Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5880

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-11-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
BK-11/00038
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. De gemeente heeft haar bevoegdheid tot het heffen van parkeerbelasting voor een ander doel gebruikt dan waarvoor deze bevoegdheid is gegeven. De naheffingsaanslag kan niet in stand blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2011-3001
V-N Vandaag 2011/2925
Belastingblad 2011/1210

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-11/00038

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. 15 november 2011

in het geding tussen:

[X] te [Z], hierna: belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Veere, hierna: de Inspecteur,

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 16 december 2010, nummer AWB 09/24, betreffende na te vermelden aanslag.

Aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Aan belanghebbende is op 22 april 2008 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd ten bedrage van € 49,70.

1.2. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaar tegen de aanslag afgewezen.

1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft de uitspraak op bezwaar vernietigd, bepaald dat de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar in stand blijven en teruggaaf van het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 39 gelast.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 111. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van

4 oktober 2011, gehouden te ’s-Gravenhage. Aldaar zijn beide partijen verschenen.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Verordening

3. De raad van de gemeente Veere heeft in zijn openbare vergadering van 8 november 2007 de Verordening parkeerbelastingen Walcheren en Veerse Meergebied 2008 (hierna: de Verordening) vastgesteld. Blijkens de inhoud van de gedingstukken zijn de Verordening, de bijbehorende Tarieventabel en de met de Verordening samenhangende besluiten van 23 oktober 2007 (”Voorschrift in werking stellen parkeerapparatuur” en ”Besluit tot aanwijzing plaatsen betaald parkeren en toepassing wielklem en plaatsen bestemd voor het parkeren door vergunninghouders”) op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt.

Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde zijn in hoger beroep de volgende feiten als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, komen vast te staan:

4.1. Belanghebbende heeft op 22 april 2008 om 16:09 uur op de locatie Westhove te Oostkapelle het bij hem in gebruik zijnde motorvoertuig met kenteken [XX-XX-XX] doen of laten staan, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken.

4.2. De locatie Westhove te Oostkapelle is een binnen de gemeente Veere gelegen voor het openbaar verkeer openstaand terrein, waarop het doen of laten staan van een voertuig niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. De locatie Westhove is ingevolge de onder 3 vermelde Verordening en daarop gebaseerde besluiten aangewezen als plaats waarop voor het parkeren een belasting is verschuldigd tussen 08:00 en 18:00 uur. Ter plaatse wordt door middel van een bord, welke daarop door het Waterschap Zeeuwse Eilanden (hierna: het Waterschap) is geplaatst, aangegeven dat op deze locatie betaald parkeren geldt, onder vermelding van de tarieven per uur en per dag. Tevens is op dit bord vermeld dat ingeval van storing een telefoonnummer moet worden gebeld dat toebehoort aan het Waterschap.

4.3. Belanghebbende heeft geen parkeerbelasting voldaan.

4.4. De gemeente Veere en het Waterschap hebben op of omstreeks 31 maart 2007 een overeenkomst gesloten tot het verrichten van parkeerdiensten. De overeenkomst, welke ook betrekking heeft op de locatie Westhove te Oostkapelle, luidt als volgt:

”Overeenkomst tot het verrichten van parkeerdiensten

De ondergetekenden:

Waterschap Zeeuwse Eilanden te Middelburg. te dezen vertegenwoordigd door de heer [A], dijkgraaf, hierna te noemen: het waterschap

en,

Gemeente Veere te Domburg, te dezen vertegenwoordigd door drs. R.J. van der Zwaag, burgemeester, hierna te noemen: de gemeente

Overwegende:

- Het waterschap wenst met de gemeente een overeenkomst aan te gaan tot het verrichten van parkeerdiensten door de gemeente, zoals in deze overeenkomst omschreven;

- de gemeente is bereid tot het aangaan van een dergelijke overeenkomst met het waterschap;

- de gemeente beschikt over de vereiste kwalificaties om de parkeerdiensten voor het waterschap te verwezenlijken.

komen als volgt overeen:

Artikel 1 Onderwerp

1. De gemeente zal op basis van de overeenkomst parkeerdiensten aan het waterschap verlenen, gelijk het waterschap het verlenen van parkeerdiensten door de gemeente zal aanvaarden, zulks met inachtneming van de bepalingen van de overeenkomst. De diensten bestaan uit het uitvoeren van parkeercontroles, de geldvergaring uit de parkeerautomaten op alle parkeerterreinen van het waterschap alsmede het naheffingentraject.

2. Door de gemeente ingezet personeel voert parkeercontroles uit, schrijft zonodig bekeuringen uit in geval van overschrijding van de toegestane parkeertijd, vergaart het geld uit de parkeerautomaten, zorgt voor het transport van het geld van de parkeerterreinen naar het kantoor van de gemeente en bewaart het geld tijdelijk in een kluis tot het moment dat het wordt opgehaald door een waardetransportbedrijf voor transport naar een bank. Het naheffingentraject bestaat uit het aanschrijven en innen van de bekeuringen alsmede de behandeling van het bezwaar- en beroepschriften terzake. De gemeente stuurt aan het eind van het parkeerseizoen een jaaroverzicht met aantallen hiervan. Het waterschap houdt de naheffingen niet tussentijds bij.

3. Het transport van het geld van de gemeente naar de bank wordt verzorgd door een bedrijf dat is gespecialiseerd in waardetransport. De gemeente sluit met dit bedrijf een afzonderlijke overeenkomst. Hel vergaarde geld uit de automaten wordt door dit bedrijf op een bankrekening van de gemeente gestort.

4. Zodra een parkeerautomaat € 1000,-- bevat, stuurt het waterschap hiervan een bericht naar de gemeente met het verzoek de betreffende automaat terstond te legen, de gemeente zorgt er in haar planning voor dat de automaten in bedrijf kunnen blijven.

5. De gemeente voert per seizoen tenminste 1200 manuren parkeercontroles uit.

6. De overeenkomst zal worden uitgevoerd op alle parkeerterreinen in het beheersgebied van het waterschap, zoals nader beschreven in bijlage 1 van de overeenkomst.

Artikel 2 Prijs

1. De prijs zoals genoemd in bijlage 2 vormt de volledige vergoeding voor alle verplichtingen van de gemeente onder de overeenkomst en is exclusief BTW.

De verplichtingen bestaan uit:

a. Het uitvoeren van parkeercontroles voor een bedrag van € 54.776,00 excl. BTW jaarlijks.

b. De geldgaring voor een bedrag van € 5.616,00 excl. BTW jaarlijks.

c. De verwerking van de naheffingsaanslagen (aanschrijven en innen van bekeuringen en behandeling van bezwaar- en beroepschriften). Hiervoor brengt de gemeente bij het waterschap geen kosten in rekening. De opbrengsten van de naheffingsaanslagen inclusief de daarmee verband houdende risico’s zijn voor de gemeente.

d. Het geldtransport naar de bank door [B] en de werkzaamheden voor de [C-bank]geldcentrale worden voor 100% aan het waterschap doorbelast (kosten [B] incl. BTW, kosten [C-bank]

excl. BTW).

2. De gemeente is bevoegd de in het eerste lid bedoelde vergoeding jaarlijks aan te passen, voor het eerst met ingang van 1 januari 2008, overeenkomstig de stijging van de consumentenprijsindex, reeks voor alle huishoudens (2000 = 100) van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Kosten voor meer- of minderwerk, inhoudende kwalitatieve dan wel kwantitatieve afwijkingen ten opzichte van parkeerdiensten, komen volledig voor rekening van de gemeente, tenzij deze kosten met toestemming van het waterschap zijn gemaakt.

3. Zowel de kosten als de opbrengsten van de naheffingen alsmede de renteopbrengst over het geld uit de parkeerautomaten dat op rekening van de gemeente wordt gestort, zijn voor de gemeente.

4. De gemeente stort vóór 1 december van ieder jaar de opbrengsten uit de geldgaring aan het waterschap.

Artikel 3 Personeel

De gemeente is ervoor verantwoordelijk en staat ervoor in dat personeel beschikt over de vereiste opleiding, deskundigheid, ervaring en praktische vaardigheden om de overeenkomst uit te voeren alsmede dat de overeenkomst overeenkomstig de kwalificatie, althans met inachtneming van die mate van zorgvuldigheid en deskundigheid die van een redelijk handelend en bekwaam deskundige verwacht mag worden, zal worden uitgevoerd.

Artikel 4 Derden

1. Het is de gemeente niet toegestaan de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst geheel of gedeeltelijk door derden te laten uitvoeren, tenzij hiervan met voorafgaande schriftelijke toestemming van het waterschap wordt afgeweken. Het waterschap kan voorwaarden verbinden aan de toestemming.

2. De gemeente is, onverminderd het bepaalde in lid 1, hoofdelijk aansprakelijk en volledig verantwoordelijk jegens het waterschap voor de uitvoering van de overeenkomst door derden en zal het waterschap vrijwaren tegen alle aanspraken, kosten en schade in verband hiermede.

Artikel 5 Uitvoering

1. De gemeente is gehouden de overeenkomst goed en deugdelijk uit te voeren, alsmede in te staan voor de goede kwaliteit van de parkeerdiensten, telkens met inachtneming van de bepalingen van de overeenkomst.

2. De gemeente zal alle (bijzondere) maatregelen treffen teneinde schade aan personen of eigendommen van het waterschap te voorkomen, daaronder begrepen een veilige en ordelijke uitvoering,

3. Het waterschap en de gemeente voeren zonodig overleg terzake de uitvoering van de overeenkomst.

4. De gemeente is niet bevoegd in of buiten rechte als (on)middellijk vertegenwoordiger voor het waterschap op te treden dan wel namens of voor rekening van het waterschap op enigerlei wijze verplichtingen van welke aard ook aan te gaan of te doen ontstaan, tenzij met toestemming van het waterschap terzake.

Artikel 6 Regelgeving

1. Het waterschap en de gemeente zullen zich bij de uitvoering van de overeenkomst houden aan en handelen overeenkomstig alle toepasselijke wet- en regelgeving.

2. De gemeente wordt geacht bekend te zijn met, verplicht zich tot en zal alle maatregelen treffen ter stipte naleving van alle wettelijke en andere toepasselijke regelgeving waaronder in ieder geval begrepen arbeidsgerelateerde regelgeving, de Wet Bescherming Persoonsgegevens, de Wet Milieubeheer en verkeerswetgeving.

Artikel 7 Verzekeringen

De gemeente verklaart adequaat verzekerd te zijn en te blijven in verband met de uitvoering van de overeenkomst, alsmede voor elke vorm van aansprakelijkheid van de gemeente dan wel van personeel of door hem ter uitvoering van de overeenkomst ingeschakelde derden.

Artikel 8 Integriteit

De gemeente verklaart dat er gedurende de looptijd geen sprake is of zal zijn van die handelingen die de gemeente zou kunnen belemmeren de overeenkomst uit te voeren of de goede naam van het waterschap in gevaar zou kunnen brengen.

Artikel 9 Facturering en betaling

1. De facturen dienen door de gemeente te worden ingediend in Euro, en te voldoen aan de wettelijke eisen ten aanzien van de Wet Omzetbelasting. Betaling zal plaatsvinden binnen 30 dagen na ontvangst van een deugdelijke factuur door middel van overmaking van het verschuldigde bedrag op de door de gemeente opgegeven bankrekening.

2. Het waterschap heeft het recht ingeval van niet, niet tijdige of niet behoor1ijke nakoming door de gemeente van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst betaling geheel of gedeeltelijk op te schorten.

Artikel 10 Overmacht

1. De gemeente zal het waterschap onmiddellijk in kennis stellen van enige vorm van overmacht aan de zijde van de gemeente en deze kennisgeving zo spoedig mogelijk aan het waterschap bevestigen.

2. Van overmacht is echter geen sprake in geval van staking, arbeidsonrust, werkonderbreking of ziekte van personeel, al dan niet wegens overmacht.

Artikel 11 Aansprakelijkheid

1. De gemeente zal alle directe en indirecte schade die als gevolg van of in verband met de uitvoering van de overeenkomst door het waterschap of door derden wordt of zal worden geleden, volledig vergoeden (daaronder begrepen doch niet beperkt tot milieuschade, schade aan materialen, materieel en andere zaken, letselschade, gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten) ongeacht of die schade is veroorzaakt door de gemeente, personeel of een ander (rechts)persoon die door de gemeente is ingeschakeld, voor zover deze schade het gevolg is van een vorm van wanprestatie of onrechtmatige daad van de gemeente, personeel of een ander (rechts)persoon die door de gemeente is ingeschakeld.

2. De gemeente is voor verlies van geld uit parkeerautomaten van het waterschap, met inbegrip van het transport naar het kantoor van de gemeente. slechts aansprakelijk voor zover er sprake is van opzet, roekeloos handelen of nalaten dan wel grove onvoorzichtigheid van (personeel van) de gemeente.

3. De gemeente vrijwaart het waterschap volledig tegen aanspraken van derden tot vergoeding van schade als in het eerste lid is bedoeld, die ontstaan als gevolg van of in verband met de uitvoering van de overeenkomst.

4. De gemeente zal, al dan niet op verzoek van het waterschap, alle maatregelen treffen welke in redelijkheid van de gemeente verwacht mogen worden teneinde schade te voorkomen of te beperken.

5. Behoudens in geval van schade veroorzaakt door opzet of grove schuld van het waterschap, is het waterschap niet aansprakelijk voor enige schade die de gemeente zal lijden, daaronder begrepen doch niet beperkt tot, schade als gevolg van verlies, vernietiging of beschadiging van zaken door brand, diefstal, verduistering en vernieling.

Artikel 12 Klachten

1. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor burgers ten aanzien van klachten over opgelegde naheffingen.

2. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt voor burgers ten aanzien van het (niet) functioneren van de parkeerautomaten en de inrichting van de parkeerterreinen.

3. Ten aanzien van storingen van de parkeerautomaten houden partijen elkaar op de hoogte, met dien verstande dat de gemeente hiervan het waterschap tevens schriftelijk bericht.

Artikel 13 Looptijd

1. De overeenkomst treedt in werking op 31 maart 2007, en heeft een looptijd van drie jaar, met dien verstande dat het parkeerseizoen loopt van 1 april tot en met 31 oktober.

2. De overeenkomst kan tussentijds door partijen schriftelijk worden opgezegd, met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden, mits partijen eerst in overleg treden over een voorgenomen opzegging.

Artikel 14 Wijzigingen

1. Wijzigingen van één of meer bepalingen van de overeenkomst zijn slechts geldig, indien zij uitdrukkelijk schriftelijk tussen het waterschap en de gemeente zijn overeengekomen.

2. Wijzigingen zullen in een bijlage bij de overeenkomst worden gevoegd.

Artikel 15 Slotbepalingen

1. De overeenkomst bevat al hetgeen het waterschap en de gemeente in verband met het onderwerp daarvan zijn overeengekomen.

2. Het in voorkomende gevallen door partijen niet eisen van nakoming van enige bepaling van de overeenkomst, dan wel het geen beroep doen door partijen op hun rechten uit de overeenkomst, zal niet mogen worden opgevat als een afstand van het recht dit op enigerlei tijdstip wel te doen noch zal dit op enigerlei wijze de overeenkomst en rechten en verplichtingen van partijen daaronder kunnen aantasten.

3. De bijlagen maken integraal deel uit van de overeenkomst, tenzij daarvan in de overeenkomst impliciet of expliciet wordt afgeweken.

4. De overeenkomst kan niet geheel of gedeeltelijk door een partij aan derden worden overgedragen zonder de toestemming van de wederpartij.

Artikel 16 Toepasselijk recht en geschillen

1. De overeenkomst wordt beheerst door Nederlands recht.

2. Geschillen voortvloeiend uit dan wel samenhangend met (de uitvoering van) de overeenkomst worden beslecht door de bevoegde rechter te Middelburg, doch eerst nadat partijen in onderling overleg hebben getracht een mogelijk geschil in der minne te regelen.

3. Partijen zullen in afwachting van de uitkomst van een beslissing, als in het vorige lid genoemd, doorgaan met de uitvoering van de onder de overeenkomst aangegane verplichtingen.

(…)”

Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen

5.1. Tussen partijen is in geschil of de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand kan blijven, zoals de Inspecteur stelt en belanghebbende betwist.

5.2. Belanghebbende stelt, naar het Hof begrijpt, dat de Inspecteur zijn bevoegdheid om parkeerbelasting te heffen voor een ander doel gebruikt dan waartoe die bevoegdheid is gegeven. Voorts stelt belanghebbende dat de Inspecteur de beginselen van een goede procesorde heeft geschonden door niet binnen de wettelijke termijnen te beslissen en door niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken tijdig in het geding te brengen.

5.3. De Inspecteur stelt dat hij bevoegd is parkeerbelasting te heffen. Dat de gemeente niet de zakelijk gerechtigde is tot de locatie Westhove te Oostkapelle doet daar niet aan af omdat de zakelijk gerechtigde, te weten het Waterschap, toestemming heeft verleend tot het heffen van parkeerbelasting op de locatie.

5.4. Voor de standpunten van partijen en de gronden waarop zij deze doen steunen, verwijst het Hof voor het overige naar de gedingstukken.

Conclusies van partijen

6.1. Het hoger beroep van belanghebbende strekt, naar het Hof begrijpt, tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar en tot vernietiging van de naheffingsaanslag.

6.2. De Inspecteur heeft geconcludeerd tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

7. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, het navolgende overwogen.

”Op grond van de op 8 november 2007 vastgestelde verordening en de daarmee samenhangende besluiten staat vast dat er op de locatie Westhove te Oostkapelle, waar [belanghebbende] zijn auto heeft geparkeerd, op 22 april 2008 sprake was van betaald parkeren. Tevens staat vast dat op genoemde datum op de locatie borden en/of parkeerautomaten aanwezig waren waaruit blijkt dat op die locatie parkeerbelasting verschuldigd was. Gelet op de publicatie van de verordening en de aanwezige bebording, was het naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat op 22 april 2008 ter plaatse voor parkeren betaald diende te worden. Dat het Waterschap zakelijk gerechtigde is op het terrein doet aan het vorenstaande niet af. Uit het arrest van de Hoge Raad van 19 september 2008 (LJN: BF1212) blijkt dat artikel 225 van de Gemeentewet naar zijn bewoordingen een gemeente zonder beperkingen de bevoegdheid geeft tot het heffen van parkeerbelasting op binnen de gemeente gelegen en voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten. Deze bevoegdheid wordt als zodanig niet doorkruist door het enkele feit dat de gemeente geen eigenaar is van het desbetreffende terrein of weggedeelte. De werking van artikel 225 van de Gemeentewet is in zoverre beperkt, dat de eigenaar zich in beginsel met succes kan verzetten tegen parkeerheffing wegens parkeren op zijn terrein of weggedeelten. Nu uit vorengenoemde overeenkomst blijkt dat [de Inspecteur] toestemming heeft van het Waterschap om ter plaatse parkeerbelasting te heffen is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht aan [belanghebbende] is opgelegd.

De rechtbank overweegt voorts dat voor het heffen van parkeerbelasting niet noodzakelijkerwijs sprake hoeft te zijn van een openbare weg. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraken van het Gerechtshof te Leeuwarden van 23 januari 2004 (LJN: AS2060) en 9 november 2007 (LJN: BB7863). Vereist is wel dat het terrein feitelijk toegankelijk dient te zijn voor voertuigen. De rechtbank stelt met [de Inspecteur] vast dat de locatie Westhove te Oostkapelle aan dit vereiste voldoet. Door [belanghebbende] is dit ook niet bestreden.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat bij [belanghebbende] omtrent de verschuldigdheid van parkeerbelasting op de plaats en het tijdstip als hiervoor vermeld redelijkerwijs geen misverstand heeft kunnen bestaan. Dat het Waterschap zich ter plaatse als heffer profileert doet hier niet aan af.

De conclusie van het voorgaande is dat de aanslag terecht is opgelegd. Dat [de Inspecteur] zoals [belanghebbende] terecht heeft opgemerkt bij zijn besluitvorming en tijdens de beroepsprocedure termijnen heeft overschreden maakt dit niet anders. Ook de overige gronden van [belanghebbende] leiden niet tot een andere conclusie. Het vorenstaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de rechtsgevolgen van de bestreden uitspraak in stand dienen te blijven.”

Beoordeling van het hoger beroep

8.1. Vooropgesteld dient te worden dat de bevoegdheid tot het heffen van parkeerbelasting volgens artikel 225 van de Gemeentewet is gegeven in het kader van het reguleren van het parkeren. In samenhang met artikel 3:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), heeft voorts te gelden dat de Inspecteur de bevoegdheid tot het heffen van parkeerbelasting niet mag gebruiken voor een ander doel dan parkeerregulering.

8.2. Tekst en strekking van de onder 4.4 geciteerde overeenkomst, welke overeenkomst gelding had op 22 april 2008, laten geen andere conclusie toe dan dat de Inspecteur de bevoegdheid tot het heffen van parkeerbelasting ter zake van het parkeren op de locatie Westhove te Oostkapelle niet heeft gebruikt in het kader van de parkeerregulering, maar in het kader van het verrichten van parkeerdiensten ten behoeve van het Waterschap. Het Waterschap wenst immers een vergoeding te ontvangen voor het parkeren door derden op het terrein Westhove. Aldus komt bij iedere parkeeractiviteit een privaatrechtelijke overeenkomst tot stand tussen het Waterschap en degene die op het terrein Westhove parkeert, waarbij de gebruiker van de parkeerplaats zich verbindt een vergoeding aan het Waterschap te betalen. Teneinde tot effectieve inning van de parkeervergoedingen te komen, wenst het Waterschap gebruik te maken van de publiekrechtelijke bevoegdheid van de gemeente om parkeerbelasting te heffen en is met de gemeente overeengekomen dat de gemeente die vergoedingen voor hem int. De gemeente heeft zich verbonden tot het uitvoeren van parkeercontroles en tot inning van de betaalde parkeervergoedingen en afdracht daarvan aan het Waterschap. Voor deze parkeerdiensten heeft de gemeente een (vaste) prijs bedongen. Door aldus haar publiekrechtelijke bevoegdheid tot het heffen van parkeerbelasting aan te wenden voor privaatrechtelijke dienstverlening aan het Waterschap, heeft de gemeente haar bevoegdheid tot het heffen van parkeerbelasting gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze bevoegdheid is gegeven.

8.3. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, blijkt uit de door de gemeente met het Waterschap gesloten overeenkomst tot het verrichten van parkeerdiensten niet dat het Waterschap de gemeente, ten bate van de gemeentekas, toestemming geeft tot het heffen van parkeerbelasting op het aan het Waterschap toebehorende terrein Westhove. De tekst van de overeenkomst tot het verrichten van parkeerdiensten laat immers geen andere conclusie toe dan dat het Waterschap een hem toekomende vergoeding bedingt van derden die een voertuig op het hem toebehorende terrein Westhove parkeren, waarbij de gemeente slechts last en volmacht heeft tot het innen van de door het Waterschap bedongen parkeervergoedingen, waarbij de gemeente zich heeft verplicht de door haar geïnde parkeervergoeding af te dragen aan het Waterschap. Aldus moet worden geconcludeerd dat het Waterschap zich rechtens en feitelijk verzet tegen heffing van parkeerbelasting door de gemeente waarvan de opbrengst in de gemeentekas vloeit. De omstandigheid dat de gemeente de opbrengst van de naheffingsaanslagen ingevolge de door haar met het Waterschap gesloten overeenkomst tot het verrichten van parkeerdiensten mag behouden, doet hieraan niet af.

8.4. Gelet op al het vorenstaande is het hoger beroep van belanghebbende gegrond en kan de naheffingsaanslag niet in stand blijven. De overige door belanghebbende aangevoerde gronden behoeven geen behandeling meer.

Proceskosten en griffierecht

Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Het Hof stelt deze kosten, op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage, vast op € 38,80 wegens reiskosten in verband met het bijwonen van de zitting van het Hof. Voor een hogere vergoeding acht het Hof geen termen aanwezig.

Voorts dient aan belanghebbende het voor de behandeling in hoger beroep gestorte griffierecht van € 111 te worden vergoed.

Beslissing

Het Gerechtshof:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behoudens de beslissing betreffende de vergoeding van het betaalde griffierecht,

- vernietigt de uitspraak op bezwaar,

- vernietigt de naheffingsaanslag,

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 38,80,

- gelast de gemeente Veere aan belanghebbende een bedrag van € 111 aan griffierecht te vergoeden.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. H.A.J. Kroon, P.J.J. Vonk en Chr.Th.P.M. Zandhuis, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. van den Bogerd. De beslissing is op 15 november 2011 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.