Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1915

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-04-2011
Datum publicatie
18-07-2011
Zaaknummer
22-004453-08
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDOR:2008:BE8975, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte wegens brandstichting van auto's tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk. Hierbij geldt de bijzonder voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit nodig oordeelt.

De verdachte heeft zich gedurende een tijdbestek van ongeveer 9 maanden meerdere malen schuldig gemaakt aan brandstichting van auto’s, waardoor brandgevaar kon ontstaan onder meer voor de in de nabijheid van die auto’s bevindende woonhuizen en geparkeerde auto’s.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004453-08

Parketnummer: 11-510075-08

Datum uitspraak: 4 april 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 21 augustus 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 24 november 2009, 13 april 2010 en 21 maart 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, ook indien dit inhoudt een ambulante behandeling bij Het Dok of De Waag of een soortgelijke instelling, zolang de Reclassering dit noodzakelijk oordeelt.

Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de motivering daarvan.

Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met dien verstande dat de proeftijd gekoppeld aan het voorwaardelijk deel van de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf zal worden bepaald op 3 jaren.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een tijdbestek van ongeveer 9 maanden meerdere malen schuldig gemaakt aan brandstichting van auto's, waardoor brandgevaar kon ontstaan onder meer voor de in de nabijheid van die auto's bevindende woonhuizen en geparkeerde auto's.

Delicten als de onderhavige, gepleegd op de openbare weg, dragen een voor de rechtsorde schokkend karakter en brengen daarnaast bij de burgers angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg. Ook wordt veel schade veroorzaakt.

H. Leijsen, klinisch psycholoog en psychotherapeut, heeft op 11 juli 2008 een rapport uitgebracht. Dr. B.A. Blansjaar, psychiater, heeft op 17 juli 2008 een rapport over verdachte uitgebracht. Zij adviseren onder meer verdachte verminderd toerekeningsvatbaar voor het tenlastegelegde te beschouwen. In verband met een verhoogde kans op herhaling door een impuls- controlestoornis in de vorm van pyromanie adviseren zij behandeling en maatschappelijke en gezinsbegeleiding.

Het hof heeft bij het bepalen van de strafoplegging rekening gehouden met het reclasseringsadvies van de Stichting Reclassering Nederland, regio Rotterdam-Rijnmond, van 14 september 2010.

Uit het voornoemde reclasseringsadvies blijkt onder meer dat de verdachte in de periode van 2008 tot en met 2010 is aangemeld bij Het Dok, De Waag en GGZ De Grote Rivieren en dat geen van deze instellingen de verdachte een passende behandeling op zijn niveau konden aanbieden.

Daarnaast is de verdachte via stichting Mee aangemeld bij afdeling Kristal, onderdeel van Ipse. Na een intakegesprek op 10 juni 2010 zag deze instelling geen indicatie voor behandeling. Wel werd een signaleringsplan opgesteld dat bruikbaar is voor betrokkene, zijn ouders en zijn broer.

Dit signaleringsplan houdt onder meer in dat betrokkene en/of zijn ouders voor onbepaalde tijd terecht kunnen bij afdeling Kristal als er signalen zijn die hulp of ondersteuning noodzakelijk maken.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 21 maart 2011 hebben de verdachte en zijn ouders verklaard dat zij zich kunnen vinden in dit signaleringsplan van Ipse.

Voorts is ter terechtzitting in hoger beroep van 21 maart 2011 komen vast te staan dat dhr. W. Houkamp, werkzaam als reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland, regio Rotterdam-Rijnmond, bereid is om verdachte te begeleiden, indien aan de verdachte verplicht reclasseringscontact wordt opgelegd.

De verdachte heeft zich hiertoe ter zitting in hoger beroep bereid verklaard en zijn ouders hebben aangegeven het nuttig te achten indien aan hun zoon verplicht reclasseringtoezicht wordt opgelegd.

Het hof, is alles afwegend, van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidbenemende straf van na te melden duur passend en geboden is.

Gelet op het voorgaande en teneinde in de toekomst herhaling bij verdachte te voorkomen, acht het hof het noodzakelijk aan het voorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf de hierna te melden bijzondere voorwaarde te koppelen met een proeftijd van 3 jaren.

Gelet op de omstandigheden dat het niet gelukt is om een voor verdachte passende behandeling te vinden, terwijl er tot op heden geen sprake is van enige terugval en verdachte zich in positieve zin ontwikkeld heeft, zal het hof niet bepalen dat deze aanwijzingen mede het volgen van een behandeling kunnen omvatten. Het hof gaat ervan uit dat in geval van problemen verdachte, zijn ouders, de reclassering, tijdig de hulp inroepen van de afdeling Kristal om de ernstige strafbare feiten als waarvan in deze zaak sprake is, te voorkomen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de oplegging van de straf en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een op 18 (achttien) maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, regio Rotterdam-Rijnmond, zolang deze instelling dit nodig oordeelt.

Verstrekt aan deze instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mr. S.A.J. van 't Hul, mr. T.W.H.E. Schmitz en mr. E.W. Koning, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 4 april 2011.

Mr. E.W. Koning is buiten staat dit arrest te ondertekenen.