Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2600

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
27-04-2011
Zaaknummer
22-003488-09
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2009:BI9011, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met anderen binnen een periode van één maand schuldig gemaakt aan zowel voorbereiding van een gewapende overval op het restaurant waar zij werkzaam was, als twee voltooide gewapende overvallen op dat restaurant.

Gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 17 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met bijzondere voorwaarde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003488-09

Parketnummer: 09-758279-08

Datum uitspraak: 27 april 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 juni 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 8 en 15 april 2010 en 13 april 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 meer subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften haar te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, zolang die instelling zulks nodig acht.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 08 september 2008 te Delft tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 2376 euro, in elk geval een geldbedrag en/of tien, in elk geval een of meer, hotspotkaarten à 10 euro en/of acht, in elk geval een of meer, hotspotkaarten à 15 euro en/of acht, in elk geval een of meer, hotspotkaarten à 30 euro en/of een portemonee met inhoud ( onder andere inhoudende een rijbewijs en/of meerdere bankpassen) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan La Place ( vestiging A13,Rijksweg) en/of [bedrijfsleider B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [bedrijfsleider B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- met bivakmutsen op naar het kantoor van die [bedrijfsleider B] is/zijn gegaan en/of tegen die [bedrijfsleider B] heeft/hebben gezegd dat als hij niet meewerkte hij zou worden neergestoken, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (vervolgens) tegen die [bedrijfsleider B] heeft/hebben gezegd dat hij op de grond moest liggen, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (vervolgens) de handen en/of voet en/of mond van die [bedrijfsleider B] heeft/hebben (dicht)getaped en/of

- ( vervolgens) over die [bedrijfsleider B] heeft/hebben gezegd: "Steek hem maar neer", althans woorden van gelijke aard of strekking;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks te 08 september 2008, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 2376 euro, in elk geval een geldbedrag en/of tien, in elk geval een of meer, hotspotkaarten à 10 euro en/of acht, in elk geval een of meer, hotspotkaarten à 15 euro en/of acht, in elk geval een of meer, hotspotkaarten à 30 euro en/of een portemonee met inhoud ( onder andere inhoudende een rijbewijs en/of meerdere bankpassen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan La Place

( vestiging A13,Rijksweg) en/of [bedrijfsleider B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of haar mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [bedrijfsleider B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]:

- met bivakmutsen op naar het kantoor van die [bedrijfsleider B] is/zijn gegaan en/of tegen die [bedrijfsleider B] heeft/hebben gezegd dat als hij niet meewerkte hij zou worden neergestoken, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (vervolgens) tegen die [bedrijfsleider B] heeft/hebben gezegd dat hij op de grond moest liggen, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (vervolgens) de handen en/of voet en/of mond van die [bedrijfsleider B] heeft/hebben (dicht)getaped en/of

- ( vervolgens) over die [bedrijfsleider B] heeft/hebben gezegd: "Steek hem maar neer", althans woorden van gelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2008 tot en met 08 september 2008 te Delft en/of 's-Gravenhage en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- tegen die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] te zeggen dat het (heel) makkelijk was om La Place te overvallen en/of dat alle deuren open waren en/of

- aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] aan te geven wanneer de geldwagen zou komen en/of welke personeelsleden op welke dagen werkten en/of in welke ruimte de kluis stond en/of wanneer de opbrengst het grootst zou zijn en/of waar zij de vluchtauto het beste konden parkeren en/of wat de (beste) (vlucht)route was;

2.

zij op of omstreeks 29 september 2008 te Delft tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 4000 euro, in elk geval een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan La Place ( vestiging A13 Rijksweg), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A]e, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s): - naar die [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A]e is/zijn gerend met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in zijn/hun hand en/of

- (vervolgens) die [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A] heeft/hebben gedwongen, onder bedreiging van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar boven te lopen en/of de toegangsdeur te openen en/of

- ( vervolgens) gedurende de tijd dat het alarm uitgeschakeld moest worden, voornoemd pistool, althans op vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [bedrijfsleider C] gericht heeft/hebben gehouden en/of

- (vervolgens) tegen die [bedrijfsleider C] heeft/hebben gezegd, terwijl die [bedrijfsleider C] op zijn knieen op de grond zat, dat hij de kluis moest openmaken en dat hij geen grappen moest maken anders ging er wat met hem gebeuren, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (vervolgens) die [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A]e, onder bedreiging van voornoemd pistool, althans op vuurwapen gelijkend voorwerp, naar de dameskleedkamer heeft/hebben gebracht en/of tegen die [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A]e heeft/hebben gezegd

dat hij/zij op de grond moest(en) liggen en/of zijn/hun telefoon moest(en) inleveren;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 29 september 2008 te Delft, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 4000 euro, in elk geval een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan La Place ( vestiging A13 Rijksweg), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of haar mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A]e, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]:

- naar die [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A]e is/zijn gerend met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in zijn/hun hand en/of

- (vervolgens) die [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A] heeft/hebben gedwongen, onder bedreiging van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar boven te lopen en/of de toegangsdeur te openen en/of

- ( vervolgens) gedurende de tijd dat het alarm uitgeschakeld moest worden, voornoemd pistool, althans op vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [bedrijfsleider C] gericht heeft/hebben gehouden en/of

- (vervolgens) tegen die [bedrijfsleider C] heeft/hebben gezegd, terwijl die [bedrijfsleider C] op zijn knieen op de grond zat, dat hij de kluis moest openmaken en dat hij geen grappen moest maken anders ging er wat met hem gebeuren, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (vervolgens) die [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A]e, onder bedreiging van voornoemd pistool, althans op vuurwapen gelijkend voorwerp, naar de dameskleedkamer heeft/hebben gebracht en/of tegen die [bedrijfsleider C] en/of [medewerker A]e heeft/hebben gezegd

dat hij/zij op de grond moest(en) liggen en/of zijn/hun telefoon moest(en) inleveren,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2008 tot en met 29 september 2008 te Delft en/of 's-Gravenhage en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door ;

- tegen die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] te zeggen dat het (heel) makkelijk was om La Place te overvallen en/of dat alle deuren open waren en/of

- aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] aan te geven wanneer de geldwagen zou komen en/of welke personeelsleden op welke dagen werkten en/of in welke ruimte de kluis stond en/of wanneer de opbrengst het grootst zou zijn en/of waar zij de vluchtauto het beste konden parkeren en/of wat de (beste) (vlucht)route was;

3.

zij op of omstreeks 07 september 2008 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen en/of geld van haar/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan La Place (vestiging A13), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer medewerkers(s) van voornoemde La Place, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van haar mededader(s), althans alleen

- ( met een auto, te weten een Opel Astra Station) naar voornoemde La Place is/zijn gegaan waarbij op of aan voornoemde auto was/waren aangebracht, valse kentekenplaten, althans kentekenplaten niet voor dat voertuig afgegeven en/of

- met een tas, inhoudende twee, in elk geval een of meer, mes(sen), althans een scherp en/of puntig voorwerp, en/of een of meer vuilniszak(ken) en/of twee, in elk geval een of meer, paar (stoffen) handschoenen en/of twee, in elk geval een of meer bivakmuts(en),voornoemde La Place (vlak voor sluitingstijd) is/zijn binnengegaan en/of

- in voornoemde La Place naar boven naar de toiletten en/of (niet voor het publiektoegankelijke) vergaderza(a)l(en) is/zijn gelopen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 7 september 2008 te Delft ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen en/of geld van haar/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan La Place (vestiging A13) in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of haar mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer medewerker(s) van voornoemde La Place, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van haar mededader(s), althans alleen

- ( met een auto, te weten een Opel Astra Station) naar voornoemde La Place is/zijn gegaan waarbij op of aan voornoemde auto was/waren aangebracht, valse kentekenplaten, althans kentekenplaten niet voor dat voertuig afgegeven en/of

- met een tas, inhoudende twee, in elk geval een of meer, mes(sen), althans een scherp en/of puntig voorwerp, en/of een of meer vuilniszak(ken) en/of twee, in elk geval een of meer, paar (stoffen) handschoenen en/of twee, in elk geval een of meer bivakmuts(en),voornoemde La Place (vlak voor sluitingstijd) is/zijn binnengegaan en/of

- in voornoemde La Place naar boven naar de toiletten en/of (niet voor het publiektoegankelijke) vergaderza(a)l(en) is/zijn gelopen

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

in of omstreeks de periode van 01 augustus 2008 tot en met 07 september 2008 te Delft en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- tegen die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] te zeggen dat het (heel) makkelijk was om La Place te overvallen en/of dat alle deuren open waren en/of

- aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] aan te geven wanneer de geldwagen zou komen en/of welke personeelsleden op welke dagen werkten en/of in welke ruimte de kluis stond en/of wanneer de opbrengst het grootst zou zijn en/of waar zij de vluchtauto het beste konden parkeren en/of wat de (beste) (vlucht)route was;

Meer subsidiair:

zij op of omstreeks 07 september 2008 te Delft, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld in vereniging, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis straf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk

- een plattegrond en/of

- een personenauto (Opel Astra Station) en/of

- valse kentekenplaten, althans kentekenplaten niet voor dat voertuig afgegeven en/of

- een of meer vuilniszak(ken) en/of

- twee, in elk geval een of meer, paar (stoffen) handschoenen en/of

- twee, in elk geval een of meer mes(sen) althans een scherp en/of puntig voorwerp en/of

- twee, in elk geval een of meer bivakmuts(en)

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

Meest subsidiair:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 07 september 2008 te Delft, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld in vereniging, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk

- een plattegrond en/of

- een personenauto (Opel Astra Station) en/of

- valse kentekenplaten, althans kentekenplaten niet voor dat voertuig afgegeven en/of

- een of meer vuilniszak(ken) en/of

- twee, in elk geval een of meer, paar (stoffen) handschoenen en/of

- twee, in elk geval een of meer mes(sen), althans een scherp en/of puntig voorwerp en/of

- twee, in elk geval een of meer bivakmuts(en)

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 07 september 2008 te Delft en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- tegen die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] te zeggen dat het (heel) makkelijk was om La

Place te overvallen en/ofdat alle deuren open waren en/of

- aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] aan te geven wanneer de geldwagen zou komen en/of welke personeelsleden op welke dagen werkten en/of in welke ruimte de kluis stond en/of wanneer de opbrengst het grootst zou zijn en/of waar zij de vluchtauto het beste konden parkeren en/of wat de (beste) (vlucht)route was.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Door het hof op basis van de wettige bewijsmiddelen vastgestelde feiten en omstandigheden1

Ten aanzien van feit 3 (voorbereiding overval La Place d.d. 7 september 2008):

[bedrijfsleider A], leidinggevende bij La Place gevestigd aan de Rijksweg A13 te Delft, heeft verklaard dat hij op

7 september 2008 omstreeks 21.00 uur - 21.10 uur twee mannen in de toiletruimte van restaurant La Place zag staan. [bedrijfsleider A] zag vóór hen een grote zwarte sporttas op de wasbak staan.2 [bedrijfsleider A] heeft de mannen verzocht het pand te verlaten omdat La Place gesloten was.3

De verdachte heeft verklaard dat zij, haar partner, zijnde medeverdachte [medeverdachte 1], en zijn vriend [medeverdachte 2], bijnaam [bijnaam], zijnde medeverdachte [medeverdachte 2], bij haar thuis een dolletje maakten over het feit dat zij een beroving zouden doen om aan geld te komen. De verdachte, die op dat moment werkzaam was bij La Place gevestigd aan de Rijksweg A13 te Delft, zei tegen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dat als zij La Place zouden beroven, het heel makkelijk zou zijn. De verdachte vertelde aan haar medeverdachten dat de deuren niet afgesloten waren, waar de kluis stond en dat op zondag de opbrengst het grootst zou zijn omdat ze dan drie dagen omzet zouden kunnen pakken. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vroegen de verdachte goed op te letten wanneer de geldwagen kwam en welke personeelsleden op welke dagen werkten.

Op 7 september 2008 hoorde de verdachte van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dat de overval die avond zou plaatsvinden. De verdachte heeft hen verteld welke route in La Place het best kon worden gelopen, waar de auto het best kon worden geparkeerd en welke personeelsleden die avond La Place zouden afsluiten.

De verdachte zag dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een grote donkerblauwe of zwartkleurige sporttas inpakten. Zij zag dat zij naast twee messen, een aantal vuilniszakken en twee paar stoffen handschoenen in de tas stopten. Op hun hoofd droegen zij allebei een bivakmuts. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vertrokken met de auto van de vader van [medeverdachte 1]. Vervolgens belde [medeverdachte 1] de verdachte op met de mededeling dat haar moeder, die werkzaam is bij de betreffende La Place vestiging, nog in het restaurant aanwezig was. Omdat haar moeder [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zou herkennen, heeft de verdachte haar moeder gebeld en haar gevraagd naar de snackbar van medeverdachte [medeverdachte 1] te komen.

Later die avond hoorde de verdachte van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dat zij met de tas met overvalspullen La Place binnen waren gelopen en aldaar [bedrijfsleider A] waren tegengekomen. [bedrijfsleider A] had hen naar buiten gestuurd en tegen hen gezegd dat het sluitingstijd was. Omdat de zaak nog open was, hadden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van de overval afgezien.4

Ter terechtzitting in hoger beroep van 13 april 2011 heeft de verdachte verklaard dat zij en medeverdachte [medeverdachte 1] -haar toenmalige partner- destijds schulden hadden en dat de bedoeling van de (geplande) overval(len) was om makkelijk aan geld te komen.

Ten aanzien van feit 1 (overval La Place d.d. 8 september 2008):

De verdachte heeft verklaard dat zij medeverdachte [medeverdachte 1] op 7 september 2008 tegen medeverdachte [medeverdachte 2] hoorde zeggen dat hij niet te veel moest drinken omdat de volgende morgen een nieuwe poging tot het plegen van een overval zou worden gedaan. De verdachte moest op de betreffende dag, 8 september 2008, 's ochtends werken. Die ochtend zei [medeverdachte 1] tegen haar dat zij wel zou zien hoe laat ze bij La Place zouden verschijnen om de overval nu wèl te doen slagen.

De verdachte had [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tevoren verteld dat de geldwagen doorgaans tussen 11.00 en 13.00 uur kwam om het geld op te halen.5

De verdachte had met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] afgesproken dat zij bedrijfsleider [bedrijfsleider B] naar de kantoorruimte zou lokken door hem een receptuur te vragen, zodat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hem aldaar konden dwingen om de kluis open te maken. Rond 8.30 uur zag de verdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] door de hoofdingang binnenkomen. Ze liepen naar boven via de trap die zij hen eerder had gewezen. Vervolgens werd de verdachte gebeld door [medeverdachte 1]. Hij zei tegen haar dat hij boven was met [medeverdachte 2] en dat zij de bedrijfsleider naar de receptuur moest vragen. De verdachte heeft dit gedaan en zag [bedrijfsleider B] daarop naar boven lopen. De verdachte heeft vervolgens direct medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld en zijn telefoon één keer over laten gaan zodat hij zou weten dat [bedrijfsleider B] er aan kwam.

Toen de verdachte na haar werk thuis kwam, waren [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in haar woning aanwezig. Op de salontafel lag veel papiergeld en op de grond lag muntgeld. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vertelden de verdachte dat alles was verlopen volgens het plan dat zij vooraf met zijn drieën hadden gemaakt.6

[bedrijfsleider B], leidinggevende bij La Place gevestigd aan de Rijksweg A13 te Delft, heeft verklaard dat hij op 8 september 20087 rond 09.00 uur in zijn kantoor was om op verzoek van een collega een recept uit te printen. Op dat moment kwam er een man met een bivakmuts op zijn kantoor binnen. Meteen achter hem kwam er een tweede man met een bivakmuts op binnen. [bedrijfsleider B] voelde een hand op zijn schouder en hoorde dat één van de mannen vroeg waar de kluissleutel was. [bedrijfsleider B] heeft de kluissleutel gepakt en de kluis middels de sleutel en een code geopend. De man zei dat als [bedrijfsleider B] niet meewerkte, hij zou worden neergestoken. Na het openen van de kluis moest [bedrijfsleider B] op de grond gaan liggen en werd hij aan handen en voeten getapet. Op het moment dat [bedrijfsleider B] aangaf dat de mannen een tweede kluis niet konden openen, hoorde hij één van de mannen zeggen: "steek hem maar neer". Ook werd zijn mond dichtgetapet.8

In totaal is een bedrag van 2.115 euro weggenomen.9

Uit de bijlage gestolen goederen behorende bij het proces-verbaal van aangifte van [bedrijfsleider B] blijkt dat tevens een portemonnee met inhoud, een rijbewijs en meerdere bankpassen toebehorende aan [bedrijfsleider B] zijn weggenomen.10

Ten aanzien van feit 2 (overval La Place d.d. 29 september 2008):

De verdachte heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1] op de ochtend van 29 september 2008 tegen haar zei dat zij erop kon rekenen dat hij en [medeverdachte 2] die dag weer bij haar werk langs zouden komen. Zij wist op dat moment dat er die dag weer een overval gepleegd zou worden. Zij wist dat haar collega's weer in angst gebracht zouden worden, maar ze wist daarbij ook dat zij hun schulden moesten betalen en dat er geen andere manieren waren om dat geld op te brengen. [medeverdachte 1] vroeg aan de verdachte hoeveel mensen er die dag bij La Place zouden werken. Op het station heeft de verdachte [medeverdachte 1] via een sms-bericht laten weten dat er die dag vier mensen zouden werken. Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 1] haar na de overval vertelde dat hij geschrokken was dat hij maar twee man had gezien bij de brandtrap, omdat hij vier man had verwacht zoals hem was ge-sms't. De verdachte heeft na de overval 1000 euro van [medeverdachte 1] gekregen. Daarvan heeft zij onder meer haar schulden afbetaald.11

[bedrijfsleider C], leidinggevende bij La Place gevestigd aan de Rijksweg A13 te Delft, heeft verklaard dat hij op

29 september 2008 om 7.00 uur twee mannen uit een auto zag stappen en dat deze mannen rennend op hem en zijn collega [medewerker A] afkwamen. [bedrijfsleider C] en [medewerker A] zagen dat één van de mannen een pistool in zijn hand had.12 Onder bedreiging van dat vuurwapen moest [bedrijfsleider C] samen met [medewerker A] naar boven lopen en de toegangsdeur open maken. Eén van de mannen vroeg waar het alarm was. [bedrijfsleider C] werd gesommeerd het alarm uit te schakelen. Steeds liep de man, met het vuurwapen op hem gericht, achter [bedrijfsleider C]. De man met het vuurwapen zei "pak de sleutel van de kluis", terwijl hij het vuurwapen nog steeds op [bedrijfsleider C] had gericht. Toen de kluis niet openging zei de man met het

vuurwapen: "maak geen grappen met mij anders gaat er wat met je gebeuren". Uiteindelijk lukte het [bedrijfsleider C] om de code in te tikken, de sleutel van de kluis om te draaien en de kluis te openen. Al die tijd zat [bedrijfsleider C] op zijn knieën. Vervolgens moest [bedrijfsleider C] naar de dameskleedkamer, waar hij op de grond moest gaan liggen.13 In deze kleedkamer lag [medewerker A] al op de grond. Beide medewerkers moesten hun telefoon inleveren.14 [bedrijfsleider C] moest van de man met het vuurwapen op zijn buik gaan liggen.15

In totaal is een bedrag van 4.585,95 euro weggenomen.16

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 meer subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 17 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften haar te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, zolang die instelling zulks nodig acht, ook indien dat inhoudt deelname aan het resocialisatieprogramma van de Stichting Exodus. Ter zake van het onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft de advocaat-generaal vrijspraak gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep erkend betrokken te zijn geweest bij de onder 1 en 2 tenlastegelegde overvallen en de onder 3 tenlastegelegde voorbereiding van een overval.

De raadsvrouw van de verdachte heeft verweer gevoerd overeenkomstig haar overgelegde en in het dossier gevoegde pleitaantekeningen. De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder

1 primair, 2 primair, 3 primair en 3 meer subsidiair tenlastegelegde omdat -kort gezegd- de verdachte niet kan worden aangemerkt als medepleger van de tenlastegelegde overvallen. De raadsvrouw heeft voorts bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 3 subsidiair tenlastegelegde omdat geen sprake is van een strafbare poging tot het plegen van een overval.

Het oordeel van het hof

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat de onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde handelingen niet kunnen worden aangemerkt als een poging tot diefstal met geweldpleging. Nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 primair en subsidiair is tenlastegelegd, behoort de verdachte daarvan te worden vrijgesproken.

Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat het onder 1 primair, 2 primair en 3 meer subsidiair tenlastegelegde wel wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Uit de hiervoor door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat de verdachte kort tot zeer kort voor de voorbereiding van de overval op 7 september 2008 en de overvallen op 8 en 29 september 2008 in persoon, telefonisch en per sms-bericht essentiële inlichtingen aan haar medeverdachten heeft verstrekt, alsook dat zij betrokken was bij het maken en uitvoeren van de plannen. De verdachte heeft haar medeverdachten onder meer verteld welke route in La Place het best kon worden gelopen, waar de auto het best kon worden geparkeerd, op welke dagen en tijdstippen de overvallen het best konden worden gepleegd en welke en hoeveel personeelsleden er op de betreffende dagen aanwezig zouden zijn. Op 7 september 2008 heeft de verdachte haar moeder met een smoes bij La Place vandaan gelokt en op 8 september 2008 heeft zij de bedrijfsleider met een smoes gestuurd naar de ruimte waar de kluis stond -alwaar de medeverdachten hem volgens plan zouden opwachten- om de overvallen te doen laten slagen. De verdachte heeft zich op geen enkel moment gedistantieerd van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, dus ook niet ten tijde van de uitvoering daarvan.

Uit de verklaring van de verdachte blijkt dat zij en medeverdachte [medeverdachte 1] -haar toenmalige partner- schulden hadden en dat de bedoeling van de overvallen was om gemakkelijk aan geld te komen. De verdachte heeft gedeeld in de buit van de overval op 29 september 2008, van welk geld zij (deels) haar schulden heeft afgelost, en zij

kon tevens een derde van de buit van de overval van

8 september 2008 krijgen. De reden dat zij niet daadwerkelijk in die buit heeft gedeeld is gelegen in het feit dat zij zich schuldig voelde.17

Uit genoemde feiten en omstandigheden volgt naar het oordeel van het hof dat de verdachte zo bewust en nauw met haar medeverdachten heeft samengewerkt bij de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, dat sprake is van het medeplegen van die feiten. Dat de rol van de verdachte anders is dan die van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] maakt dat niet anders.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van genoemde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. Primair

zij op 08 september 2008 te Delft tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2.115 euro en een portemonnee met inhoud (onder andere inhoudende een rijbewijs en meerdere bankpassen) toebehorende aan La Place (vestiging A13, Rijksweg) en/of [bedrijfsleider B], welke diefstal werd voorafgegaan door en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [bedrijfsleider B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s):

- met bivakmutsen op naar het kantoor van die [bedrijfsleider B] zijn gegaan en tegen die [bedrijfsleider B] heeft/hebben gezegd dat als hij niet meewerkte hij zou worden neergestoken en

- vervolgens tegen die [bedrijfsleider B] heeft/hebben gezegd dat hij op de grond moest liggen en

- vervolgens de handen en voeten en mond van die [bedrijfsleider B] heeft/hebben (dicht)getaped en

- vervolgens over die [bedrijfsleider B] heeft/hebben gezegd: "Steek hem maar neer";

2. Primair

zij op 29 september 2008 te Delft tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan La Place (vestiging A13 Rijksweg), welke diefstal werd voorafgegaan door en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [bedrijfsleider C] en [medewerker A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of haar mededader(s):

- naar die [bedrijfsleider C] en [medewerker A] is/zijn gerend met een pistool in zijn/hun hand en

- vervolgens die [bedrijfsleider C] en [medewerker A] heeft/hebben gedwongen, onder bedreiging van een pistool naar boven te lopen en de toegangsdeur te openen en

- vervolgens gedurende de tijd dat het alarm uitgeschakeld moest worden, voornoemd pistool op die [bedrijfsleider C] gericht heeft/hebben gehouden en

- vervolgens tegen die [bedrijfsleider C] heeft/hebben gezegd, terwijl die [bedrijfsleider C] op zijn knieën op de grond zat, dat hij de kluis moest openmaken en dat hij geen grappen moest maken anders ging er wat met hem gebeuren en

- vervolgens die [bedrijfsleider C], onder bedreiging van voornoemd pistool naar de dameskleedkamer heeft/hebben gebracht en tegen die [bedrijfsleider C] en [medewerker A] heeft/hebben gezegd dat zij op de grond moesten liggen en hun telefoon moesten inleveren;

3. Meer subsidiair

zij op 07 september 2008 te Delft tezamen en in vereniging met anderen ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld in vereniging, opzettelijk

- vuilniszakken en

- twee paar stoffen handschoenen en

- twee messen en

- twee bivakmutsen

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan door en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan door en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 3 meer subsidiair bewezenverklaarde:

Voorbereiding van diefstal, voorafgegaan door of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan alsook op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen binnen een periode van één maand schuldig gemaakt aan zowel voorbereiding van een gewapende overval op het restaurant waar zij werkzaam was, als twee voltooide gewapende overvallen op dat restaurant, een en ander op de wijze zoals bewezen is verklaard. Daarmee heeft de verdachte het door haar collega's en haar werkgever in haar gestelde vertrouwen ernstig beschaamd. Een overval is een zeer ernstig feit dat gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en in de maatschappij in het algemeen veroorzaakt. Slachtoffers lijden veelal geruime tijd onder de psychische gevolgen van een dergelijke ingrijpende gebeurtenis. Daarnaast brengen dergelijke misdrijven financiële schade voor de benadeelden met zich mee.

Het hof heeft rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte als ook met het feit dat zij blijkens een haar betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 maart 2011, na een veroordeling in 1999 ter zake van bedreiging en openlijke geweldpleging tegen goederen, niet meer is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. In het voordeel van de verdachte heeft het hof daarnaast in aanmerking genomen dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep inzicht heeft getoond in de ernst van haar handelen.

Het hof heeft voorts acht geslagen op de in hoger beroep door de verdediging overgelegde faseovergangsverslagen die door de Stichting Exodus te Den Haag zijn opgemaakt in het kader van het resocialisatieprogramma waaraan de verdachte deelneemt, alsook op het voortgangsverslag van GGZ Palier Den Haag d.d. 8 april 2011 waaruit blijkt dat begeleiding door de reclassering en het volgen van een intramuraal begeleidingsprogramma bij Exodus noodzakelijk worden geacht.

Het hof heeft geconstateerd dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu op 24 juni 2009 hoger beroep is ingesteld en het dossier niet binnen 6 maanden maar na bijna 7 maanden, te weten op 12 januari 2010, ter griffie van het hof is binnengekomen. Gelet op de zeer geringe mate van overschrijding zal het hof hieraan evenwel geen rechtsgevolgen verbinden.

Alles overwegende en mede gelet op de huidige persoonlijke omstandigheden van de verdachte -waaronder het feit dat de verdachte sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis op 12 juli 2010 (tot volle tevredenheid) deelneemt aan een intramurale behandeling bij de Stichting Exodus- alsook op de rol van de verdachte bij de bewezenverklaarde feiten, is het hof van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 22.385,-

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding op, mede gelet op de aard en omvang van de opgevoerde schadeposten. Het hof zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Omdat door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 46, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 meer subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt dat een op 17 (zeventien) maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de stichting Reclassering Nederland, waartoe kan behoren deelname aan het resocialisatieprogramma van de Stichting Exodus, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt.

Verstrekt aan deze instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser, mr. D. Jalink en mr. I.P.A. van Engelen, in bijzijn van de griffier mr. H. Biemond.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 april 2011.

Mr. I.P.A. van Engelen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld een als bijlage bij het proces-verbaal van de politie Haaglanden/Hollands Midden, nr. PL1506/2008/22826, gevoegd ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Verklaringen zijn zakelijk weergegeven.

2 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 7 september 2008, proces-verbaal van verhoor getuige [bedrijfsleider A], p. 18-19.

3 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 7 september 2008, proces-verbaal van verhoor getuige [bedrijfsleider A], p. 26.

4 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 7 september 2008, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 225-226.

5 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 8 september 2008, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 273.

6 Dossier Branche I, verdachten dossier [verdachte] 18-11-1984, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 37-39.

7 In het proces-verbaal wordt gesproken over 7 september 2008, het hof gaat er evenwel van uit dat dit een kennelijke verschrijving is en leest 8 september 2008.

8 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 8 september 2008, proces-verbaal van aangifte [bedrijfsleider B], p. 19-20.

9 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 8 september 2008, proces-verbaal van bevindingen (met bijlage), p. 182-183.

10 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 8 september 2008, bijlage gestolen goederen, p. 24-25.

11 Dossier Branche I, verdachten dossier [verdachte] 18-11-1984, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 39-40.

12 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 29 september 2008, proces-verbaal van aangifte [medewerker A], p. 21, en aangifte [bedrijfsleider C], p. 26.

13 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 29 september 2008, proces-verbaal van aangifte [bedrijfsleider C], p. 27.

14 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 29 september 2008, proces-verbaal van aangifte [medewerker A], p. 21, en proces-verbaal van aangifte [bedrijfsleider C], p. 27.

15 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 29 september 2008, proces-verbaal van aangifte [bedrijfsleider C], p. 27.

16 Dossier Branche I, zaak La Place Delft 8 september 2008, proces-verbaal van bevindingen (met bijlage), p. 182-183.

17 Dossier Branche I, verdachten dossier [verdachte] 18-11-1984, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 39.