kanten in de gaten gehouden hé. Als ik één keer merk dat je niet alleen bent, dan komen er wel problemen.” en/of “Richting Rotterdam rijden doe je dit niet dan gebeuren er rare dingen.” en/of “Ga je problemen maken, dan is het je eigen keuze. Dan maken we je leven zuur”, althans (bedreigende) bewoordingen van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] (telefonisch) (nogmaals) opdracht gegeven om alleen (met voornoemd geldbedrag) richting/naar Rotterdam te rijden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 november 2007 tot en met 28 november 2007 te

’s-Gravenhage en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- het beschikbaar stellen van een (vuur)wapen en/of bijbehorende munitie en/of

- samen met voornoemde [mededader 1] en [mededader 2] met medebrenging van het (vuur)wapen naar de plaats te gaan waar die[slachtoffer 1] volgens de instructies het geldbedrag zou moeten afgeven en/of

- daar op de uitkijk te staan en/of op die[slachtoffer 1] te staan wachten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op of omstreeks 28 november 2007 te Rotterdam en/of 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een omgebouwd alarm/startpistool (merk [naam], kaliber 6.35 mm), en/of munitie van categorie III,te weten een (volmantel) patroon (merk [naam], kaliber 6.35 mm), voorhanden heeft gehad;

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 november 2007 tot en met 28 november 2007 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] (en haar kinderen) en/of E.[slachtoffer 3](en zijn gezin) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend twee, althans één (dreig)brie(f)ven geschreven, gericht aan en verstuurd naar [slachtoffer 3], met daarin de volgende bewoordingen:

-"Ik wil om de schade te verhalen 350.000 euro van jou. Zoniet dan gebeuren er hele vervelende dingen met jou en je familie. Vluchten heeft geen zin en ze in veiligheid brengen ook niet." en/of

-"Heb jij het lef om de politie in te schakelen en iemand word opgepakt ben jij en de rest van jou familie zijn leven niet meer zeker en zal je in angst moetenleven" en/of

-"eerst pakken wij iedereen die jou dierbaar is" en/of

-"wij weten waar jou vriendin woont, waar jij woont, je broer E. woont en waar jou kinderen zijn.",

althans bewoordingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 en het onder 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met een bijzondere voorwaarde als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts zijn de benadeelde partijen niet ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

In hoger beroep is de verdachte door het gerechtshof te ‘s-Gravenhage terzake van het onder 1 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is ten aanzien van feit 2 de straf bepaald op een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. De benadeelde partijen zijn niet ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding.

Namens de verdachte is tegen het arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 15 maart 2011 voormeld arrest van het gerechtshof vernietigd, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en heeft de zaak naar dit gerechtshof teruggewezen teneinde de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Omvang van het hoger beroep

Gelet op voormelde procesgang is, met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 15 maart 2011, in dit hoger beroep nog slechts de strafoplegging ter zake van feit 1 aan de orde, nu immers ten gevolge van de uitspraak van de Hoge Raad de door de rechtbank in eerste aanleg voor feit 2 opgelegde straf (tien maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk) onherroepelijk is.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan, voor wat betreft de strafoplegging, niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep voor wat betreft de strafoplegging zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de ter zake van feit 1 primair op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op de in het arrest van dit hof van 16 juli 2009 bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing in vereniging. De verdachte is door aldus te handelen geheel voorbij gegaan aan de gevolgen die zijn handelen voor het slachtoffer zou hebben. Hij heeft zich slechts laten leiden door zijn drang naar geldelijk gewin.

In het voordeel van de verdachte heeft het hof in aanmerking genomen dat de verdachte er ter terechtzitting in hoger beroep van 24 november 2011 blijk van heeft gegeven dat hij inzicht heeft (verkregen) in het laakbare van zijn handelen en zich inspanningen heeft getroost om zijn leven een positieve wending te geven.

Voorts heeft het hof –gelet op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht- acht geslagen op de veroordeling van de verdachte op 21 maart 2008 door de rechtbank

’s-Gravenhage, tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 45, 63, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren werkstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht,

mr. S. van Dissel en mr. H.C. Wiersinga,

in bijzijn van de griffier mr. M.C. Zuidweg.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 december 2011.