Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3962

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-02-2011
Datum publicatie
10-05-2011
Zaaknummer
22-002008-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een portemonnee. Ook heeft de verdachte zich willens en wetens schuldig gemaakt aan het kopen van een gestolen telefoon. Voorts heeft de verdachte iemand mishandeld. Het hof veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 121 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002008-10

Parketnummers: 09-920509-09 en 09-920330-09 (TUL)

Datum uitspraak: 11 februari 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 30 maart 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 28 januari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 91 dagen met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging is beslist als in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 08 december 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening op de openbare weg, de [straat A], heeft weggenomen een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het rukken en/of trekken aan de tas, die voornoemde [aangever1] om haar schouder/arm had.

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 8 december 2009 tot en met 29 december 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, een telefoon heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op of omstreeks 28 december 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een fietstas heeft weggenomen een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 15 december 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, opzettelijk een persoon (te weten [aangever 3]), heeft geschopt en/of (aan de arm) heeft meegesleurd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsverweer

De raadsvrouw heeft ter zake van de onder 2 tenlastegelegde diefstal vrijspraak bepleit. Zij heeft hiertoe - overeenkomstig haar overgelegde pleitaantekeningen - aangevoerd dat het dactyloscopisch onderzoek naar de mening van de verdediging onbetrouwbaar is nu niet kan worden vastgesteld dat aan de gestelde voorwaarden en minimumvereisten voor een dergelijk onderzoek is voldaan. Immers, uit het rapport blijkt niet dat aan het gestelde criterium van minimaal twaalf contactpunten is voldaan.

Ook het resultaat van de Foslo-confrontatie dient als onbetrouwbaar van het bewijs te worden uitgesloten nu de gebruikte foto's niet voldoen aan de omschrijving van de aangeefster en derhalve de normen voor de meervoudige fotoconfrontatie niet zijn gevolgd.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

In het rapport betreffende de identificatie van dactyloscopische sporen staat vermeld dat de identificatie is uitgevoerd volgens de voorgeschreven methode en vaste procedure en dat deze voldoet aan de in Nederland geldende forensisch technische normen en eisen.

Blijkens de bij dit rapport gevoegde bijlage houden deze normen onder meer de zogeheten 12 punten standaard in.

Naar het oordeel van het hof is daarmee genoegzaam vastgesteld dat dit rapport voldoet aan de voorwaarden en minimumvereisten die aan een dergelijk onderzoek zijn gesteld en is het rapport naar 's hofs oordeel dan ook betrouwbaar. Het hof verwerpt het verweer.

Ten aanzien van de fotoconfrontatie blijkt uit het proces-verbaal van de simultane fotobewijsconfrontatie dat deze is uitgevoerd in overeenstemming met de procedure fotobewijsconfrontatie in de Handleiding Confrontatie.

Een overzicht van de aan aangeefster getoonde foto's bevindt zich op p. 105 van proces-verbaal nr. 2009040164. Naar het oordeel van het hof voldoen deze foto's aan het door aangeefster opgegeven signalement. Het hof stelt vast dat de verdachte op de aan aangeefster getoonde foto een haardracht heeft die sterk vergelijkbaar is met die van de andere jongens. Daar komt bij dat aangeefster de verdachte eerst en vooral herkent aan zijn mooie ogen en gave ronde gezicht.

Aangeefster heeft de verdachte op één van de haar getoonde foto's, te weten op foto nr. 2, ondubbelzinnig herkend.

Naar 's hofs oordeel is er - ook gelet op de door aangeefster gegeven beschrijving van de dader - geen reden om aan de betrouwbaarheid van de fotoconfrontatie te twijfelen. Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 8 december 2009 tot en met 29 december 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, een telefoon heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op 28 december 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een fietstas heeft weggenomen een portemonnee, toebehorende aan [aangever 2];

3.

hij op of omstreeks 15 december 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, opzettelijk een persoon (te weten [aangever 3]), heeft geschopt en aan de arm heeft meegesleurd, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde:

Opzetheling.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Diefstal.

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en dat het hof te dien aanzien opnieuw rechtdoende de verdachte zal veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 121 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen hem te geven door de William Schrikker Groep, afdeling jeugdreclassering.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een portemonnee. Diefstal leidt tot overlast en financiële schade voor de betrokkenen. Ook heeft de verdachte zich willens en wetens schuldig gemaakt aan het kopen van een gestolen telefoon. Dergelijk handelen bevordert de diefstal van goederen en draagt aldus indirect bij aan de door slachtoffers geleden vermogensschade.

Voorts heeft de verdachte op de bewezenverklaarde wijze iemand mishandeld en daarmee een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op diens lichamelijke integriteit.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op - onder meer - de navolgende rapportages:

- een rapport raadsonderzoek strafzaken van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 27 december 2010;

- een rapport raadsonderzoek civiele zaken van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 18 juni 2010;

- een rapport van de William Schrikker Groep, afdeling jeugdreclassering d.d. 26 maart 2010;

- eindrapportage taakstraf van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 24 juni 2010;

- een rapport van de Willam Schrikker Groep, afdeling jeugdreclassering d.d. 26 januari 2011.

Uit het laatstgenoemde rapport blijkt onder meer dat over de verdachte medio 2010 een OTS is uitgesproken en dat het sindsdien gaat het veel beter met zijn gedrag. Zowel zijn ouders als de jeugdreclasseringwerker, die tegelijkertijd gezinsvoogd is, zijn tevreden over de verdachte. De verdachte wordt zelf verantwoordelijk gesteld voor zijn leven en zijn handelen. De hulpverlening treedt daarbij zo min mogelijk interveniërend op. De verdachte heef dit goed opgepakt en neemt in toenemende mate zijn verantwoordelijkheden.

Ten aanzien de straf adviseert de jeugdreclassering tot een onvoorwaardelijke detentie voor de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke werkstraf, met als voorwaarde de maatregel Hulp en Steun, uit te voeren door de William Schrikker Jeugdreclassering. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke jeugddetentie adviseert de jeugdreclassering tot omzetting van die straf in een werkstraf.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 januari 2011 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke jeugddetentie van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de kinderrechter te 's-Gravenhage van 28 oktober 2009 onder parketnummer 09-920330-09 is de verdachte veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 21 dagen, met bevel dat die jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat de van het vonnis deel uitmakende beslissing van de eerste rechter ten aanzien van deze vordering tenuitvoerlegging zal worden bevestigd.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

In plaats daarvan zal het hof evenwel - gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken - een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 42 uren gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 300, 310 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en onder 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 121 (honderdeenentwintig) dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 30 (dertig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Bepaalt, dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf geheel in mindering zal worden

gebracht.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de William Schrikker Groep, afdeling Jeugdreclassering, zolang deze instelling dit nodig oordeelt.

Draagt aan deze instelling op aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Wijst de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging toe, in die zin dat in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te 's-Gravenhage van 28 oktober 2009 onder parketnummer 09-920330-09, te weten een jeugddetentie voor de duur van 21 dagen, de tenuitvoerlegging wordt gelast van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) uren, te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 21 (eenentwintig) dagen voor het geval die werkstraf niet naar behoren wordt verricht.

Dit arrest is gewezen door mr. R.C.A. Duindam, mr. T.W.H.E. Schmitz en mr. M.J. Bax-Luhrman, in bijzijn van de griffier mr. A.M.F.F. van Rede-van den Bosch.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 februari 2011.

mr. M.J. Bax-Luhrman is buiten staat dit arrest te ondertekenen.