Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ6860

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-05-2011
Datum publicatie
01-06-2011
Zaaknummer
001165-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

591a Sv

Nu het onderhavige verzoek alleen door de advocaat van verzoeker is ondertekend en verzoeker niet in raadkamer is verschenen om dit verzuim te herstellen, dient het verzoek reeds om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2011/163
O&A 2011/107
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

nummer 001165-10

datum uitspraak 19 mei 2011

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

raadkamer

BESCHIKKING

gegeven op het schriftelijk verzoek, op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering ingediend namens:

[betrokkene],

geboren op [dag] 1977 te [plaats],

in deze zaak domicilie kiezende aan het kantooradres

van zijn advocaat mr. M.C. van der Want aan de Houtkade 7 te Middelburg.

Procesgang

Verzoeker heeft bij een op 23 maart 2010 ter griffie van de rechtbank Middelburg ingekomen verzoekschrift gevraagd hem op de voet van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering een vergoeding toe te kennen van EUR 190,- voor de dagen die hij in zijn strafzaak in verzekering heeft doorgebracht.

De rechtbank Middelburg heeft bij beschikking van 8 juni 2010 aan verzoeker een vergoeding toegekend van een bedrag van EUR 105,-.

Namens verzoeker is op 9 juni 2010 hoger beroep tegen die beslissing ingesteld.

Het hof heeft dit hoger beroep op 28 april 2011 in raadkamer behandeld. In raadkamer is gehoord de advocaat-generaal mr. Plas.

De verzoeker en diens advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.

Bij faxbericht van 26 april 2011 is namens verzoeker op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Straf-vordering verzocht om de forfaitaire vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in verband met de behandeling in hoger beroep van het verzoekschrift ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

Ontvankelijkheid van het verzoek

Bij faxbericht van 26 april 2011 is bij dit gerechtshof een verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering binnengekomen, strekkende tot toekenning aan verzoeker van een forfaitaire vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in verband met de behandeling in hoger beroep van het verzoekschrift ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering. Dit verzoek is alleen door mr. Van Der Want ondertekend.

Ten aanzien van dat verzoek stelt het hof vast dat de kosten van rechtsbijstand waarvan vergoeding wordt verzocht eerst bij gelegenheid van de behandeling in hoger beroep van het verzoek ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering aan de orde kunnen komen.

Het voorgaande brengt naar het oordeel van het hof mee, dat het onderhavige verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering moet worden aangemerkt als een nieuw verzoek.

Ingevolge artikel 591a, lid 4, juncto artikel 591, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering dient een verzoek als het onderhavige door verzoeker te worden ingediend. Hiervan blijkt door ondertekening van het verzoekschrift door verzoeker of doordat verzoeker, in het geval hij het verzoek niet heeft ondertekend, in raadkamer verschijnt en verklaart in te stemmen met het verzoek. Het Wetboek van Strafvordering geeft geen regeling voor indiening van een verzoekschrift als het onderhavige door een (gemachtigde) advocaat.

Nu het onderhavige verzoek alleen door de advocaat van verzoeker, mr. M.C. van der Want, is ondertekend en verzoeker niet in raadkamer is verschenen om dit verzuim te herstellen, dient het verzoek reeds om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:

Verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door mr. Klein Breteler, voorzitter, mrs. Bakker en Van Walderveen, leden, in bijzijn van mr. Mulder, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2011.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.