Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0404

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-02-2011
Datum publicatie
13-07-2011
Zaaknummer
200.076.583.01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ0388
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gelijkwaardig ouderschap als middel om een heftige crisis tussen ouders na scheiding te boven te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 16 februari 2011

Zaaknummer : 200.076.583/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 08-1742

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. F.C. de Wit-Facchetti te Rotterdam,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. A.H. van Haga te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende is aangemerkt:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden,

locatie Den Haag Centrum / Scheveningen,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming,

Regio Haaglanden en Z-H Noord,

Locatie Den Haag,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 5 november 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 6 augustus 2010 en van een beschikking van 30 maart 2009 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

De moeder heeft op 11 januari 2011 een verweerschrift tevens houdende incidenteel appel ingediend.

De vader heeft op 25 januari 2011 een verweerschrift in het incidenteel appel ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de vader:

- op 29 november 2010 een brief d.d. 29 november 2010 met bijlagen;

van de zijde van de moeder:

- op 24 januari 2011 een brief d.d. 24 januari 2011.

Van de zijde van de door de rechtbank benoemde deskundige drs. B.A. de Vries is bij het hof op 24 januari 2011 een brief met bijlagen ingekomen, eveneens verzonden aan de rechtbank ’s-Gravenhage, over de resultaten van psychologische en psychiatrische onderzoeken.

De zaak is op 26 januari 2011 mondeling behandeld, gelijktijdig met het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank ’s Gravenhage van 11 januari 2011, waarbij de uithuisplaatsing van de na te noemen minderjarige werd verlengd tot 25 februari 2011, welke zaak bij het hof ingeschreven staat onder zaaknummer 200.081.020.

Ter zitting waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat, alsmede door mr. C. Hartmann;

- namens de raad mevrouw J.J. de Kok;

- namens Jeugdzorg mevrouw D.N. van Bergen van de Grijp en de heer T. van Lieshout.

Voorts waren aanwezig:

- aan de zijde van de vader mevrouw F. Timmer, tolk in de Italiaanse taal;

- aan de zijde van de moeder mevrouw K. Campman, tolk in de Engelse taal;

- de door de rechtbank benoemde deskundige mevrouw drs. B.A. de Vries.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking, alsmede de beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 maart 2009, waarbij onder meer mevrouw drs B.A. de Vries tot deskundige werd benoemd.

Bij de bestreden beschikking van 30 maart 2009 heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek gelast en onder andere de beslissing ten aanzien van de gezagsvoorziening aangehouden.

Bij de bestreden beschikking van 6 augustus 2010 heeft de rechtbank voor zover in hoger beroep van belang, uitvoerbaar bij voorraad:

- bepaald dat de forensische mediation en in dat kader het ouderschapsonderzoek, alsmede het psychodiagnostisch onderzoek zal worden voortgezet door de reeds benoemde deskundige mevrouw drs. B.A. de Vries;

- bepaald dat de deskundige zich in het vervolg van het onderzoek zal laten bijstaan door de heer R.J. Verboom te Utrecht en de heer H. Schachtschabel te Almere;

- de verzoeken van de vader aangaande de gezagsvoorziening afgewezen;

- bepaald dat de minderjarige voorlopig wekelijks van vrijdag vanuit school tot zaterdag 17.00 uur bij de vader zal verblijven;

- bepaald dat de vader een dwangsom zal verbeuren van € 1.000,- voor iedere keer dat hij de na te noemen minderjarige meer dan een half uur te laat terugbrengt na afloop van het omgangscontact of hij de moeder niet tijdig (uiterlijk twee weken van te voren) informeert indien de omgangsregeling geen doorgang zal vinden;

- het verzoek van de moeder, in die zin dat het ter terechtzitting van 12 februari 2010 afgesproken belcontact, wekelijks op woensdag om 17.00 uur, wordt beëindigd, toegewezen;

- het verzoek van de vader, om aan het nakomen van de informatieverplichting door de moeder een dwangsom te verbinden, afgewezen, alsmede

- de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek ten aanzien van het Italiaanse paspoort van de minderjarige en de daaraan verbonden dwangsom,

en heeft de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van de (definitieve) omgangsregeling

en de daaraan verbonden dwangsom, alsmede de definitieve vaststelling van de kosten van het

deskundigenonderzoek aangehouden tot 1 juni 2011 pro forma.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil zijn het gezag ten aanzien van de minderjarige [naam minderjarige], geboren [in 2006] te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige), het contact van de vader met de minderjarige, een aan de informatieplicht van de moeder richting de vader te verbinden dwangsom, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige en de benoeming van de deskundige.

2. De vader verzoekt, na wijziging van zijn verzoek bij zijn verweerschrift tegen het incidenteel appel van de vrouw, de bestreden beschikking te vernietigen voor zover de vader tegen een aantal daarin opgenomen beslissingen in beroep is gegaan en alsnog beschikkende:

- primair voor recht te verklaren dat de vader het gezag heeft op grond van het Italiaanse recht juncto artikel 3 van het Haags Kinderverdrag van 1961;

- subsidiair te bepalen dat de vader gezamenlijk met de moeder het gezag zal uitoefenen over de minderjarige;

- het telefonische contact tussen de vader en de minderjarige te herstellen en te bepalen dat de minderjarige zijn vader mag bellen wanneer hij wil;

- te vernietigen de beslissing van de rechtbank dat de vader een dwangsom zal verbeuren voor iedere keer dat de minderjarige meer dan een halfuur te laat terugbrengt na afloop van het omgangscontact of hij de moeder niet tijdig, uiterlijk twee weken van tevoren, informeert indien de omgangsregeling geen doorgang zal vinden;

en aanvullend:

- de informatieplicht van de moeder uiteen te zetten en te bepalen dat de moeder per dag dat zij in gebreke blijft om aan dit bevel te voldoen, een dwangsom van € 1.000,- per dag aan de vader verschuldigd is;

- te bepalen dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader is.

3. De moeder bestrijdt het beroep en verzoekt in incidenteel appel de beschikking van 30 maart 2009 te vernietigen voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de vader de minderjarige rechtsgeldig heeft erkend, en de beschikking van 6 augustus 2010 te vernietigen voor zover de rechtbank heeft bepaald dat:

- de minderjarige met ingang van het (nieuwe) schooljaar 2010-2011 voorlopig wekelijks van vrijdag vanuit school tot zaterdag 17.00 uur bij de vader zal verblijven;

- de forensische mediation en in dat kader het ouderschapsonderzoek, alsmede het psychodiagnostisch onderzoek zullen worden voortgezet door de reeds benoemde deskundige mevrouw drs. B.A. de Vries;

- deze deskundige zich in het vervolg van het onderzoek zal laten bijstaan door de heer drs. R.J. Verboom te Utrecht en de heer H. Schachtschabel te Almere, dan wel door andere door de deskundige aan te wijzen personen.

4. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof mogelijkheden onderzocht om partijen uiteindelijk nader tot elkaar te brengen. Vastgesteld werd dat zowel de moeder als de vader op dit moment als het meest klemmende probleem ervaren dat hun kind uit huis is geplaatst. De moeder wil haar kind weer in haar armen kunnen sluiten, de vader wil zijn kind weer in welzijn en genietend van twee ouders zien opgroeien.

5. Het hof heeft, gehoord de belangrijkste doelstellingen van de ouders, hen voor een keuze gesteld:

A. zij sluiten heden een overeenkomst met elkaar die op hoofdlijnen inhoudt:

* de minderjarige zal (voorlopig) gedurende een periode van zes maanden de ene week bij de moeder en de opvolgende week bij de vader verblijven;

* de ouders zullen in die periode geen contact met elkaar zoeken of onderhouden, ook niet per e-mail of geschrift;

* de gezinsvoogd wordt door een ouder betrokken bij problemen die zich voordoen en geen uitstel kunnen dulden; de aanwijzingen van de gezinsvoogd zullen in zo een geval stipt worden opgevolgd;

* de moeder onderhoudt in deze periode de contacten met de school, huisarts e.d.; zij blijft ook alle voor de minderjarige opkomende kosten voldoen; de vader blijft zijn door de rechter vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige aan de moeder ongewijzigd betalen;

* de besprekingen onder begeleiding van de deskundige worden gedurende de periode van zes maanden opgeschort;

* de ouders entameren gedurende deze periode geen (nieuwe) procedures jegens elkaar, lopende procedures worden zo veel als mogelijk bevroren, althans partijen zullen geen beschadigende acties jegens elkaar inzetten;

* in de procedure inzake de uithuisplaatsing van de minderjarige zal het hof de beslissing nemen dat de uit huisplaatsing wordt beëindigd; indien onverhoopt zou blijken dat noodzaak tot uithuisplaatsing toch weer zou ontstaan, staat het Jeugdzorg vrij onmiddellijk opnieuw een verzoek in te dienen;

* een vervolgzitting bij dit hof vindt plaats op woensdag 29 juni 2011 in de middag, het exacte tijdstip volgt nog en het hof houdt iedere beslissing op de voorgelegde geschilpunten aan;

of

B. het hof zal, gezien alle stukken en na verdere afronding van de mondelinge behandeling beslissen op de voorgelegde geschilpunten.

6. Partijen hebben gedurende de schorsing van de mondelinge behandeling besloten gebruik te maken van de hen geboden mogelijkheid zoals omschreven onder 5. sub A en hebben overeenstemming bereikt over een voorlopige (proef) regeling. Uitgangspunt daarbij is het creëren van rust bij beide partijen in het belang van de minderjarige. Jeugdzorg, de raad en de deskundige hebben ter zitting verklaard zich zeer wel te kunnen vinden in de door het hof voorgestelde en door partijen geaccepteerde voorlopige regeling, die zij het meest in het belang van de minderjarige vinden.

7. Partijen zijn overeengekomen zo als onder 5. sub A beschreven en hebben de overeenkomst als volgt nader gepreciseerd: de minderjarige zal de ene week bij de vader verblijven en de andere week bij de moeder. De gezinsvoogd zal partijen daarbij begeleiden. De wisseling zal plaatsvinden op woensdag op school, waarbij de ene ouder zorgt dat de minderjarige tijdig op school is, en de andere ouder de minderjarige daar weer tijdig ophaalt. De ouders zien elkaar dan niet. Op woensdagen dat er geen school is zullen de wisselingen ten kantore van Jeugdzorg plaatsvinden: de ene ouder brengt de minderjarige daar om 12.00 uur, de andere ouder haalt de minderjarige om 12.30 uur op. De ouders zien of spreken elkaar dan wederom niet. De regeling loopt door gedurende vakanties.

Partijen zijn verder overeengekomen dat in de tussenliggende (proef)periode alle van belang zijnde (zorg)beslissingen die de minderjarige aangaan in overleg met de gezinsvoogd zullen worden genomen.

8. Het hof zal op 29 juni 2011 de mondelinge behandeling voortzetten teneinde de proefperiode te evalueren en de vervolgstappen met partijen te bespreken.

9. Partijen hebben ter zitting verklaard dat zij zich strikt aan de hierboven genoemde afspraken zullen houden. Het hof gaat ervan uit dat zij de gedane toezeggingen gestand zullen doen.

10. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

Het hof:

alvorens nader te beslissen:

houdt de behandeling aan tot de zitting van woensdag 29 juni 2011 te 16.00 uur, ter fine als onder rechtsoverweging 8 vermeld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, De Bruijn-Lückers en De Haan-Boerdijk, bijgestaan door Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2011.