Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4810

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-08-2011
Datum publicatie
12-08-2011
Zaaknummer
22-001387-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De strafkamer van het gerechtshof in Den Haag heeft op 9 augustus 2011 in hoger beroep hoge straffen opgelegd aan jeugdige overvallers. Twee verdachten hebben respectievelijk 6 en 7 jaar gevangenisstraf opgelegd gekregen. De jongens van toen 19 jaar hebben in 2009 in Den Haag en omstreken gewapende overvallen gepleegd op een benzinestation, een winkel en een restaurant. Ook hebben ze tot 3 maal toe het misdrijf van voorbereiding tot het plegen van een overval gepleegd. De jongens waren voorzien van bivakmutsen en een neppistool en in één geval ook van een stok en een mes.

Het Haagse gerechtshof heeft een derde mededader, die destijds nog minderjarig was, naast jeugddetentie van 24 maanden een zogenaamde Gedrags Beïnvloedende Maatregel (GBM) opgelegd. Werkt de verdachte daar niet aan mee, dan zal hij in plaats daarvan alsnog 12 maanden jeugddetentie krijgen.

LJN: BR4809, BR4810, BR4811

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001387-10

Parketnummer: 09-757263-09

Datum uitspraak: 9 augustus 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 februari 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [penitentiaire inrichting].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 22 februari 2011, 22 juli 2011 en 26 juli 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 en 7 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 3 eerste en tweede cumulatief, 4, 5 eerste en tweede cumulatief en 6 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is in eerste aanleg een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en de in beslaggenomen voorwerpen, zoals nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 februari 2009 tot en met 26 februari 2009 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van diefstal met geweld en/of afpersing, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk bivakmutsen en/of een (nep)pistool en/of (sterke) tape/plakband, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

feit 3:

hij op of omstreeks 21 februari 2009 te 's-Gravenzande, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 560 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit - het met bivakmuts op en bewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, betreden van dat tankstation en/of (vervolgens) het richten van dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2] en/of

- het die [slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "Ik wil geld, doe die la open" en/of "Opschieten of ik schiet je dood" en/of "Geld, geld, we willen alleen papier geld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 21 februari 2009 te 's-Gravenzande, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 560 euro, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het met bivakmuts op en bewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, betreden van dat tankstation en/of (vervolgens) het richten van dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2] en/of

- het die [slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "Ik wil geld, doe die la open" en/of "Opschieten of ik schiet je dood" en/of "Geld, geld, we willen alleen papier geld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

feit 4:

hij op of omstreeks 15 februari 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een kassalade (met inhoud) en/of een geldbedrag van 950 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [restaurant], althans die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het met bivakmuts op en bewapend met een pistool, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een stok/knuppel betreden van het restaurant en/of (de aangrensende) woning en/of (vervolgens)

- het richten van dat pistool op die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of - het drukken van de knuppel tegen de borst van die [slachtoffer 4] en/of

- het die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] toevoegen van de woorden: "Money, money, money" en/of "Waar is de kassa, waar is de kassa" en/of "Blijven zitten", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of (vervolgens)

- het verwijderen van de kassalade uit een kassa en/of geld uit de kassa(lade);

feit 5:

hij op of omstreeks 13 februari 2009 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal ongeveer 2.000 euro en/of een (grote) hoeveelheid belkaarten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan bel- en internetwinkel, althans winkelbedrijf '[internetwinkel]', althans [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit - het met bivakmutsen op en/of bewapend met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een mes en/of een stok/knuppel betreden van die winkel en/of (vervolgens)

- het met het mes wijzen naar die [slachtoffer 6] en/of

- het trappen/schoppen tegen een been van die [slachtoffer 6] en/of

- het uit de handen van die [slachtoffer 6] rukken/trekken van telefoonkaarten en/of (onderwijl)

- het richten en/of gericht houden van dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofden/of het lichaam van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of

- het drukken van dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 7] en/of

- het die [slachtoffer 6] (herhaaldelijk/meermalen) toevoegen van de woorden: "Geef mij de kluis, geef mij het geld" en/of "Niet bewegen, niet bewegen" en/of "Waar is de kluis, zeg het maar" en/of "Lopen, lopen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 13 februari 2009 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal ongeveer 2.000 euro en/of een (grote) hoeveelheid belkaarten, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan bel- en internetwinkel, althans winkelbedrijf '[internetwinkel]', althans [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit - het met bivakmutsen op en/of bewapend met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een mes en/of een stok/knuppel betreden van die winkel en/of (vervolgens)

- het met het mes wijzen naar die [slachtoffer 6] en/of

- het trappen/schoppen tegen een been van die [slachtoffer 6] en/of

- het uit de handen van die [slachtoffer 6] rukken/trekken van telefoonkaarten en/of (onderwijl)

- het richten en/of gericht houden van dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of

- het drukken van dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 7] en/of

- het die [slachtoffer 6] (herhaaldelijk/meermalen) toevoegen van de woorden: "Geef mij de kluis, geef mij het geld" en/of "Niet bewegen, niet bewegen" en/of "Waar is de kluis, zeg het maar" en/of "Lopen, lopen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

feit 6:

hij op 20 februari 2009 en/of op 21 februari 2009 te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten medeplegen van of medeplichtigheid bij/tot diefstal met geweld en/of afpersing, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, (telkens) opzettelijk (een) bivakmuts(en) en/of een (nep)pistool en/of en knuppel/stok, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 eerste cumulatief, 4, 5 eerste cumulatief en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1:

hij op 26 februari 2009 te 's-Gravenhage, ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van diefstal met geweld en/of afpersing, opzettelijk bivakmutsen en een neppistool en tape, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

feit 3:

hij op 21 februari 2009 te 's-Gravenzande, tezamen en in vereniging met of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 560 euro, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld bestond uit

- het met bivakmuts op en bewapend met een neppistool, betreden van dat tankstation en vervolgens het richten van dat neppistool op die [slachtoffer 2] en

- het die [slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "Ik wil geld, doe die la open" en/of "Opschieten of ik schiet je dood" en "Geld, geld, we willen alleen papier geld";

feit 4:

hij op 15 februari 2009 te Naaldwijk, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 950 euro, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld bestond uit

- het met bivakmuts op en bewapend met een neppistool, en een knuppel betreden van het restaurant en vervolgens

- het richten van dat neppistool op die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en

- het drukken van de knuppel tegen de borst van die [slachtoffer 4] en

- het die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] toevoegen van de woorden: "Money, money, money" en "Waar is de kassa, waar is de kassa" en "Blijven zitten";

feit 5:

hij op 13 februari 2009 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 2.000 euro en een grote hoeveelheid belkaarten, toebehorende aan [slachtoffer 6], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het met bivakmutsen op en bewapend met een neppistool en een mes en een stok/knuppel betreden van die winkel en vervolgens

- het met het mes wijzen naar die [slachtoffer 6] en

- het schoppen tegen een been van die [slachtoffer 6] en

- het richten en/of gericht houden van dat neppistool, op die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en

- het drukken van dat neppistool, tegen het hoofd van die [slachtoffer 7] en

- het die [slachtoffer 6] (herhaaldelijk) toevoegen van de woorden: "Geef mij de kluis, geef mij het geld" en "Niet bewegen, niet bewegen" en "Waar is de kluis, zeg het maar" en "Lopen, lopen";

feit 6:

hij op 20 februari 2009 en op 21 februari 2009 te Pijnacker, ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten medeplegen van diefstal met geweld en/of afpersing, telkens opzettelijk bivakmutsen en een neppistool en een knuppel, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman namens de verdachte ter zake van het onder 3 tenlastegelegde het verweer gevoerd dat er geen sprake is van medeplegen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat er geen innige samenwerking bestond tussen de verdachte en zijn mededaders nu de aanwezigheid van de verdachte geen functie had of onderdeel maakte van de taakverdeling.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt hieromtrent als volgt. De verdachte is samen met zijn mededaders in de auto naar het [tankstation] gereden. In de auto was het nepwapen aanwezig en ook is besproken hoe de overval zou plaatsvinden. De verdachte is bij het tankstation ook daadwerkelijk uit de auto gestapt en heeft zich opgesteld om de hoek in de directe omgeving van het station, kennelijk om op de uitkijk te staan. Toen de twee medeverdachten weer uit het tankstation kwamen rennen is de verdachte met hen mee terug gerend naar de auto en zijn zij gezamenlijk vertrokken. De verdachte heeft aldus samen met zijn mededaders het plan van de overval vorm gegeven en uitgevoerd waarbij hij bewust bij het benzinestation is gaan staan. Het hof is onder deze omstandigheden van oordeel dat de verdachte op bewuste en nauwe wijze heeft samengewerkt met zijn mededaders teneinde een gewapende overval te plegen op het [tankstation]. Hier doet niet aan af dat hij niet daadwerkelijk bij het tankstation naar binnen is geweest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Voorbereiding van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en/of afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 3 eerste cumulatief bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 5 eerste cumulatief bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

Voorbereiding van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en/of afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 3 eerste en tweede cumulatief, 4, 5 eerste en tweede cumulatief en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De toen 19 jarige verdachte heeft zich in 2009 in een korte periode van omstreeks 2 weken schuldig gemaakt aan de voorbereiding van een gewapende overval op Intertoys te Den Haag en tweemaal op Intertoys te Pijnacker. Tevens heeft de verdachte zich in die korte periode samen met anderen schuldig gemaakt aan gewapende overvallen op [tankstation], [restaurant] en internetwinkel [internetwinkel]. Bij de overvallen hebben de verdachte en/of zijn mededaders bivakmutsen gedragen en de slachtoffers onder bedreiging van een nepvuurwapen, en/of een mes en/of een knuppel/stok benaderd. Door aldus te handelen hebben zij, naar zij tevoren konden weten, de slachtoffers heftige gevoelens van angst en onveiligheid bezorgd. Geconfronteerd te worden met gemaskerde, gewapende mannen die uit zijn op buit, is naar algemeen bekend is een zeer traumatische ervaring. De slachtoffers kunnen hier nog lange tijd nadelige psychische gevolgen van ondervinden. De feiten zijn gepleegd in gelegenheden die juist algemeen toegankelijk zijn voor alle publiek. Dit betekent dat de slachtoffers voortaan bij de uitoefening van hun werk met hun angst voor mogelijk opnieuw onwelkome gasten moeten zien om te gaan.

Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij en zijn companen - uit eigenbelang en pure geldzucht - de slachtoffers zozeer angst heeft aangejaagd en hen zo ernstig heeft bedreigd. Hun strafbare gedragingen getuigen van een groot gebrek aan respect voor anderen en hun eigendommen. Bovendien brengen dergelijke delicten gevoelens van onveiligheid teweeg in de maatschappij.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 12 juli 2011, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van misdrijven, waaronder mishandeling en gekwalificeerde diefstal, tot werkstraffen en een voorwaardelijke jeugddetentie en gevangenisstraf. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

In het voordeel van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte en de korte periode waarin de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd. Ook heeft het hof oog gehad voor de vrij onbezonnen wijze waarop de verdachte en zijn mededaders te werk zijn gegaan, waarbij de buit relatief gering was. Daarnaast is heel beperkt geweld gebruikt waardoor lichamelijk letsel bij de slachtoffers is uitgebleven. Tevens heeft het hof van groot belang geacht dat de verdachte - zij het pas eerst ter terechtzitting in hoger beroep - volledig heeft bekend en opening van zaken heeft gegeven als ook berouw heeft getoond en blijk heeft gegeven van inzicht in de verwerpelijkheid van zijn handelen en in de negatieve gevolgen die het voor de betrokken slachtoffers heeft.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft het hof acht geslagen op de orientatiepunten die gelden voor dergelijke feiten en op straffen die worden opgelegd in vergelijkbare zaken. De straf wordt mede opgelegd uit oogpunt van vergelding en speciale zowel als generale preventie.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, korter dan door de advocaat-generaal gevorderd, een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

Het na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp zoals vermeld onder nummer 14 op de beslaglijst, met betrekking tot welke het onder 5 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals vermeld onder de nummers 1 en 13 op de beslaglijst, zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 4.253,22, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 4.253,22.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële en immateriële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen. Daarbij bepaalt het hof dat het bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ingetreden tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 4.253,22 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 3]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 950,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 712,50.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 712,50 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 6]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 6] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 5 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 8.153,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 8003,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële en immateriële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 5 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen. Daarbij bepaalt het hof dat het bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ingetreden tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 8.003,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36d, 36f, 46, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 eerste, 4, 5 eerste cumulatief en 6 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 3 eerste cumulatief, 4, 5 eerste cumulatief en 6 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

Slagersmes, vermeld onder nummer 14 op de beslaglijst.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

Telefoontoestel Samsung en telefoontoestel Sony Ericsson, vermeld onder de nummers 1 en 13 op de beslaglijst.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [slachtoffer 2], terzake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 4.253,22 (vierduizend tweehonderddrieënvijftig euro en tweeëntwintig cent) bestaande uit € 2.752,- (tweeduizend zevenhonderdtweeënvijftig euro) materiële schade en

€ 1.501,22 (duizend vijfhonderdéén euro en tweeëntwintig cent) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders (uitgezonderd de medeveroordeelde El Gharsi), hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 4.253,22 (vierduizend tweehonderddrieënvijftig euro en tweeëntwintig cent) bestaande uit € 2.752,00 (tweeduizend zevenhonderdtweeënvijftig euro) materiële schade en

€ 1.501,22 (duizend vijfhonderdéén euro en tweeëntwintig cent) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 52 (tweeënvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [slachtoffer 3] terzake van het onder 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 712,50 (zevenhonderdtwaalf euro en vijftig eurocent) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is (uitgezonderd de medeveroordeelde Falloun), met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 712,50 (zevenhonderdtwaalf euro en vijftig eurocent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [slachtoffer 6], terzake van het onder 5 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 8.003,- (achtduizend drie euro) bestaande uit € 6.500,- (zesduizend vijfhonderd euro) materiële schade en € 1.503,- (duizend vijfhonderddrie euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 6], een bedrag te betalen van € 8.003,- (achtduizend drie euro) bestaande uit € 6.500,- (zesduizend vijfhonderd euro) materiële schade en € 1.503,- (duizend vijfhonderddrie euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Dit arrest is gewezen door mr. B.A. Stoker-Klein, mr. A.J.M. Kaptein en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier mr. C. Bossema.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 augustus 2011.