Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5062

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-04-2011
Datum publicatie
16-08-2011
Zaaknummer
22-000270-10
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2009:BK8103, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt beschuldigd van diefstal en (zware) mishandeling van een opsporingsambtenaar. Het hof volgt in haar beslissing de rechtbank en spreekt de verdachte van beide beschuldigingen vrij met aanvulling en verbetering van gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000270-10

Parketnummer: 09-925688-08

Datum uitspraak: 21 april 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 december 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1989,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 7 april 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Voorts is de benadeelde partij [aangever 1] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1. primair

hij op of omstreeks 27 augustus 2008 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander en/anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon, te weten [aangever 1], zijnde een ambtenaar gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, van het leven te beroven, opzettelijk (meermalen) een steen/stenen tegen en/of in de richting van het hoofd en/of (de overige delen van) het lichaam van die [aangever 1] heeft gegooid en/of een (bio)bak, althans een voorwerp tegen, althans voor en/of in de richting van de motor heeft gegooid/gezet (terwijl die ambtenaar met (hoge) snelheid op een motor reed), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1. subsidiair

hij op of omstreeks 27 augustus 2008 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [aangever 1], zijnde een ambtenaar gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een zware botkneuzing en/of een beschadiging van het botvlies van de linker heup met een irritatie van de buikspieren) heeft toegebracht door (meermalen) een steen/stenen tegen een zij, althans het lichaam van die [aangever 1] te gooien/werpen (waardoor deze (langdurige) pijn en/of letsel heeft ondervonden);

1. meer subsidiair

hij op of omstreeks 27 augustus 2008 te 's-Gravenhage met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het [plein A], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1] en/of een motor/voertuig toebehorend aan de politie Haaglanden, welk geweld bestond uit het (meermalen) gooien van een steen/stenen tegen, althans in de richting van die [aangever 1] en/of het plaatsen/gooien van een (bio) bak, althans een voorwerp, tegen/voor, althans in de richting van die [aangever 1] (terwijl die op een motor reed) waarbij hij, verdachte, een steen tegen die [aangever 1] heeft gegooid, en welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel (te weten een zware botkneuzing en/of een beschadiging van het botvlies van de linker heup met een irritatie van de buikspieren), althans enig lichamelijk letsel (te weten een kneuzing aan zijn linkerzij) voor die [aangever 1] ten gevolge heeft gehad;

1. meest subsidiair

hij op of omstreeks 27 augustus 2008 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [aangever 1], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, (meermalen) met een steen/stenen naar/tegen die [aangever 1] heeft gegooid, waardoor voornoemde ambtenaar zwaar lichamelijk letsel (te weten een zware botkneuzing en/of een beschadiging van het botvlies van de linker heup met een irritatie van de buikspieren), althans letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 19 mei 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeƫigening in/uit een woning aan de [straat A] (huisnummer [x]) heeft weggenomen een (gouden) ketting en/of een computerkast (merk Compaq) en/of een toetsenbord (merk Compaq) en/of (een kistje bevattende) zes (gouden) ringen en/of een (gouden) armband en/of twee horloges en/of een digitale camera (merk Samsung) en/of een sleutelbosje en/of 100 cd's en/of 100 dvd's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door (het schutbord aan de onderzijde van) de keukendeur in te trappen.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie terzake van feit 2

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte bepleit dat het tijdsverloop gelegen tussen het intrekken van de inleidende dagvaarding voor de terechtzitting van 30 oktober 2008 en het opnieuw dagvaarden van de verdachte voor de terechtzitting van 18 december 2009 van een dermate lange duur is geweest, dat dit bij de verdachte het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat hij voor het onder 2 tenlastegelegde niet meer zou worden gedagvaard. Dit dient, aldus de raadsvrouw, tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte te leiden.

Voorts heeft de raadsvrouw van verdachte, naar het hof begrijpt, de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging bepleit, aangezien het tijdsverloop tussen de inverzekeringstelling van de verdachte op 29 mei 2007 en het vonnis van de rechtbank van 30 december 2009 zodanig groot is, dat niet meer gezegd kan worden dat de behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Indien de dagvaarding van de verdachte is ingetrokken zonder dat aan de verdachte een kennisgeving van niet verdere vervolging is betekend, staat het de verdachte vrij om op grond van artikel 267, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering, de rechtbank te verzoeken de officier van justitie een termijn te gunnen om hetzij tot dagvaarding, hetzij tot kennisgeving van niet verdere vervolging over te gaan.

Ter terechtzitting in hoger beroep is niet gebleken dat verdachte op enig moment van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat de verdachte er niet bij voorbaat van uit kon gaan dat hij voor het onder 2 tenlastegelegde niet meer zou worden gedagvaard. Het verweer wordt derhalve verworpen.

Naar het oordeel van het hof kan tevens de gestelde overschrijding van de redelijke termijn niet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aangezien een dergelijk gevolg ingevolge inmiddels vaste jurisprudentie van de Hoge Raad niet meer kan worden verbonden aan een overschrijding van de redelijke termijn. Dit verweer wordt eveneens verworpen.

Het hof acht het openbaar ministerie dan ook ontvankelijk in de vervolging.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvulling en verbetering aanbrengt.

Het hof acht het ter zake van het onder 1 tenlastegelegde voor de beoordeling van de zaak niet relevant dat aangever [aangever 1] op een eerder tijdstip van de achtervolging op het [plein A] met een biobak is bekogeld.

Terzake van het onder 2 tenlastegelegde is het hof van oordeel dat een enkele herkenning van verdachte in het portiek van de woning waar is ingebroken onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van dat feit te komen.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling en verbetering van gronden te worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt met aanvulling en verbetering van gronden het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Mos-Verstraten, mr. C.J. van der Wilt en dr. G.J. Fleers, in bijzijn van de griffier mr. R.T. Poort.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 april 2011.

Dr. G.J. Fleers is buiten staat dit arrest te ondertekenen.