Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7254

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-05-2011
Datum publicatie
07-06-2011
Zaaknummer
200.049.540/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incasso energienota; tegenvorderingen verjaard en onvoldoende feitelijk onderbouwd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.049.540/01

Rolnummer rechtbank : 788280 / 08.2427 en 801198 / 08.2930

arrest van 31 mei 2011

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente]),

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. J.A.F. Boor te Utrecht,

tegen

1. N.V. Nuon Energie N.V.,

2. Liander N.V., voorheen N.V. Continuon Netbeheer,

beide in deze vertegenwoordigd door N.V. Nuon Customer Care Center,

alle gevestigd te Arnhem,

geïntimeerden,

hierna gezamenlijk te noemen: Nuon,

advocaat: mr. E. Grabandt te 's-Gravenhage.

Het geding

Bij exploot van 18 november 2009 is [appellant] in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie Alphen aan den Rijn tussen partijen in conventie en in reconventie gewezen vonnis van 18 augustus 2009. In de memorie van grieven (met producties) heeft [appellant] twee grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord (met producties) heeft Nuon de grieven bestreden. [appellant] heeft daarna een akte houdende uitlating producties, met producties genomen en Nuon een antwoordakte.

Vervolgens heeft Nuon de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. De door de kantonrechter in het bestreden vonnis vastgestelde feiten zijn door partijen niet bestreden, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

2. Het gaat in deze zaak om het volgende.

2.1 Tussen partijen bestaan overeenkomsten met betrekking tot levering van energie en netbeheer ten aanzien van de panden [pand 1] en [pand 2] te [plaats], waarvoor [appellant] maandelijks een voorschotbedrag moet voldoen.

2.2 Nuon heeft [appellant] (in twee zaken, een ter zake van [pand 1] en een ter zake van [pand 2], die vervolgens op verzoek van [appellant] gezamenlijk zijn behandeld) gedagvaard en – zakelijk en verkort weergegeven – in conventie de veroordeling van [appellant] gevorderd tot betaling van € 4.587,32 (te weten: € 4.005,46 aan hoofdsom; € 131,86 aan wettelijke rente en € 450,-- aan buitengerechtelijke kosten) ter zake van [pand 1] en € 2.562,01 (te weten: € 2.174,39 aan hoofdsom, € 87,62 aan wettelijke rente en € 300,-- aan buitengerechtelijke kosten) ter zake van [pand 2], vermeerderd met rente over de hoofdsommen. Verder vorderde Nuon de ontbinding van de overeenkomsten tot levering van energie en netbeheer, de veroordeling van [appellant] om toegang te verlenen tot zijn perceel aan personeel van Nuon om aldaar werkzaamheden te verrichten leidend tot de beëindiging van de energieleveringen en de veroordeling van [appellant] tot betaling van de eindafrekening van afgenomen energie, vermeerderd met een bedrag van € 70,-- voor zover de verwijdering/afkoppeling van energiemeters heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover (per zaak) een bedrag van € 5.000,-- niet te boven gaand en met veroordeling van [appellant] in de kosten.

2.3 In reconventie vorderde [appellant] de veroordeling van Nuon

i) om alle illegaal aangelegde kabels/leidingen te verwijderen dan wel te legaliseren door vestiging van een zakelijk recht met een vergoeding voor de toegebrachte schade aan [appellant];

ii) om een aardgasleiding naar het bedrijf en de woning van [appellant] aan te leggen, zoals afgesproken;

iii) om een schadevergoeding van € 32.419,32 te betalen voor de schade die als gevolg van een stroomstoring (in 2000) is ontstaan.

2.4 Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vordering in conventie toegewezen. De kantonrechter overwoog daartoe dat de bevoegdheid tot verrekenen weliswaar niet eindigt door verjaring van de rechtsvordering, maar dat de gegrondheid van het verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is, zodat deze ingevolge artikel 6:136 BW ondanks een beroep op verrekening kan worden toegewezen. In reconventie heeft de kantonrechter het door Nuon gedane beroep op verjaring gehonoreerd. Hij overwoog daartoe dat de vorderingen van [appellant] in reconventie na 5 jaar zijn verjaard, tenzij deze zouden zijn gestuit. [appellant] heeft niet gesteld dat hij de vorderingen i) en ii) heeft gestuit, zodat deze zijn verjaard. Ten aanzien van vordering iii) overwoog de kantonrechter dat [appellant] wel heeft gesteld dat hij daarover eind 2000 en in oktober 2005 heeft gecorrespondeerd, maar dat hij hiervan geen bewijs kan leveren. Ook die vordering is daarom afgewezen.

3.1 In hoger beroep vordert [appellant] de vernietiging van het besteden vonnis en opnieuw rechtdoende afwijzing van de vorderingen in conventie en toewijzing van de vorderingen in reconventie.

3.2 De eerste grief is gericht tegen de afwijzing van het beroep op verrekening in conventie.

3.2 Het hof overweegt als volgt.

Zoals de kantonrechter heeft overwogen, kan de rechter een vordering, ondanks een beroep op verrekening toewijzen, indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is. Het gaat hier om een discretionaire bevoegdheid van de rechter. Het hof stelt vast dat alleen reconventionele vordering iii) een geldvordering betreft die eventueel voor verrekening in aanmerking komt. Uit het vonnis van de kantonrechter leidt het hof af, dat Nuon (ter comparitie) de causaliteit tussen de stroomstoring en de (hoogte van de) gestelde schade heeft betwist. [appellant] heeft vervolgens – ook in hoger beroep – de causaliteit, noch de door hem geleden schade nader onderbouwd. Dit betekent dat ook het hof niet op eenvoudige wijze kan vaststellen of de door [appellant] gestelde schade het gevolg is van de stroomstoring, tot welk bedrag [appellant] daadwerkelijk kosten heeft gemaakt om schade te herstellen en of de hoogte van de gemaakte kosten redelijk was. Grief 1 faalt.

3.3 Met de tweede grief komt [appellant] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat de vorderingen van [appellant] zijn verjaard. In de toelichting op deze grief stelt [appellant] dat hij anders dan de kantonrechter onder 2.15 van het bestreden vonnis heeft vermeld, wel bewijs kan leveren van verzending, maar dat de kantonrechter hem niet heeft toegestaan dit bewijs over te leggen.

3.4 Uit deze toelichting leidt het hof af dat [appellant] zijn grief niet heeft gericht tegen rechtsoverwegingen 2.13 en 2.14 van het bestreden vonnis, waarin de kantonrechter heeft overwogen

- dat de vorderingen van [appellant] in reconventie verjaren na 5 jaar, tenzij de verjaring tussentijds is gestuit;

- dat volgens eigen stellingen van [appellant] de kabels/leidingen 15 jaar geleden zijn aangelegd;

- dat toen de toezegging is gedaan zijn woning op het aardgasnet aan te sluiten.

Ook het hof dient daarom hiervan uit te gaan.

Dit spoort overigens met hetgeen [appellant] heeft gesteld in zijn conclusie van antwoord van 8 december 2008: "(…)Het betreft hier een Hoogspanningskabel naast het wegdek ter hoogte van [adres] (± 15 jaar geleden) aangelegd door Nuon.(…)".

3.5 Bij zijn memorie van grieven heeft [appellant] een zevental producties overgelegd, te weten (stuitings)brieven van 20 oktober 2000`en 25 oktober 2000 (van zijn rechtsbijstandverzekeraar), 3 december 2000, 6 januari 2001 (twee maal), 24 maart 2003 en 1 oktober 2005. Nu – zoals hiervoor overwogen – ervan moet worden uitgegaan dat de kabels/leidingen zijn gelegd in 1993, en de eerste van de door [appellant] overgelegde (stuitings)brieven dateert van oktober 2000, betekent dit dat de vorderingen i) en ii) zijn verjaard. De enkele omstandigheid dat in de brief van 6 januari 2001 wordt gesproken over in 1996/1997 aangelegde kabels/gasleidingen en in de brief van 24 maart 2003 van drie in 1997 aangelegde leidingen/kabels, is gelet op het vorenstaande onvoldoende om te oordelen dat de verjaringstermijn in 1996 of 1997 is beginnen te lopen. Ten overvloede merkt het hof op dat ook als van laatstgenoemde datum zou worden uitgegaan en de vorderingen i) en ii) niet zouden zijn verjaard, deze vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking zouden zijn gekomen, omdat deze te onbepaald zijn en onvoldoende feitelijk zijn onderbouwd.

3.6 In de memorie van grieven was vermeld dat bij de brief van 24 maart 2003 ook een faxbewijs was overgelegd, maar die ontbrak. Bij akte houdende uitlating productie heeft [appellant] deze alsnog overgelegd. Uit het overgelegde faxrapport blijkt dat op 24 maart 2003 een fax van 2 pagina's is verzonden naar nummer [faxnummer 1], zoals ook op de brief was vermeld. De brief van 1 oktober 2005 is blijkens de adressering en het overgelegde faxrapport verstuurd naar [faxnummer 2]. Op de faxrapporten staat bij beide verzendingen als resultaat OK, zodat het hof ervan uitgaat dat de brieven op de betreffende nummers zijn ontvangen. Dit betekent – indien het hof er veronderstellenderwijs van uit gaat dat de betreffende fax-nummers inderdaad van Nuon zijn – dat de grief in zoverre slaagt dat vordering iii) niet is verjaard.

3.7 Vordering iii) kan echter toch niet worden toegewezen, omdat [appellant] zijn schade – ook in hoger beroep – op geen enkele wijze heeft onderbouwd. In zijn conclusie van antwoord heeft [appellant] gesteld dat hij alle door Nuon veroorzaakte schade (in het bedrijf: pompen, koelers, melkmachines, TL-lampen, oververhitte gesmolten kabels, in de woning: diepvries, TV, koelkast, elektrische kachel, lampen, ingebouwde kabels, totaal f. 65.000,--) uit eigen middelen heeft moeten verhelpen, maar een nadere onderbouwing van dit bedrag ontbreekt. In de door [appellant] overgelegde brief van 3 december 2000 worden wel wat bedragen genoemd, maar ook hier blijft duister waar deze op zijn gebaseerd. Facturen en of betalingsbewijzen ontbreken. Omtrent het causale verband tussen de diverse schadeposten en de stroomstoring, welk verband door Nuon is betwist, heeft [appellant] noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep iets gesteld. Aan toewijzing van enig bedrag kan daarom niet worden toegekomen.

3.8 Het bestreden vonnis kan in stand blijven. Bij deze uitkomst past dat [appellant] wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, vermeerderd met de wettelijke rente zoals gevorderd. De proceskostenveroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie Alphen aan den Rijn van 18 augustus 2009;

- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Nuon tot op heden begroot op € 263,-- aan griffierecht en € 1.737,-- aan salaris advocaat, en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.J. van der Ven, J.E.H.M. Pinckaers en R.C. Schlingemann en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2011 in aanwezigheid van de griffier.