Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3448

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-07-2011
Datum publicatie
02-08-2011
Zaaknummer
200.086.026-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gesloten plaatsing. Hof komt niet toe aan bespreking van de grief omtrent de vrije raadsmankeuze omdat de rechtbank hierover geen beslissing heeft genomen. Appelschrift bevat geen grieven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 6 juli 2011

Zaaknummer : 200.086.026/01

Rekestnr. rechtbank : JE RK 11-609

[De minderjarige],

geboren [in] 1994 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], thans verblijvende te [naam instelling], locatie [naam locatie],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de minderjarige,

advocaat mr. S.C. van Paridon te Rotterdam,

tegen

de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Diemen,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de WSS.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. [De vader],

hierna te noemen: de vader, en

2. [de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

beiden wonende te [woonplaats],

hierna ook gezamenlijk te noemen: de ouders,

3. de Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming,

regio Rotterdam-Rijnmond,

locatie Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De minderjarige is op 19 april 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 24 maart 2011 van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam.

De WSS heeft op 17 mei 2011 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de raad is bij het hof op 10 mei 2011 een brief van 9 mei 2011 ingekomen, waarbij is medegedeeld dat de raad niet ter terechtzitting aanwezig zal zijn.

De zaak is op 25 mei 2011 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- namens de minderjarige zijn advocaat;

- namens de WSS mevrouw M.H.J. Zeilstra-Wagter;

- de ouders.

Jeugdzorg is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De minderjarige is evenmin verschenen. Gebleken is dat de instelling waar hij verblijft geen vervoer heeft geregeld en ook niet meer kon regelen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is, voor zover in hoger beroep van belang, met ingang van 30 maart 2011 machtiging verleend om de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven tot 17 november 2011. De bestreden beschikking is in zoverre uitvoerbaar bij voorraad verklaard en voor het overige heeft de rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de machtiging om de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven tot 17 november 2011, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling.

2. De minderjarige verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen.

3. De WSS verzoekt de minderjarige niet-ontvankelijk te verklaren in hoger beroep, dan wel het beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

4. Het hof zal het beroep van de minderjarige om na te noemen redenen verwerpen. Vaststaat dat de rechtbank in het dictum van de bestreden beschikking geen beslissing over de vrije raadsmankeuze heeft genomen. Gelet hierop komt het hof niet toe aan een bespreking van de daarop betrekking hebbende grief. Voorts heeft de minderjarige een appelschrift op nader aan te voeren gronden ingediend bij het hof, waarin hij verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen. Ingevolge artikel 359 juncto artikel 278 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) behoort het beroepschrift de gronden te bevatten waarop het berust. Deze regel brengt mee dat de verweerster er bij het inrichten van haar verweer in beginsel van uit mag gaan dat de omvang van de rechtsstrijd in appel door het beroepschrift is vastgelegd. Het hof is van oordeel dat het appelschrift geen gronden bevat waarop het berust. De enkele stelling dat de minderjarige zich niet kan verenigen met de magere motivering van de rechtbank ten aanzien van de geschetste problematiek kan niet als grond worden aangemerkt. Gelet op het vorenstaande komt het hof niet aan een inhoudelijke behandeling van de zaak toe. Het niet verschijnen van de minderjarige ter terechtzitting vormde om die reden geen beletsel om de behandeling doorgang te laten vinden.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

verwerpt het hoger beroep.

Deze beschikking is op 25 mei 2011 gegeven door mrs. De Haan-Boerdijk, Van den Wildenberg en Hulsebosch, bijgestaan door Suderée als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2011.