Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BS8895

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-09-2011
Datum publicatie
14-09-2011
Zaaknummer
200.073.217-01
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BY2583, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BY2583
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

huur woning; verbod schotelantenne; art 10 EVRM; belangenafweging

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 215
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2013/524
JIN 2011/706
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.073.217/01

Zaakummer rechtbank : 965409 CV EXPL 09-1013

Arrest d.d. 6 september 2011

inzake

STICHTING DE LEEUW VAN PUTTEN,

gevestigd te Spijkenisse,

appellante,

hierna te noemen: DLP,

advocaat: mr. E.J.P. Nolet te 's-Gravenhage,

tegen

[geïntimeerde]

wonende te Spijkenisse,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. M.J. Goedhart te Rotterdam.

Het geding

Bij exploot van dagvaarding van 30 augustus 2010 is DLP in hoger beroep gekomen van het door de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Brielle, tussen partijen gewezen vonnis van 15 juni 2010. Bij memorie van grieven (met producties) heeft DLP vijf grieven aangevoerd, die door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord zijn bestreden. Hierop hebben partijen nog schriftelijk gepleit, waarna zij de stukken hebben overgelegd en arrest hebben gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. De feiten, zoals in het bestreden vonnis in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.16) zijn weergegeven, staan niet ter discussie zodat ook het hof hiervan zal uitgaan.

2. Kort gezegd en in hoger beroep van belang gaat het om het volgende.

DLP is een stichting die uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam is. Zij verhuurt aan [geïntimeerde] een tweekamer parterrewoning met tuin, aan de Zwanenhoek 42 te Spijkenisse (hierna ook: de woning). [geïntimeerde] heeft een schotelantenne bevestigd aan de woning. Blijkens de huur¬voorwaarden dient [geïntimeerde] hiervoor toestemming te hebben van DLP. Deze toestemming is (uiteindelijk) in 2004 door DLP geweigerd.

3. Inzet van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep is de vraag of [geïntimeerde] de schotelantenne moet verwijderen. De kantonrechter vindt van niet en heeft de daartoe strekkende vordering van DLP bij het thans bestreden vonnis afgewezen.

DLP klaagt met haar grieven over deze beslissing. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

4. Voorafgaande aan de beoordeling hiervan zal het hof de volgende, in eerste aanleg verworpen, weren van [geïntimeerde] bespreken. Dit houdt verband met de devolutieve werking van het hoger beroep.

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg een beroep op rechtsverwerking en verjaring gedaan. Dit beroep is door de kantonrechter terecht en op goede gronden verworpen (rechts¬overweging 4.1 en 4.2 bestreden vonnis).

De schotelantenne; standpunten van partijen.

5. DLP heeft betoogd dat zij terecht toestemming heeft geweigerd en verwijdering heeft geëist. Volgens haar zijn er niet alleen voor [geïntimeerde] gelijkwaardige alternatieven voorhanden, maar bovendien is het [geïntimeerde] wél toegestaan de schotelantenne in de tuin te plaatsen, zodat de situatie van lid 2 van artikel 10 EVRM zich voordoet.

6. [geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering tot verwijdering van de schotelantenne. Hij heeft daarbij een beroep gedaan op zijn vrijheid van menings¬uiting, zoals gewaarborgd in artikel 10 EVRM (de vrijheid van meningsuiting, mede omvattend de vrijheid om een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen).

In eerste aanleg heeft hij daartoe gesteld dat hij in het verleden heeft gewerkt als beurshandelaar, dat hij “daytrader” (daghandelaar in aandelen) wil worden en dat hij daar bepaalde informatie, die alleen via de schotelantenne is te ontvangen, voor nodig heeft. In hoger beroep heeft hij betoogd dat hij bepaalde (financieel-economische) zenders, zoals Bloomberg en CNBC, die alleen via de schotelantenne volledig te bereiken zijn, wil kunnen zien. Weliswaar zou de informatie zélf in principe ook uit andere bronnen kenbaar kunnen worden, maar het gaat hem met name om de samenkomst van alle informatie op één kanaal. De zogenaamde tickerband (met real time informatie) ontbreekt bij ontvangst via een ander medium.

Naar aanleiding van het betoog van DLP, dat [geïntimeerde] in strijd met de huur¬overeenkomst bedrijfsmatige activiteiten ontplooit in de woning, heeft [geïntimeerde] hier nog aan toege¬voegd dat hij zijn activiteiten als daghandelaar ontplooit als particulier en niet uit hoofde van een beroep of bedrijf.

Ter plaatse biedt een schotelantenne op een statief geen ontvangst als gevolg van de hoogte van de omringende bebouwing en de instabiliteit van een statief. Belangen¬afweging moet in zijn voordeel uitvallen, aldus nog steeds [geïntimeerde].

7. DLP heeft hier nog tegenover gesteld dat [geïntimeerde] wel degelijk alternatieve mogelijkheden heeft om in zijn behoefte aan informatie te voorzien; dat het gehuurde is voorzien van breedbandinternet en [geïntimeerde] dus (na enkele administratieve handelingen) nieuws kan vergaren zowel via (kabel)internet alsook via (telefoonlijn) ADSL-internet. De zenders Bloomberg en CNBC kan hij ook via internet ontvangen (www.bloomberg.com en www.cnbc.com), terwijl op de website van Bloomberg zelfs speciale services worden aangeboden voor de professional die niet op de tv zijn te volgen. Artikel 10 EVRM ziet bovendien op rechten van het individu, niet van een bedrijf.

Het juridisch kader

8. Het hof stelt het volgende voorop. Op grond van artikel 7:215, zesde lid, BW is het naar Nederlands recht toegestaan de plaatsing van een schotelantenne aan de buitenzijde van de gehuurde woning, zoals in dit geval, contractueel te onderwerpen aan toestemming van de verhuurder. Vast staat dat het huurcontract tussen partijen een dergelijke bepaling kent. Hiermee heeft [geïntimeerde] als huurder in zijn privaatrechtelijke verhouding tot DLP een deel van zijn vrijheid van meningsuiting aan die toestemming onderworpen en in zoverre afstand gedaan van onbeperkte toegang tot het verkrijgen van informatie.

9. Het hof zal, gelet op de door de nationale rechter te toetsen beginselen die aan het EVRM ten grondslag liggen, onderzoeken of de weigering van DLP om toestemming te verlenen in de gegeven omstandigheden en gelet op de tussen partijen geldende privaatrechtelijke verhouding, een gerechtvaardigde inbreuk (ex artikel 10, lid 2, EVRM) vormt op het grondrecht op vrije nieuwsgaring, dat iedere burger in de gemeenschap toekomt, ongeacht de vraag of hij hiermee slechts privé-hobbies beoefent of ook zakelijke belangen dient (EHRM 16-12-2008, LJN: BH1809, AB 2009,286, NJ 2010,149).

10. Het hof zal bij de beoordeling hiervan veronderstellenderwijs tot uitgangspunt nemen dat [geïntimeerde], zoals hij erkent, alle door hem gewenste informatie thuis kan verkrijgen via andere media, zij het dat daarbij de door hem gewenste real time informatie via de zogenaamde tickerband niet gelijktijdig beschikbaar is, maar slechts beschikbaar is via een schotelantenne. Het bewijsaanbod van [geïntimeerde] terzake is daarom niet meer van belang en zal worden gepasseerd.

11. De op grond van het tweede lid van artikel 10 EVRM vereiste belangenafweging valt in dit geval in het voordeel van DLP uit, zoals hierna zal worden toegelicht.

12. Aan de kant van [geïntimeerde] staat het belangrijke grondrecht op vrije nieuwsgaring. Op dit recht wordt echter in dit geval slechts een geringe inbreuk gemaakt. [geïntimeerde] kan immers alle gewenste informatie via andere media thuis verkrijgen. Slechts de wijze van ontvangst (zie rechtsoverweging 6) is in het geding.

13. De andere kant betreft de belangen van DLP. DLP heeft in dit verband, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat haar belang is gelegen in het volgende:

(i) Voorkoming van beschadiging. De schotelantenne is schadelijk voor de

woning (de buitengevel is door het boren van gaten ter bevestiging van de

schotelantenne beschadigd). Tevens bestaat er een reële kans op verdere

beschadiging.

(ii) Voorkoming van gevaarlijke en onveilige situaties en

risicoaansprakelijkheid.

(iii) Vrijwaring van de leefomgeving tegen ontsierende en overlastgevende

schotelantennes.

(iv) Verzorgde uitstraling van haar woonbezit waarborgen.

(v) Precedentwerking voorkomen.

(vi) Wildgroei van schotelantennes tegengaan.

(vii) Gelijke behandeling huurders.

14. De argumenten (iii) tot en met (vii) hangen alle samen met de esthetiek en de leefomgeving. Het is een feit van algemene bekendheid dat (een) schotelantenne(s) aan de buitengevel van woningen een ontsierend en veelal stigmatiserend beeld oplevert/ opleveren, zulks met risico op verloedering van de leefomgeving met alle negatieve gevolgen vandien (niet alleen voor de betreffende individuele huurder maar ook voor de overige huurders in de omgeving). In het licht hiervan is onder omstandigheden te billijken dat een verhuurder, zeker een verhuurder zoals DLP die zich louter richt op de volks¬huisvesting, een beleid voert en (gelijkelijk) wil handhaven dat is gericht op het minimaliseren van het gebruik van schotelantennes. De argumenten (i) en (ii) lijken op het eerste gezicht minder zwaarwegend, maar worden niet zonder belang geacht. Een eigenaar van een woning heeft belang bij het voorkomen van extra boorgaten in zijn woning en het beperken van zijn (risico)aansprakelijkheid als bezitter van de opstal (artikel 6:174 BW).

15. Alles afwegende worden de belangen van DLP zwaarder bevonden dan die van [geïntimeerde], mede gelet op het feit dat [geïntimeerde] tegenover DLP afstand heeft gedaan van onbeperkte toegang tot (de wijze van) informatie(vergaring). De inbreuk is daarom gerechtvaardigd.

16. Het voorgaande betekent dat het bestreden vonnis vernietigd moet worden en dat de vordering van DLP, die verder niet is bestreden, alsnog toewijsbaar is. Hierbij past een kostenveroordeling ten laste van [geïntimeerde].

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het betreden vonnis

en opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt [geïntimeerde] om binnen twee weken na de betekening van de grosse van dit arrest de schotelantenne aan de buitenkant van de woning te verwijderen, één en ander op straffe van een dwangsom van € 150,-- per dag zo lang [geïntimeerde] in gebreke blijft aan dit arrest te voldoen met een maximum van € 1.500,--;

machtigt DLP om indien [geïntimeerde] in gebreke blijft aan dit arrest te voldoen en bedoeld maximum van € 1.500,-- is bereikt, de schotelantenne te (laten) verwijderen op kosten van [geïntimeerde];

- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van DLP tot op 15 juni 2010 (datum bestreden vonnis) begroot op € 89,21 aan kosten uitbrenging inleidende dagvaarding, € 208,-- aan griffierecht en € 500,--aan salaris gemachtigde;

- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van DLP tot op heden begroot op € 91,32 aan kosten uitbrenging dagvaarding, € 263,-- aan griffierecht en € 1.788,-- aan salaris advocaat;

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Dupain, M.A.F. Tan-de Sonnaville en H.J.H. van Meegen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 september 2011 in aanwezigheid van de griffier.