Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3392

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-01-2011
Datum publicatie
04-05-2011
Zaaknummer
22-002159-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met anderen een hoeveelheid van tweehonderd kilo hennep opzettelijk vervoerd en opzettelijk aanwezig gehad. De verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan opzetheling. Het hof veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002159-09

Parketnummer: 09-757451-08

Datum uitspraak: 18 januari 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 april 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] (Sovjetunie),

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 19 januari 2010, 17 juni 2010, 14 oktober 2010 en 4 januari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(zakendossier Roos)

hij in of omstreeks de periode van 17 maart 2008 tot en met 1 april 2008 te [adres], althans gemeente Westland, en/of te 's-Gravenhage en/of Voorburg, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad ongeveer 20 (witte) dozen, inhoudende 200 kilogram, althans 21 kilogram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

(zakendossier Auto)

hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2008 tot en met 1 april 2008 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, een zwarte personenauto, merk Mercedes,(kenteken [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 (schuldheling) tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, behoudens ten aanzien van de kwalificatie en daarmee de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde. Hij heeft voor wat dat feit betreft gevorderd dat bewezen wordt verklaard dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan opzetheling in plaats van schuldheling. Ter onderbouwing van zijn vordering heeft de advocaat-generaal aangevoerd wat in zijn schriftelijke requisitoiraantekeningen is vervat, die aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 juni 2010 zijn gehecht. Ter terechtzitting

van 4 januari 2011 heeft de advocaat-generaal nog meegedeeld dat op de laatste pagina van de requisitoiraantekeningen per abuis is weggevallen dat ten aanzien van feit 1 gevorderd wordt dat bewezen wordt verklaard dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het vervoeren en aanwezig hebben van - anders dan de rechtbank heeft gedaan - (ongeveer) 200 kilo hennep. De advocaat-generaal heeft verwezen naar de derde pagina van de requisitoiraantekeningen, waar dit in de laatste alinea wel is vermeld.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van zijn cliënt van beide tenlastegelegde feiten bepleit. In de kern weergegeven heeft de raadsman daartoe ter terechtzitting in hoger beroep van 17 juni 2010 voor beide tenlastegelegde feiten aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is voor de wetenschap van zijn cliënt. Ter zake van feit 1 betreft het de wetenschap van de verdachte dat in de weggenomen dozen hennep zat en ter zake van feit 2 gaat het om de wetenschap dan wel het vermoeden dat de auto van diefstal afkomstig was.

Feit 1 (zakendossier Roos)

In het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar een ander feit worden op 17 maart 2008 de mobiele telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2]onder auditieve observatie geplaatst. Beide nummers zijn in gebruik bij één persoon die in de gesprekken afwisselend Max en Svina wordt genoemd. Na onderzoek is gebleken dat het nummer [telefoonnummer 1] is afgegeven aan S. Valjak.1 Tijdens een dactyloscopisch onderzoek is gebleken dat het dactyloscopisch signalement van S. (Sergei) Valjak identiek is aan het dactyloscopisch signalement van [verdachte], geboren op [geboortedag] 1981. Daarmee geconfronteerd heeft Sergei Valjak tijdens het verhoor

voorafgaande aan zijn inbewaringstelling verklaard te zijn [verdachte], geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats], de verdachte.2 Bij de politie heeft de verdachte bovendien verklaard beide hiervoor genoemde mobiele telefoonnummers in gebruik te hebben.3

In een afgeluisterd telefoongesprek van 17 maart 2008 te 15:00 uur belt de verdachte met een onbekende vrouw. In dat gesprek spreekt hij over een inbraak/beroving, zegt hij dat hij met een Nederlander, Henkie, is en dat zij een beroving gaan doen. Om 13:05 uur en 13:09 uur die dag heeft de verdachte de medeverdachte [medeverdachte] gebeld. Tijdens die gesprekken wordt de zendmast aan de [adres]te Naaldwijk aangestraald, welke zendmast de bloemenveiling [bloemenveiling 1] binnen het bereik heeft. Navraag bij de bloemenveiling leert dat op 17 maart 2008 tussen 15:20 uur en 15:30 uur een diefstal heeft plaatsgevonden bij het bedrijf [bedrijf 1] op het bloemenveilingterrein te Honselersdijk.4 De locaties [adres] te Naaldwijk en [adres] te Honselersdijk betreffen één en dezelfde weg op het grensgebied van beide plaatsen in de gemeente Westland.5 Op 3 april 2008 is door de directeur/eigenaar van het bedrijf [bedrijf 1] aangifte gedaan van diefstal van een partij bloemen op 17 maart 2008. Op de beelden van de bewakingscamera's heeft hij gezien dat de dozen waarin die bloemen verpakt zouden zijn omstreeks 15:00 uur zijn weggenomen door een tijdelijk werknemer van het bedrijf: [werknemer] uit Litouwen. De bloemen bevonden zich in een box van de transporteur van het bedrijf, gevestigd naast [bedrijf 1].

[werknemer] reed met een blauwkleurig wagentje met daarachter een stapelwagentje.6

Op beelden van de bewakingscamera's van de bloemenveiling is te zien dat omstreeks 13:02 uur een kleine witte vrachtwagen en een donkerkleurige Audi het bloemenveilingterrein oprijden. Omstreeks 13:09 uur parkeert de Audi naast de witte vrachtauto en lopen de bestuurders van de auto's naar de achterzijde van de vrachtauto en knielen daar neer. Na ongeveer een minuut geknield bij de achterzijde van de vrachtauto te hebben gezeten stappen beide personen in de Audi. De Audi rijdt vervolgens weg. Omstreeks 15:16 uur parkeert de Audi weer naast de eerdergenoemde vrachtwagen en de bijrijder van de Audi neemt in de vrachtwagen plaats. Om 15:20 uur rijden beide voertuigen weg en omstreeks 15:22 uur is te zien dat de voertuigen richting het oude gedeelte van de bloemenveiling rijden. Daar komen de voertuigen omstreeks 15:26 uur in beeld. Vervolgens rijden de beide voertuigen omstreeks 15:27 uur de zogenoemde Strijpzijde van de bloemenveiling op, naar een gedeelte waar geen bewakingscamera's zijn geplaatst. Op de beelden is in de tussentijd omstreeks 15:18 uur voorts een blauwe elektrische wagen te zien met een aanhanger waarin ongeveer twintig witte dozen zijn geplaatst. De wagen met aanhanger volgt de route in de richting van het oude bloemenveilingterrein en rijdt om 15:25:48 uur het cameragebied van de bloemenveiling uit, de zogenoemde Strijpzijde op. Dit wordt ook wel het Russische gedeelte genoemd. Omstreeks 15:33 uur is te zien dat de witte vrachtauto van de Strijpzijde afkomt en verlaten de Audi en de witte vrachtwagen het veilingterrein via de achteringang, gelegen te 's-Gravenhage.7

Naar aanleiding van het bovenstaande vindt op 1 april 2008 een doorzoeking plaats in een bedrijfspand (Porsche garage) aan de [adres] te Voorburg, welk pand wordt gehuurd door [medeverdachte]. In een inloopkast op de tweede verdieping wordt 21,25 kilogram wiettoppen aangetroffen, alsmede een langwerpige witte doos. Tevens is een witte vrachtwagen van het merk Mercedes in beslag genomen.8 In de laadruimte van de vrachtwagen worden zestien langwerpige witte dozen aangetroffen.9

[werknemer]heeft verklaard dat hij van Max (het hof begrijpt: [verdachte]) bloemen weg moest halen bij een bedrijf naast [bedrijf 1]. Hij heeft volle dozen met daarin, naar hij dacht, rozen vervangen door lege dozen. Hij moest bij een bedrijf een wagentje halen en daarmee de dozen ophalen en wegbrengen naar het bedrijf waar dat wagentje stond. Het was bij de Russische bedrijven op de veiling. Max en "die Hollander" waren met een witte bestelauto en een donkerblauwe Audi op de bloemenveiling. Hij heeft gezien dat Max en de Hollander de dozen gingen inladen. Hij zag dat Max in de witte bestelauto reed en de Hollander reed in de Audi.10 Tijdens een politieverhoor op 3 september 2008 heeft [werknemer] de verdachte op een politiefoto herkend als Max, de persoon waarover hij in zijn verklaring spreekt. Hem is tevens een politiefoto van de medeverdachte [medeverdachte] getoond. Over hem heeft [werknemer] verklaard - zakelijk weergegeven - dat dat de man is over wie hij op 2 september 2008 heeft verklaard (het hof begrijpt: de 'Hollander'). Verder heeft [werknemer] tijdens dit verhoor verklaard dat hij ongeveer twintig dozen heeft weggenomen.11

[medeverdachte] heeft op 2 april 2008 bij de politie verklaard dat er in totaal dik 200 kilo wiet moet zijn weggenomen.12 Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte] verklaard dat hij met een Audi A4 achter de bus (het hof begrijpt: de witte vrachtwagen) is aangereden. [werknemer] (het hof begrijpt: [werknemer]) had iemand gevraagd of die een bus had, waarop die persoon naar [medeverdachte] is gegaan. [medeverdachte] zei dat hij een bus beschikbaar had. Volgens [medeverdachte] zijn er twintig dozen ingeladen. Hij had van [werknemer] gehoord dat het hennep zou zijn.13

In het dossier bevindt zich een tapgesprek d.d. 17 maart 2008 te 16:16 uur, waarbij de getapte persoon Svina/Max die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (het hof begrijpt: het nummer van [verdachte], de verdachte) belt met een onbekend persoon. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

"Ik heb van die (...) wat ze drinken/roken, weet je wel?

Ik heb het gestolen. Er is een afnemer nodig, en snel.

Het is droog...alles in pakketten, in de doos."14

Op 1 april 2008 is Sergei Valjak (het hof begrijpt: [verdachte]) aangehouden.15

Zakendossier Auto (feit 2)

Zoals hierboven is weergegeven is Sergei Valjak (gelet op hetgeen hierboven is gerelateerd begrijpt het hof: [verdachte]) op 1 april 2008 te 's-Gravenhage aangehouden, tegelijk met [medeverdachte]. Op het moment van hun aanhouding reden de verdachten in een personenauto van het merk Mercedes, kleur zwart, met het Duitse exportkenteken [exportteken]. De verdachte was bestuurder van de auto.16 Voorafgaand aan de aanhouding is de verdachte tijdens meerdere observaties door de politie Haaglanden in de periode van 19 maart 2008 tot en met 1 april 2008 telkens als bestuurder van de Mercedes gezien. [medeverdachte] is meerdere keren als bijrijder gezien.17

Ten tijde van de aanhouding lag onder de bestuurdersstoel van de Mercedes een zwarte schoudertas van het merk Lacoste. In de tas zat onder andere een zwarte portefeuille met daarin een origineel Duits kentekenbewijs van het kenteken [kenteken] op naam van [eigenaar], alsmede een kopie van een rijbewijs op naam van [eigenaar]. In de schoudertas zaten verder een foto van de verdachte met een vriendin, een afschrift van de Postbank op naam van S. Valjak, een rekening van T-Mobile op naam van S. Valjak en een document met betrekking tot een Western Union money transfer met als verzender S. Valjak. In de portefeuille in de tas zitten voorts documenten op naam van [verdachte] en S. Valjak.18

Uit onderzoek aan de Mercedes (type S350) is gebleken dat het originele voertuigidentificatienummer (VIN-nummer) [VIN-nummer] gedeeltelijk was verwijderd en dat de Mercedes was voorzien van het valse VIN-nummer WDD2210561A035084. Uit nader onderzoek is gebleken dat de Mercedes als ontvreemd stond gesignaleerd voor Duitsland.19 Uit informatie uit Duitsland is gebleken dat de auto tussen 27 december 2007 en 28 december 2007 is ontvreemd te Wesel in Duitsland.20 Op het kentekenbewijs op naam van [eigenaar] stond het valse VIN-nummer vermeld. Kennelijk is na de diefstal van de Mercedes het VIN-nummer vervalst en vervolgens een kentekenbewijs verkregen.21

In het dossier bevindt zich een tapgesprek d.d. 19 maart 2008 waarin [medeverdachte] tegen iemand anders zegt dat hij een nieuwe zwarte S350 heeft gekocht.22 In het dossier bevinden zich voorts tapgesprekken waarin de verdachte tegen anderen zegt dat hij de Mercedes heeft gekocht. In een tapgesprek d.d. 31 maart 2009 te 18:31 uur zegt hij tegen een onbekende vrouw dat hij de nieuwste Mercedes heeft gekocht. De auto heeft een Duits kenteken en dat moet hij overschrijven.23 In een gesprek van 31 maart 2008 te 22:25 uur spreekt de verdachte met een tweetal andere personen over het schoonmaken en poetsen van een auto. Wanneer door één van de anderen wordt gevraagd om wat voor soort auto het gaat, zegt de verdachte dat de andere persoon, die niet aan de telefoon is, dat wel weet en gaat het gesprek als volgt:

"E. (wendt zich tot H. op de achtergrond): wat voor auto is dit joh, die ik moet schoonmaken?

H. antwoordt vanaf de achtergrond: S350.

(...)

K.: ik rijd in de auto van de premier!

(...)

E.: rijd je nu in de S-klasse?

K.: Ja, ik zit in de S-klasse"

en hij voegt eraan toe dat de hele auto bezaaid is met knoppen.24

Bij de politie en de rechter-commissaris heeft de verdachte verklaard dat de Mercedes niet van hem was maar van [medeverdachte] en dat hij voor [medeverdachte] als chauffeur optrad. Bij de politie heeft de verdachte voorts verklaard dat [medeverdachte] en hij samen in auto's handelen. [verdachte] verklaart dat hij autohandelaar is en daarvan leeft. In Duitsland kun je overal auto's kopen. ([medeverdachte]) belt hem als er via Internet een auto in Duitsland wordt gevonden.25

Conclusie

Feit 1

Op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, met name de verklaring omtrent de gang van zaken van [werknemer], bevestigd door beelden van camera's, de verklaring van [medeverdachte] en de telefoontaps die passen in de tijdlijn en de aard van het meegenomen materiaal, acht het hof feit 1 bewezen.

In het licht van het bovenstaande acht het hof de verklaring van de verdachte dat hij niet wist dat het om hennep ging, ongeloofwaardig.

Feit 2

Uit de inhoud van de hierboven weergegeven tapgesprekken en de verklaring van de verdachte bij de politie, leidt het hof af dat de verdachte de Mercedes, al dan niet voor of in samenwerking met [medeverdachte], heeft gekocht. Uit de observaties is gebleken dat de verdachte de feitelijk gebruiker van de auto was. Uit het onderzoek aan de Mercedes is gebleken dat het VIN-nummer van de auto was vervalst. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte als autohandelaar dit nummer bij het voorhanden krijgen van de auto heeft gecontroleerd. Dit mocht ten minste van hem worden verwacht. In de tas die in de auto is aangetroffen en waarvan - op basis van de daarin aangetroffen documenten - kan worden aangenomen dat die tas aan de verdachte toebehoort, zijn voorts het originele kentekenbewijs (met vals VIN-nummer) van de auto aangetroffen én een kopie van het rijbewijs van degene op wiens naam het kentekenbewijs stond. Uit dit laatste en uit de overige feiten en omstandigheden als hiervoor genoemd, in onderling verband en samenhang bezien, leidt het hof af dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Het hof komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde in de zin van opzetheling.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 17 maart 2008 tot en met 1 april 2008 te Honselersdijk en te 's-Gravenhage enVoorburg, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad 20 (witte) dozen, inhoudende 200 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 20 maart 2008 tot en met 1 april 2008 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, een zwarte personenauto, merk Mercedes, (kenteken [kenteken]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op grond van de feiten en omstandigheden die in de hiervoor weergegeven - in de voetnoten aangeduide - bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

De voortgezette handeling van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met anderen een hoeveelheid van maar liefst tweehonderd kilo hennep opzettelijk vervoerd en opzettelijk aanwezig gehad. Met deze handelswijze is de verdachte voorbij gegaan aan de onaanvaardbare risico's die dergelijke delicten opleveren voor de volksgezondheid en heeft hij de openbare orde veronachtzaamd. De verdachte heeft zich verder op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan opzetheling. Heling leidt ertoe dat de criminaliteit wordt bevorderd, omdat met dit misdrijf een afzetmarkt voor gestolen goederen wordt bediend en in stand gehouden.

Het hof is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze vermeld zijn op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zal het hof de na te nemen beslissingen nemen.

Onttrekking aan het verkeer

Het hof zal de voorwerpen genummerd 9, 10, 11, 12, 13, 14 en 16 onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven zijn aangetroffen en deze aan de verdachte toebehorende voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Teruggave aan de rechthebbende

Het hof zal, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet, de teruggave aan de Firma [Frima 1] ([adres], Schepersfeld (Duitsland)) gelasten van het op de beslaglijst onder 6 genoemde voorwerp.

Teruggave aan de verdachte

Het hof zal, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet, de teruggave aan de verdachte gelasten van het op de beslaglijst onder 15 genoemde voorwerp.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 36b, 36c, 36d, 47, 56, 57, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen zoals deze vermeld zijn op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 9 t/m 14 en 16.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het voorwerp zoals vermeld onder nummer 15 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende Firma [Frima 1] ([adres], Schepersfeld (Duitsland)) van het voorwerp zoals vermeld onder nummer 6 op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Dit arrest is gewezen door B.A. Stoker-Klein, mr. A.J.M. Kaptein en mr. G.J.W. van Oven, in bijzijn van de griffier mr. S.N. Keuning. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 januari 2011.

1 Tenzij anders vermeld zijn de in de noten genoemde processen-verbaal opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Zie Zakendossier "Roos" (PL 1509/2007/4256), p. 3 (0ZD/roos/3), zaaksdossier Roos map I) en het proces-verbaal stemherkenning van de politie Haaglanden, Regionale Recherche, d.d. 30 januari 2007, nr. 1509/2007/4256 (0ZD/roos/AH/08 e.v., zaaksdossier Roos map I).

2 Zie het rapport Identificatie van een dactyloscopisch signalement van de politie Haaglanden, Directie Recherche en Vreemdelingenpolitie, Bureau Recherche Expertise, Technische Recherche d.d. 4 april 2008, behorend bij proces-verbaal nr. 1509-2007-04256 (1/ZD/roos/33 e.v., zaaksdossier Roos map I) en het proces-verbaal van verhoor verdachte (inbewaringstelling) van de rechter-commissaris in de rechtbank 's-Gravenhage d.d. 4 april 2008.

3 Zie het proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, Bureau Regionale Recherche, d.d. 11 april 2008, nr. 1509/2007/4256, p. 51 zaaksdossier Roos map II.

4 Zie het zakendossier "Roos" (PL 1509/2007/4256), p. 3 (0ZD/roos/3, zaaksdossier Roos map I), het proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden, Regionale recherche, d.d. 21 maart 2008, nr. 1509/2007/4256 (0ZD/roos/AH/01 e.v., zaaksdossier Roos map I) en het tapgesprek d.d. 17 maart 2008 te 15:00 uur, volgnr. 3 (0/ZD/roos/AH/05, zaaksdossier Roos map I).

5 Zie het proces-verbaal bevindingen van de politie Haaglanden, Regionale recherche, d.d. 7 mei 2008, nr. 1509/2007/4256 (2/ZD/roos/AH/51, zaaksdossier Roos map I).

6 Zie het proces-verbaal van aangifte van de politie Haaglanden, Bureau Westland, d.d. 3 april 2008, nr. 1563/2008/7360-3, alsmede het proces-verbaal van nader verhoor aangever d.d. 15 april 2008, nr. PL1509/2007/4256 (2ZD/roos/A/8 e.v., zaaksdossier Roos map I).

7 Zie het zakendossier "Roos" (PL 1509/2007/4256), p. 4 (0ZD/roos/4, zaaksdossier Roos map I), het proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden, Bureau Regionale Recherche, d.d. 7 mei 2008, nr. 1509/2007/4256 (2/ZD/roos/AH/52 e.v., zaaksdossier Roos map I).

8 Zie zakendossier "Roos" (PL 1509/2007/4256), p. 8 (zaaksdossier Roos map I), het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van de politie Haaglanden, Directie Recherche en Vreemdelingenzaken Bureau regionale Recherche, d.d. 2 april 2008, nr. 1509/2007/4256 (3/ZD/roos/V/09, zaaksdossier Roos map II), het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlage van de Regiopolitie Haaglanden, Directie Recherche en Vreemdelingenpolitie, Bureau Regionale Recherche d.d. 1 april 2008, nr. 1509/2007/4256 (0ZD/roos/AH/22, zaaksdossier Roos map I) en het proces-verbaal van de politie Haaglanden, Bureau Recherche Expertise, Wapens, Explosieven en Narcotica, d.d. 1 april 2008, nr. PL1509/2007/4256-N (1/ZD/roos/AH/30, zaaksdossier Roos map I).

9 Zie het proces-verbaal van bevindingen doorzoeken Mercedes vrachtwagen, d.d. 3 april 2008, nr. PL1509/2007/4256 (0ZD/roos/AH/26, zaaksdossier Roos map I).

10 Zie het proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, Regionale Recherche, d.d. 2 september 2008, nr. 1509/2007/4256 (3/ZD/roos/V/20 e.v., zaaksdossier Roos map II).

11 Zie het proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, Regionale Recherche, d.d. 3 september 2008, nr. 1509/2007/4256 (3/ZD/roos/V/26 e.v., zaaksdossier Roos map II).

12 Zie het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van de Regiopolitie Haaglanden, Directie Recherche en Vreemdelingenzaken, Bureau regionale recherche, d.d. 2 april 2008, nr. PL1509/2007/4256, p. 11,12 (0ZD/roos/V/01 e.v., zaaksdossier Roos map II).

13 Zie het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van de rechter-commissaris in de rechtbank 's-Gravenhage d.d. 26 en 27 augustus 2008.

14 Zie het tapgesprek d.d. 17 maart 2008 te 16:16 uur - gesprek 16, zaaksdossier Roos map II, bijlage T (tapgesprekken), 5ZD/roos/T,

p. 33-35.

15 Zie het proces-verbaal van de politie Haaglanden, Directie Opsporing en Informatie, Bureau Arrestatieteam, d.d. 1 april 2008 (0/VD/MAX/11, verdachtedossier MAX).

16 Zie het in noot 15 genoemde proces-verbaal en het zakendossier "Auto", nr. 1509/2007/4256 (0/ZD/auto/2, zaaksdossier Auto).

17 Zie de processen-verbaal van observatie d.d. 19 maart 2008, 25 maart 2008, 26 maart 2008, 31 maart 2008 en 1 april 2008 van de politie Haaglanden, Bureau Observatie en Technische Ondersteuning (0/ZD/auto/AH/1-23, zaakdossier Auto).

18 Zie het in noot 15 genoemde proces-verbaal en het proces-verbaal van bevindingen met bijlage van de regiopolitie Haaglanden, Bureau Regionale Recherche, d.d. 3 december 2008, nr. PL 1509/2007/4256, p. 63 e.v. bijlage AH (1/ZD/auto/AH) zaaksdossier auto.

19 Zie het proces-verbaal van het regiokorps Haaglanden, Bureau Verkeer, Ondersteuningpunt Autocriminaliteit, d.d. 15 april 2008, nr. 2125/2008 (0/ZD/auto/AH/26-29, zaaksdossier Auto) en het zakendossier "Auto", nr. 1509/2007/4256 (0/ZD/auto/3, zaaksdossier Auto).

20 Zie zakendossier Auto bijlage AG (aangiften), 0/ZD/auto/AG/1-13 en het zakendossier "Auto", nr. 1509/2007/4256 (0/ZD/auto/3, zaaksdossier Auto).

21 Zie zakendossier Auto bijlage D (documenten), 0/ZD/auto/D/1-3 en het zakendossier "Auto", nr. 1509/2007/4256 (0/ZD/auto/3, zaaksdossier Auto).

22 Zie het tapgesprek d.d. 19 maart 2008 te 18:59 uur, volgnr. 13927, zakendossier Auto bijlage T (tapgesprekken), 0/ZD/auto/T/3.

23 Zie het tapgesprek d.d. 31 maart 2008 te 18:31 uur, volgnr. 600, zakendossier Auto bijlage T (tapgesprekken), 0/ZD/auto/T/9-10.

24 Zie het tapgesprek d.d. 31 maart 2008 te 22:25 uur, gesprek 611, zakendossier Auto bijlage T (tapgesprekken), 1/ZD/auto/T/12-14.

25 Zie het proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Haaglanden, Bureau Regionale Recherche, d.d. 2 april 2008, nr. 1509/2007/4256 (verdachtedossier Max, 0/VD/MAX/23-31).