Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2458

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-09-2011
Datum publicatie
23-09-2011
Zaaknummer
200.052.437/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gemeenschapsmodel. Vordering tot erkenning als rechtmatig houder na drie jaar. Vraag naar wie ontwerper van de flatscreenarmen is; bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.052.437/01

Zaak-/rolnummer rechtbank : 300842 / HAZA 07-3895

Arrest d.d. 20 september 2011

inzake

Markant International B.V.,

gevestigd te Utrecht,

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: Markant,

advocaat: mr. M.W. Rijsdijk te Amsterdam,

tegen

Technische Handelsonderneming Europlex B.V.,

gevestigd te Roosendaal,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellante in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: Europlex,

advocaat: mr. J.P. van Ginkel te 's-Gravenhage.

Het geding

Bij exploot van 8 december 2009 is Markant in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank 's-Gravenhage tussen partijen gewezen vonnis van 9 september 2009. Bij memorie van grieven (met producties) heeft Markant zeven grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord tevens houdende akte tot wijziging van eis (met producties) heeft Europlex de grieven bestreden. Daarna heeft zij een akte tot rectificatie (met producties) ingediend. Bij antwoordakte tevens akte houdende overlegging van producties (met producties) heeft Markant op deze eiswijziging, rectificatie en producties gereageerd. Bij akte houdende uitlating producties heeft Europlex op de door Markant overgelegde producties gereageerd.

Vervolgens hebben partijen op 20 juni 2011 de zaak doen bepleiten aan de hand van overgelegde pleitnotities, Markant door mrs. M.W. Rijsdijk en M.W. Wiegerinck, advocaten te Amsterdam, en Europlex door mr. S.N. Vlaar, advocaat te 's Gravenhage. Ter gelegenheid hiervan zijn stukken in het geding gebracht, zoals vermeld in het proces-verbaal.

Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd. Bij brief van 5 juli 2011 heeft mr. Rijsdijk opmerkingen over het proces-verbaal van de zitting gemaakt. Deze brief heeft geen aanleiding gegeven het proces-verbaal te wijzigen, met dien verstande dat voor mr. R.T. Wiegering moet worden gelezen mr. M.W. Wiegerinck.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in deze zaak om het volgende:

1.1 Europlex houdt zich onder meer bezig met de vervaardiging van technische producten. Markant houdt zich bezig met ontwikkelen en verhandelen van kantoormeubilair en accessoires.

1.2 Europlex heeft sinds 2002 een flatscreenarm, de E-motion, geleverd aan 3D Tradelink B.V. te Breda (hierna: Tradelink). Tradelink heeft de arm op de markt gebracht onder de naam E motion. Tradelink heeft op 3 juli 2003 inschrijving als Gemeenschapsmodel aangevraagd van een vijftal varianten van het model van de arm. Deze aanvragen zijn in het register van Gemeenschapsmodellen op haar naam ingeschreven onder de nummers 000047972-0001 tot en met -0005.

1.3 Op 31 oktober 2007 is Tradelink failliet gegaan. De curator heeft voornoemde modelregistraties op 29 november 2007 overgedragen aan de dochteronderneming van Markant, 3D-Tradelink te Utrecht (hierna: Tradelink Utrecht). Tradelink Utrecht heeft de modellen vervolgens overgedragen aan Markant. Markant heeft op 4 december 2007 om inschrijving van de overdracht in het register van Gemeenschapsmodellen verzocht. Daarna is zij als rechthebbende op de modellen ingeschreven.

1.4 Medio oktober 2007 is aan Europlex gebleken dat de flatscreenarm in vijf varianten als model was gedeponeerd. Mr. Blauw heeft op 6 november 2007 namens Europlex aan de curator meegedeeld dat Europlex auteursrechthebbende is met betrekking tot de arm en dat zij vorderingen op grond van ‘de Benelux Modellenwet’ overweegt.

1.5 Bij brief van 30 november 2007 heeft mr. Blauw namens Europlex Markant verzocht mee te werken aan de overdracht van voornoemde Gemeenschapsmodelregistraties aan Europlex. Hij heeft geschreven dat de depots destijds door de rechtsvoorganger van Markant (Tradelink) te kwader trouw waren geschied. Markant heeft niet aan overdracht meegewerkt.

2.1 Europlex heeft Markant gedagvaard en gevorderd – samengevat – een verklaring voor recht dat zij wordt erkend als rechtmatig houder van de modellen en een bevel aan Markant om medewerking te verlenen aan wijziging van de tenaamstelling van de modellen in het register, op straffe van een dwangsom en met veroordeling in de proceskosten te begroten conform artikel 1019h Rv. Hieraan heeft zij ten grondslag gelegd dat Europlex ontwerper van de modellen is, dat Tradelink de modellen te kwader trouw op eigen naam heeft laten registreren en dat Markant hiervan voorafgaand aan de overdracht op de hoogte was. Markant heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

2.2 De rechtbank heeft de vorderingen van Europlex toegewezen. Zij overwoog daartoe onder meer en kort gezegd, dat Markant weliswaar niet op 6 december 2007 (ten tijde van de inleidende dagvaarding), maar wel ten tijde van het wijzen van het vonnis als rechthebbende op de modellen stond geregistreerd, dat Europlex onderbouwd (met schetsen en een verklaring) heeft gesteld dat zij de arm heeft ontworpen en dat Markants betwisting daarvan als onvoldoende gemotiveerd moet worden verworpen, dat de kwade trouw van Tradelink is gegeven (behoudens tegenbewijs dat Markant echter niet heeft aangeboden) en dat de kwade trouw van Markant moet worden aangenomen nu zij was gewaarschuwd en op eigen risico ten onrechte op mededelingen van anderen afging.

3.1 Na de comparitie van partijen bij de rechtbank op 25 juni 2008 en vóór het wijzen van het vonnis op 9 september 2009 zijn de modelinschrijvingen verlopen en de mogelijkheden voor verlenging verstreken.

3.2 Omdat de modelbescherming op de registraties is vervallen, heeft Europlex in hoger beroep haar eis gewijzigd en gevorderd (kort gezegd) naast 1. een verklaring voor recht dat zij er recht op had te worden erkend als rechtmatig houder van de in geding zijnde modellen en maker in de zin van de Auteurswet:

-2. een verklaring voor recht dat Markant onrechtmatig heeft gehandeld door de inschrijvingen te laten verlopen en door het werk slaafs na te bootsen,

-3. een bevel, tevens geldend voor alle dochtervennootschappen, de vervaardiging en/of verhandeling te staken, met dwangsom,

-4. een bevel opgave te doen van het aantal flatscreenarmen van het in geding zijnde model dat zij heeft vervaardigd en/of verhandeld, met dwangsom,

-5. betaling van een voorschot op de schadevergoeding ad € 25,- voor ieder verkocht en/of geleverd exemplaar, met rente,

-6. vernietiging van de voorraad, met dwangsom,

-7. rectificaties, met dwangsom,

-8. schadevergoeding, op te maken bij staat,

-9. proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv, vermeerderd met rente.

Europlex heeft hieraan auteursrecht, slaafse nabootsing en onrechtmatige daad ten grondslag gelegd. Ten aanzien van de onrechtmatige daad stelt zij dat Markant onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door de modelrechten niet te (laten) verlengen, waardoor zij schade heeft geleden.

3.3 Markant heeft zich tegen de eiswijziging verzet. Dit verzet is tevergeefs. Het hof overweegt daartoe het volgende. De wijziging van eis moet als grief worden aangemerkt, omdat toewijzing van de gewijzigde eis met zich brengt dat het dictum van het vonnis van de rechtbank door een ander moet worden vervangen, zodat het vonnis vernietigd moet worden. De grief (eiswijziging) is ingesteld bij memorie van antwoord. Aldus ligt incidenteel appel in de memorie van antwoord besloten. Europlex heeft duidelijk, voor Markant kenbaar, naar voren gebracht dat zij haar eis wijzigt omdat zij op grond van de in geding zijnde feiten een andere veroordeling voorstaat. Daarmee is het incidenteel appel, hoewel niet expliciet als zodanig benoemd, duidelijk en tijdig ingesteld en heeft Markant voldoende gelegenheid gehad om hierop te reageren.

Het hof zal recht doen op basis van de gewijzigde eis.

4. Met haar derde grief, die het hof thans eerst aan de orde stelt, heeft Markant zich gericht tegen de vaststelling dat Markant op het moment van het uitspreken van het vonnis op 9 september 2009 als modelrechthebbende op de monitorarm is geregistreerd en geacht moet worden modelrechthebbende te zijn op de modellen. Zoals hiervoor (onder 3.1) aangegeven staat tussen partijen vast dat de modelregistraties 000047972-0001 t/m -0005 op 9 september 2009 waren verlopen, zodat Markant op die datum geen modelrechthebbende was. De grief is dus gegrond en behoeft geen (verdere) bespreking.

5.1 Met haar eerste en tweede grief heeft Markant zich gericht tegen de feitelijke uitgangspunten van de rechtbank dat Europlex in 2002 opdracht heeft gegeven aan Metaaldraaierij [A] om een proefmodel van de flatscreenarm te vervaardigen en aan Ducornex B.V. om een eerste serie van de monitor arm te vervaardigen. Met haar vierde grief komt Markant op tegen het oordeel dat Europlex de ontwerper is van de in geding zijnde modellen. De zesde grief richt zich tegen de verklaring voor recht dat Europlex erkend wordt als rechtmatig houder van de modellen als bedoeld in artikel 15 Gemeenschapsmodellenverordering (hierna: GmodV).

Deze grieven betreffen de vraag of de modellen zijn ontworpen door de heer [directeur Tradelink], destijds directeur van Tradelink (hierna: [directeur Tradelink]), zodat de model- en auteursrechten op de desbetreffende flatscreenarmen door de latere overdracht aan Markant toekomen (zoals Markant betoogt) of door de heer [directeur Europlex], directeur van Europlex (hierna: [directeur Europlex]), zodat de rechten op de desbetreffende flatscreenarmen aan Europlex toekomen (zoals Europlex betoogt). Het hof zal deze grieven thans gezamenlijk behandelen.

5.2 Omdat Tradelink/Markant als rechthebbende op de vijf varianten van de E motion flatscreenarmen in het register van Gemeenschapsmodellen stond ingeschreven nadat Tradelink (niet Europlex) de modellen op 3 juli 2003 had gedeponeerd, is het aan Europlex om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij en niet Tradelink de ontwerper van de armen was.

5.3 Europlex heeft daartoe gesteld dat de eerste schetsen/ontwerptekeningen eind 2001/begin 2002 zijn vervaardigd door de [directeur Europlex]. Deze eerste tekeningen zijn volgens Europlex de schetsen die als productie 1 bij de dagvaarding in eerste aanleg zijn overgelegd. [directeur Europlex] heeft het bedrijf Metaaldraaierij [A] te Noordhoek (hierna: [A] B.V.) opdracht gegeven om zogeheten 0 modellen te vervaardigen. Vervolgens heeft Europlex in september 2002 opdracht aan Ducornex B.V. gegeven om de flatscreenarmen in eerste serie te vervaardigen, wetend dat Tradelink de armen van Europlex zou willen afnemen. Tradelink was voor Europlex de exclusief distributeur van deze E-Motion flatscreenarmen krachtens een mondelinge distributieovereenkomst, aldus Europlex.

5.4 Markant heeft deze stellingen gemotiveerd betwist. Volgens haar heeft [directeur Tradelink], eind 2001/begin 2002 de eerste schetsen gemaakt voor de E-motion. Hij is met zijn idee en met op 18 februari 2002 gedateerde tekeningen (die zijn gevoegd bij de verklaring van [directeur Tradelink], productie 6 bij de memorie van grieven) eerst naar Blokland Metaalbewerking B.V. te Hardinxveld Giesendam (hierna: Blokland) en daarna naar [directeur Europlex] gegaan. Samen hebben ze wat technische details uitgewerkt. Vervolgens heeft [directeur Tradelink] zijn ideeën voor een flatscreenarm doorgesproken met de heer [A] van [A] B.V. (hierna: [A]), buiten aanwezigheid van [directeur Europlex] of anderen, en heeft [A] op basis van dat gesprek en de eerste schetsen van [directeur Tradelink] een eerste model voor de arm gemaakt. Dit is volgens Markant het model dat te zien is op de foto´s gevoegd bij de verklaring van [directeur Tradelink], productie 7 bij de memorie van grieven. Naar aanleiding van dat model zijn [directeur Europlex] en [directeur Tradelink] samen naar Ducornex B.V. gegaan, aldus Markant.

5.5 Gelet op deze gemotiveerde betwisting, is het aan Europlex om haar stellingen te bewijzen.

5.6 Europlex heeft daartoe verklaringen van [directeur Europlex], [A] en [B] met tekeningen overgelegd. Deze verklaringen ondersteunen de stelling van Europlex dat zij ([directeur Europlex] en/of [directeur Europlex] met [A]) de E-motion heeft ontwikkeld. Hiertegenover heeft Markant ter onderbouwing van haar betwisting twee verklaringen van [directeur Tradelink] met tekeningen en foto´s overgelegd.

5.7 Het hof overweegt dat de verklaringen van [directeur Europlex], [A] en [B] consistent met elkaar zijn en de verklaringen van alleen [directeur Tradelink] (vooralsnog, behoudens tegenbewijs) onvoldoende betrouwbaar maken. Naast de verklaringen en de tekeningen van [directeur Europlex] heeft Europlex de schetsen van [A] overgelegd. Daarop staat “Europlex”, zodat voorshands vast staat dat [A] deze schetsen voor Europlex heeft gemaakt, zoals door [directeur Europlex] en [A] is verklaard. Schetsen met de vermelding “[directeur Tradelink]” of “3 D Tradelink” die [A] kan hebben gemaakt naar aanleiding van het door Markant gestelde gesprek met [directeur Tradelink], waarover [directeur Tradelink] heeft verklaard, heeft Markant niet in het geding gebracht.

Voorts heeft Europlex een offerte van Ducornex B.V. van 2 oktober 2002 in het geding gebracht, waarvan zij heeft gesteld dat dit voor vervaardiging van de eerste serie E-motion was. Deze offerte is gericht aan “Europlex B.V. / [A], t.a.v. [directeur Europlex]” en duidt er op dat Ducornex B.V. in elk geval in opdracht en voor rekening van Europlex en A. [A] ontwerptekeningen maakte. Een soortgelijke offerte aan Tradelink heeft Markant niet in geding gebracht.

Voorts heeft Europlex een factuur van [A] d.d. 14 november 2002 overgelegd waarmee [A] draagarm onderdelen, etage stangen en tafelklem schotels aan Europlex factureerde, en facturen van Ducornex B.V. van december 2002 waarmee Ducornex B.V. orders E-motion/EM aan Europlex factureerde. Soortgelijke facturen van [A] en/of Ducornex B.V. gericht aan Tradelink, zijn niet door Markant in het geding gebracht.

5.8 Gelet op het voorgaande acht het hof behoudens tegenbewijs (voorshands) bewezen dat Europlex de modellen heeft ontwikkeld (en niet [directeur Tradelink] voor Tradelink). Daaraan doet voorshands niet af dat op de ontwerptekening van Ducornex B.V. “Europlex 3 D” is vermeld. Deze vermelding door Ducornex B.V. kan immers wijzen op de distributierelatie van Europlex met Tradelink (en dus niet op de ontwerper).

Ook de door Markant overgelegde, op 21 maart 2002 gedateerde, foto’s van een E-motion arm die volgens Markant het eerste, door [directeur Tradelink] bedachte prototype tonen, ontkrachten het door Europlex overgelegde bewijs vooralsnog evenmin. Immers, zoals Europlex heeft gesteld lijkt er op een van de foto’s (namelijk de middelste foto van productie 10) een onderdeel van MOS-arm te zien, welke arm pas later is ontwikkeld. Behoudens tegenbewijs hiertegen, kan de desbetreffende foto niet op 21 maart 2002 gemaakt zijn maar is zij van een latere datum, nadat er reeds (andere) modellen van de E-motion waren.

5.9 Nu Markant uitdrukkelijk (ook reeds in eerste aanleg) tegenbewijs door het horen van getuigen heeft aangeboden, zal zij in de gelegenheid worden gesteld dit tegenbewijs te leveren.

6.1 Voor het geval dat het hof daarna het tegenbewijs niet geleverd acht, en uitsluitend voor alsdan, overweegt het hof reeds thans het volgende in de overwegingen 6.1 t/m 9.4. In dat geval staat in dit geding vast dat de in geding zijnde modellen door Europlex zijn ontwikkeld en dat Tradelink niet uit hoofde van artikel 14 GmodV recht had op de in geding zijnde modelrechten.

6.2 Tussen partijen staat vast dat Tradelink de modellen op 3 juli 2003 op haar naam heeft doen inschrijven en dat Europlex ze niet eerder dan in 2007 heeft opgeëist. Artikel 15 GmodV bepaalt dat een vordering tot erkenning als rechtmatig houder van het Gemeenschapsmodel moet worden ingesteld binnen drie jaar nadat het ingeschreven Gemeenschapsmodel werd gepubliceerd. Dit artikel is niet van toepassing indien de persoon die geen recht heeft op het Gemeenschapsmodel te kwader trouw was op het ogenblik waarop het model werd aangevraagd of openbaar gemaakt of aan hem werd overgedragen. De rechtbank heeft deze kwade trouw vastgesteld.

6.3 Met haar vijfde grief komt Markant eerst op tegen het oordeel dat sprake was van kwade trouw bij de registratie van door [directeur Europlex] ontwikkelde modellen door Tradelink. Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

6.4 In geval niet wordt ontkracht dat [directeur Europlex]/Europlex de ontwerper was, staat vast dat Tradelink ([directeur Tradelink]) niet de ontwerper is geweest en dat Tradelink dus inschrijvingen voor Gemeenschapsmodelrechten heeft laten doen terwijl zij wist dat deze rechten haar niet toekwamen. Aldus handelde Tradelink te kwade trouw, tenzij er feiten of omstandigheden ter rechtvaardiging van haar handelen zijn. Ter rechtvaardiging heeft Tradelink aangevoerd dat destijds overleg is gevoerd over modeldepot door Tradelink en dat [directeur Europlex] toen uitdrukkelijk toestemming voor dat depot heeft gegeven. In de toelichting op de grief verwijst Markant naar de verklaring van [directeur Tradelink], inhoudend dat hij aan [directeur Europlex] heeft gemeld dat hij de E-motion als model zou beschermen. Vast staat dat [directeur Europlex]/Europlex zich (tot november 2007) niet hiertegen heeft verzet.

6.5 Europlex heeft betwist dat [directeur Europlex] van de inschrijving door Tradelink op de hoogte was en daarvoor toestemming heeft gegeven. Gelet op deze betwisting is het aan Markant (nog steeds in geval niet wordt ontkracht dat [directeur Europlex]/Europlex de ontwerper was, zie 6.1) om de door haar gestelde toestemming te bewijzen. Zij zal ook tot deze bewijslevering worden toegelaten.

6.6 Met haar vijfde grief komt Markant ook op tegen het oordeel dat de kwade trouw van Markant vaststaat. Omdat Markant haar betwisting van de kwade trouw slechts baseert op haar standpunt dat [directeur Tradelink] de ontwerper is, is dit onderdeel van de grief ongegrond indien het onder 5.9 bedoelde tegenbewijs niet wordt geleverd. Daarbij merkt het hof nog op dat vaststaat dat Europlex de curator en Markant voorafgaand aan Markants overname van de modelinschrijvingen op de hoogte heeft gesteld van de door Europlex geclaimde rechten (zie hiervoor onder 1.5).

7.1 De zevende grief van Markant bouwt voort op de overige grieven en richt zich tegen toewijzing van de vordering van Europlex in het algemeen. Markant zou door toewijzing onredelijk worden benadeeld, nu zij een grote investering in de overname uit de failliete boedel van Tradelink heeft gedaan en als houder van de modelrechten nog meer investeringen heeft gedaan.

7.2 Deze grief moet worden verworpen. Indien Markant zonder rechthebbende te zijn te kwader trouw was als bedoeld in artikel 15 lid 3 GmodV (hetgeen nog niet vaststaat, zie 6.1 en 6.5), kan de rechthebbende daartegen opkomen en dient Markant de door de rechthebbende wegens haar handelen geleden schade te vergoeden. Het enkele feit dat dit nadeel aan Markant geeft omdat zij grote investeringen heeft gedaan, maakt dit niet anders, nog daargelaten dat Markant thans zelf de modelrechten heeft laten verlopen en zij onvoldoende heeft gesteld over haar investeringen, noch voldoende (andere) feiten of omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan geoordeeld moet worden dat het niet aanvaardbaar is dat zij de gevolgen van haar onrechtmatige aanspraak op de modellen draagt.

8.1 Europlex heeft aangevoerd dat Markant onrechtmatig heeft gehandeld door de modelinschrijvingen te laten vervallen. Markant heeft hiertegen in gebracht dat zij dit niet bewust heeft gedaan en dat Europlex zelf heeft nagelaten actie te ondernemen teneinde de registraties in stand te houden. Dienaangaande overweegt het hof het volgende.

8.2 Het hof laat thans in het midden of Markant opzettelijk dan wel per ongeluk de rechten heeft laten verlopen. Vast staat dat Markant laatstelijk de houder van de in geding zijnde modelrechten was. Artikel 12 GmodV bepaalt dat de houder van het recht de beschermingsduur telkens met een of meer tijdvakken van vijf jaar kan laten verlengen. In de GmodV is geen ander dan de houder aangewezen om de beschermingsduur te verlengen. Het lag daarom, zoals Markant moest weten, op de weg van Markant, niet van Europlex, om voor verlenging zorg te dragen. Aangezien Europlex een procedure tegen Markant voerde aangaande deze modelrechten, was Markant jegens Europlex verplicht om voor de verlenging zorg te dragen. Nu zij dit niet heeft gedaan, terwijl de procedure betreffende deze modelrechten nog gaande was, heeft Markant jegens Europlex onrechtmatig gehandeld. Indien zij de rechten niet opzettelijk heeft laten verlopen, heeft zij door nalatigheid gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Dat Europlex niet direct bij het verlopen van de registraties een actie uit onrechtmatige daad tegen Markant is gestart, staat niet aan de vordering in de weg, nu Europlex de vordering wel binnen de verjaringstermijn heeft ingesteld.

9.1 Europlex heeft (een voorschot op) schadevergoeding gevorderd. Zij heeft voorafgaand aan het pleidooi in hoger beroep een rapport overgelegd waarin schade is berekend op basis van tussen 1 oktober 2007 (faillissement van Tradelink) en 2013 (stopzetting van de verkoop van de desbetreffende flatscreenarmen) gederfde vrije geldstromen. Markant heeft aangegeven onvoldoende in de gelegenheid te zijn geweest dit rapport, anders dan op uitgangspunten, te betwisten. Nu het rapport pas ter gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep is overgelegd en gelet op de aard en omvang van het rapport, zal het hof alvorens over de hoogte van de schade te oordelen, partijen desgewenst in de gelegenheid stellen zich nader hierover uit te laten.

9.2 Ter zake van een van de door Markant betwiste uitgangspunten, overweegt het hof echter reeds thans het volgende.

9.3 Markant heeft aangevoerd dat de economische crisis ten onrechte niet in het schaderapport is verwerkt. Europlex heeft hiertegenover gesteld dat dit niet hoeft, omdat deze crisis in 2007, het moment van onrechtmatig handelen, nog niet bekend was.

Dit laatste is naar het oordeel van het hof onjuist. Teneinde de schade die Europlex daadwerkelijk heeft geleden te kunnen begroten, moet vastgesteld worden wat haar financiële situatie zou zijn geweest indien Markant de modelrechten niet in november 2007 op haar naam had laten overschrijven maar had meegewerkt aan de overdracht van de inschrijvingen aan Europlex. Bij het vaststellen van die financiële situatie moeten alle relevante maatschappelijke omstandigheden worden betrokken die zich voordeden/voordoen in de periode waarover schade wordt geclaimd. Daaronder valt ook de economische crisis (voor zover die van invloed zou zijn geweest op de financiële aspecten met betrekking tot de desbetreffende flatscreenarmen tussen 2007 en 2013).

9.4 Het hof zal een comparitie van partijen gelasten die aansluitend op na te noemen getuigenverhoren zal plaatsvinden, om van partijen te vernemen of en hoe zij zich in dit geding nader willen uitlaten over de door Europlex gestelde schade. Deze comparitie zal tevens worden benut om te bezien of over de hoogte van de schade en tevens over de proceskosten (aan beide zijden) enige minnelijke regeling kan worden bereikt.

10.1 Het hof beschikt reeds over de processtukken van de eerste aanleg en het hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor de getuigenverhoren en de comparitie van partijen niet nodig is.

10.2 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

Beslissing

Het hof:

- laat Markant toe tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands bewezen geachte feit dat de eerste schetsen/ontwerptekeningen van de in geding zijnde modellen flatscreenarmen door [directeur Europlex] zijn ontwikkeld;

- laat Markant toe te bewijzen dat [directeur Tradelink] [directeur Europlex] op de hoogte heeft gesteld van zijn voornemen om de modellen op naam van Tradelink te laten registreren en dat [directeur Europlex] hiervoor toestemming heeft verleend;

- bepaalt dat, indien Markant getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage ten overstaan van de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. S.J. Schaafsma, op vrijdag 14 oktober 2011 om 11.00 uur;

- bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden oktober tot en met december van 2011, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;

- beveelt partijen, deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is om een schikking aan te gaan, vergezeld van hun raadslieden, voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling als aangegeven onder 9.4 te verschijnen direct na afloop van de getuigenverhoren op dezelfde locatie;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. G. Dulek-Schermers, S.J. Schaafsma en D.M. Wille en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 september 2011 in aanwezigheid van de griffier.