Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BU2872

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
31-10-2011
Zaaknummer
18 oktober 2011
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak bedreiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002886-10

Parketnummer: 10-812360-10

Datum uitspraak: 18 oktober 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 19 mei 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

Naam.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 4 oktober 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

"hij In of omstreeks de periode van 19 februari 2010 tot en met 26 februari 2010 te Schiedam, in elk geval in Nederland, (W.M. Aartsen, zijnde de burgemeester van de gemeente Schiedam) heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstond, en/of (die) W.M. Aartsen, zijnde de burgemeester van de gemeente Schiedam, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend in de periode van 19 februari 2010 tot en met 26 februari 2010 een brief verstuurd aan die W.M. Aartsen, althans aan die W.M. Aartsen doen toekomen, onder andere inhoudende de navolgende passage(s)/tekst(en):"

"Gezien de situatie stel ik de gemeente Schiedam volledig aansprakelijk voor de gevolgen van het negeren van mijn noodkreet. Daarnaast stel ik u als burgemeester, uw eventuele vervanger of opvolger verantwoordelijk. Wanneer

ik ga, ga ik zeker niet alleen. En ik zal net zoveel compassie ten toon spreiden als men naar mij toe deed"

en/of

"Niet verwonderlijk dat mensen eigen rechter gaan spelen"

en/of

"Niet verbazingwekkend dat er zoveel familiedrama's zijn. Dat er voorvallen zijn zoals op Koninginnedag waarbij Karst Tates zich doodreed. Dit zijn geen gekken, dit zijn mensen in nood die de overheid heeft laten barsten"

en/of

"Geloof me, het is niet de vraag of de bom barst, maar wanneer. En echt, dat duurt niet lang meer want ik ben al ver over wat een mens kan incasseren"

en/of

"Nooit kwam ik in aanraking met justitie, maar nu ik met mijn rug tegen de muur sta heb ik straks geen keus meer. U bent daar als burgemeester verantwoordelijk voor"

en/of

"Van alle kanten word ik aangespoord om eigen rechter te spelen. Zoals ik reeds zei, totdat de bom een keer barst. Kom het mij dan niet aanrekenen, maar draag uw eigen verantwoordelijkheden, althans woorden/tekst van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd. Het hof overweegt daartoe als volgt:

Volgens vaste jurisprudentie is voor de bewezenverklaring van een bedreiging met een misdrijf vereist dat de uitlatingen van de verdachte van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn gedaan dat bij degenen tot wie zij zijn gericht, de redelijke vrees kon ontstaan dat zij slachtoffer van een misdrijf zouden kunnen worden.

Het hof stelt naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep vast dat de verdachte in zijn brief van 19 februari 2010, gericht aan de burgemeester van Schiedam, onder meer verwijst naar gewelddadige gebeurtenissen in het verleden en niet spreekt over een gewelddadige actie jegens haar.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep ook ontkend dat laatste gewild te hebben. De verdachte heeft verklaard dat de brief moet worden gezien als een noodkreet voor zijn problemen en dat hij deze in volle emotie heeft geschreven. Hij heeft deze brief geschreven omdat hij een gesprek wilde met de burgemeester.

Het hof is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de door verdachte geuite bewoordingen, mede gelet op de context waarbinnen deze zijn geuit, niet van dien aard en onder zulke omstandigheden zijn gedaan dat deze in het algemeen een redelijke vrees bij aangeefster moet hebben opgewekt, dat zijzelf slachtoffer van een misdrijf zou worden.

De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van hetgeen aan hem is ten laste gelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries, mr. M.J.J. van den Honert en dr. G.J. Fleers, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 oktober 2011.

Dr. G.J. Fleers is buiten staat dit arrest te ondertekenen.