Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3396

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-01-2011
Datum publicatie
04-05-2011
Zaaknummer
22-003849-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met anderen een gewapende overval op een Suzukidealer gepleegd, waarbij grof geweld is gebruikt en geld, een telefoon en een auto zijn buitgemaakt. Voorts heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan gekwalificeerde diefstal van een of meer flessen drank. Bovendien heeft de verdachte getankt zonder te betalen. Ten slotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldheling van een mobiele telefoon. Het hof veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003849-10

Parketnummers: 10-701061-10, 10-660322-08 en 10-720048-09

Datum uitspraak: 20 januari 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 juli 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Rijnmond - Gev. De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 6 januari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg, welke het hof heeft voorzien van een doorlopende nummering - ten laste gelegd dat:

1. primair:

hij op of omstreeks 20 februari 2010 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of (een) ander(e) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] heeft gedwongen tot de afgifte van twee portomonnees en/of drie, althans een of meer, enveloppen met daarin geld (ongeveer 7900,-) en/of een (heren)tasje met daarin geld (ongeveer 1400,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Vari Suzuki, in elk geval aan (een) ander(en) dan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld (totaal ongeveer 9300,-) en/of een auto en/of een of meer telefoon(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan autobedrijf Vari en/of [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- zeggen tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] woorden van de strekking: "Dit is een overval. Ga op de grond liggen. Naar beneden kijken dan gebeurt er niets" en/of "Waar is de kluis" en/of "Waar is het geld" en/of "wie heeft de sleutel" en/of "waar zijn de sleutels van de auto's" en/of "Openmaken, openmaken" en/of "Als er camera's hangen heb je een probleem" en/of "Je moet niet liegen tegen mij" en/of "Blijf een half uur stil" en/of "Polsen naar voren" en/of (vervolgens zeggen) "Tape ze, tape ze", en/of

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4], en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de slaap van die [aangever 3] zetten en/of houden, en/of

- schoppen/trappen/slaan/stompen tegen het lichaam van die [aangever 3] en/of [aangever 1] en/of [aangever 2], en/of

- slaan tegen het hoofd van die [aangever 1] en/of [aangever 2] (met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp), en/of

- doorzoeken van de zakken van die [aangever 1], en/of

- vastbinden van de handen en/of de voeten van die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4];

1. subsidiair:

hij op of omstreeks 20 februari 2010 te Rotterdam (een) goed(eren), te weten een (personen)auto (Suzuki met kenteken [kenteken 1]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

2. primair:

hij op of omstreeks 04 november 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand/café gelegen aan de [a-straat] heeft weggenomen één of meer fles(sen) drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door één of meer (bak)ste(e)n(en), althans (een) hard(e) voorwerp(en) tegen/door een ruit van dat pand/café te gooien, althans door een ruit van dat pand te verbreken;

2. subsidiair:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 04 november 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand/café, gelegen aan de [a-straat], heeft/hebben weggenomen één of meer fles(sen) drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door één of meer bakst(e)n(en), althans (een) hard(e) voorwerp(en) tegen/door een ruit van dat pand/café te gooien, althans door een ruit van dat pand te verbreken, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 04 november 2008 te Rotterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) met zijn, verdachtes, auto naar de plaats van voornoemd misdrijf te brengen en/of (vervolgens) - nadat voornoemd misdrijf was gepleegd - die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met zijn, verdachtes, auto weg te brengen van de plaats van voornoemd misdrijf;

3. primair:

hij op of omstreeks 03 november 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een op, of nabij de [b-straat] staande auto (merk/type Seat/Altea) heeft weggenomen twee, althans één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6] en/of ING Car Lease BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3. subsidiair:

hij op of omstreeks 03 november 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) goed(eren), te weten twee, althans één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 2]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 04 november 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een pistool, te weten een gaspistool van het merk Blow, type Magnum Mod, kaliber 9mm P.A. en/of een alarmpistool van het merk Herbt Schmidt, type 5S, kaliber 6,35mm P.A. en/of munitie in de zin van artikel 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de categorie II onder 1° te weten een kogelpatroon van het kaliber 6.35 mm, zijnde munitie die uitsluitend geschikt is voor vuurwapens van categorie III, voorhanden heeft gehad;

5. primair:

hij op of omstreeks 03 november 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 41,35 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan Nederflex Texaco Prinsenland B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

5. subsidiair:

hij op of omstreeks 03 november 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk 41,35 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan Nederflex Texaco Prinsenland B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de [c-straat], had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

6.

hij in of omstreeks de periode van 21 augustus 2009 tot en met 31 december 2009 te Rotterdam, althans Nederland (een) goed(eren), te weten een mobiele telefoon, heeft verworven (van een man genaamd [betrokkene 1]) en/of heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het 3. primair en 4 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1. primair, 2. primair, 3. subsidiair, 5. primair en 6 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van feit 4.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Gevoerde verweren

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde bepleit, omdat, kort en zakelijk weergegeven, de verdachte niet aanwezig is geweest op de locatie en het tijdstip van de overval dan wel een rol bij de overval heeft vervuld.

Verdachtes verklaring dat hij eerst na de overval in de bij die overval ontvreemde auto is ingestapt (nadat hij een voetbalvereniging had bezocht en dus niets van doen had met de overval), kan door de bewijsmiddelen niet worden uitgesloten, doch is onverenigbaar met de bewezenverklaring, aldus de raadsman.

De raadsman heeft betoogd dat de verklaring van de verdachte wordt ondersteund door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], nu [getuige 1] bevestigt dat hij met verdachte naar een voetbalvereniging is geweest en [getuige 2] verklaart dat hij de verdachte en [getuige 1] heeft gesproken en zij tegenover hem hebben bevestigd dat zij naar een feestje bij een voetbalvereniging zouden gaan.

De raadsman heeft aanvullend betoogd dat de verklaring van de verdachte wordt ondersteund door het feit dat hij noch voldoet aan enig signalement dat door de slachtoffers is gegeven, noch praat met een Marokkaans accent, welk accent door een van de slachtoffers is waargenomen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof stelt op basis van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen vast dat op 20 februari 2010 te Rotterdam een gewapende overval met geweld op een Suzukidealer heeft plaatsgevonden. Daarbij zijn vier personen bedreigd en is onder meer een Suzuki met kenteken [kenteken 1] ontvreemd. Gelet op de tegenover de politie afgelegde verklaringen van de slachtoffers houdt het hof het ervoor dat bij de overval meer dan twee daders betrokken zijn geweest. Het hof gaat er voorts vanuit dat de overval rond 16.45 uur is beëindigd. Dit leidt het hof af uit de geregistreerde melding van de overval om 16.49 uur in combinatie met de verklaring van het slachtoffer [aangever 3]. Hij verklaart dat hij is vastgetaped en dat hij zichzelf, nadat één van de daders zei dat hij moest blijven liggen, na 2 à 3 minuten heeft bevrijd en dat hij toen naar de showroom is gelopen en hij 112 heeft gebeld. Het hof stelt voorts vast dat de gestolen Suzuki omstreeks 17.02 uur en derhalve ongeveer 17 minuten na de overval is gezien op de Van Brienenoordbrug, rijdend van Zuid naar Noord. Omstreeks 17.10 uur werd de betreffende auto aangetroffen ter hoogte van de kruising Prins Alexanderlaan/ Prinsenlaan/ Burgaslaan ter hoogte van metrostation Prinsenlaan. Twee personen stapten daar uit de auto en renden weg. De verdachte werd later door een verbalisant herkend als zijnde één van de personen die uit deze auto stapte.

Ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 6 januari 2011 heeft de verdachte verklaard dat hij op de middag van

20 februari 2010 met een kennis naar een voetbalvereniging in de buurt van metrostation [station] is gegaan en dat hij daar tussen 16.30 en 16.45 uur weg is gegaan. Onderweg naar de metro, zo heeft hij verklaard, is hij een oude vriend, genaamd [betrokkene 2], tegengekomen, die hem een lift in zijn Suzuki naar Rotterdam-Oost aanbood.

De verdachte heeft verklaard 25 tot 30 minuten bij [betrokkene 2] in de auto te hebben gezeten, waarbij hij op enig moment over de Van Brienenoordbrug is gereden. Tevens heeft hij verklaard dat hij, nadat hij had plaatsgenomen op de bijrijderstoel, een bivakmuts op die stoel zag liggen, die hij voor de grap heeft opgezet. Bovendien heeft hij zijn eigen muts 'onbewust' in de tas die in de auto lag gestopt. Op enig moment zette de bestuurder het op een lopen omdat hij politie zag. Verdachte is toen ook weggerend, omdat hij dacht dat [betrokkene 2] misschien een moord had gepleegd en hij in paniek raakte.

Het hof acht de verklaring van de verdachte over de omstandigheden waaronder hij in de Suzuki is meegereden niet aannemelijk. Zowel de verdachte als de getuige [getuige 1] kunnen niet vertellen bij welke voetbalvereniging zij zijn geweest en zij zijn uiterst vaag over de omstandigheden waaronder zij daar hebben verbleven.

Verdachte kan voorts niet gedetailleerd aangeven op welke wijze en waar zijn gestelde ontmoeting met zijn vriend [betrokkene 2] precies heeft plaatsgevonden. Ook verklaart de verdachte niet nader over de identiteit van deze [betrokkene 2].

Evenmin heeft de verdachte een geloofwaardige verklaring kunnen geven voor zijn gedrag in de Suzuki. Met name acht het hof het ongeloofwaardig dat hij zijn eigen muts onder de door de verdachte geschetste omstandigheden 'onbewust' in de tas van een ander heeft gedaan. Het hof acht het evenmin aannemelijk dat de verdachte heeft moeten vluchten voor de politie, terwijl hij naar eigen zeggen niet betrokken was bij enig strafbaar feit.

Het hof is bijgevolg van oordeel dat het, gelet op het tijdsverloop tussen het moment van beëindiging van de overval, het tijdstip waarop de ontvreemde Suzuki op de Van Brienenoordbrug werd gesignaleerd en het tijdstip waarop de Suzuki bij metrostation Prinsenlaan werd aangetroffen, niet anders kan dan dat de Suzuki, met daarin de verdachte, direct vanaf de plaats delict via de Van Brienenoordbrug naar het metrostation is gereden.

Gezien het vorenoverwogene, in onderling verband en samenhang met de overige bewijsmiddelen bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als mededader betrokken is geweest bij de overval op de Suzukidealer.

De omstandigheid dat één van de daders, blijkens de verklaring van een slachtoffer, met een Marokkaans accent zou hebben gesproken, alsmede het feit dat de door de slachtoffers opgegeven signalementen van de daders op punten niet met het signalement van de verdachte overeen komen, doet daar naar het oordeel van het hof niet aan af. Het moet er immers voor gehouden worden, gelet op hetgeen het hof eerder heeft overwogen, dat er meer daders bij de overval betrokken zijn geweest dan waarvan de slachtoffers het accent en het signalement hebben kunnen waarnemen.

Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

Voorts heeft de raadsman bepleit dat de verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde, nu hij niet op de hoogte was van het plan om drank te gaan stelen, zodat vrijspraak dient te volgen.

Het hof overweegt ten aanzien van het verweer als volgt. Blijkens de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3] is één van de medepassagiers uit de door de verdachte bestuurde auto gestapt om enkele bakstenen te pakken, welke bakstenen in de auto zijn meegenomen en onderling zijn verdeeld. Volgens [medeverdachte 3] zijn zij toen weer gaan rijden en is het plan besproken om bij een café naar binnen te gaan en daar drank te halen. De medepassagiers zijn vervolgens uitgestapt en de verdachte heeft zijn auto verderop geparkeerd. Nadat met behulp van de bakstenen de inbraak was gepleegd, zijn de medeverdachten in het bezit van de gestolen drank, die aan de verdachte is getoond, weer met de verdachte meegereden. Hieruit leidt het hof af dat de verdachte wel degelijk op de hoogte was van de voorgenomen inbraak. Hij heeft deze inbraak gefaciliteerd door zijn medepassagiers naar het café te brengen en ze na afloop weer mee te nemen. Niet gebleken is bovendien dat de verdachte zich op enig moment heeft gedistantieerd van de geplande inbraak. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte als medepleger schuldig is aan het tenlastegelegde.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Verzoek raadsman

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman verzocht - zo het hof tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair of subsidiair tenlastegelegde mocht komen - alsnog een confrontatie, bij voorkeur in de vorm van een FOSLO-confrontatie, tussen zijn cliënt en de slachtoffers van de overval te laten plaatsvinden. Daarnaast heeft de raadsman verzocht om, gelet op de in het dossier voorkomende tijdstippen, de tijdslijn nader te reconstrueren. Ten slotte heeft de raadsman verzocht de bij de overval gebruikte ductape op eventuele (DNA-)sporen te laten onderzoeken.

Het hof wijst de verzoeken van de verdediging af, omdat de noodzakelijkheid van dit nadere onderzoek niet is gebleken. Aangezien het hof ervan uitgaat dat bij de overval meer dan twee daders betrokken zijn geweest en het niet vaststaat dat de slachtoffers al deze daders hebben gezien, heeft een confrontatie - zeker ook gelet op het tijdsverloop - geen toegevoegde waarde. Ook is er thans geen noodzaak aanwezig om de ductape op sporen te onderzoeken, omdat uit de verklaringen van de slachtoffers blijkt dat slechts twee daders ductape hebben gebruikt en de verdachte niet noodzakelijkerwijs één van die personen behoeft te zijn geweest. De in het dossier aan de orde zijnde tijdlijn laat zich zelfstandig door het hof vaststellen, zodat een onderzoek daarnaar ook achterwege kan blijven.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1. primair, 2. primair, 3. subsidiair, 5. primair en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair:

hij op 20 februari 2010 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [aangever 3] heeft gedwongen tot de afgifte van twee portemonnees en drie, enveloppen met daarin geld (ongeveer 7900,-) en een herentasje met daarin geld (ongeveer 1400,-) toebehorende aan Vari Suzuki

en

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto en telefoons, toebehorende aan autobedrijf Vari of [aangever 1 welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en [aangever 2] en [aangever 3] en [aangever 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

het

- zeggen tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] woorden van de strekking: "Dit is een overval. Ga op de grond liggen. Naar beneden kijken dan gebeurt er niets" en "Waar is de kluis" en "Waar is het geld" en "wie heeft de sleutel" en "waar zijn de sleutels van de auto's" en "Openmaken, openmaken" en "Als er camera's hangen heb je een probleem" en "Je moet niet liegen tegen mij" en/of "Blijf een half uur stil" en "Polsen naar voren" en (vervolgens zeggen) "Tape ze, tape ze", en

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] en [aangever 2] en [aangever 3] en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de slaap van die [aangever 3] houden, en

- schoppen/trappen/slaan/stompen tegen het lichaam van die [aangever 3] en [aangever 1] en [aangever 2], en

- slaan tegen het hoofd van die [aangever 1] en [aangever 2] (met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp), en

- doorzoeken van de zakken van die [aangever 1], en

- vastbinden van de handen en/of de voeten van die [aangever 1] en [aangever 2] en [aangever 3] en [aangever 4].

2. primair:

hij omstreeks 04 november 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een café gelegen aan de [a-straat] heeft weggenomen één of meer flessen drank, toebehorende aan [aangever 5], waarbij zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak te weten door bakstenen door een ruit van dat café te gooien.

3. subsidiair:

hij op 03 november 2008 te Rotterdam twee, kentekenplaten ([kenteken 2]), heeft voorhanden gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door diefstal verkregen goederen betrof.

5. primair:

hij op 03 november 2008 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 41,35 liter benzine toebehorende aan Nederflex Texaco Prinsenland B.V.

6.

hij in de periode van 23 augustus 2009 tot en met 31 december 2009 te Rotterdam een mobiele telefoon, heeft verworven (van een man genaamd [betrokkene 1]) en heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van dat goed redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door diefstal verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van het 3 subsidiair bewezenverklaarde:

Opzetheling.

Ten aanzien van het onder 5 primair bewezenverklaarde:

Diefstal.

Ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde:

Schuldheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 subsidiair 5 primair en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met anderen een gewapende overval op een Suzukidealer gepleegd, waarbij grof geweld is gebruikt en geld, een telefoon en een auto zijn buitgemaakt. De verdachte en zijn mededaders hebben door aldus te handelen een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van een dergelijk feit nog lang de nadelige psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Daarnaast brengen feiten zoals het onderhavige bij de burgers in het algemeen angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

Voorts heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gekwalificeerde diefstal. Dit is een feit dat naast overlast en ergernis, ook financiële schade voor het slachtoffer met zich mee brengt.

Bovendien heeft de verdachte getankt zonder te betalen. Bij die gelegenheid heeft de verdachte gebruik gemaakt van gestolen kentekenplaten. Ten slotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldheling van een mobiele telefoon. Dergelijke feiten bevorderen het plegen van diefstallen en dragen aldus indirect bij aan de door slachtoffers geleden vermogensschade.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat alleen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 310, 311, 312, 317, 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3. primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1. primair, 2. primair, 3. subsidiair, 5. primair en 6 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. G.P.A. Aler, mr. R.M. Bouritius en mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 januari 2011.

Mr. R.M. Bouritius is buiten staat dit arrest te ondertekenen.