Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2379

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-06-2011
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
200.085.402-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Advocaat appellant griffierecht 1 dag te laat betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.085.402/01

Rolnummer rechtbank : 371711 KGZA 11-83

arrest d.d. 14 juni 2011

inzake

[appellante],

wonende te [Woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. K. el Joghrafi te Hoogvliet-Rotterdam,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [Woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. D.S. Lösing te Rotterdam.

Het geding

Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het tussen partijen gewezen vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 2 maart 2011.

Appellante heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis en heeft geïntimeerde gedagvaard om op de rol voor dit hof te verschijnen.

Appellante heeft de zaak aangebracht. Voor appellante heeft zich een advocaat gesteld. Ook geïntimeerde is op die rol bij advocaat verschenen.

De zaak is op 12 april 2011 aangehouden tot de rol van 10 mei 2011 voor: Afwachten griffierecht partijen. Op de rol van 10 mei is de zaak aangehouden tot 17 mei 2011 voor: Beslissing hof verdere voortgang.

Appellante heeft niet binnen vier weken na de eerste roldag het griffierecht betaald.

In verband met het achterwege blijven van betaling van het griffierecht heeft het hof op 17 mei 2011 bepaald dat heden arrest wordt gewezen op basis van het griffiedossier.

De motivering van de beslissing

1. De zaak is voor het eerst uitgeroepen op 12 april 2011. Volgens art. 3 lid 3 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet appellante ervoor zorgen dat binnen vier weken na 12 april 2011, dus uiterlijk 10 mei 2011, het griffierecht is bijgeschreven op de rekening van dit hof. Appellante heeft op 11 mei 2011 het verschuldigde griffierecht betaald. Dit is dus 1 dag te laat.

2. Van omstandigheden als bedoeld in art. 127a lid 3 Rv., dat de toepassing van art. 127 lid 2 Rv., gelet op het belang van één of meer partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, is niet gebleken.

Nu appellante niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan, zal geïntimeerde

overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van deze instantie worden ontslagen en zal appellante worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

De beslissing

Het hof:

- ontslaat geïntimeerde van deze instantie,

- veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde vastgesteld op € 284,-- voor verschotten en op € 447,-- voor salaris van de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mr A.A. Schuering, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2011.