Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BT7153

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-05-2011
Datum publicatie
10-10-2011
Zaaknummer
22-002640-10
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1846, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt beschuldigd van betrokkenheid bij meerdere overvallen op 2 september 2009 en van poging doodslag in verband met het veroorzaken van een ernstig auto-ongeluk. Ten aanzien van het eerste feit spreekt het hof de verdachte vrij, aangezien geen van de aanwijzingen de verdachte eenduidig op het tijdstip en de plaatsen van de overvallen brengt.

Met betrekking tot de poging doodslag wordt de verdachte wel schuldig bevonden. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij in een auto, waarvan hij wist dat deze van een misdrijf afkomstig was, met forse overschrijding van de maximumsnelheid op klaarlichte dag en op een druk verkeerspunt door rood licht is gereden, waardoor hij een aanrijding met een andere personenauto heeft veroorzaakt. Het hof stelt vast dat het niet aan verdachte te danken is dat het slachtoffer niet is komen te overlijden. De verdachte heeft ook nog de plaats van het ongeval verlaten zonder zich te bekommeren om het gewonde slachtoffer.

Ten aanzien van de bewezenverklaring veroordeelt het hof de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Tevens wordt de verdachte de bevoegdheid ontzegt motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002640-10

Parketnummers: 09-753559-09, 09-561426-09 en 09-611685-09

Datum uitspraak: 25 mei 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 16 april 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,

adres: [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Midden Holland - Huis van Bewaring De Geniepoort te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 11 mei 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 (eerste cumulatief/alternatief), 4 primair, 5 primair, 7 en 8 impliciet primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is hem ten aanzien van feit 5 de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van vier jaren. Ter zake van feit 6 is bepaald dat aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. Tenslotte is ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en het beslag beslist als nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Aangezien ter zake van feit 6 in eerste aanleg is bepaald dat aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd, verstaat het hof, overeenkomstig artikel 404, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafvordering, dat het hoger beroep van verdachte uitsluitend is gericht tegen dat deel van het vonnis, waarvan beroep, waarbij verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 telastegelegde werd veroordeeld.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] en/of [aangever 7] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet al dan niet voorzien van bivakmutsen en/of donkere kleding die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] en/of [aangever 7] dreigend een of meer vuurwapens getoond en/of gedreigd daarmee te schieten en/of hen dwingend om geld gevraagd en/of die [aangever 2] geslagen/geschopt en/of die [aangever 1] en/of die [aangever 2] met tierips geboeid en/of die [aangever 1] en/of die [aangever 2] gedwongen meegenomen naar een of meer woningen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] en/of [aangever 7] gedwongen naar een of meer ruimten van een woning te gaan en daarin te verblijven en/of die [aangever 1] gedwongen in een auto te stappen/mee te rijden en/of die [aangever 5] met een vuurwapen ineen been heeft geschoten, in elk geval die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] en/of [aangever 7] gedurende enige tijd heeft belet te gaan en staan waar deze wensten;

2.

hij op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 3700 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet al dan niet voorzien van bivakmutsen en/of donkere kleding die [aangever 1] en/of [aangever 5] dreigend een of meer vuurwapens getoond en/of gedreigd daarmee te schieten en/of hen dwingend om geld gevraagd en/of die [aangever 5] met een vuurwapen in een been heeft geschoten en/of hem gezegd dat men meer geld wilde en dat hij anders ook in zijn andere been zou worden geschoten, althans woorden van een dergelijke strekking;

3.

hij op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft /hebben weggenomen een of meer telefoons en/of een of meer geldbedragen, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] en/of [aangever 7], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

met het oogmerk om zich en/of zijn mededader(s) wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4], heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een/of meer telefoons en/of een of meer geldbedragen, geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4], althans aan een ander dan verdachte en/of haar mededader(s)

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld daaruit dat verdachte en/of zijn mededader(s) al dan niet voorzien van bivakmutsen en/of donkere kleding die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] en/of [aangever 7] dreigend een of meer vuurwapens heeft/hebben getoond en/of gedreigd daarmee te schieten en/of hen dwingend om geld gevraagd en/of die [aangever 2] geslagen/geschopt en/of die [aangever 1] en/of die [aangever 2] met tierips geboeid en/of die [aangever 1] en/of die [aangever 2] gedwongen meegenomen naar een of meer woningen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 6] en/of [aangever 7] gedwongen naar een of meer ruimten van een woning te gaan en daarin te verblijven;

4 primair.

hij op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aan een persoon genaamd [aangever 5], zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht te weten een (dij)beenbreuk en/of een ernstige slagader- en/of zenuwbeschadiging door met dat opzet met een vuurwapen een kogel in een been van die [aangever 5] te schieten;

4 subsidiair.

hij op of omstreeks 02 september 2009 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangever 5], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen een kogel in een been van die [aangever 5] te schieten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5 primair.

hij op of omstreeks 9 april 2009 te Rijswijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon [aangever 8], zijnde bestuurder/inzittende van een personenauto (Kia) van het leven te beroven, opzettelijk als bestuurder van een personenauto (Golf) de kruising van de [straat B]/de [straat C] met [straat D] met een snelheid van

tenminste 117 kilometer per uur, althans met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum toegestane snelheid, is genaderd en opgereden en (daarbij) een voor zijn rijrichting bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd (dat tenminste 7,5 seconden, althans geruime tijd rood licht uitstraalde) en/of, terwijl verdachte voornemens was om op voornoemde kruising naar rechts af te slaan, waarbij hij een andere dan de hiervoor bestemde rijstrook heeft gevolgd, waardoor verdachte's voertuig tegen een zich op die kruising bevindende auto (met als bestuurder [aangever 8]) is gebotst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5 subsidiair.

hij op of omstreeks 9 april 2009 te Rijswijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangever 8] (zijnde bestuurder/inzittende van een personenauto), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een personenauto (Golf) de kruising van de [straat B]/ de [straat C] met [straat D] met een snelheid van tenminste 117 kilometer per uur, althans met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum toegestane snelheid, is genaderd en opgereden en (daarbij) een voor zijn rijrichting bestemd roodlicht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd (dat tenminste 7,5 seconden, althans geruime tijd rood licht uitstraalde) en/of, terwijl verdachte voornemens was om op voornoemde kruising naar rechts af te slaan, waarbij hij een andere dan de hiervoor bestemde rijstrook heeft gevolgd, waardoor hij tegen een zich op die kruising bevindende auto (met als bestuurder [aangever 8]) is gebotst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5 meer subsidiair.

hij op of omstreeks 9 april 2009 te Rijswijk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg, de [straat B]/ de [straat C] en/of [straat D] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen:

hij, verdachte, heeft/is aldaar

- gereden met een snelheid van minimaal 117 kilometer per uur, althans met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of (vervolgens)

- de kruising van de [straat B] met [straat D] met onverminderde snelheid genaderd en/of opgereden en zich (daarbij) niet, althans onvoldoende ervan vergewist dat voornoemde kruising vrij van verkeer was en/of (vervolgens)

- bij het oprijden van voornoemde kruising een voor zijn rijrichting bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht genegeerd (dat tenminste 7,5 seconden, althans geruime tijd rood licht uitstraalde) en/of, terwijl verdachte voornemens was om voornoemde kruising naar rechts af te slaan, waarbij hij een andere dan de hiervoor bestemde rijstrook heeft gevolgd, en/of (vervolgens)

- de controle over zijn motorrijtuig verloren tengevolge waarvan hij met zijn motorrijtuig tegen een zich inmiddels op die kruising bevindende auto is gebotst, waardoor een ander (genaamd [aangever 8]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een kneuzing van de borstkas en/of een nek kneuzing en/of een hoofdwond, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

7.

hij op of omstreeks 9 april 2009 te Rijswijk als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de [straat B]/de [straat C] en/of [straat D], de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [aangever 8]) letsel en/of schade was toegebracht;

8.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 23 februari 2009 tot en met 09 april 2009 te Koedijk, gemeente Langedijk, en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, een auto, merk Volkswagen, type Golf en voorzien van kenteken [kenteken A] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de auto wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2, 3 (eerste cumulatief/alternatief), 4 primair, 5 primair, 7 en 8 impliciet primair is tenlastegelegd op grond van de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte bepleit dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, en 4 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, op gronden zoals nader weergegeven in de ter terechtzitting in hoger beroep overlegde pleitnota.

Ter zake van het onder 7 tenlastegelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van het hof.

De raadsman heeft met betrekking tot feit 5 bepleit dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte als bestuurder is opgetreden. Hij heeft hiertoe in het bijzonder aangevoerd dat zowel zijn cliënt als [medeverdachte 1] donkere kleding droegen en dat het voor de politie tijdens de achtervolging van de auto op de snelweg niet mogelijk was om te kunnen constateren dat de persoon op de bijrijdersstoel gekleed was in een spijkerbroek waarop een gerafelde opdruk was genaaid, aangezien beide auto's met zeer grote snelheid over de snelweg reden en het portier van de auto die de politie achtervolgde het constateren van een dergelijke opdruk op een spijkerbroek verhindert.

Ter zake van het onder 8 tenlastegelegde feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat, nu niet bewezen kan worden verklaard dat zijn cliënt de auto heeft bestuurd, hij ook niet op de hoogte kon zijn van het feit dat de auto van misdrijf afkomstig was.

Het oordeel van het hof

Wat betreft de feiten 1, 2, 3 en 4 :

Het hof stelt vast dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting diverse aanwijzingen zijn te destilleren voor betrokkenheid van de verdachte bij de overvallen op 2 september 2009.

Zo heeft de verdachte bij de politie van meet af aan ontkend ooit bij een autobedrijf te Alphen aan de Rijn te zijn geweest en heeft hij, ook na geconfronteerd te zijn met de herkenning door getuigen van de verdachte op videobeelden d.d. 1 september 2009 van het terrein van het autobedrijf waarboven één van de latere slachtoffers woonde, volhard in die ontkenning tot op de zitting in eerste aanleg alwaar hij toegaf één van de personen te zijn die op die videobeelden is afgebeeld en op

1 september 2009 zowel 's ochtends als aan het einde van de middag ter plaatse was geweest.

Voorts is de verklaring die verdachte vervolgens voor zijn aanwezigheid op 1 september 2009 op het bedoelde parkeerterrein heeft gegeven niet zonder meer aannemelijk en heeft hij nagelaten deze verklaring met verifieerbare gegevens te adstrueren.

Dan is er de verklaring van getuige [getuige A], die op 3 september 2009 bij de politie onder meer heeft verklaard dat de door hem op 1 september 2009 op genoemd parkeerterrein aangesproken persoon, naar later bleek: verdachte, vroeg of "de eigenaar daarboven" woonde.

Voorts heeft [aangever 1] verklaard dat na de overval door de daders een sporttas was achtergelaten en paste de door haar gegeven beschrijving van die tas op de op de videobeelden d.d. 1 september 2009 zichtbare tas, die een metgezel van verdachte toen bij zich droeg.

Slachtoffer [aangever 1] heeft verdachte later, bij een meervoudige fotoconfrontatie, voor 90% herkend als een van de daders.

Tenslotte hebben twee minderjarige getuigen, [aangever 6] en [aangever 7] tegenover de politie verklaard dat één van de overvallers een horloge van het merk Audemars Piguet droeg, en is bij de doorzoeking op 23 november 2009 van de verblijfplaats van de verdachte aan de [straat A] te 's-Gravenhage een replica van een horloge van dat merk aangetroffen.

Het hof is evenwel van oordeel dat, behoudens de herkenning van verdachte als één van de overvallers, geen van deze aanwijzingen éénduidig verdachte op het tijdstip en de plaatsen van de overvallen brengt.

Zo is noch de verklaring die verdachte heeft gegeven voor zijn aanwezigheid op het parkeerterrein van autobedrijf [bedrijf A] op 1 september 2009, noch zijn verklaring voor de eerdere ontkennende verklaring onmogelijk en heeft de politie van haar kant ook geen nader onderzoek verricht naar het waarheidsgehalte van eerstgenoemde verklaring. De verklaring van getuige [getuige A] past in die verklaring. De sporttas duidt erop dat degene die op 1 september 2009 met die tas ter plaatse was bij de overval betrokken was, maar die persoon was niet de verdachte. De beeldopnames van de personen op 2 september 2009 zijn van onvoldoende duidelijkheid om daarop de persoon van de verdachte te herkennen. De aangetroffen replica van een horloge van het merk Audemars Piguet tenslotte hoeft niet van de verdachte te zijn geweest, maar kan ook van een andere persoon op genoemd adres zijn geweest, terwijl ook niet gezegd is dat de beide minderjarige getuigen dit bepaalde horloge hebben waargenomen.

Alleen de genoemde herkenning door [aangever 1] wijst de verdachte concreet als één van de overvallers aan. Die herkenning acht het hof evenwel onvoldoende overtuigend om haar als doorslaggevend bewijs te bezigen, nu deze getuige zowel bij deze confrontatie als later bij haar verhoor bij de rechter-commissaris op 25 maart 2010 heeft verklaard niet zeker te weten of de persoon op de door haar aangewezen foto (die van verdachte) de overvaller betreft.

Het hof komt, alles afwegende, tot het oordeel dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde, zodat hij hiervan behoort te worden vrijgesproken.

Wat betreft de feiten 5, 7 en 8:

Ter zake van de onder 5, 7 en 8 tenlastegelegde feiten leidt het hof uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende af.1

Uit het relaas van de opsporingsambtenaren van de politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 9 april 2009 blijkt dat zij op die dag, omstreeks 14:00 uur, op de A20 en vervolgens op de A13 een grijze Volkwagen Golf (met het kenteken [kenteken B]) met twee mannelijke inzittenden zagen rijden. De bijrijder droeg een spijkerbroek, waarop op een van de bovenbenen een opdruk was genaaid. De randen van het stiksel van deze opdruk waren gerafeld.2 Voorts blijkt uit voornoemd proces-verbaal dat verbalisanten zagen dat de Volkswagen Golf met een gecorrigeerde snelheid van 111 kilometer per uur, op ongeveer 3 meter afstand van het voertuig voor hem, reed. Nadat verbalisanten met optische- en geluidssignalen de achtervolging van het voertuig hadden ingezet, zagen zij dat de bestuurder, die op dat moment op de meest linker van drie rijstroken reed, met hoge snelheid en plotseling naar rechts stuurde en over rijstroken 2 en 3 naar de vluchtstrook stuurde zonder daarbij richting aan te geven. Het voertuig ging vervolgens op de vluchtstrook rijden. Verbalisanten zagen de auto vervolgens met 170 kilometer per uur op een rijstrook rijden, terwijl op de matrixborden boven deze rijstrook rode kruizen stonden afgebeeld. De afstand tot de Volkswagen Golf werd snel groter. Verbalisanten hebben de achtervolging om 14.04 uur gestaakt en hoorden 10 minuten later dat de achtervolgde Volkswagen Golf een aanrijding had veroorzaakt.3

Aangever [aangever 8] verklaart op 11 april 2009 dat hij op 9 april 2009 omstreeks 14.00 uur in zijn personenauto (Kia, kleur groen) op [straat D] te Rijswijk reed in de richting van de [straat E]. Nadat het voor hem bestemde verkeerslicht groen licht uitstraalde, is hij de kruising opgereden. Hij zag een grijze Volkswagen Golf met heel hoge snelheid de kruising naderen. Hij zag dat deze auto nooit op tijd zou kunnen stoppen. Hij is zelf gelijk gestopt om deze auto voorrang te verlenen. Hij zag en hoorde dat de bestuurder begon te remmen en zag de auto naar rechts slippen. Hij zag dat de personenauto zijn auto zou gaan raken en heeft in een reactie daarop zijn gordel losgemaakt en heeft zich naar de passagierskant laten vallen, daarbij met zijn handen zijn hoofd beschermend. [aangever 8] voelde dat zijn auto door de Volkswagen Golf werd geraakt en hij werd door de cabine geslingerd. Zijn auto kwam tot stilstand tegen een verkeerslicht. Hij voelde erg veel pijn en is na het ongeval naar het ziekenhuis vervoerd. Hij hoorde omstanders roepen dat de inzittenden van de auto die hem had aangereden, waren gevlucht.4

Uit de (ongedateerde) medische verklaring van M. de Bont, arts, blijkt dat [aangever 8] een hoofdwond had op het achterhoofd en kneuzingen van de nek en borstkas. Het is onbekend of sprake is van blijvend letsel of dat volledig herstel zal optreden en als dat het geval is, binnen welke termijn.5

Op vrijdag 11 september 2009 heeft [aangever 8] telefonisch tegenover de politie verklaard dat hij na de aanrijding 10 weken niet heeft kunnen werken door het lichamelijk letsel dat hij door de aanrijding had opgelopen. Vervolgens heeft hij twee weken niet volledig zelfstandig zijn werkzaamheden kunnen uitvoeren en drie weken later heeft hij nog regelmatig last van duizelingen zijn hoofd.6

Medepassagier [medeverdachte 1] verklaart dat [verdachte] hem op 9 april 2009 in een grijze Volkswagen Golf (kenteken [kenteken B]) heeft opgehaald en zij samen op de A20 en de A13 reden en dat zij op de grens van Delft en Rijswijk een aanrijding kregen. De auto werd bestuurd door [verdachte] en hij was zelf bijrijder. Hij is samen met de bestuurder weggerend na het ongeval.7 [medeverdachte 1] verklaart verder dat [verdachte] de bestuurder was van de Golf tijdens de aanrijding en het harde rijden op de snelweg vanaf Rotterdam. Hij zag dat [verdachte] het voertuig afremde op het moment dat hij zag dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Hij (het hof leest: [verdachte]) heeft nog geprobeerd te remmen en het groene busje te ontwijken, maar dat lukte niet. [medeverdachte 1] wist dat de kans heel groot was dat de bestuurder en eventuele passagiers ernstig gewond zouden kunnen zijn. De klap was namelijk erg hard.8

Kort nadat de aanrijding had plaatsgevonden, werd aan de binnenzijde van de Volkswagen Golf aan de linkerzijde van het stuur een op bloed gelijkende substantie aangetroffen. De politie hoorde van omstanders dat twee personen weggerend waren. De verbalisanten zagen twee mannen wegrennen en hebben de verdachte op aanwijzen van omstanders aangehouden. Bij de aanhouding van de verdachte bleek hij bloed op zijn linkerhand en op zijn mond te hebben.9 [medeverdachte 1] had geen bloed op zijn lichaam.

Aan de hand van de sporen en overige bevindingen bij het technische onderzoek heeft [politieambtenaar X], senior-ongevallenanalist van politie Haaglanden, berekend dat op 9 april 2009 het voor de Volkswagen Golf bestemde verkeerslicht tenminste 7,5 seconden rood licht heeft uitgestraald en dat de snelheid van de Volkswagen Golf minimaal ongeveer 117 kilometer per uur heeft bedragen. Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 50 km/u.10

Tijdens de aanhouding droeg [medeverdachte 1] een spijkerbroek met een opdruk op de rechter broekspijp ter hoogte van het bovenbeen. Van de aanhouding van [medeverdachte 1] is een foto gemaakt, waarop de opdruk duidelijk zichtbaar is, en tevens is te zien dat de randen van de opdruk gerafeld zijn. Verdachte was ten tijde van zijn aanhouding geheel in het zwart gekleed.11

Verdachte heeft bij de politie ontkend dat hij in de bewuste Volkswagen Golf heeft gezeten. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij verklaard dat hij wel op 9 april 2009 op voormelde kruising als bijrijder in de Volkwagen Golf heeft gezeten, maar dat niet hij, maar [medeverdachte 1] de auto heeft bestuurd. [medeverdachte 1] zou op de bewuste kruising rechtsaf hebben willen slaan, omdat daar de auto van verdachte stond, die slechts kort daarvoor bij [medeverdachte 1] was ingestapt. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij bekend na de aanrijding te zijn weggerend en zich niet te hebben bekommerd om de gewonde man.12

Gelet op de hierboven genoemde bewijsmiddelen, waarbij het hof groot gewicht toekent aan het op de bestuurdersplaats aangetroffen bloed in combinatie met de genoemde aan-, respectievelijk afwezigheid van bloed op verdachte respectievelijk [medeverdachte 1] en het kleurverschil tussen zwarte en spijkerkleding, acht het hof de verklaring van verdachte dat hij niet de bestuurder is geweest, niet geloofwaardig. Het hof ziet ten aanzien van de waarneming van de verbalisanten dat zich op de spijkerbroek van de passagier op de bijrijdersstoel een gerafelde opdruk bevond, in tegenstelling tot hetgeen de verdediging daarover heeft aangevoerd, geen reden om te twijfelen aan hetgeen de verbalisanten daarover hebben waargenomen en op ambtsbelofte en ambtseed in het proces-verbaal van bevindingen hebben gerelateerd.

Anders dan de verdediging acht het hof, gelet op de hierboven genoemde feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ten tijde van de onder 5, 7 en 8 tenlastegelegde feiten de bestuurder is geweest van de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken B].

De verklaring van verdachte dat hij tussen het moment waarop de Volkswagen Golf op de snelweg A13 werd gesignaleerd en het moment van de aanrijding als bijrijder zou zijn ingestapt, acht het hof niet aannemelijk, gelet op het geringe tijdsverloop gelegen tussen de signalering van de Volkswagen Golf door de verbalisanten en het tijdstip van de aanrijding in combinatie met de door deze auto afgelegde route.

Het hof is van oordeel dat de verdachte, gelet op de buitensporige snelheid waarmee hij ten tijde van het ongeval moet hebben gereden en daarmee omstreeks 14.18 uur 's middags13 door rood licht een kruising is opgereden waarop zich verkeer bevond, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een aanrijding zou plaatsvinden en op de koop toe heeft genomen dat een ander daarbij zodanig letsel zou oplopen dat hij of zij daaraan zou overlijden. De verdachte heeft daarom gehandeld met het vereiste opzet in de zin van voorwaardelijk opzet. Het hof acht derhalve het onder

5 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Wat betreft feit 8 voorts:

Uit onderzoek naar de kentekenplaten die op de bij de aanrijding betrokken Volkswagen Golf zijn aangetroffen ([kenteken B]) blijkt dat deze kentekenplaten behoren bij een ander chassisnummer dan het chassisnummer van de betreffende Volkswagen Golf. Bij controle van het chassisnummer van de Volkswagen Golf, blijkt dat deze als gestolen is gesignaleerd sinds 23 februari 2009, onder nummer [nummer].14

Op 23 februari 2009 heeft [aangever 9] aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, merk Volkswagen Golf, met het kenteken [kenteken A]. Genoemde auto is weggenomen te Koedijk, gemeente Langedijk. Het proces-verbaal van aangifte is geregistreerd onder nummer 2009000347-1.15 De kentekenplaten [kenteken B] bleken ook te zijn weggenomen, in Dordrecht.16

Nu het hof hiervoor heeft geoordeeld dat de verdachte als bestuurder van de Volkswagen Golf moet worden aangemerkt en de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat [medeverdachte 1] altijd in gestolen auto's rijdt17, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dat de auto door misdrijf verkregen was.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 5 primair, 7 en 8 impliciet primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

5 primair.

hij op 9 april 2009 te Rijswijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon [aangever 8], zijnde bestuurder van een personenauto (Kia) van het leven te beroven, opzettelijk als bestuurder van een personenauto (Golf) de kruising van de [straat B]/de [straat C] met [straat D] met een snelheid van tenminste 117 kilometer per uur, is genaderd en opgereden en daarbij een voor zijn rijrichting bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd dat tenminste 7,5 seconden, rood licht uitstraalde waardoor verdachte's voertuig tegen een zich op die kruising bevindende auto (met als bestuurder [aangever 8]) is gebotst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op 9 april 2009 te Rijswijk als bestuurder van een motorrijtuig door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de [straat B]/de [straat C] en/of [straat D], de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [aangever 8]) letsel en/of schade was toegebracht;

8.

hij op 09 april 2009 te Rijswijk, een auto, merk Volkswagen, type Golf en voorzien van kenteken [kenteken A] voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 5 primair bewezenverklaarde levert op:

Poging tot doodslag.

Het onder 7 bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 8 impliciet primair bewezenverklaarde levert op:

Opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 (eerste cumulatief/ alternatief), 4 primair, 5 primair, 7 en 8 impliciet primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen de duur van 4 jaren ter zake van het onder 5 primair tenlastegelegde. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen tot de hoogte zoals in eerste aanleg is bepaald, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tenslotte heeft de advocaat-generaal geconcludeerd dat het in beslaggenomen replica horloge, merk Audemars Piguet, zal worden onttrokken aan het verkeer.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op de wijze zoals is bewezenverklaard. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij in een auto, waarvan hij wist dat deze van een misdrijf afkomstig was, met forse overschrijding van de maximumsnelheid op klaarlichte dag en op een druk verkeerspunt door rood licht is gereden, waardoor hij een aanrijding met een andere personenauto heeft veroorzaakt. Het hof stelt vast dat het niet aan verdachte te danken is dat het slachtoffer niet is komen te overlijden. De verdachte heeft ook nog de plaats van het ongeval verlaten zonder zich te bekommeren om het gewonde slachtoffer.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 april 2011 is de verdachte eerder vele malen onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten, waaronder een poging tot doodslag. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof heeft ambtshalve geconstateerd dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu het strafdossier eerst ruim 9 maanden na het namens verdachte instellen van het hoger beroep ter griffie van het hof is binnengekomen. Het hof is echter van oordeel dat, gelet op de voortvarendheid van de behandeling van de zaak in hoger beroep, hieraan geen consequenties dienen te worden verbonden.

Het hof is alles overwegende, mede gelet op speciale en generale preventie, van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Daarnaast acht het hof - ter beveiliging van het wegverkeer - een langdurige ontzegging van de rijbevoegdheid van in totaal 4 jaren op zijn plaats, welke noodzakelijk is vanwege de ernst van het onder 5 bewezenverklaarde feit.

Beslag

Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven replica horloge (Audemars Piquet) zal worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 4]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 4] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 2.759,20.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 1]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 2.000,00.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 3]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 1.073,29.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 5]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 5] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 primair en subsidiair tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 13.058,40.

Nu de verdachte ter zake van het onder 4 primair en subsidiair tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 2]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 1.150,00.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 63, 287 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 176, 179 en 179a van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 (eerste cumulatief /alternatief), en 4 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 5 primair, 7 en 8 impliciet primair tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor overwogen.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zaken van het onder 5 primair, 7 en 8 impliciet primair bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, en/of artikel 27a Sr bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ontzegt de verdachte terzake van het onder 5 primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een replica horloge van het merk Audemars Piguet.

Verklaart de benadeelde partij, [aangever 4], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verklaart de benadeelde partij, [aangever 1], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verklaart de benadeelde partij, [aangever 3], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verklaart de benadeelde partij, [aangever 5], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verklaart de benadeelde partij, [aangever 2], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser, mr. H.M.A. de Groot en mr. I.P.A. van Engelen, in bijzijn van de griffier mr. R.T. Poort. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 mei 2011.

1 Waar in dit arrest ten aanzien van de onder 5, 7 en 8. tenlastegelegde feiten wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het ambtsedig, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakte proces-verbaal met het nummer PL1581/2009/8962 van politie Haaglanden. Waar wordt verwezen naar paginanummers, betreft dit de pagina's van voornoemd en doorgenummerd proces-verbaal, met bijlagen.

2 Proces-verbaal van bevindingen, politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2009121700-2, blz. 58 en 59.

3 Proces-verbaal van bevindingen, politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2009121700-2, blz. 58 en 59.

4 Proces-verbaal van verhoor [aangever 8], blz. 44 en 45.

5 Aanvraagformulier medische informatie, blz. 49.

6 Loopproces-verbaal, blz. 13.

7 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1], blz. 93 en 94.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 1], blz. 85.

9 Proces-verbaal van aanhouding verdachte, blz. 22 en proces- verbaal, blz. 12.

10 Proces-verbaal van bevindingen, verkeersongevallenanalyse, blz. 118 tot en met 120.

11 Proces-verbaal, blz. 12, en een geschrift, te weten het fotoblad, blz. 154.

12 Proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg op 2 april 2010, verklaring verdachte.

13 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 60.

14 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 7 en 8.

15 Verklaring van [aangever 9], blz. 33 tot en met 35.

16 Loopproces-verbaal, blz. 7 onderaan.

17 Verklaring verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 11 mei 2011