Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4547

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-04-2011
Datum publicatie
09-08-2011
Zaaknummer
22-000287-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een mobiele telefoon uit een woning en daarnaast heeft hij een ruit vernield. Bovendien heeft de verdachte een opsporingsambtenaar beledigd en een andere persoon verbaal bedreigd.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000287-10

Parketnummers: 09-900665-09 en 09-663149-07 (TUL)

Datum uitspraak: 14 april 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 16 november 2009 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 31 maart 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg zijn de aan de verdachte onder 5 en 6 tenlastegelegde feiten afgesplitst van de dagvaarding met bovengenoemd parketnummer. De verdachte is ter zake van het onder 1, 2, 4, 7, 8 en 9 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte een behandeling zal ondergaan bij het klinische verslavingsprogramma Triple-ex gedurende één jaar, of zoveel korter als nodig, met oplegging van de hulp- en steunmaatregel. Voorts zijn beslissingen gegeven omtrent de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij en de vordering tot tenuitvoerlegging, een en ander als nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 21 juni 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning, gelegen aan de [straat A]) heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung, kleur zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2. hij op of omstreeks 22 juli 2009 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning, gelegen aan de [straat B]) heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Vodafone), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4. ter berechting gevoegd parketnummer 09/663398-08: hij op of omstreeks 23 november 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [aangever 3], brigadier van Politie Haaglanden, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kanker schele", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

7. hij op of omstreeks 21 januari 2009 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een voordeur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 4] en/of [aangever 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die ruit te trappen en/of te schoppen;

8. hij op of omstreeks 21 januari 2009 te 's-Gravenhage [aangever 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangever 6] dreigend de woorden toegevoegd: "Als [aangever 6] er is steek ik hem dood" en/of "Ik pak je, doe open die deur" en/of "Ik maak hem dood die kankerlijer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

9. primair

hij op of omstreeks 26 december 2008 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een MP3-speler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het dreigend toevoegen van de woorden: "Je moet rustig doen mannetje, anders krijg je klappen";

subsidiair

hij op of omstreeks 26 december 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk een MP3-speler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraken

Naar het oordeel van het hof is op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen, gelet op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 en 9 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Voorts acht het hof evenmin bewezen hetgeen aan de verdachte onder 9 subsidiair is tenlastegelegd, nu niet kan worden bewezen dat de verdachte reeds op de tenlastegelegde pleegdatum van het feit het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had. De verdachte zal derhalve ook van dit subsidiair tenlastegelegde feit worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 4, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op 21 juni 2009 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [straat A] heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung, kleur zwart toebehorende aan [aangever 1];

4. hij op 23 november 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [aangever 3], brigadier van Politie Haaglanden, gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kanker schele";

7. hij op 21 januari 2009 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een voordeur toebehorende aan [aangever 4] en/of [aangever 5] heeft vernield door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die ruit te trappen en/of te schoppen;

8. hij op 21 januari 2009 te 's-Gravenhage [aangever 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangever 6] dreigend de woorden toegevoegd: "Als [aangever 6] er is steek ik hem dood" en "Ik pak je, doe open die deur" en "Ik maak hem dood die kankerlijer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van de feiten 7 en 8

Door de verdediging is bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de als feit 7 en feit 8 tenlastegelegde vernieling van een ruit van een deur en bedreiging van [aangever 6]. De verklaringen terzake zijn te wisselend en gedeeltelijk niet op eigen waarneming gebaseerd, zodat ze niet bruikbaar zijn voor het bewijs, aldus de verdediging.

Het hof verwerpt dit verweer. Hoewel de verdediging kan worden toegegeven dat de verklaringen van de getuigen [aangever 4], [aangever 6] en [getuige A] op onderdelen wisselend zijn, strekken die verklaringen er in de kern nochthans toe dat de verdachte als gevolg van de weigering hem geld te geven boos werd op [aangever 6] en hem heeft bedreigd en een ruit heeft vernield.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Diefstal.

Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Ten aanzien van het onder 8 bewezenverklaarde:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 4, 7, 8 en 9 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 38 weken, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een mobiele telefoon uit een woning en daarnaast heeft hij een ruit vernield. Met deze handelwijze heeft de verdachte blijk gegeven geen respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van anderen. Tevens heeft hij overlast en financiële schade veroorzaakt voor de betrokkenen.

Bovendien heeft de verdachte een opsporingsambtenaar beledigd zoals bewezenverklaard en daarmee blijk gegeven van gebrek aan respect voor het openbaar gezag. Ambtenaren met een publieke taak moeten kunnen functioneren zonder daarbij hinder te ondervinden van beledigingen.

Tot slot heeft de verdachte een persoon verbaal bedreigd, zoals bewezenverklaard en hem daarmee angst aangejaagd.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 maart 2011 is de verdachte reeds vele malen onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Bovendien liep de verdachte ten tijde van het begaan van de onderhavige feiten nog in de proeftijd van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Al deze eerdere waarschuwingen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof heeft voorts in aanmerking genomen een voorlichtingsrapport van Palier d.d. 29 oktober 2009 en een reclasseringsadvies van Palier d.d. 4 januari 2011.

Het hof heeft voorts acht geslagen op de overschrijding van de redelijke termijn, nu de inzendingstermijn in hoger beroep van 8 maanden niet in acht is genomen.

Het hof is - alles overwegende en mede gelet op de overschrijding van de redelijke termijn - van oordeel dat in plaats van de overwogen gevangenisstraf van 34 weken waarvan 16 weken voorwaardelijk, een gevangenisstraf voor de duur van 32 weken waarvan 16 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarde als hierna vermeld, een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 85,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het onder 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 13 november 2007 onder parketnummer 09-663149-07 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 63, 266, 267, 285, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 en 9 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 4, 7 en 8 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 (tweeëndertig) weken.

Bepaalt dat een op 16 (zestien) weken bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens Stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang deze instelling dit nodig oordeelt.

Verstrekt aan deze instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [aangever 2] niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst de vordering tot tenuitvoerlegging toe en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 13 november 2007 onder parketnummer 09-663149-07 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz, mr. C.J. van der Wilt en mr. N. Zandbergen, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 april 2011.

mr. N. Zandbergen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.