Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2814

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
28-04-2011
Zaaknummer
22-002710-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft als penningmeester van een muziekvereniging een aantal financiële documenten valselijk opgemaakt om de resultaten van de door de verdachte verrichte beleggingstransacties gunstiger voor te stellen dan deze waren. Werkstraf voor de duur van 120 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002710-10

Parketnummer: 09-755143-08

Datum uitspraak: 27 april 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 28 april 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 13 april 2011. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, in combinatie met een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij, als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 18 september 2008 te Nieuw Vennep en/of te Leiden en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- een of meer positieoverzicht(en) over 2005 en/of 2006 van Binckbank met betrekking tot rekening [rekeningnummer A] (p.94 en 114) en/of

- een positieoverzicht 2007 van Binckbank met betrekking tot rekening [rekeningnummer A] d.d. 31/12/2007 (p.127) en/of

- een Afstandsverklaring [verdachte] d.d. 29 maart 2008 (p.128) en/of

- een Jaarrekening rendement 2007 (p.129)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft hij, verdachte, valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid -:

- in dat/die positieoverzichten over 2005 en/of 2006 niet opgenomen en/of vermeld en/of verwerkt: de verkoop van (staats)obligaties en/of de transacties met opties en/of met aandelen en/of een logo van de Binckbank verwerkt en/of de rekening-courantverhouding met de bank niet vermeld en/of de actuele waarde van het beleggingsrekening niet vermeld en/of

- in dat positieoverzicht 2007 opgenomen en/of vermeld en/of verwerkt: een logo van de Binckbank en/of dat de volgende effecten zijn opgenomen in vermogen/eigendom [vereniging]: 207200 Nederland 98-28 5,5% en/of

- in die Afstandsverklaring: dat de volgende effecten zijn opgenomen in het vermogen en/of de eigendom van [vereniging]: 207200 Nederland 98-28 5,5% en/of

- in die Jaarrekening: dat de totale waarde van de effecten eind 2007 EUR 229.992 is,

dit (telkens) met het oogmerk dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door(een) ander(en) te doen gebruiken;

2.

Hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2005 tot en met 23 september 2008 te Nieuw Vennep en/of Leiden en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

opzettelijk een of meer geldbedrag(en) (in totaal ongeveer EUR 317000), althans (een) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan toebehoort/toebehoren aan [vereniging], althans aan een ander dan aan hem, verdachte, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend,

terwijl hij verdachte, dat/die geld(bedrag(en)), althans goed(eren), anders dan door misdrijf onder zich had, te weten: - uit hoofde van zijn functie als penningmeester bij [vereniging] waarin hij beschikkingsbevoegd was voor Postbankrekening [rekeningnummer B] en/of Postbankrekening [rekeningnummer C] en/of Binck Bankrekening [rekeningnummer D] (alle) ten name van [vereniging],

immers heeft hij, verdachte, opzettelijk:

- diverse geld(bedrag(en)) van Postbankrekening [rekeningnummer B] en/of Postbankrekening [rekeneningnummer C] en/of Binck Bankrekening [rekeningnummer D] (alle) ten name van [vereniging] overgemaakt naar Alexbankrekening [rekeningnummer E] ten name van [verdachte] en/of SNS Bankrekening [rekeningnummer F] ten name van [verdachte] en/of naar ABN Amro bankrekening [rekeningnummer G] ten name van [verdachte], en/of (via voornoemde rekening(en) ) naar een/of meer andere bank- en/of girorekeningen ten name van [verdachte] en/of [verdachte] en/of [familielid verdachte] (terwijl er alleen (stilzwijgende) afspraken waren gemaakt over het overboeken van geld(bedrag(en)) naar Binckbankrekening [rekeningnummer A] ten name van [verdachte] en/of [familie verdachte] (ten behoeve van het beleggen in obligaties)) en/of (vervolgens)

- met dit/deze geldbedrag(en) (die zijn overgemaakt naar Alexbankrekening [rekeningnummer E] ten name van [verdachte] en/of SNS Bankrekening [rekeningnummer F] ten name van [verdachte] en/of naar ABN Amro bankrekening [rekeningnummer G] ten name van [verdachte]) gehandeld in aandelen en/of opties en/of andere waarde papieren (terwijl hij, verdachte, slechts toestemming had van (de rest van) het bestuur van [vereniging] en genoegen voor en/of hij, verdachte, alleen afspraken gemaakt had over de aanschaf van en/of het beleggen in (staats) obligaties en/of

- van de bankrekeningen Postbankrekening [rekeningnummer B] en/of Postbankrekening [rekeneningnummer C] en/of Binck Bankrekening [rekeningnummer D] (alle) ten name van [vereniging] een of meer (geld)bedrag(en) overgemaakt naar Binckbankrekening [rekeningnummer A] ten name van [verdachte] en/of [familielid verdachte] en/of de met die geldbedragen gekochte staatsobligaties (vervolgens) verkocht en/of (met die gelden) gehandeld in aandelen en/of opties en/of andere waardepapieren en/of

- het/de (geld)bedrag(en) die hij, verdachte, naar zijn privérekeningen had overgeboekt, niet of niet volledig terug geboekt naar een of meer rekening(en) van [vereniging].

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde overweegt het hof het volgende.

Gelet op het verhandelde ter terechtzitting en de stukken in het dossier is niet komen vast te staan dat de verdachte (als penningmeester) in strijd met afspraken en zonder toestemming van het bestuur van de [vereniging] (hierna: de vereniging) geldbedragen heeft belegd in andere waardepapieren dan obligaties. Evenmin staat vast dat de verdachte in het kader van zijn beleggingsactiviteiten voor de vereniging zonder instemming van het bestuur geldbedragen heeft overgeboekt naar zijn privérekeningen. Het bestuur was ermee bekend dat de verdachte als penningmeester de liquiditeiten van de vereniging belegde in obligaties en andere zakelijke waarden. In het bestuur bestond geen belangstelling voor het beleggingsbeleid. Dat was geheel overgelaten aan de penningmeester. Tijdens de behandeling van de jaarcijfers in de bestuursvergadering werd niet om verantwoording gevraagd over het terzake gevoerde beleid. Beleggen is niet zonder risico's, zoals iedereen weet: het belegde vermogen is 'verdampt'. De verdachte treft wel een verwijt ten aanzien van de onjuiste weergave van de vermogenspositie in de administratie (zie hierna).

Het vorenstaande brengt met zich dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte geldbedragen zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, zodat de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met

18 september 2008 te Nieuw Vennep

- positieoverzichten over 2005 en 2006 van Binckbank met betrekking tot rekening [rekeningnummer A] en

- een positieoverzicht 2007 van Binckbank met betrekking tot rekening [rekeningnummer A] d.d. 31/12/2007 en

- een Afstandsverklaring [verdachte] d.d. 29 maart 2008 en

- een Jaarrekening rendement 2007

elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt,

immers heeft hij, verdachte, valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid -:

- in die positieoverzichten over 2005 en 2006 niet vermeld: de verkoop van (staats)obligaties en/of de transacties met opties en/of met aandelen en een logo van de Binckbank verwerkt en de rekening-courantverhouding met de bank niet vermeld en/of de actuele waarde van de beleggingsrekening niet vermeld en

- in dat positieoverzicht 2007 vermeld en/of verwerkt: een logo van de Binckbank en de volgende effecten opgenomen in vermogen/eigendom [vereniging]: 207200 Nederland 98-28 5,5% en

- in die Afstandsverklaring: dat de volgende effecten zijn opgenomen in het vermogen en/of de eigendom van [vereniging]: 207200 Nederland 98-28 5,5% en

- in die Jaarrekening: dat de totale waarde van de effecten eind 2007 EUR 229.992 is,

dit telkens met het oogmerk deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft als penningmeester van een muziekvereniging een aantal financiële documenten valselijk opgemaakt om de resultaten van de door de verdachte verrichte beleggingstransacties gunstiger voor te stellen dan deze waren. Door aldus te handelen heeft de verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat burgers in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van bepaalde geschriften moeten kunnen stellen.

Ten aanzien van het bepalen van de op te leggen straf is namens de verdachte een beroep gedaan op psychische overmacht, nu de verdachte zou hebben gehandeld uit schaamte voor de grote verliezen die met de beleggingen zijn geleden. Het hof overweegt te dien aanzien dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat de verdachte heeft gehandeld onder invloed van een van buiten komende dwang waartegen weerstand redelijkerwijs niet kon worden gevergd. Het hof zal hier dan ook geen rekening mee houden bij het bepalen van de op te leggen straf.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft de [vereniging] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde tot een bedrag van € 317.294,65. In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van

€ 306.044,65.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 60 (zestig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Verklaart de benadeelde partij [vereniging] niet-ontvankelijk in de vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij de vordering dan ook slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit arrest is gewezen door mr. J. Borgesius,

mr. J.M. Reinking en mr. M.A. van der Ham, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 april 2011.