Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3860

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-02-2011
Datum publicatie
10-05-2011
Zaaknummer
22-003004-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van het slachtoffer. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-003004-10

Parketnummer: 10-641326-09

Datum uitspraak: 3 februari 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek)

op [geboortedag] 1986,

thans gedetineerd in Penitiaire Inrichting Rijnmond - Huis van Bewaring De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 23 september 2010 en 20 januari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is er een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 augustus 2009 te Rotterdam door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het meermalen, althans eenmaal, brengen en/of houden, van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer],

waarbij het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het

- zich opdringen aan die [slachtoffer] en/of

- ten val brengen/naar de grond werken van die [slachtoffer] en/of

- (vervolgens) met zijn, verdachtes, lichaam (boven)op die [slachtoffer] gaan liggen en/of blijven liggen;

- en/of het meenemen/meevoeren van die [slachtoffer] naar een (uit het zicht van het publiek gelegen) straat/plaats en/of

- het gebruik/misbruik maken van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht (van verdachte) op die [slachtoffer] (te weten dat die [slachtoffer] (sterk) onder de invloed van alcohol verkeerde) en/of

- het (aldus) doen ontstaan van een (bedreigende) situatie waaraan die [slachtoffer] geen weerstand kon bieden;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 augustus 2009 te Rotterdam, met iemand, te weten [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], namelijk het meermalen, althans éénmaal brengen/duwen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer].

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Door het hof op basis van wettige bewijsmiddelen vastgestelde feiten en omstandigheden

In de vroege ochtend van 16 augustus 2009 te Rotterdam hebben de verdachte en [slachtoffer], die elkaar kort daarvoor op straat hadden ontmoet, enige tijd in elkaars gezelschap doorgebracht.1 De verdachte is samen met [slachtoffer], met zijn arm om haar heen, om 06:13:52 uur vanuit de [weg A] de ingang van de [hof A] te Rotterdam ingelopen en kwam om 06:15:54 uur alleen uit diezelfde ingang van de [hof A] terug de [weg A] oplopen. In de tussentijd is niemand vanaf de [weg A] de [hof A] ingelopen. 2 Om 06:21 uur is bij de meldkamer van de politie Rotterdam-Rijnmond een melding van [aangever] binnengekomen van verkrachting van [slachtoffer] op de [hof A].3 Op 17 augustus 2009 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van verkrachting.4 De verdachte heeft die vroege ochtend seks gehad met [slachtoffer].5

Het standpunt van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte [slachtoffer] op 16 augustus 2009 heeft verkracht in de [hof A] te Rotterdam. De advocaat-generaal wijst in dit verband op de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte, de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [aangever], alsmede op de beschikbare camerabeelden en het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit ten aanzien van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit. De raadsman heeft daarbij - kort weergegeven - het volgende aangevoerd.

De verdachte heeft van meet af aan ontkend dat hij het slachtoffer tot seks zou hebben gedwongen. De verdachte heeft verklaard dat hij in de bewuste nacht [slachtoffer] ergens op straat in Rotterdam bij een man (hierna te noemen: V1) seksuele handelingen zag verrichten, waarna zij met de verdachte mee is gelopen en hem begon te zoenen en te betasten. Op de [straat A] te Rotterdam hebben zij vervolgens seks gehad. Op die plaats worden later ook het slipje en het fleecedekentje van [slachtoffer], alsmede een tampon die waarschijnlijk ook van haar was, gevonden. Na die seks zijn de verdachte en [slachtoffer] blijkens de camerabeelden om 06:13:52 uur de [hof A] ingelopen. Om 06:15:54 uur kwam de verdachte alleen uit de [hof A] terug lopen.

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken is het mogelijk, en niet onwaarschijnlijk, dat niet de verdachte, maar een ander in de [hof A] seks met [slachtoffer] heeft gehad. Uit de geregistreerde tijdstippen blijkt dat dit mogelijk is, nu de getuige [getuige 1] een andere man kan hebben waargenomen. Bovendien was de verdachte om 06:15:54 uur al weer terug uit de [hof A], zodat er vanaf omstreeks 06:15:54 uur tot 06:21 uur (het tijdstip van de melding bij de alarmcentrale) enkele minuten zijn geweest waarin de getuige [getuige 1] [slachtoffer] heeft kunnen zien met een andere man. In ieder geval blijkt, volgens het proces-verbaal van bevindingen (nummer 2009283522-21) dat V1 nog in de buurt was.

Het oordeel van het hof.

Voor de beoordeling van de onderhavige zaak zijn twee vragen van belang. Allereerst: kan worden bewezen dat [slachtoffer] op 16 augustus 2009 verkracht is in de [hof A] te Rotterdam? En ten tweede: kan bewezen worden dat de verdachte de dader van deze verkrachting is geweest?

De tweede vraag is alleen relevant indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend luidt.

Is [slachtoffer] op 16 augustus 2009 verkracht in de [hof A] te Rotterdam?

De getuige [getuige 1] heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011 een verklaring afgelegd die in grote lijnen overeenkomt met zijn eerder tegenover de politie op 16 augustus 2009 afgelegde verklaring. [getuige 1] heeft bij de politie verklaard dat hij aan de [hof A] te Rotterdam woont en dat hij op 16 augustus 2009 omstreeks 06:15 uur wakker was en buiten kabaal hoorde, waarna een doffe klap klonk. [getuige 1] heeft voorts verklaard dat hij een vrouw meermalen hoorde roepen: "doe niet, wat doe je" of woorden van gelijke strekking, waarop hij zich naar het raam heeft begeven en een vrouw zag die met haar benen wijd lag en op wie een man lag. De vrouw had haar armen wijd, met in haar linkerhand een telefoon.

[getuige 1] heeft voorts gezien dat de man (met zijn onderlichaam) op en neer gaande bewegingen maakte alsof hij seks met de vrouw had. Vanwege het geroep van de vrouw, en de klap die hij had gehoord, rees bij [getuige 1] het vermoeden dat het niet ging om vrijwillige seks. Hierop heeft [getuige 1] naar de man heeft geroepen: "Tering tyfus, gek, wat doe je nou?". De man reageerde direct op dit roepen door op te staan en, met zijn penis uit zijn broek, weg te lopen richting de [weg A]. [getuige 1] heeft voorts gezien dat de vrouw huilde, verward heen en weer liep en probeerde te bellen. Vervolgens zag hij één van zijn buren naar buiten komen. Tot het moment dat de politie arriveerde, is de vrouw heen en weer blijven lopen en heeft [getuige 1] de vrouw gade geslagen. Uiteindelijk is de vrouw bij bedoelde buurman naar binnen gegaan en is de politie gearriveerd.6

De getuige [aangever] heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011 een verklaring afgelegd, inhoudende dat hij aan de [hof A] te Rotterdam woont en dat hij op 16 augustus 2009 buiten stampij hoorde en buiten een vrouw heeft aangetroffen, hevig van streek, die de politie wilde bellen. [aangever] heeft voor haar gebeld en haar opgevangen in zijn woning tot de politie arriveerde. Vanaf het moment dat hij de vrouw op straat zag tot het tijdstip dat de politie arriveerde, heeft hij alleen een fietser voorbij zien komen.7

De getuige [getuige 2] heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011 een verklaring afgelegd die overeenkomt met zijn eerder tegenover de politie op 18 augustus 2009 afgelegde verklaring. [getuige 2] heeft verklaard, dat hij zich op 16 augustus 2009 tussen 06:15 uur en 06:30 uur in zijn woning aan de [weg A] te Rotterdam bevond. Hij hoorde die bewuste ochtend een ruzie, gevolgd door het geluid van een huilende vrouw en besloot daarop uit het raam te kijken om te zien wat er aan de hand was. Vanuit zijn raam had hij zicht op de ingang van de [hof A]. Hij zag een vrouw die daar heen en weer liep tot zij op een gegeven moment haar telefoon pakte. Hij zag dat zij die telefoon in haar hand hield en ermee bezig was, kennelijk met de bedoeling om te bellen.8

De politieambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], die na een melding van de meldkamer naar de woning aan de [hof A] te Rotterdam zijn gereden, hebben daar het slachtoffer bij [aangever] aangetroffen. [verbalisant 1] heeft verklaard dat het slachtoffer hevig geëmotioneerd was, huilde, hyperventileerde en een mobiele telefoon in haar hand hield. Hij heeft tevens opgemerkt dat het slachtoffer onder invloed van alcohol verkeerde en met dubbele tong sprak. Hij heeft ook verklaard dat het slachtoffer tegen hem heeft gezegd veel pijn te hebben, waarbij zij wees naar haar schaamstreek. [verbalisant 2] heeft verklaard dat [slachtoffer] helemaal ingestort was en huilde.9

In de aangifte van [slachtoffer] heeft zij verklaard dat zij op 16 augustus 2009 drie glazen champagne, vijf of zes glazen wijn en cognac of whisky had gedronken, en dat zij zich daardoor delen van die bewuste nacht niet meer kon herinneren. Zij kon zich wel herinneren dat zij haar tampon kwijt was. Bij een arts bleek dat een tampon zo diep in de vagina van het slachtoffer zat, dat de arts deze tampon er niet op de normale wijze uit kon halen. Ook voelde het slachtoffer pijn aan haar vagina.10

Op grond van de door het hof betrouwbaar geachte verklaringen van de getuigen [getuige 1], [aangever] en [getuige 2], die ondersteund worden door de waarnemingen van de politieambtenaren en de aangifte van [slachtoffer], is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat [slachtoffer] op 16 augustus 2009 in de [hof A] door een man is verkracht, terwijl zij dronken was en zich in een voor haar bedreigende situatie bevond.

Is de verdachte de dader geweest van de verkrachting van [slachtoffer] op 16 augustus 2009 op de [hof A] te Rotterdam?

Uit camerabeelden blijkt dat de verdachte op 16 augustus 2009 tot 06:15:54 uur in de [hof A] is gebleven en daarna alleen naar de [weg A] is teruggekeerd.11 Dit strookt met de verklaring van de getuige [getuige 1], namelijk dat de man, die seks had met de vrouw, is weggelopen richting de [weg A].

De verdediging stelt dat het slachtoffer tussen 06:15:54 uur en 06:21 uur (zijnde het tijstip van de melding bij de alarmcentrale) door een andere persoon dan de verdachte moet zijn verkracht.

Het hof acht dit uiterst onaannemelijk. Ten eerste blijkt uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut dat geen celmateriaal van derden, maar alleen celmateriaal van de verdachte in de vagina en op de tampon van [slachtoffer] is aangetroffen.12

Ten tweede heeft de getuige [getuige 1] verklaard dat hij de vrouw, na het vertrek van de man die seks met haar had gehad in de [hof A], in de gaten heeft gehouden tot het moment dat de politie arriveerde. Volgens [getuige 1] is er behalve een fietser niemand meer in de [hof A] geweest. [getuige 1] sluit uit dat deze fietser degene was die in de [hof A] seks heeft gehad met de vrouw.13

Ten derde heeft het hof op de camerabeelden, die terechtzitting van 20 januari 2011 zijn vertoond, waargenomen dat de verdachte om 06:15:59 uur al lopende op de [weg A] en komende uit de doorgang naar de [hof A], ter hoogte van zijn broeksband handelingen verricht waarbij hij zijn overhemd vanaf dat moment anders, te weten meer opgetrokken dan daarvoor, draagt.14 Dit sluit aan op de verklaring van [getuige 1] die heeft gezien dat de penis van de man, die seks had met de vrouw, uit zijn broek hing toen hij wegliep in de richting van de [weg A].15 Het ligt voor de hand dat de verdachte, weglopend, zijn broek heeft dichtgetrokken en zijn overhemd weer heeft rechtgetrokken.

Ook heeft het hof op bedoelde camerabeelden waargenomen dat tussen de waargenomen komst van de verdachte vanuit de doorgang naar de [hof A] op de [weg A], en het tijdstip van de melding aan de meldkamer niemand uit bedoelde doorgang is gekomen of in de nabijheid daarvan is geweest.

Tenslotte heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij degene is die op de camerabeelden om 06:13:30 uur samen met het slachtoffer naar de ingang van de [hof A] loopt en om 06:15:59 uur alleen weer uit die doorgang de [weg A] oploopt.16 Over hetgeen zich in de tussenliggende twee minuten in de [hof A] tussen [slachtoffer] en hem heeft afgespeeld, heeft de verdachte wisselend verklaard. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij gesteld dat het klopt wat hij bij de politie heeft verklaard, namelijk dat zij daar nog gepraat en gezoend hebben maar geen seks hebben gehad.17

Gelet op bovengenoemde feiten en omstandigheden - in onderling verband en samenhang bezien - is het hof niettegenstaande laatstgenoemde verklaring van de verdachte van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat het de verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan de hem tenlastegelegde verkrachting, die heeft plaatsgevonden in de [hof A].

Gelet op de inhoud van de camerabeelden, het tijdsverloop en de getuigenverklaring van in het bijzonder [getuige 1] is het alternatieve scenario - te weten dat een ander dan de verdachte [slachtoffer] verkracht zou hebben - volstrekt onaannemelijk.

Het hof acht de verdachte dan ook schuldig ten aanzien van het hem primair tenlastegelegde feit.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 16 augustus 2009 te Rotterdam door andere feitelijkheden dan geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het brengen en/of houden, van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer], waarbij die andere feitelijkheden hebben bestaan uit meenemen van die [slachtoffer] naar een uit het zicht van het publiek gelegen plaats en

- met zijn, verdachtes, lichaam bovenop die [slachtoffer] gaan liggen en blijven liggen en;

- het misbruik maken van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van verdachte op die [slachtoffer] (te weten dat die [slachtoffer] onder de invloed van alcohol verkeerde) en

- het (aldus) doen ontstaan van een bedreigende situatie waaraan die [slachtoffer] geen weerstand kon bieden.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Verkrachting.

Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan verkrachting van het slachtoffer [slachtoffer]. Hiertoe heeft de verdachte het slachtoffer - die onder invloed was van alcohol - doelbewust, met zijn arm om haar heen, naar de uit het zicht van het publiek gelegen [hof A] te Rotterdam meegevoerd. In de [hof A] heeft de verdachte direct toeslagen en het slachtoffer verkracht. De verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van de bijzondere kwetsbaarheid van het slachtoffer die voortvloeide uit het feit dat ze dronken was als gevolg van haar alcoholgebruik. Ondanks de dronken toestand waarin het slachtoffer verkeerde, was zij toch nog in staat te roepen "niet doen, niet doen". De verdachte stopte echter pas met zijn seksuele handelingen op het moment dat hij door de getuige [getuige 1] werd opgemerkt en aangeroepen.

De verdachte heeft aldus op respectloze wijze ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer]. Hij heeft enkel oog gehad voor de onmiddellijke bevrediging van zijn eigen lustgevoelens zonder zich te bekommeren om het slachtoffer.

[slachtoffer] heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011 als slachtoffer gebruik gemaakt van haar spreekrecht. Het was duidelijk dat deze ernstige gebeurtenis nog heftige emoties bij haar oproept en nog steeds grote invloed op haar leven heeft. De ervaring leert dat slachtoffers van een ernstig delict als het onderhavige nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden.

Op een dergelijk feit kan naar het oordeel van het hof niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Het hof houdt, evenals de rechtbank, rekening met de houding van de verdachte ter terechtzitting. De verdachte heeft geen enkel inzicht getoond in de strafbaarheid en de ernst van zijn handelen.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 januari 2011 is de verdachte reeds eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van geweldsdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft het hof mede acht geslagen op het op het misdrijf verkrachting betrekking hebbende oriëntatiepunt voor straftoemeting, dat is vastgesteld door het landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS).

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft mr. K. Lammers-Roselaar zich namens [slachtoffer] als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van de geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 2.540,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 2.540,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het primair bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij ter vergoeding van de kapotte jurk van € 40,- zal derhalve worden toegewezen.

Naar het oordeel van het hof is voorts aannemelijk geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. De vordering tot vergoeding van de immateriële schade van € 2.500,- bij wijze van voorschot leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor gedeeltelijke toewijzing tot een bedrag van € 1.500,-.

Voor het overige zal de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 1.540,- aansprakelijk is voor de schade die door het primair bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van mr. K. Lammers-Roselaar namens het slachtoffer [slachtoffer].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij mr. K. Lammers-Roselaar namens

[slachtoffer] tot een bedrag van € 1.540,- (éénduizend vijfhonderdveertig euro) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte ter zake van het primair bewezenverklaarde de verplichting op om ten behoeve van mr. K. Lammers-Roselaar namens [slachtoffer] aan de Staat een bedrag te betalen van € 1.540,- (éénduizend vijfhonderdveertig euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht, mr. C.M. le Clercq-Meijer en mr. H.C. Wiersinga, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 februari 2011.

1 De verklaringen van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011.

2 Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, d.d. 12 oktober 2009, met nummer 2009283522-21 (bevindingen) en de ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011 waargenomen beelden van camera C254.

3 Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, d.d. 18 augustus 2009, met nummer 2009283522-18.

4 Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, d.d. 17 augustus 2009, met nummer 2009283522-1 (aangifte [slachtoffer]).

5 De verklaringen van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011.

6 Verklaring van getuige [getuige 1] ter terechtzitting van 20 januari 2011 en het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijmond,

d.d. 16 augustus 2009, met nummer 2009283522-12 (verhoor getuige [getuige 1]).

7 Verklaring van getuige [aangever] ter terechtzitting van

20 januari 2011.

8 Verklaring van getuige [getuige 2]h ter terechtzitting van

20 januari 2011 en het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijmond, d.d. 18 augustus 2009, met nummer 2009283522-19 (verhoor getuige [getuige 2]).

9 Het proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, d.d.

16 augustus 2009, met nummer 2009283522-5 (bevindingen [verbalisant 1]) en het proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, d.d.

16 augustus 2009 met nummer 2009283522-4 (bevindingen [verbalisant 2]).

10 Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, d.d. 17 augustus 2009, met nummer 2009283522-1 (aangifte [slachtoffer]).

11 Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, d.d. 12 oktober 2009, met nummer 2009283522-21 (bevindingen) en de ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011 waargenomen beelden van camera C254.

12 Het ambtsedig rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, d.d. 30 september 2009 met nummer 2009.09.03.012.

Het ambtsedig rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, d.d. 11 november 2009 met nummer 2009.09.03.012.

13 Verklaring van getuige [getuige 1] ter terechtzitting van 20 januari 2011 en het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijmond, d.d. 16 augustus 2009, met nummer 2009283522-12 (verhoor getuige [getuige 1]).

14 De ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011 waargenomen beelden van camera C254.

15 Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond,

d.d. 16 augustus 2009, met nummer 2009283522-12 (verhoor getuige [getuige 1]).

16 De ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2011 waargenomen beelden van camera C254 en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2011.

17 Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, d.d. 30 december 2010, met nummer 2009283522 (bevindingen), p. 3 en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2011.