Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5609

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-08-2011
Datum publicatie
25-08-2011
Zaaknummer
200.085.199.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernietiging van erkenning minderjarigen in verband met het niet biologische vaderschap van de erkenner.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 3 augustus 2011

Zaaknummer : 200.085.199.01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 10-4788

[de man] en

[de moeder],

beiden wonende te [woonplaats],

verzoekers in hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: de appellanten,

advocaat mr. E.A.C. van Kempen te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1. Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

kantoorhoudende te Leiden,

hierna te noemen: de stichting, en

2. mr. I.J. Pieters,

in zijn hoedanigheid van bijzondere curator over de nader te noemen minderjarigen,

kantoorhoudende te Leiden,

hierna te noemen: de bijzondere curator;

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De appellanten zijn op 7 april 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 10 januari 2011 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

De bijzondere curator heeft op 31 mei 2011 een verweerschrift ingediend.

De zaak is op 29 juni 2011 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de appellanten, bijgestaan door hun advocaat;

- de bijzondere curator;

- de heer J. Jongeneel namens Jeugdzorg.

De na te noemen minderjarige [naam minderjarige 1] is afzonderlijk gehoord en heeft haar mening kenbaar gemaakt.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is vernietigd de erkenning door [de man], geboren [in 1977] te [geboorteplaats], van de hierna te noemen minderjarigen, kinderen van de gezagdragende moeder, [naam moeder], geboren [in 1979] te [geboorteplaats].

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de vernietiging van de erkenning van de minderjarigen:

- [naam minderjarige 1] geboren [in 1999], te [geboorteplaats] (hierna: [kind 1]),

- [naam minderjarige 2], geboren [in 2001] te [geboorteplaats] (hierna: [kind 2]), en

- [naam minderjarige 3], geboren [in 2003] te [geboorteplaats] (hierna: [kind 3]), hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen, door [de man].

2. De appellanten verzoeken het hof de bestreden beschikking te vernietigen

3. De bijzondere curator bestrijdt het beroep en verzoekt primair het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

4. De appellanten stellen dat zij tot de erkenning door de heer [naam man] van de minderjarigen zijn overgegaan om ervoor te zorgen dat hij het gezag over de minderjarigen heeft en beslissingen ten aanzien van hen kan nemen indien er onverhoopt iets met de moeder mocht gebeuren of indien zij psychisch niet in staat zal zijn zelf uitvoering te geven aan het gezag over de minderjarigen. Zij achten dit van belang zodat de minderjarigen de beste hulp krijgen en ook contact met elkaar houden, hetgeen volgens hen een voortdurende strijd met Jeugdzorg oplevert. De appellanten benadrukken in het verzoekschrift dat het dragen van de achternaam “[naam man]” van de minderjarigen op zichzelf niet het belangrijkste is voor hen. Indien het voor de minderjarigen eenvoudiger is om de achternaam “[naam moeder]” te blijven dragen, kan die naamswijziging wat de appellanten betreft worden verzocht.

5. De bijzondere curator stelt zich op het standpunt dat het afstammingsrecht de biologische werkelijkheid zoveel mogelijk dient te volgen. Vast staat dat de heer [naam man] niet de biologische vader van de minderjarigen is. De bijzondere curator is van mening dat het afstammingsrecht niet de aangewezen weg is om te voorzien in het gezag over de minderjarigen. Daartoe staat volgens hem in principe artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter beschikking. De bijzondere curator is van mening dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er is voldaan aan de rechtsgrond, genoemd in artikel 1:205 BW, op basis waarvan de erkenning vernietigd kan worden, aangezien de heer [naam man] niet de biologische vader van de minderjarigen is.

6. Jeugdzorg sluit zich aan bij hetgeen door de bijzondere curator naar voren is gebracht.

7. Het hof overweegt als volgt. Op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het hof van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft beslist zoals weergegeven in de bestreden beschikking. In hoger beroep zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die tot een ander oordeel zullen leiden. Het hof neemt daarbij mede in aanmerking dat het door de moeder ter zitting tot tweemaal toe gestelde belang bij de erkenning van de minderjarigen door haar echtgenoot, te weten dat hij bij haar ontstentenis de strijd die zij voert met Jeugdzorg kan voortzetten, bepaald niet het belang van de minderjarigen is. Die zijn vooral gebaat bij rust en harmonie in de opvoedingssituatie. Het hof neemt daarbij voorts in aanmerking dat de erkenning tot onrust en verwarring bij de minderjarigen heeft geleid. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook bekrachtigen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. van Nievelt, Stollenwerck en van Wijk, bijgestaan door mr. Rasmijn als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 augustus 2011.