Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BU4471

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-10-2011
Datum publicatie
21-11-2011
Zaaknummer
200.082.821/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nihilstelling kinderalimentatie. Gevolgen ten aanzien van te veel betaalde alimentatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 19 oktober 2011

Zaaknummer : 200.082.821/01

Rekestnr. rechtbank : F1 RK 10-483

[De vader],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. L. de Roode te Gouda,

tegen

1. [De moeder],

hierna te noemen: de moeder, en

2 [de jongmeerderjarige sub 1],

geboren [op een datum in] 1990 te [geboorteplaats],

de jongmeerderjarige,

hierna te noemen: [de jongmeerderjarige sub 1],

beiden wonende te [woonplaats],

verweersters in hoger beroep,

advocaat mr. M.G. Bannenberg te Rotterdam.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[De jongmeerderjarige sub 2],

geboren [op een datum in] 1993 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

de jongmeerderjarige,

hierna te noemen: [de jongmeerderjarige sub 2].

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 24 februari 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 25 november 2010 van de rechtbank Rotterdam en hij heeft op 4 augustus 2011 een aanvullend beroepschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de vader:

- op 21 maart 2011 een brief van 18 maart 2011 met bijlagen;

- op 19 mei 2011 een brief van 18 mei 2011 met bijlagen (per fax ingediend op 18 mei 2011);

- op 9 augustus 2011 een brief van 8 augustus 2011 met bijlagen (per fax ingediend op 8 augustus 2011);

van de zijde van de moeder:

- op 24 augustus 2011 een brief van 23 augustus 2011 met als bijlage de pleitnotities van haar advocaat.

De zaak is op 25 augustus 2011 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.

De van de zijde van de moeder ingekomen pleitnota is met instemming van partijen als voorgedragen beschouwd.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is het verzoek van de vader om, met wijziging van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 18 oktober 2007, de door hem aan de moeder te betalen bijdrage de kosten van verzorging en opvoeding ten behoeve van [de jongmeerderjarige sub 2] en de aan [de jongmeerderjarige sub 1] te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie met ingang van 24 februari 2010 op nihil te bepalen, afgewezen. Voorts is het verzoek van de vader om de achterstallige alimentatie van voor 24 februari 2010 kwijt te schelden afgewezen.

Bij voormelde beschikking van 18 oktober 2007 is de bijdrage ten behoeve van [de jongmeerderjarige sub 1] en [de jongmeerderjarige sub 2] met ingang van 27 februari 2007 op € 190,- per maand per kind bepaald.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. Tussen partijen is niet in geschil dat de onderhoudsplicht van de vader jegens [de jongmeerderjarige sub 1] is geëindigd op [een datum in] 2011 en dat [de jongmeerderjarige sub 2] vanaf zijn 18e jaar, te weten [een datum in] 2011, zelf een regeling met de vader zal treffen. Gelet hierop zijn thans nog in geschil de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie ten behoeve van [de jongmeerderjarige sub 1] in de periode van 24 februari 2010 tot [een datum in] 2011 en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, hierna: kinderalimentatie ten behoeve van [de jongmeerderjarige sub 2] in de periode van 24 februari 2010 tot [een datum] 2011.

2. Uit het beroepschrift en het aanvullende beroepschrift begrijpt het hof dat de vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 18 oktober 2007 te wijzigen, in die zin dat de bijdrage ten behoeve van de kinderen met ingang van 24 februari 2010 op nihil wordt gesteld, de achterstallige alimentatie wordt kwijtgescholden en de teveel door hem betaalde alimentatie wordt terugbetaald.

3. De moeder bestrijdt zijn beroep.

4. Het hof overweegt als volgt. De vader drijft als zelfstandige een klusbedrijf. Bij genoemde beschikking van de rechtbank Rotterdam van 18 oktober 2007 is de gemiddelde winst van de jaren 2004 tot en met 2006 als uitgangspunt genomen bij de berekening van zijn draagkracht. Uit de thans aan het hof overgelegde financiële stukken van de vader is gebleken dat de gemiddelde winst vanaf 2007 behoorlijk is gedaald zodat er naar het oordeel van het hof sprake is van een wijziging van omstandigheden, op grond waarvan moet worden beoordeeld of de vastgestelde kinderalimentatie nog aan de wettelijke maatstaven voldoet.

5. De behoefte van [de jongmeerderjarige sub 1] en [de jongmeerderjarige sub 2] in de periode van 24 februari 2010 tot respectievelijk [een datum in] 2011 en [een datum in] 2011 staat als niet bestreden vast.

6. Uit de jaarcijfers van het klusbedrijf van de vader is af te leiden dat de gemiddelde winst in de jaren 2007 tot en met 2009 € 18.865,- bedroeg en dat de winst in 2010 € 854,- bedroeg. Als gevolg hiervan acht het hof het aannemelijk dat het inkomen van de vader is gedaald tot onder het bijstandsniveau. Het is een feit van algemene bekendheid dat de bouwsector door de financiële crisis is getroffen en dat derhalve sprake is van teruglopende resultaten. Bovendien acht het hof de verklaring van de vader, dat hij in 2010 nauwelijks inkomen met zijn eenmanszaak heeft weten te genereren ,mede vanwege een “frozen shoulder”, gezien de overgelegde bescheiden daaromtrent, aannemelijk. De vader is hierdoor tijdelijk uit de roulatie geweest. Het hof zal onder die omstandigheden bij de berekening van de draagkracht van de vader niet uit gaan van een gemiddelde winst over de laatste drie jaren. Het verzoek van de vader heeft betrekking op (een gedeelte van) de jaren 2010 en 2011. Het gaat dan ook om de financiële middelen die de vader in 2010 rechtens en feitelijk ter beschikking hebben gestaan en wat hij redelijkerwijs het jaar daarna – 2011- kan verwerven. Uit die inkomsten moet hij immers zijn alimentatiebijdragen over (een gedeelte) van de jaren 2010 en 2011 voldoen en niet uit (het gemiddelde van) hetgeen hij in het verleden aan inkomsten heeft verworven. Het hof gaat bij het vaststellen van de draagkracht van de vader derhalve uit van de cijfers van 2010. Op grond van die cijfers ontbreekt het de vader over 2010 aan draagkracht. Het hof gaat er weliswaar vanuit dat de bedrijfsresultaten in 2011 weer hoger zullen zijn dan in 2010, maar dat die niet zodanig zullen zijn dat daaruit enige draagkracht voortvloeit. Op grond van het vorenstaande komt het hof tot de conclusie dat de vader over de thans nog in geschil zijnde perioden geen draagkracht heeft om alimentatie ten behoeve van zijn kinderen te voldoen.

7. Gelet op het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en de bijdrage ten behoeve van [de jongmeerderjarige sub 1] en [de jongmeerderjarige sub 2] met ingang van 24 februari 2010 op nihil bepalen. Aangezien de vader ter terechtzitting van het hof onbetwist heeft verklaard dat hij bij is met betalen, zal het hof zijn verzoek om achterstallige alimentatie kwijt te schelden afwijzen, nu de alimentatie geconsumeerd is. Het hof zal om dezelfde reden voorts het verzoek van de vader, om hetgeen hij vanaf 2007 teveel aan alimentatie heeft betaald terug te ontvangen, afwijzen. Daar komt bij dat de vader naar het oordeel van het hof een verzoek om nihilstelling eerder in had kunnen en moeten dienen en bovendien valt een groot deel van zijn vermeende vordering buiten de thans nog in geschil zijnde periode.

8. Dit alles leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en opnieuw beschikkende:

bepaalt - met dienovereenkomstige wijziging van de beschikking van 18 oktober 2007 van de rechtbank Rotterdam - de door de vader aan de jongmeerderjarige [de jongmeerderjarige sub 1] te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie, alsmede de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging ten behoeve van de inmiddels jongmeerderjarige [de jongmeerderjarige sub 2] met ingang van 24 februari 2010 op nihil;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, Van de Poll en Kleykamp-van der Ben, bijgestaan door Suderée als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2011.