Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5488

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-08-2011
Datum publicatie
22-08-2011
Zaaknummer
22-000993-10
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:134, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Twee broers, hun zus en hun moeder hebben zich bezig gehouden met het witwassen van auto's. Deze - uit misdrijf verkregen - dure auto's, een BMW 645 cabrio en een Audi A4 cabrio, waren van de broers, maar werden (ook) afwisselend op naam van de zus en de moeder gesteld. Zodoende hebben de verdachten verhuld wie de rechthebbenden van de auto's waren. Een van de broers heeft ook nog een geldbedrag witgewassen. Beide broers genoten een bijstandsuitkering.

Het hof verwerpt de gevoerde verweren aangaande de (niet-)ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Het hof is van oordeel dat voldoende inzicht is verschaft in de vraag hoe en wanneer de verdenking jegens de verdachten is ontstaan. Het hof is voorts van oordeel dat de politie kon menen dat ten aanzien van de verdachten een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeide. Daarbij is ook het feit van algemene bekendheid van belang dat het bij de BMW (waarmee het onderzoek is begonnen) om een dure auto gaat die personen met een uitkering in beginsel niet kunnen betalen. De beide broers worden wegens witwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden (LJN BR5476 en LJN BR5488). Hun zus (LJN BR5486) en hun moeder (LJN BR5484) worden allebei veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, voor schuldwitwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000993-10

Parketnummer: 11-510470-08

Datum uitspraak: 19 augustus 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

Meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 9 februari 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

Verdachte 4,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 5 augustus 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder

1 primair, eerste en tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met beslissingen omtrent de in beslag genomen voorwerpen als vermeld in het vonnis.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 10 augustus 2007 tot en met 25 mei 2009, te Dordrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- van een voorwerp, te weten een personenauto, merk Audi A4, type 8H cabriolet, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp, was

en/of

- een voorwerp, te weten een personenauto, merk Audi A4, type 8H cabriolet, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of hiervan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Subsidiair, voor zover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 10 augustus 2007 tot en met 25 mei 2009, te Dordrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- van een voorwerp, te weten een personenauto, merk Audi A4, type 8H cabriolet, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp, was

en/of

- een voorwerp, te weten een personenauto, merk Audi A4, type 8H cabriolet, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of hiervan gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

2.

hij op of omstreeks 27 november 2008, te Dordrecht, althans in Nederland,

- van een voorwerp, te weten een geldbedrag van 8.075,36 euro, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp, was

en/of

- een voorwerp, te weten een geldbedrag van 8.075,36 euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of hiervan gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Subsidiair, voor zover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 november 2008, te Dordrecht, althans in Nederland,

- van een voorwerp, te weten een geldbedrag van 8.075,36 euro, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp was

en/of

- een voorwerp, te weten een geldbedrag van 8.075,36 euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of hiervan gebruik heeft gemaakt terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie in de vervolging

De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, nu het dossier onvoldoende inzicht verschaft in de vraag hoe en wanneer de verdenking in het onderhavige onderzoek is ontstaan en de politie verschillende onderzoeken - in het Bedrijfs Processen Systeem (BPS) en het kentekenregister - heeft gedaan, zonder dat op dat moment kennelijk sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit.

Het hof stelt op grond van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep het volgende vast.

1. Op 2 juni 2008 werd door de politie Zuid-Holland-Zuid een onderzoeksproject gestart onder de naam "Bling Bling", gericht op personen van wie het vermoeden bestond dat zij zich schuldig maakten aan witwassen1;

2. Binnen het korps werd vervolgens gekeken of er mensen waren die op het eerste gezicht een onverklaarbaar vermogen hadden. De meldingen daarover werden geverifieerd aan de hand van open (politie)bronnen, waaronder BPS en het kentekenregister. Op basis daarvan werd een aantal personen als verdachte aangemerkt2;

3. Op 10 december 2008 werd in BPS een mutatie gemaakt met betrekking tot een zwarte personenauto, merk BMW, type 645 cabrio. Deze stond op die datum bij verdachtes broer [verdachte 1] en hun moeder [verdachte 2] voor de deur3;

4. Op 11 december 2008 werd in BPS gemuteerd dat genoemde auto op naam stond van de zus van [verdachte 1] (hof: [verdachte 3]) alsmede dat was geconstateerd dat hij op die dag als bestuurder van de auto optrad4;

5. Ook bleek dat de auto vanaf 12 december 2008 op naam van de medeverdachte [verdachte 2] stond, terwijl de auto van 13 november tot 19 november 2008 op naam van [verdachte 1] had gestaan.5 Uit verder onderzoek van de RDW-gegevens bleek dat eerdere auto's eveneens meermalen binnen de familie werden overgeschreven. Op 25 april 2006 werd een BMW met kenteken 38-NZ-TX op naam van [verdachte 1] gesteld, op 8 mei 2006 op naam van zijn zus [verdachte 3], op 9 augustus 2007 terug op zijn eigen naam, op 16 oktober 2007 weer op naam van zijn zus, op 6 december 2007 op naam van zijn moeder [verdachte 2], waarna de auto kennelijk op 21 november 2008 werd verkocht. Op 8 juli 2008 werd een Renault met kenteken 56-NR-TV op naam van [verdachte 1] gesteld, waarna deze op 10 juli 2007 op naam van zijn moeder werd gezet. Het is de relaterende verbalisant ambtshalve bekend dat het overschrijven van kentekens binnen een familiekring vaak wordt gedaan teneinde het bezit van het voertuig te verhullen voor derden, zoals de belasting, sociale dienst of politie6;

6. Bij de politie ontstond het vermoeden dat [verdachte 1] de eigenaar was van de auto7;

7. Bij de politie was bekend dat [verdachte 1] een uitkering van de Sociale Dienst ontving8;

8. Middels een gerichte opdracht werd de surveillancedienst gevraagd het gebruik van genoemde BMW te muteren in BPS. In de maand december 2008 werd acht maal geconstateerd dat [verdachte 1] als bestuurder van de auto optrad. Geen enkele maal werd de zus van [verdachte 1] of [verdachte 2] als bestuurder waargenomen9;

9. Naar aanleiding van de bovenstaande feiten en omstandigheden werd het onderzoek "Toermalijn" gestart. Gedurende dit onderzoek bleek dat binnen de familie [familienaam verdachten] ook wisselingen van tenaamstelling plaatsvonden bij de personenauto van het merk Audi A4, type 8H cabriolet. Naar aanleiding hiervan werd het onderzoek "Turquoise" gestart10;

10. Tussen 10 maart 2007 en april 2009 werden meerdere mutaties in BPS geregistreerd waarin werd verwoord dat de verdachte als bestuurder van de Audi optrad11;

11. Uit gegevens van de RDW bleek echter dat de verdachte nooit kentekenhouder was geweest12.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat uit het vorenstaande en de relatering daarvan in het proces-verbaal voldoende inzicht is verschaft in de vraag hoe en wanneer de verdenking jegens de medeverdachten [verdachte 1] en [verdachte 3] en [verdachte 2] alsmede - later - de verdachte is ontstaan.

Het hof is voorts van oordeel dat de politie kon menen dat uit de bovenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, ten aanzien van de verdachte en genoemde leden van zijn familie een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeide. Daarbij is ook het feit van algemene bekendheid van belang dat het bij de BMW om een dure auto gaat die personen met een uitkering in de regel niet kunnen betalen.

Tenslotte overweegt het hof dat (gerichte) surveillance, alsmede het opvragen/muteren van gegevens in BPS en bevraging van het kentekenregister behoren tot de algemene taken en bevoegdheden van de politie. Voor zover de raadsman meent dat een en ander in het onderhavige geval niet was toegestaan, berust dit op een onjuiste rechtsopvatting.

Het verweer wordt verworpen.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair, eerste cumulatief/alternatief, is ten laste gelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging feit 2 primair, tweede cumulatief/alternatief

Bij een controle op de A16 in de gemeente Zwijndrecht op 27 november 2008 werd bij de verdachte, in een tasje om zijn nek, een contant geldbedrag van EUR 8.075,36 aangetroffen.

Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.

* de verdachte ontving van 23 oktober 2003 tot en met 8 september 2008 een bijstandsuitkering die is beëindigd en hij heeft op 6 november 2008 wederom een bijstandsuitkering aangevraagd, die niet in behandeling is genomen of afgewezen13;

* niet is gebleken dat de verdachte op 27 november 2008 enige andere legale bron van inkomsten had. Er was nauwelijks sprake van kredieten/leningen14, er is geen informatie beschikbaar over eventuele winsten in het Holland Casino15 en de verdachte heeft aldaar geen depotrekening. Voorts heeft de verdachte verklaard geen schenkingen, giften of erfenissen te hebben ontvangen16 en heeft hij weliswaar verklaard geld te hebben gewonnen in het casino in België en in speelhallen te Rotterdam, maar heeft hij niet verklaard in welke periode, noch aangetoond hoeveel geld hij daaraan heeft overgehouden.17

In dat licht was naar 's hofs oordeel sprake van de aanwezigheid bij de verdachte van een in beginsel onverklaarbaar groot geldbedrag.

De verdachte heeft verklaard dat EUR 5.000,-- van het geldbedrag afkomstig was van een schade-uitkering van ongeveer drie jaar geleden en dat het overige bedrag de opbrengst betrof van de verkoop van een BMW met kenteken

73-BJ-BH in 2005. Hij zou het totale bedrag van EUR 8.075,36 in een kluis bij hem thuis hebben gestopt.18

Het hof stelt vast dat:

* de schade-uitkering op verdachtes bankrekening ruim drieënhalf jaar vóór het aantreffen van het geldbedrag, te weten op 24 maart 2005, heeft plaatsgevonden19;

* de BMW met kenteken 73-BJ-BH op 5 maart 2002 is verkocht20.

Het hof acht het hoogst onwaarschijnlijk dat het bij het op 27 november 2008 aangetroffen geld zou gaan om de genoemde, zo lange tijd geleden ontvangen geldbedragen die voor zover het de schade-uitkering betreft nota bene giraal werden ontvangen maar niettemin in een kluis zouden zijn bewaard. Het hof hecht in dit verband geen geloof aan de voor het eerst ter zitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte dat het bedrag van EUR 3.075,36 afkomstig was van de verkoop van meerdere auto's, waaronder een BMW, in 2006-2007.

Gelet op het vorenstaande schuift het hof de verklaring van de verdachte voor de herkomst van het geld als hoogst onwaarschijnlijk terzijde en is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het bij de verdachte aangetroffen geldbedrag van EUR 8.075,36 uit enig misdrijf afkomstig is. Nu de verdachte daarnaast - door het afleggen van de voormelde, hoogst onwaarschijnlijke verklaring - de criminele herkomst van het geldbedrag heeft getracht te verhullen, kan het voorhanden hebben daarvan als witwassen worden gekwalificeerd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair, tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 10 augustus 2007 tot en met 25 mei 2009 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander

- van een voorwerp, te weten een personenauto, merk Audi A4, type 8H cabriolet heeft verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp was

en

- een voorwerp, te weten een personenauto, merk Audi A4, type 8H cabriolet, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en hiervan gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en zijn mededader wisten dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2.

hij op 27 november 2008 in Nederland,

- een voorwerp, te weten een geldbedrag van 8.075,36 euro, voorhanden heeft gehad,

terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op

Witwassen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. Hij is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag alsmede - samen met een ander - van een personenauto. De zus van de verdachte heeft deze auto, die uit misdrijf was verkregen, op zijn verzoek op haar naam gesteld waardoor zij hebben verhuld wie de rechthebbende was.

Door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie te onttrekken en daaraan een schijnbaar legale herkomst te verschaffen wordt de integriteit van het financieel en economisch verkeer aangetast. Bovendien bevordert het handelen van verdachte het plegen van delicten omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden, het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn. De na te noemen straf wordt mede opgelegd uit oogpunt van generale preventie.

De raadsman heeft (subsidiair) verzocht aan de verdachte een taakstraf op te leggen. Het hof is echter van oordeel dat als reactie op feiten als de onderhavige in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Daarbij heeft het hof mede acht geslagen op de straftoemeting in soortgelijke zaken. De raadsman heeft onvoldoende (concrete) feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan het hof in dit geval tot een andersoortige strafmodaliteit zou dienen te komen.

Het hof heeft bovendien in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 juli 2011, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld, ook tot gevangenisstraf, voor het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogensmisdrijven. De verdachte heeft hier kennelijk niet van geleerd. Ook in dit licht is een taakstraf niet aan de orde.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

De in beslag genomen voorwerpen - een personenauto en een geldbedrag - zijn nader vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte beslaglijst.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de auto en het geldbedrag worden verbeurd verklaard.

De personenauto en het geldbedrag zijn beide vatbaar voor verbeurdverklaring, nu met betrekking tot dat voorwerp en dat geldbedrag het onder 1 en 2 bewezen verklaarde is begaan. Het hof zal de personenauto en het geldbedrag daarom verbeurdverklaren en heeft daarbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 47, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, eerste cumulatief/alternatief, ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair, tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

2 (twee) maanden.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een personenauto, merk Audi, type 8H, kleur zwart, kenteken 05-TT-NS;

- een geldbedrag van EUR 8.075,36.

Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz,

mr. A.J.M. Kaptein en mr. P.H. Holthuis, in bijzijn van de griffier mr. W.R. van Hattum.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 augustus 2011.

Mr. Holthuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Relaas proces-verbaal Dossier Robijn, p. 1.

2 Requisitoir officier van justitie ter terechtzitting in eerste aanleg.

3 Zaaksproces-verbaal "Toermalijn", p. 2 en (na de index, zaak "Toermalijn"), p. 25.

4 Zaaksproces-verbaal "Toermalijn", p. 2 en (na de index, zaak "Toermalijn"), p. 26.

5 Proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming, map relaaspv Robijn (na de index), p. 1.

6 Proces-verbaal bevindingen, map BMW "Toermalijn", p. 12-13.

7 Zaaksproces-verbaal "Toermalijn", p. 2.

8 Zaaksproces-verbaal "Toermalijn", p. 2.

9 Zaaksproces-verbaal "Toermalijn", p. 3 en proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming, map relaaspv Robijn, p. 2.

10 Zaaksproces-verbaal "Turquoise", p. 2.

11 Proces-verbaal van bevindingen 'BPS mutatie van 05-TT-NS', map "Audi (Turquoise)", p. 7-9.

12 Zaaksproces-verbaal "Turquoise", p. 2.

13 Rapport financiële positie [verdachte 4], map A16, p. 224.

14 Geschriften van BKR, map "A16", p. 82-83.

15 E-mailbericht d.d. 26 februari 2009 Holland Casino, map "Turquoise", p. 215.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte, map "Turquoise", p. 279.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, map "Turquoise", p. 285-286.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte, map "A16", p. 228 en proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg, p. 4.

19 Geschriften op p. 96-98 en 112 map A16.

20 Verklaring officier van justitie ter terechtzitting in eerste aanleg, p. 4 van het proces-verbaal van de zitting van 26 januari 2010.