Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ8252

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-04-2011
Datum publicatie
17-06-2011
Zaaknummer
22-004908-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak

Het hof is op grond van de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting niet tot de overtuiging kunnen komen dat het opzet van de verdachte erop was gericht om zijn toenmalige echtgenote letsel en/of pijn toe te brengen, ook niet in voorwaardelijke zin. Dit maakt dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004908-10

Parketnummer: 09-663017-09

Datum uitspraak: 29 april 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 15 september 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 15 april 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 03 juli 2009 te 's-Gravenhage opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, althans een persoon, te weten [naam echtgenote], (meerdere malen) heeft geduwd en/of (krachtig) heeft vastgepakt/vastgegrepen en/of in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof is op grond van de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting niet tot de overtuiging kunnen komen dat het opzet van de verdachte erop was gericht om zijn toenmalige echtgenote letsel en/of pijn toe te brengen, ook niet in voorwaardelijke zin. Dit maakt dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. D.J.C. van den Broek, mr. L.A.J.M. van Dijk en mr. C.G.M. van Rijnberk, in bijzijn van de griffier mr. S.N. Keuning.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 april 2011.