Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3747

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-06-2011
Datum publicatie
29-07-2011
Zaaknummer
22-004650-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling, bedreiging met zware mishandeling en het opzettelijk en wederrechtelijk beschadigen van enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort. Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004650-09

Parketnummer: 09-900184-09

Datum uitspraak: 9 juni 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 september 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te Emmen op 19 oktober 1985,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 11 januari 2011 en 26 mei 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder

1 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenis-straf voor de duur van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarde als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 27 februari 2009 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan een persoon (te weten [slachtoffer]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, toe te brengen, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk met een mes althans een scherp en/of puntig voorwerp in de richting van zijn arm en/of zijn been, althans zijn lichaam te steken, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

2.

zij op of omstreeks 27 februari 2009 te 's-Gravenhage [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (van nabij) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een of meer stekende beweging(en) gemaakt in de richting van het lichaam van [slachtoffer];

3.

zij op of omstreeks 27 februari 2009 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk (het interieur van) een personenauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk meermalen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de subwoofer en/of in de stoel van die auto te steken.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij op 27 februari 2009 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan een persoon te weten [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, deze opzettelijk met een mes in de richting van zijn lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

2.

zij op 27 februari 2009 te 's-Gravenhage [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een mes een stekende beweging gemaakt in de richting van het lichaam van [slachtoffer];

3.

zij op 27 februari 2009 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], heeft door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk met een mes in de subwoofer te steken.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

Poging tot zware mishandeling.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

Bedreiging met zware mishandeling.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

2 jaren, met de bijzondere voorwaarde zoals in eerste aanleg is opgelegd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Gelet op de bevindingen in de psychiatrische rapportage van 9 juni 2009 en 23 juli 2009, opgemaakt door

dr. G.H.E. van Hoecke, psychiater, en de psychologische rapportage van 10 augustus 2009, opgemaakt door

drs. M.H. Keppel, GZ-psycholoog, acht het hof de verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar ten tijde van de bewezenverklaarde feiten.

Ter terechtzitting in hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de aanwijzingen ingevolge het in eerste aanleg opgelegde verplichte reclasseringstoezicht, ambulante begeleiding bij Palier forensische & intensieve zorg te Den Haag, ondanks het hoger beroep en derhalve op vrijwillige basis heeft opgevolgd.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat gezien de ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gekomen huidige levensomstandigheden van de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

Teneinde in de toekomst herhaling te voorkomen, acht het hof het noodzakelijk aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te koppelen, zoals in eerste aanleg is opgelegd. De verdachte heeft zich hiertoe ter zitting in hoger beroep bereid verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57, 285, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van Stichting Reclassering Nederland te Den Haag en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven, ook indien deze voorschriften en aanwijzingen inhouden het volgen van een ambulante behandeling bij Palier forensische & intensieve zorg te Den Haag.

Geeft eerstgenoemde instelling opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar,

mr. M.J.J. van den Honert en mr. W.J. van Boven, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 juni 2011.