Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5282

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
17-08-2011
Zaaknummer
200.071.370-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

niet toe te wijzen petitum?, verklaring voor recht, vordering tot nakoming, terugkeergarantie, uitleg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

Zaaknummer : 200.071.370/01

Rolnummer rechtbank : 842859\RL EXPL 09-8256

arrest van 16 augustus 2011

inzake

1. [appellant sub 1],

wonende te Oegstgeest,

2. [appellant sub 2],

wonende te ’s-Gravenhage,

appellanten,

hierna te noemen: [appellant sub 1] en [appellant sub 2],

advocaat: mr. F. Werdmüller van Elgg te Utrecht.

tegen

Siemens Nederland N.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Siemens Nederland,

advocaat: mr. C.W.J. Okkerse te Almere.

Het geding

Bij exploot van 26 juli 2010 zijn [appellant sub 1] en [appellant sub 2] in hoger beroep gekomen van het op

19 mei 2010 door de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage tussen partijen gewezen vonnis. Bij memorie van grieven (met producties) hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] drie grieven aangevoerd tegen het bestreden vonnis, welke grieven bij memorie van antwoord (met producties) zijn bestreden. Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft in r.o. 2a tot en met h feiten vastgesteld. Voorzover deze feiten in hoger beroep niet zijn bestreden, gaat ook het hof daar van uit. Partijen zijn het er over eens dat het onder 2b vastgestelde feit in zoverre onjuist is, dat slechts een deel van de businessunit Enterprise Networks per 15 september 2006 is verzelfstandigd en ondergebracht in een aparte vennootschap genaamd Siemens Enterprise Communications B.V. (hierna: SEN). Voorts zal het hof de in grief I onder B genoemde emailwisseling toevoegen aan de vaststaande feiten, en de onder 2f vermelde brief van 30 september 2008 aanvullen als bepleit in grief I onder C. Grief I behoeft daarmee geen verdere bespreking.

2. Het gaat in deze zaak om het volgende.

2.1. [appellant sub 1] is op 7 augustus 1967 en [appellant sub 2] is op 1 januari 1974 in dienst getreden bij Siemens Nederland. Laatstelijk, voordat zij bij SEN in dienst traden (zie sub 2.6), waren zij voor Siemens Nederland werkzaam in de business unit Enterprise Networks.

2.2. Per 15 september 2006 is een deel van de business unit Enterprise Networks verzelfstandigd en ondergebracht in een afzonderlijke, 100% dochtervennootschap van Siemens Nederland, SEN.

2.3. Bij gelijkluidende brieven van 21 december 2006 heeft Siemens Nederland aan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] onder meer medegedeeld:

“[…] dat u met terugwerkende kracht met ingang van 1 oktober 2006 onderdeel uitmaakt van de nieuw opgerichte organisatie Siemens Enterprise Communications B.V.

Uw arbeidsvoorwaarden blijven ongewijzigd. Uw standplaats is Den Haag.

Uw functienaam is Sales support medewerker”.

2.4. [appellant sub 1] heeft aan de heer [A], HR-manager van Siemens Nederland en mede-ondertekenaar van de sub 2.3 genoemde brieven, een email van 21 december 2006 gestuurd, met afschrift (“cc”) aan [appellant sub 2] en de heer [B] (die de andere ondertekenaar van de sub 2.3 genoemde brieven was). In die mail is onder meer geschreven:

“Zojuist heb ik via Martin [B] een brief ontvangen over mijn aanstelling bij SEN.

De brief is echter niet conform de gemaakte afspraken. Het gaat met name om de situatie als SEN wordt verkocht. Tijdens de meeting begin december jl. werd door jou verteld dat indien SEN wordt verkocht, dit voor [appellant sub 2] en mijn persoon geen gevolgen heeft. Wij blijven dan volgens jou bij Siemens Nederland. Dit voor ons belangrijke aspect zou volgens jou in de brief die wij ontvangen worden vermeld. Bij deze de vraag om de genoemde afspraak in een nieuwe brief te vermelden en de huidige brief van 21 december te laten vervallen.”

2.5. [A] heeft op de email geantwoord, met cc aan [appellant sub 2] en [B], per email van 22 december 2006, als volgt:

“Je hebt gelijk, zal nu lastig worden om de brief nu nog aan te passen. Zal dat doen in de eerste week van januari, ok?”

2.6. Bij gelijkluidende brieven van 19 januari 2007 heeft Siemens Nederland aan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] onder meer medegedeeld:

“Aansluitend aan onze brief d.d. 21 december 2006 delen wij u mede dat, in verband met wettelijke regelingen, u formeel met ingang van 1 februari 2007 in dienst treedt bij Siemens Enterprise Communications B.V. Uw arbeidsvoorwaarden en indiensttredingsdatum (zoals dit van toepassing was bij Siemens Nederland N.V.) blijven ongewijzigd.

Uw detacheringsdatum naar KPN blijft gehandhaafd op 1 oktober 2006.

Op het moment dat de activiteiten van Siemens Enterprise Communications B.V. worden geoutsourced zult u worden herplaatst binnen Siemens Nederland N.V.”

2.7. Medio 2008 heeft ten aanzien van de zeggenschap over en in SEN onder meer het volgende plaatsgevonden:

- Siemens Nederland heeft haar (100%) aandelen in SEN overgedragen aan Siemens AG te München.

- Siemens AG en The Gores Group zijn een “joint venture” aangegaan, waarvan SEN en twee dochterondernemingen van The Gores Group deel uitmaken.

- Siemens AG heeft in het kader van de joint venture 51% van de aandelen SEN overgedragen aan The Gores Group en behoudt zelf 49% van die aandelen.

- SEN blijft in deze joint venture als Nederlandse besloten vennootschap bestaan.

2.8. Bij gelijkluidende brieven van 30 september 2008 heeft Siemens Nederland aan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] onder meer medegedeeld:

“Hierbij delen wij u mede dat besloten is om de activiteiten van Siemens Enterprise Communications B.V. onder te brengen in een joint venture met Gores. Deze partner heeft een aandeel van 51% van Siemens Enterprise Communications B.V. overgenomen. Dit betekent dat Siemens financieel partner wordt in een joint venture en Gores operationeel partner.

Doelstelling van de joint venture is om marktleider op het gebied van Unified Communications te blijven. Als medewerker van Siemens Enterprise Communications B.V. blijft uw arbeidsverhouding voortbestaan. De Arbeidsvoorwaarden en de CAO Metalektro blijven voor u van toepassing. Uw pensioenregeling zal worden ondergebracht bij PME.

Voor u betekent dit het volgende:

U blijft medewerker van Siemens Enterprise Communications B.V. Uw huidige arbeidsvoorwaarden blijven ongewijzigd.

Uw standplaats blijft vooralsnog Den Haag.”

2.9. Bij gelijkluidende brieven van 24 september 2008 hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] aan Siemens Nederland kenbaar gemaakt dat zij een beroep deden op de in de brief van

19 januari 2007 vervatte “terugkeergarantie” en vanuit Siemens Nederland gedetacheerd wilden worden bij SEN. Daarop heeft Siemens Nederland bij brief van 8 oktober 2008 negatief gereageerd, onder meer stellende dat de terugkeergarantie niet van toepassing was nu de vroegpensioenrechten niet werden aangetast en er geen sprake was van outsourcing van activiteiten van SEN, maar van een “aandelentransactie”.

2.10. In eerste aanleg hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] gevorderd voor recht te verklaren dat zij in loondienst van Siemens Nederland treden met ingang van 1 oktober 2008, althans zijn getreden, met behoud van alle primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, waaronder het salaris en de anciënniteit, met veroordeling van Siemens Nederland in de proceskosten.

2.11. Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vorderingen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] afgewezen en hen in de proceskosten veroordeeld.

3. In hoger beroep vorderen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] vernietiging van het bestreden vonnis, alsnog toewijzing van het in eerste aanleg gevorderde, met veroordeling van Siemens Nederland in de proceskosten van beide instanties.

4. Siemens Nederland heeft gesteld (conclusie van dupliek sub 14 en memorie van antwoord sub 3 en 4) dat de interpretatie van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] van de terugkeergarantie, namelijk dat Siemens Nederland hen een aanbod moet doen wederom in dienst te treden (zie Memorie van Grieven p. 11/18, 3e alinea van onderen), niet aansluit bij de gevorderde verklaring voor recht. Volgens Siemens Nederland kan bij die interpretatie niet voor recht worden verklaard dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] reeds per 1 oktober 2008 bij haar in dienst zijn getreden. Siemens Nederland stelt voorts, althans zo begrijpt het hof, dat niet is gevorderd dat Siemens Nederland wordt veroordeeld tot nakoming van de garantie door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] alsnog in dienst te nemen, althans hen een aanbod hiervoor te doen. Tevens stelt Siemens Nederland dat “in dienst treden” geen terugwerkende kracht kan hebben. Het hof zal [appellant sub 1] en [appellant sub 2] in de gelegenheid stellen op dit verweer bij akte te reageren, waarbij zij tevens desgewenst in de gelegenheid worden gesteld hun vordering aan te passen. Siemens Nederland zal daarop mogen reageren.

5. Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

Beslissing

Het hof:

- verwijst de zaak naar de rol van 13 september 2011 voor akte aan de zijde van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] met het sub 4 van dit arrest genoemde doel;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, J.M.T. van der Hoeven- Oud en S.R. Mellema en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 augustus 2011 in aanwezigheid van de griffier.