Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BT8763

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
20-10-2011
Zaaknummer
22-005989-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt – kort gezegd - verweten dat hij zich in de periode van 1 februari 2003 tot en met 31 december 2008 heeft schuldig gemaakt aan het plegen van handelingen bestaande uit dan wel mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van een meisje dat de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt en/of een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd met een meisje dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

Het hof komt tot vrijspraak. De verdachte heeft het ten laste gelegde altijd stellig ontkend en de deskundige dr. R. Horselenberg heeft in zijn rapport van 2011 geconcludeerd dat het scenario dat de aangeefster om andere redenen valselijk heeft verklaard over het misbruik gepleegd door verdachte krachtiger is dan het scenario dat hetgeen zij heeft verklaard op waarheid is gebaseerd. Een en ander gelet op de slechte kwaliteit van het studioverhoor, maar ook en vooral, doordat de aangeefster niet zelf met een gedetailleerd verhaal komt. Voorts kan de aangeefster anderszins zijn beïnvloed om valselijk te gaan verklaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005989-09

Parketnummer: 09-535052-09

Datum uitspraak: 18 oktober 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 november 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 4 maart 2011 en 4 oktober 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft primair gevorderd dat de behandeling van de zaak zal worden aangehouden teneinde de aangeefster opnieuw te doen horen en wel door een raadsheer-commissaris uit deze samenstelling van het hof en subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2003 tot en met 31 december 2008 te Voorhout en/of Katwijk, in ieder geval Nederland, met [aangeefster], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte:

- zijn penis in de vagina van die [aangeefster] gebracht en/of

- zijn penis in de anus van die [aangeefster] gebracht en/of

- zijn penis en/of testikel in de mond van die [aangeefster] gebracht en/of

- aan de vagina van die [aangeefster] gelikt;

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2003 tot en met 31 december 2008 te Voorhout en/of Katwijk, in ieder geval in Nederland, met [aangeefster], geboren op [geboortedatum] 1997, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

- het zich laten aftrekken door die [aangeefster].

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Verzoek tot het horen van [aangeefster]

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair geconcludeerd tot aanhouding van de behandeling van de zaak teneinde de aangeefster opnieuw te horen ditmaal door een raadsheer-commissaris die deel uitmaakt van deze samenstelling.

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting verzet tegen het opnieuw horen van [aangeefster], nu zij twijfelt aan de meerwaarde van een dergelijk verhoor, mede gelet op het rapport van dr. R. Horselenberg waarin wordt vermeld dat aangeefster geen details van het vermeende misbruik kan vertellen. Zij heeft gepleit voor vrijspraak.

Het hof wijst het verzoek tot aanhouding voor het horen van de aangeefster door een raadsheer-commissaris af wegens het ontbreken van de noodzaak daartoe. Het hof overweegt daartoe dat het onderzoek volledig is geweest en het horen van de aangeefster door een raadsheer-commissaris, die niet de deskundigheid heeft om een dergelijk verhoor te doen, geen meerwaarde heeft.

Het gegeven dat in voornoemd rapport kritiek wordt gegeven op het eerdere verhoor van de aangeefster kan door een verhoor door een raadsheer-commissaris niet worden weggenomen.

Vrijspraak

De verdachte wordt - kort gezegd - verweten dat hij zich in de periode van 1 februari 2003 tot en met 31 december 2008 heeft schuldig gemaakt aan het plegen van handelingen bestaande uit dan wel mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van een meisje dat de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt en/of een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd met een meisje dat de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de voorhanden zijnde processtukken blijkt dat de verdachte zowel bij de politie als ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep het aan hem eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde stellig heeft ontkend. Zijn verklaring staat daarmee haaks op de belastende verklaring van de aangeefster.

Naast de belastende verklaring van de aangeefster bevat het dossier de verklaring van [naam], zijnde haar moeder en tevens de echtgenote van de verdachte, de verklaring van [naam], zijnde de vader van de aangeefster en de verklaring van [naam], zijnde de toenmalige vriendin van de vader van de aangeefster. Laatstgenoemde verklaringen zijn direct afgeleid van de verklaring van de aangeefster en sluiten daar slechts op summiere onderdelen op aan. Voor het overige vindt de verklaring van de aangeefster geen steun in ander bewijsmateriaal.

De deskundige dr. R. Horselenberg heeft in zijn rapport van 2011 geconcludeerd dat het scenario dat de aangeefster om andere redenen valselijk heeft verklaard over het misbruik gepleegd door verdachte krachtiger is dan het scenario dat hetgeen zij heeft verklaard op waarheid is gebaseerd. Een en ander gelet op de slechte kwaliteit van het studioverhoor, maar ook en vooral, doordat de aangeefster niet zelf met een gedetailleerd verhaal komt. Voorts kan de aangeefster anderszins zijn beïnvloed om valselijk te gaan verklaren.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem onder eerste en tweede cumulatief/alternatief is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. B.A. Stoker-Klein,

mr. G.J.W. van Oven en mr. J.J. van Eck, in bijzijn van de griffier mr. S.S. Mangal.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 oktober 2011.

Mr. J.J. van Eck is buiten staat dit arrest te ondertekenen.