Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1553

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
18-07-2011
Zaaknummer
200.076.118.01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voornaamswijziging. Geoorloofde voornaam? Boek 1 BW artikel 4 lid 5

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

Uitspraak : 27 april 2011

Zaaknummer : 200.076.118.01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 09-7

[Man], tevens handelend in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarigen:

[minderjarige zoon sub 1],

[minderjarige zoon sub 2],

en

2. [meerderjarige zoon ],

allen wonende te [woonplaats]

verzoekers in hoger beroep,

hierna te noemen: verzoekers,

advocaat mr. E.J.C. van de Laak te Lisse.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. [vrouw],

wonende te [woonplaats]

hierna te noemen: de vrouw,

2. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage,

zetelend te ‘s-Gravenhage,

vertegenwoordigd door de heer P.C. de Ruiter,

hierna te noemen: de ambtenaar, en

3. het Openbaar Ministerie, ressortsparket ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: het Openbaar Ministerie.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Verzoekers zijn op 28 oktober 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 9 augustus 2010 van de rechtbank ‘s-Gravenhage.

De ambtenaar heeft op 21 december 2010 een verweerschrift ingediend.

Het Openbaar Ministerie heeft op 15 maart 2011 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van verzoeker:

- op 23 maart 2011 een brief van 21 maart 2011 met bijlagen;

De zaak is op 30 maart 2011 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig [man][meerderjarige zoon ], bijgestaan door hun advocaat;

- de vrouw;

- de ambtenaar.

De advocaat van verzoekers heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

De [minderjarige sub 1] en [minderjarige sub 2] zijn in raadkamer gehoord.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking zijn de verzoeken tot voornaamswijziging afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de afwijzing van het verzoek tot voornaamswijziging van

- [man]

- [meerderjarige zoon ];

en de minderjarigen:

- [minderjarige sub 1], geboren [geboortedatum] te [plaats], Afghanistan, en

- [minderjarige sub 2], geboren [geboortedatum] te [plaats], Afghanistan.

2. Verzoekers verzoeken de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog te bepalen dat hun wordt toegestaan de naam [naam] aan hun naam toe te voegen, zodat hun namen respectievelijk zullen luiden:

[naam] [man];

[naam] [meerderjarige zoon ];

[naam] [minderjarige sub 1];

[naam] [minderjarige sub 2].

3. De ambtenaar verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.

4. Het Openbaar Ministerie verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5. Verzoekers stellen dat bij de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit bij ieder van hen de voornaam ‘[naam]’ is komen te vervallen en dat zij deze naam graag toegevoegd zouden zien aan hun andere voornamen. Verzoekers hebben er belang bij de naam [naam] te dragen, nu zij in Afghanistan alleen onder deze naam aanspraak kunnen maken op de in de toekomst aan hen toekomende familie-erfenis. Verzoekers stellen dat de rechtbank ten onrechte de naam [naam] als een geslachtsnaam heeft aangemerkt. Hoewel de naam [naam] naar een afstamming verwijst, betreft deze naam geen geslachtsnaam, maar is sprake van een traditie vergelijkbaar met de Nederlandse traditie van het vernoemen naar ouders of voorouders. De vader/grootvader van verzoekers draagt ook de naam [naam], waardoor sprake is van een verwijzing naar een afstamming en familierelatie. Verzoekers bestrijden het oordeel van de rechtbank dat zelfs indien de naam [naam] als voornaam wordt aangemerkt, deze naam ongepast is aangezien niet alle leden van een familie dezelfde voornaam kunnen dragen. In het Burgerlijk Wetboek is geen bepaling opgenomen waaruit blijkt dat verschillende leden uit een gezin niet dezelfde voornaam mogen dragen. Eveneens geldt in Nederland geen gewoonterecht te dienaangaande. Het oordeel van de rechtbank dat, gelet op het onderscheidend vermogen binnen de Gemeentelijke Basisadministratie (hierna: GBA), het ongepast is wanneer verschillende leden uit een gezin dezelfde voornaam dragen, wordt door verzoekers bestreden. Immers door de verschillende namen die verzoekers dragen alsmede hun verschillende geboortedata blijft voldoende onderscheidend vermogen bestaan.

6. De ambtenaar stelt dat, nu partijen de Nederlandse nationaliteit bezitten, zij effectief vallen onder de Nederlandse rechtsregels, gewoonten en gebruiken. Aangezien in Nederland een familiegeslacht gekenmerkt wordt door de gevoerde geslachtsnaam en niet door de gevoerde voornaam zal de ambtenaar binnen een gezin nimmer een één zelfluidende voornaam opnemen in de geboorteakte. De ambtenaar stelt dat verzoekers geen voldoende zwaarwichtig belang hebben bij een verzoek tot voornaamswijziging en stelt dat in het perspectief van de eisen van artikel 1:4 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de verzochte naam bovendien niet is geoorloofd. Het Afghaanse namenrecht kent alleen een namenreeks die geënt is op het Islamitisch recht. De samengestelde naam moet derhalve worden gezien als een zuivere geslachtsnaam waarin per geslacht de eigen naam wijzigt met toevoeging van de naam van de vader en de grootvader. Nu de naam [naam] in Afghanistan als geslachtsnaam moet worden aangemerkt, wordt deze in Nederland niet toegestaan als voornaam.

7. De AG stelt dat geen sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang om tot een wijziging van de voornaam over te gaan. Indien wel sprake zou zijn van een voldoende zwaarwichtig belang stelt de AG dat de naamswijziging niet geoorloofd is naar maatstaven van artikel 1:4 tweede lid BW, nu met de naam [naam] een afstamming duidelijk gemaakt wordt.

8. Het hof overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:4 vierde lid BW kan de rechter wijziging van de voornaam gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Naar het oordeel van het hof kan het door de verzoekers gestelde belang om aanspraak te maken op de familie-erfenis worden aangemerkt als een voldoende zwaarwichtig belang om over te gaan tot wijziging van de voornaam.

9. Het hof zal thans beoordelen of de beoogde voornaam geoorloofd is naar maatstaven van artikel 1:4 tweede lid BW. Ingevolge dit artikel weigert de ambtenaar van de burgerlijke stand in de geboorteakte voornamen op te nemen die ongepast zijn, of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.

10. Het hof overweegt als volgt. Ter zitting is door verzoekers gesteld dat de naam [naam] in Afghanistan wordt gebruikt om aan te duiden tot welke stam iemand behoort. Hoewel verzoekers hebben gesteld dat ook personen buiten de stam de naam [naam] dragen, is het belang van verzoekers erin gelegen deze naam te dragen om daarmee hun afstammingsrelatie aan te duiden. Voorts is door de verzoekers verklaard dat in Afghanistan de geslachtsnaam - in hun geval de naam [geslachtsnaam] -, zoals deze in Nederland wordt gebruikt, slechts door een gedeelte van de bevolking wordt gebruikt en dat het merendeel van de bevolking de familierelatie aanduidt met de eerste voornaam, die gelijkluidend is aan de voornaam van de vader. Ook binnen de familie van de verzoekers was dit gemeen gebruik. Naar het oordeel van het hof leidt het vorenstaande ertoe dat de naam [naam] voor verzoekers boven alles dient te worden aangemerkt als een geslachtsnaam, om de afstammingsrelatie aan te duiden. Op grond van het Nederlandse naamrecht kan derhalve de naam [naam] niet als voornaam in aanmerking komen, nu die overeenstemt met bestaande geslachtsnamen, tenzij de naam [naam] tevens een gebruikelijke voornaam is. Het hof is niet gebleken dat [naam] een gebruikelijke voornaam is, zulks blijkt ook niet uit de door verzoekers bij pleitnotitie overgelegde afdrukken. Hierin is - nog los van de vraag in hoeverre aan de inhoud van de overgelegde bladzijden waarde moet worden toegekend - op een bladzijde te lezen dat de naam [naam] voor Nederland uniek blijkt te zijn, maar verder wordt niet duidelijk in hoeverre de naam als voornaam dan wel als geslachtsnaam, al dan niet in een namenreeks, wordt gebruikt.

11. Het vorenoverwogene leidt ertoe dat het hof zal beslissen als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Husson, van Nievelt en Pannekoek-Dubois, bijgestaan door mr. Braat als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 april 2011.