Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3461

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-01-2011
Datum publicatie
04-05-2011
Zaaknummer
22-003927-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank waarin de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003927-10

Parketnummer: 09-900605-10

Datum uitspraak: 24 januari 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van

19 juli 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op

[geboortedag] 1975,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 januari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek van voorarrest, waarvan twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts is ter terechtzitting de gevangenneming van de verdachte bevolen en is de voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de in verzekeringstelling en in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd gelijk is geworden aan die van de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 juli 2010 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Beertender (merk: Heineken) en/of twee, althans (een) fles(sen) wijn (merk: Norton Merlot), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn (vestiging: [vestiging]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvulling aanbrengt.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte, evenals in eerste aanleg, het verweer gevoerd dat - kort gezegd - de rechter in eerste aanleg abusievelijk de gevangenneming ter terechtzitting had bevolen mede omdat cliƫnt geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had en er aldus sprake van vluchtgevaar zou kunnen zijn. Nu verdachte van Poolse komaf is en daardoor staatsburger van de Europese Unie, zou dit argument op grond van het Verdrag betreffende de Europese Unie strijdig zijn met het - in dit verdrag neergelegde - beginsel van vrij verkeer van personen. Het hof gaat aan deze grief voorbij. Artikel 71 van het Wetboek van Strafvordering verschaft de verdachte een beroepsmogelijkheid tegen de beslissing van de rechtbank tot gevangenneming. Van dit (termijn gebonden) rechtsmiddel heeft de verdachte geen gebruik gemaakt. Thans staat het beroep van de verdachte niet meer open.

Voorts heeft de raadsman het verweer gevoerd dat - kort gezegd - een verdachte die kampt met een alcoholverslaving, in geval van een voorwaardelijk op te leggen straf en een daaraan verbonden proeftijd, aanspraak kan maken op de oplegging van een bijzondere voorwaarde strekkende tot een verplicht te onderhouden contact met een verslavingsinstelling. Dit standpunt vindt geen steun in het recht. Het hof verwerpt het verweer.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling van gronden te worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt met aanvulling van gronden het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht, mr. H.C. Wiersinga en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 januari 2011.

Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.