Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3448

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-01-2011
Datum publicatie
04-05-2011
Zaaknummer
22-004530-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte is, nadat hem al twee keer eerder die nacht te kennen was gegeven door het slachtoffer en de politie dat hij haar met rust moest laten, het huis van het slachtoffer binnengedrongen door een raam in te slaan en vervolgens heeft hij tegen haar wil, met geweld en bedreiging met geweld, zijn penis in haar mond gebracht. Het hof veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004530-10

Parketnummer(s): 09-900127-10 en 09-925561-08 (TUL)

Datum uitspraak: 24 januari 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 augustus 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1973,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Haaglanden, locatie Huis van Bewaring te Zoetermeer.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 januari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van éénentwintig maanden met aftrek van voorarrest. Tevens is de tenuitvoerlegging gelast van een voorwaardelijke veroordeling als vermeld in het vonnis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 februari 2010 te 's-Gravenhage door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte zijn penis in de mond van die [aangeefster] gebracht en/of gehouden en/of zijn penis in de vagina van die [aangeefster] gebracht en/of gehouden en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte:

- een raam van de woning van die [aangeefster] heeft ingeslagen en/of (vervolgens) die woning is binnengegaan en/of

- (vervolgens) die [aangeefster] naar achter heeft geduwd en/of aan de haren (naar achter) heeft getrokken en/of

- (vervolgens) die [aangeefster] op een bed heeft gedrukt en/of haar de woorden heeft toegevoegd: "Je luistert naar mij. Je doet wat ik wil", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [aangeefster] aan haar haren overeind/omhoog heeft getrokken en/of (vervolgens) naar voren/beneden heeft getrokken en/of haar (vervolgens) de woorden heeft toegevoegd: "Pijpen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) die [aangeefster] met kracht naar achter heeft getrokken en/of (terwijl zij op haar rug op bed lag) op die [aangeefster] is gaan liggen en/of

- (vervolgens) met kracht de pols van die [aangeefster] heeft vastgepakt en/of haar de woorden heeft toegevoegd: "Nu stop je hem erin", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) zijn hand op de mond van die [aangeefster] heeft gelegd en/of haar de woorden heeft toegevoegd: "Stik maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en/of (aldus) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, behalve ten aanzien van de oplegging van de straf en de motivering daarvan.

In dit opzicht zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen.

Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis, met dien verstande dat het hof daarin de hierna te vermelden aanvulling aanbrengt.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de tenlastegelegde handeling, te weten het onder dwang zijn penis in de mond van het slachtoffer brengen, op grond van de daarvoor in het vonnis van de rechtbank opgenomen overweging, bewezen kan worden verklaard.

Het hof overweegt, in aanvulling op de genoemde overweging van de rechtbank, dat de verdachte die bewuste nacht al tweemaal eerder op instigatie van aangeefster door de politie was afgevoerd. Daarom en gezien het feit dat de verdachte bij zijn derde bezoek aan aangeefster haar woning slechts door verbreking van een raam kon betreden is duidelijk – en moet ook voor verdachte duidelijk zijn geweest – dat aangeefster na het initiële contact met verdachte die nacht van alle verder contact met verdachte verschoond wenste te blijven. Ook deze omstandigheid laat zich niet rijmen met de lezing van verdachte van de feiten.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve – behoudens voor zover het wordt vernietigd - onder aanvulling van gronden te worden bevestigd.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van éénentwintig maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke veroordeling.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onder dwang in de mond van het slachtoffer brengen van zijn penis, in de eigen woning van het slachtoffer. De verdachte is, nadat hem al twee keer eerder die nacht te kennen was gegeven door het slachtoffer en de politie dat hij haar met rust moest laten, het huis van het slachtoffer binnengedrongen door een raam in te slaan en vervolgens heeft hij tegen haar wil, met geweld en bedreiging met geweld, zijn penis in haar mond gebracht. Het hof rekent het de verdachte met name aan dat hij ’s nachts op een gewelddadige wijze het huis van het slachtoffer is binnengedrongen en haar in haar eigen woning, een plek waar men zich bij uitstek veilig en geborgen zou moeten voelen, zo heeft behandeld.

De verdachte heeft zich met dit handelen louter en alleen laten leiden door zijn eigen lust- en behoeftebevrediging, zonder zich daarbij te bekommeren om de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Op het bewezenverklaarde feit kan niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof waardeert de ernst van het bewezenverklaarde feit anders dan de advocaat-generaal en de rechtbank in eerste aanleg waarbij ook een rol heeft gespeeld dat de verdachte en het slachtoffer in het recente verleden regelmatig seks met elkaar hadden en dus ook in dat opzicht reeds bekenden van elkaar waren, alsmede dat de bewezenverklaarde handelingen –hoe ernstig ook- gelukkigerwijs van beperkte duur zijn geweest.

Het hof zal in zoverre dan ook afwijken van de duur van de op te leggen gevangenisstraf die door de advocaat-generaal is gevorderd en door de rechter in eerste aanleg is opgelegd. Het hof acht voor de hier bewezenverklaarde gedragingen de na te noemen geboden geachte strafduur meer in overeenstemming met de in vergelijkbare gevallen op te leggen gevangenisstraffen en derhalve meer passend.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 27 december 2010 is de verdachte meermalen onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met aanvulling van gronden als hiervoor overwogen, behalve voor wat betreft de strafoplegging en de motivering daarvan.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep met betrekking tot de strafoplegging en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. S. van Dissel, mr. H.M.A. de Groot en mr. M.I. Veldt-Foglia, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 januari 2011.