Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6066

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-11-2011
Datum publicatie
06-12-2011
Zaaknummer
200.089.092/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onbevoegdverklaring door de rechtbank. Terugverwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 2 november 2011

Zaaknummer : 200.089.092/01

Rekestnr. rechtbank : F2 RK 10-2053

[verzoekster],

wonende te [woonplaats], Griekenland,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. R.K. van der Brugge te ‘s-Gravenhage,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats in Nederland],

verweerder, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. J. Broijl te Rotterdam.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 15 juni 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 17 maart 2011 van de rechtbank te Rotterdam.

De vader heeft op 8 augustus 2011 een referteverklaring ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de moeder:

- op 9 augustus 2011 een faxbericht van diezelfde datum;

van de zijde van de vader:

- op 8 augustus 2011 een faxbericht van diezelfde datum.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij beschikking van 8 maart 2004 van de rechtbank te Rotterdam is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en, voor zover hier van belang, bepaald dat de vader aan de moeder met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidingsbeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [kind], geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige) telkens bij vooruitbetaling zal uitkeren € 135,- per maand.

Bij bestreden beschikking heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het verzoek van de moeder, strekkende tot wijziging van de bij beschikking van 8 maart 2004 bepaalde door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige (hierna ook te noemen: kinderalimentatie) in die zin, dat de bijdrage met ingang van 1 maart 2010 wordt bepaald op € 334,- per maand.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.

2. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat de rechtbank te Rotterdam bevoegd is om van het inleidende verzoek kennis te nemen en vervolgens de zaak op grond van het bepaalde in artikel 76 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) naar de rechtbank te Rotterdam te verwijzen teneinde, met inachtneming van de beschikking van het hof, in de hoofdzaak alsnog te beslissen.

3. De vader refereert zich aan het verzoek van de moeder.

4. Het hof overweegt als volgt. Het geschil betreft een verzoek tot toekenning van kinderalimentatie, zodat op grond van het bepaalde in artikel 1 Verordening (EG) 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke handelszaken (verder ook te noemen: Brussel I), deze Verordening van toepassing is.

5. Op grond van het bepaalde in artikel 2 Brussel I is de Nederlandse rechter bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, nu verweerder – de vader – ten tijde van het indienen van het verzoek woonplaats had in Nederland. De alternatieve bevoegdheid van de Griekse rechter op grond van het bepaalde in artikel 5 aanhef en sub 2 Brussel I doet daaraan niet af.

6. Dat betekent naar het oordeel van het hof dat de rechtbank zich ten onrechte niet bevoegd heeft verklaard om van het verzoek van de moeder kennis te nemen. Van een verklaring van partijen houdende het verlangen dat het hof in beroep de zaak aan zich houdt, is niet gebleken. Het hof zal dan ook op de voet van het bepaalde in artikel 76 Rv de bestreden beschikking vernietigen en de zaak verwijzen naar de rechtbank te Rotterdam.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende,

verwijst de zaak in de staat waarin zij zich thans bevindt naar de rechtbank te Rotterdam om op de hoofdzaak te beslissen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Stille, Husson en Stollenwerck, bijgestaan door Hogendoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 november 2011.