Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2497

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-04-2011
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
200.082.189/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wgbz. Ontslag van Instantie ivm niet/niet tijdig betalen griffierecht door advocaat appellant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/241
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof ’s-Gravenhage

sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.082.189/01

zaaknummer rechtbank 936710 CV EXPL 08-40673

arrest van de eerste enkelvoudige civiele kamer d.d. 12 april 2011

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: appellant

advocaat: mr. L. Bastimar te Amstelveen,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: geïntimeerde,

advocaat: mr. M.M.C. Wingen te Heemstede.

Het geding

Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage, van 15 oktober 2010.

Appellant heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis en heeft geïntimeerden gedagvaard om op de rol van 15 februari 2011 voor dit hof te verschijnen.

Appellant heeft de zaak tegen 15 februari 2011 aangebracht. Voor geïntimeerden heeft zich een advocaat gesteld. Ook geïntimeerden zijn op die rol bij advocaat verschenen.

De zaak is op 15 februari 2011 aangehouden tot de rol van 15 maart 2011.

Appellant heeft niet binnen vier weken na de eerste roldag het griffierecht betaald.

In verband met het achterwege blijven van een tijdige betaling van het griffierecht heeft het hof op 29 maart 2011 bepaald dat heden arrest wordt gewezen op basis van het griffiedossier.

De motivering van de beslissing

1. De zaak is voor het eerst uitgeroepen op 15 februari 2011. Volgens art. 3 lid 3 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet appellant ervoor zorgen dat binnen vier weken na 15 februari 2011, dus uiterlijk 15 maart 2011, het griffierecht is bijgeschreven op de rekening van dit hof. Appellant heeft niet tijdig betaald.

2. Van omstandigheden als bedoeld in art. 127a lid 3 Rv., dat de toepassing van art. 127 lid 2 Rv., gelet op het belang van één of meer partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, is niet gebleken.

Nu appellant niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan, zullen geïntimeerden overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van deze instantie worden ontslagen en zal appellant worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

De beslissing

Het hof:

- ontslaat geïntimeerde van deze instantie,

- veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde vastgesteld op € 284,-- voor verschotten en op € 447,-- voor salaris van de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mr. A.A. Schuering en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 april 2011.