Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3468

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-01-2011
Datum publicatie
04-05-2011
Zaaknummer
22-005130-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft een tweetal voertuigen en twee kentekenplaten voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze van diefstal afkomstig waren.Het hof veroordeelt de verdachte dientengevolge tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005130-09

Parketnummers: 09-535386-09 en 15-700962-08 (TUL)

Datum uitspraak: 5 januari 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 12 oktober 2009 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1952,

adres: [adres], thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Haaglanden - HvB Zoetermeer te Zoetermeer.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 22 december 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht. Voorts is er beslist omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van het onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover in hoger beroep aan het oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:

1. Primair

hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2009 tot en met 15 juli 2009 te Alphen aan den Rijn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kampeervoertuig (merk VW type Transporter kleur wit) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd kampeervoertuig wist(en), dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2009 tot en met 14 juli 2009 te Antwerpen (België) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een kampeervoertuig (merk VW type Transporter kleur wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kampeervoertuig onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

2. Primair

hij in of omstreeks de periode tussen 27 augustus 2008 en 12 juli 2009 te Alphen aan den Rijn en/of elders in Nederland, een kampeervoertuig (merk VW, type bestel, kleur rood met oorspronkelijk kenteken [kenteken 1]) en/of twee kentekenplaten [kenteken 2] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van het kampeervoertuig en/of de kentekenplaten wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 27 augustus 2008 tot en met 13 september 2008 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kampeervoertuig (merk VW type bestel kleur rood met kenteken [kenteken 1]) en/of twee kentekenplaten [kenteken 2], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] en/of [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewijsoverwegingen

De verklaring van de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde ter terechtzitting in hoger beroep van 22 december 2010 dat hij op 13 juli 2009, zakelijk weergegeven, met [betrokkene 1] met de trein naar Antwerpen is gereisd, daar het witte kampeervoertuig (merk Volkswagen met het kenteken [kenteken 3]) op een automarkt in Antwerpen van de heer [aangever 1] heeft ontvangen met het verzoek dit mee te nemen naar Nederland voor reparatiewerkzaamheden, acht het hof niet geloofwaardig.

Uit het dossier blijkt in de eerste plaats dat ene mevrouw [aangever 1], ongehuwd en van Ierse nationaliteit, als eigenaresse van het kampeervoertuig (merk Volkswagen met het kenteken [kenteken 3]) op 14 juli 2009 aangifte heeft gedaan van diefstal van dit voertuig. Voorts heeft [betrokkene 1] op 15 juli 2009 bij de politie verklaard dat hij en de verdachte op 13 juli 2009 met de auto van de verdachte naar Antwerpen zijn gereden. In Antwerpen zouden zij de auto waarmee zij naar Antwerpen waren gereden hebben achter gelaten en zouden zij in een wit Volkswagenbusje zijn teruggereden naar Nederland. Tenslotte heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de kentekenpapieren van de auto (bij de aanhouding) bij zich had, terwijl hij blijkens een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juli 2009 (blz. 42-43) tegen de verbalisant heeft verklaard dat hij deze papieren niet had omdat hij de kampeerbus had geleend.

Gelet op voornoemde omstandigheden en de ongeloofwaardige verklaring van de verdachte moet naar het oordeel van het hof worden aangenomen dat de verdachte de voormelde auto voorhanden had in de wetenschap dat deze van diefstal afkomstig was.

Ten aanzien van het aan hem onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij nooit iets te maken heeft gehad met het kampeervoertuig (merk Volkswagen, kleur rood, met oorspronkelijk kenteken [kenteken 1]) en dat hij niet weet hoe zijn gereedschapskist, met daarin onder meer correspondentie op zijn naam, in die auto is terechtgekomen.

Het hof acht ook deze verklaring van de verdachte ongeloofwaardig. Allereerst is de gereedschapskist, met daarin gereedschap van de verdachte en correspondentie op naam van de verdachte in voornoemd voertuig aangetroffen. Voorts blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juli 2009 dat op de [adres A] te Alphen aan den Rijn een rode Volkswagen Transporter camper stond met vermoedelijk gestolen kentekenplaten (kenteken [kenteken 2]). In dit voertuig zou een man slapen die eten zou krijgen en zijn kleding zou wassen op de [adres A]. Uit de politieadministratie bleek op dit adres [betrokkene 2] te verblijven. De vader van [betrokkene 2] heeft tegenover de politie verklaard dat de verdachte in een rood busje zou slapen dat op de [adres A] zou staan. Voorts heeft [betrokkene 1] op 15 juli 2009 tegenover de politie verklaard dat de rode Volkswagen camperbus die hij op het politiebureau op de binnenplaats had zien staan - zijnde de rode Volkswagen Transporter camper, aangetroffen op de [adres A] te Alphen aan den Rijn met het kenteken [kenteken 2] - aan de verdachte toebehoort. Hij zou de verdachte met deze auto hebben zien rijden en ook zelf in deze auto hebben gereden. Op 6 september 2008 heeft [aangever 2] aangifte gedaan van diefstal van de rode Volkswagen Transporter kenteken [kenteken 1], en op 15 september 2008 heeft [aangever 3] aangifte gedaan van diefstal van 2 kentekenplaten [kenteken 2].

Ook hier is het hof, gelet op voornoemde verklaringen en bevindingen, van oordeel dat moet worden aangenomen dat de verdachte de voormelde auto voorhanden had in de wetenschap dat deze van diefstal afkomstig was.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. Primair

hij in de periode van 12 juli 2009 tot en met 15 juli 2009 te Alphen aan den Rijn een kampeervoertuig (merk VW type Transporter kleur wit) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemd kampeervoertuig wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;

2. Primair

hij in de periode tussen 27 augustus 2008 en 12 juli 2009 te Alphen aan den Rijn, een kampeervoertuig (merk VW, type bestel, kleur rood met oorspronkelijk kenteken [kenteken 1]) en twee kentekenplaten [kenteken 2] voorhanden heeft gehad , terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van het kampeervoertuig en/of de kentekenplaten wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde:

Opzetheling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een tweetal voertuigen en twee kentekenplaten voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze van diefstal afkomstig waren. Heling is een misdrijf van zodanige aard dat daarvan een criminaliteits-bevorderend effect uit gaat, in het bijzonder waar het betreft vermogensmisdrijven, en dat aldus schade en overlast aan de slachtoffers berokkent. Heling draagt indirect bij tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 december 2010 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen zal worden beslist conform het vonnis in eerste aanleg.

Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp vermeld onder nummer 6 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen vermeld onder nummers 3, 7, 8, 9, 11, 12, 13 en 14 op de genoemde lijst zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten nu niet kan worden vastgesteld aan wie deze voorwerpen toebehoren.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 28 januari 2009 onder parketnummer 15-700962-08 is de verdachte onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat een op 1 (één) maand bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang deze instelling dit nodig oordeelt.

Verstrekt aan deze instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave van het voorwerp, vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder nummer 6 aan verdachte.

Gelast de bewaring van de voorwerpen, vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 3, 7, 8, 9, 11, 12, 13 en 14 ten behoeve van de rechthebbende.

Wijst de vordering tot tenuitvoerlegging toe en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 28 januari 2009 onder parketnummer

15-700962-08 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) weken.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma, mr. D. Jalink en mr. I.P.A. van Engelen, in bijzijn van de griffier mr. S. Hartog-Zamani.Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 januari 2011.

De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.