Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ1664

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-04-2011
Datum publicatie
19-04-2011
Zaaknummer
200.056.938-01
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:BY2642, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2013:BY2642
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Werkingssfeer AV-verklaarde cao Gemaksvoedingsindustrie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0327
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel Recht

Zaaknummer : 200.056.938/01

Rolnummer rechtbank : 856947 \ CV EXPL 09-1409

arrest van 19 april 2011

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Qizini Alphen B.V.,

voorheen genaamd Greencore Convenience Foods Alphen B.V.,

statutair gevestigd te Tilburg,

appellante,

hierna te noemen: Qizini,

advocaat: mr. P.A.M. Witteveen te Amsterdam,

tegen

de vereniging FNV Bondgenoten,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

hierna te noemen: FNV,

advocaat: mr. M.J.M. Postma te Utrecht.

Het geding

Bij exploot van 8 februari 2010 is Qizini in hoger beroep gekomen van het vonnis van 26 januari 2010 door de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie Alphen aan den Rijn (hierna: kantonrechter), gewezen tussen partijen. Bij memorie van grieven zijn door Qizini zestien grieven opgeworpen. De grieven van Qizini zijn door FNV bij memorie van antwoord bestreden.

Op 18 februari 2011 hebben partijen – ieder onder overlegging van pleitnotities – hun zaak doen bepleiten, Qizini door mr. P. Th. Sick, advocaat te Amsterdam, FNV door mr. Postma voornoemd. Mr. Postma heeft voorafgaand aan de zitting aan Qizini en het hof de producties 1 tot en met 22 gezonden. Mr. Witteveen heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.

Tot slot hebben partijen arrest gevraagd op de stukken van de beide instanties.

Beoordeling van het hoger beroep

1. In het vonnis van 26 januari 2010 heeft de kantonrechter in rov. 2.1 een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Daartegen is in hoger beroep niet anders opgekomen dan door middel van grief VIII in verbinding met MvG sub 20, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan. Het gaat daarbij in deze zaak – kort gezegd en voor zover in hoger beroep van belang – om het volgende.

1.1. FNV en de CNV Bedrijvenbond hebben met de Algemene Kokswaren en Snackproducenten Vereniging (AKSV) de cao voor de Gemaksvoedingsindustrie afgesloten, hierna te noemen de cao.

1.2. De cao is door de minister van Sociale Zaken en werkgelegenheid algemeen verbindend verklaard van 2 oktober 2007 tot en met 30 juni 2009.

1.3. Qizini heeft, tezamen met haar zusteronderneming Qizini Liessel B.V. (voorheen: Greencore Liessel), een dispensatieverzoek bij de minister ingediend. De minister heeft het dispensatieverzoek van Qizini afgewezen. Qizini heeft tegen de afwijzing bezwaar gemaakt, hetgeen door de minister ongegrond is verklaard.

1.4. Bij brief van 28 april 2008 heeft de Stichting Sociaal Fonds voor de Gemaksvoedingsindustrie (hierna: het SFG) Qizini verzocht – welk verzoek tevens de vestiging Qizini Liessel betrof – de cao vanaf de datum van algemeen verbindendverklaring, 2 oktober 2007, toe te passen en over te gaan tot uitbetaling van lonen, loonsverhogingen en toeslagen conform de cao, alsmede de overige cao-bepalingen toe te passen.

1.5. Overleg tussen het SFG en Qizini heeft niet geleid tot overeenstemming over de toepassing van de cao door Qizini.

1.6. Qizini heeft zich op het standpunt gesteld dat de cao niet op haar van toepassing is, omdat de door haar vervaardigde producten niet vallen onder het begrip “gemaksvoeding” als bedoeld in artikel 1.2 van de cao.

1.7. Artikel 1.1 van de cao luidt aldus:

“1.1. Welke ondernemingen?

Deze cao is van toepassing op ondernemingen in Nederland in de gemaksvoedingindustrie, inclusief de kokswaren- en snackindustrie. Dit zijn (onderdelen van) ondernemingen die etenswaren klaarmaken zoals omschreven in artikel 1.2.

De (onderdelen van) ondernemingen doen dit:

- fabrieksmatig

- in groot- of kleinbedrijf en

- geheel of grotendeels. Dit betekent dat (het onderdeel van) de onderneming 50% of meer van de verloonde arbeid aan de productie of groothandel van deze etenswaren besteedt, of dat de omzet van deze etenswaren 50% of meer van de totale omzet bedraagt.

Ook op ondernemingen die etenswaren maken of samenstellen die als gemaksvoeding kunnen worden aangemerkt, is deze cao van toepassing.”

1.8. Artikel 1.2 van de cao luidt aldus:

“1.2. Wat is gemaksvoeding?

Gemaksvoeding is onder meer:

- kroketten, bitterballen, nierbroodjes, bamiballen, nasiballen, loempia’s en de met een en ander overeenkomende meelproducten eventueel gemengd of gevuld met vlees, pluimveevlees, wild, vis of groenten, of producten daarvan, die in hun geheel gefrituurd zijn of bestemd zijn om in hun geheel gefrituurd te worden.

- saucijzenbroodjes, palingbroodjes, kaasbroodjes, hambroodjes, tosti’s, pizza’s en de met een en ander overeenkomende meelproducten, eventueel gemengd of gevuld met vlees, pluimveevlees, wild, vis of groenten, of producten daarvan, die in hun geheel gebakken zijn of bestemd zijn om in hun geheel gebakken te worden.

- pasteitjes en de met deze overeenkomende producten.

- gekookte, gestoomde, voorgebakken of op andere wijze toebereide mie, bami goreng, ravioli, toebereide spaghetti en overeenkomstige wijze toebereide andere deegwaren.

- gekookte, gestoomde of voorgebakken rijst, nasi goreng of op andere wijze toebereide rijst.

- salades, russisch ei, gevulde tomaat, gevulde paprika en soortgelijke koud te nuttigen waren.

- frika(n)dellen, toebereide gehaktballen, hamburgers, satéh, sjaslik, kant-en-klare maaltijden en maaltijdcomponenten die samen een volledige maaltijd vormen.

Deze voeding is door middel van conservering, bijvoorbeeld diepvries, koelvers, koelvers vacuüm, blik of droge vorm, klaar voor gebruik.”

1.9. Qizini produceert dagverse broodjes of sandwiches. Deze worden onder lage temperaturen (4 tot 6 Cº) in een gekoelde ruimte belegd met alle soorten van beleg en sauzen. Het transport van deze belegde broodjes/sandwiches vindt gekoeld plaats, evenals het bewaren ervan.

2.1. FNV is van mening dat Qizini de cao niet naleeft en heeft in eerste aanleg gevorderd Qizini te veroordelen (kort gezegd):

a. tot naleving van de cao, door over te gaan tot het in overeenstemming brengen van de arbeidsvoorwaarden, die ze met haar werknemers heeft afgesloten, met de cao, op straffe van een dwangsom;

b. om binnen een maand na dagtekening van het vonnis in eerste aanleg tot genoegen van FNV bescheiden over te leggen waaruit blijkt dat Qizini jegens haar werknemers en haar gewezen werknemers vanaf 2 oktober 2007 de cao naleeft en aan hen en de fondsen betalingen heeft gedaan die voortvloeien uit de naleving van de cao, eveneens op straffe van een dwangsom;

c. tot betaling aan FNV van € 5.000,- aan schadevergoeding als bedoeld in de artikelen 15 en 16 Wet cao, te vermeerderen met de wettelijke rente;

d. tot betaling aan FNV van € 5.000,- als vergoeding van de kosten die zij heeft moeten maken om Qizini ertoe te brengen de cao na te leven, te vermeerderen met de wettelijke rente,

met veroordeling van Qizini in de proceskosten.

2.2. Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter Qizini veroordeeld:

(i) tot naleving van de cao, afgesloten voor de periode van 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2009 en door de minster algemeen verbindend verklaard vanaf 2 oktober 2007 tot en met 30 juni 2009, vanaf 2 oktober 2007 tot en met 30 juni 2009, door over te gaan tot het in overeenstemming brengen van de arbeidsvoorwaarden, die gedaagde met haar werknemers heeft afgesloten, met de cao onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag indien gedaagde binnen 1 maand na dit vonnis hieraan niet voldoet;

(ii) om binnen 2 maanden na dit vonnis tot genoegen van FNV bescheiden over te leggen waaruit blijkt dat Qizini jegens haar werknemers en haar gewezen werknemers vanaf 2 oktober 2007 de cao naleeft en aan hen en de voorgeschreven fondsen betalingen heeft gedaan die voortvloeien uit de naleving van de cao vanaf 2 oktober 2007, onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag, indien Qizini binnen 2 maanden na dit vonnis niet aan haar veroordeling voldoet;

(iii) tot betaling aan FNV een bedrag van € 5.000,- aan schadevergoeding zoals bedoeld in artikel 15 en 16 Wet cao, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2008 tot de dag der algehele voldoening;

(iv) in de proceskosten.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is het meer of anders gevorderde afgewezen.

De kantonrechter overwoog daartoe dat de bedrijfsomschrijving van Qizini “productie, groothandel en assemblage van sandwiches en broodjes” luidt en van haar naam de woorden, “Convenience Foods”, waarvan de vertaling “gemaksvoeding” is, deel uitmaken. Dat levert een eerste aanwijzing op van de toepasselijkheid van de cao op. Gelet voorts op de kenmerken van de wijze van bereiding en opslag alsmede van het product zelf (zie hiervoor rov. 1.9) was de kantonrechter van oordeel dat gesproken moet worden van gemaksvoeding als bedoeld in artikel 1.2 cao. De producten die in dit artikel zijn vermeld, zijn niet limitatief vermeld gezien het gebruik van de woorden “onder meer” in de regel “Gemaksvoeding is onder meer.” De vermelde producten zijn mitsdien als voorbeeld vermeld. De laatste regel van artikel 1.2 cao luidt voorts: “Deze voeding is door middel van conservering, bijvoorbeeld diepvries, koelvers, koelvers vacuüm, blik of droge vorm, klaar voor gebruik”. Deze nadere typering betreft niet slechts de als voorbeelden achter de gedachtenstreepjes (het hof houdt het verder op opsommingsstreepjes) in artikel 1.2 specifiek genoemde producten, doch ziet deze op de aanvangszin van artikel 2.1 (het hof begrijpt: artikel 1.2): “Gemaksvoeding is….” Kenmerkend voor gemaksvoeding is, zo geven deze zinnen aan, dat deze voeding klaar voor gebruik is (gemaakt) door middel van onder andere koelverse conservering. Ook het begrip “kant-en-klare maaltijden en maaltijdcomponenten” welke producten als voorbeeld onder het laatste opsommingsstreepje van artikel 1.2 cao wordt genoemd, worden gezien als aanduiding voor de broodjes/sandwiches van Qizini. Ook een sandwich kan immers als een maaltijd (ontbijt/lunch/avondeten) of ten minste als een maaltijdcomponent worden gezien. Het vorenstaande brengt mee dat gedaagde onder de werkingssfeer van de cao valt, zodat deze van toepassing is op de arbeidsovereenkomsten van de werknemers van gedaagde. Voorts verwierp de kantonrechter het verweer van Qizini dat de toepasselijkheid van de cao in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd omdat het productieproces van de sandwiches/broodjes arbeidsintensief is en dat relatief veel buiten de gebruikelijke werktijden wordt geproduceerd. FNV heeft naar aanleiding van dit verweer gesteld dat ook andere bedrijven die onder de werkingssfeer van de cao vallen, op korte termijn moeten produceren en buiten gebruikelijke werktijden werkzaamheden doen verrichten. Bovendien zijn de toeslagen voor arbeid verricht op de zaterdagmiddag en zondag ten opzichte van vorige cao’s om die reden verlaagd. De kantonrechter is, mede hier op gelet, van mening dat geen reden bestaat om de cao in redelijkheid niet van toepassing op het bedrijf van Qizini te achten.

De door Qizini bepleite niet-uitvoerbaarheid bij voorraad werd afgewezen. De werkingsduur van de cao is inmiddels verstreken en FNV en de werknemers bij Qizini hebben recht en belang dat Qizini zo spoedig mogelijk met terugwerkende kracht overgaat tot toepassing van de cao. Deze werknemers behoren niet langer te moeten wachten op hetgeen hen ingevolge de cao reeds jaren toekomt, aldus de kantonrechter.

Tenslotte overwoog de kantonrechter dat de gevorderde schadevergoeding op grond van artikel 15 en 16 Wet cao als op de wet gebaseerd toewijsbaar is. De vordering buiten¬gerechtelijke kosten van € 5.000,- wordt afgewezen nu deze kosten begrepen kunnen worden geacht in de schadevergoeding op grond van artikel 15 en 16 Wet cao, aldus de kantonrechter.

3.1. Qizini kan zich met de uitkomst van het vonnis van 26 januari 2010 en met de overwegingen die de kantonrechter daaraan ten grondslag gelegd heeft niet verenigen, reden waarom zij van die uitspraak in hoger beroep gekomen is. In hoger beroep vordert Qizini vernietiging van het vonnis van de kantonrechter, primair FNV niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, dan wel die haar te ontzeggen, subsidiair, ingeval het hof de vorderingen van FNV toewijst, het arrest niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Zowel primair als subsidiair vordert Qizini FNV te veroordelen in de proceskosten in beide instanties.

3.2. Qizini komt blijkens haar grieven met toelichting daarop allereerst op tegen de uitleg die de kantonrechter heeft gegeven aan artikel 1.2 van de cao. Qizini stelt samengevat dat de kantonrechter de producten van Qizini ten onrechte heeft aangemerkt als gemaksvoeding en dat de cao niet op haar van toepassing is.

3.3. De grieven I tot en met VII lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Het hof zal de met de grieven en de toelichting daarop aan de orde gestelde vragen hieronder behandelen en overweegt daartoe als volgt.

3.4. In de kern komt het geschil tussen partijen neer op het antwoord op de vraag of Qizini gehouden is de algemeen verbindend verklaarde cao voor de Gemaksvoedings¬industrie voor de periode van 2 oktober 2007 tot en met 30 juni 2009 op haar onderneming toe te passen. Partijen zijn verdeeld zijn over de uitleg van artikel 1 van de cao, waarin de werkingssfeer is geregeld. Qizini ontkent dat zij gehouden is de cao op haar onderneming toe te passen. Daarnaast stelt Qizini dat toepassing van de cao in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd.

3.5. Voor de beantwoording van deze vraag dient het hof artikel 1.2 van de cao uit te leggen. Het hof stelt voorop dat krachtens vaste rechtspraak van de Hoge Raad bij de uitleg van een bepaling van een cao de bewoordingen waarin deze is gesteld, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst en een eventuele, voor derden kenbare toelichting daarop, in beginsel van doorslaggevende betekenis is. Daarbij komt het niet aan op een strikt grammaticale uitleg maar op het vaststellen van de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de bepaling is gesteld. Bij deze uitleg kunnen als - objectief kenbare - gezichtspunten onder meer betrokken worden de elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Ook kan bij deze uitleg rekening worden gehouden met de kennelijke ratio en strekking van de regeling waartoe de bepaling behoort en de bedoeling van de opstellers, voor zover deze objectief, uit de tekst van de cao en de eventuele toelichting daarop voor derden kenbaar is. (o.a. HR 17 september 1993, NJ 1994, 173, HR 31 mei 2002, NJ 2003, 110, HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493 en HR 11 november 2005, JAR 2005, 286).

3.6. Ten aanzien van de uitleg van artikel 1.2 van de cao overweegt het hof als volgt. In artikel 1.2 is een opsomming gegeven van producten die als gemaksvoeding in de zin van de cao worden aangemerkt. Sandwiches en belegde broodjes, al dan niet “dagvers” (geproduceerd), staan niet letterlijk in dit overzicht. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat het zinsdeel in de aanhef “Gemaksvoeding is onder meer” erop duidt dat de opsomming zoals opgenomen in artikel 1.2 van de cao enuntiatief en niet limitatief is. Achter het een na laatste streepje in de opsomming staat: “salades, russisch ei, gevulde tomaat, gevulde paprika en soortgelijke koud te nuttigen waren.” Nu deze producten in de cao als gemaksvoeding worden gekwalificeerd en in aanmerking genomen de woorden “onder meer”, valt niet in te zien waarom broodjes en sandwiches niet als (soortgelijke) koud te nuttigen waren onder het begrip gemaksvoeding in artikel 1.2 cao zouden vallen. In het licht van de gehele tekst van de cao bezien is het aannemelijk dat sandwiches en belegde broodjes als gemaksvoeding worden aangemerkt en derhalve onder de reikwijdte van artikel 1.2 van de cao vallen. Het gaat hier niet om dermate afwijkende producten van de producten die in de cao zijn opgenomen, dat deze uitleg naar objectieve maatstaven onredelijk zou zijn en de rechtszekerheid in gevaar zou komen. De in de cao genoemde gemaksvoeding betreft niet enkel producten die nog verdere bereiding behoeven, maar ook producten die direct koud genuttigd kunnen worden zijn in artikel 1.2 opgenomen. De laatste volzin van artikel 1.2 van de cao luidt: “Deze voeding is door middel van conservering, bijvoorbeeld diepvries, koelvers, koelvers vacuüm, blik of droge vorm, klaar voor gebruik.” Nu deze zin op een nieuwe regel, niet inspringend en zonder voorafgaand opsommings¬streepje is opgenomen én inhoudelijk niet tot de opsomming behoort – het gaat niet om nóg een soort voeding - maar van algemene strekking is, heeft deze zin betrekking op de gehele voorafgaande opsomming en niet, zoals Qizini aanvoert, alleen op de producten genoemd achter het laatste opsommingsstreepje. In dit verband herinnert het hof eraan dat (ook) aan de opmaak van een cao-bepaling betekenis kan toekomen, vgl. HR 19 december 2008, NJ 2009, 27.

3.7. Qizini heeft onvoldoende onderbouwd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geoordeeld de cao op haar onderneming van toepassing te achten; met name de stelling dat het “voor de toekomst van haar onderneming een zaak van er op of eronder zal betekenen” (pleitnota mr. Sick, 2.5), is financieel-economisch in de lucht blijven hangen. Qizini heeft niet anders dan in algemene bewoordingen de arbeidsintensiteit van haar productieproces geschetst. Qizini heeft onvoldoende concreet onderbouwd dat toewijzing van de vorderingen van FNV daadwerkelijk de doodsteek voor haar onderneming zou betekenen. Het hof acht dat bovendien in het licht van de recente management buy-out zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet aannemelijk. Dat voorts Qizini in 2008 overleg heeft gevoerd met het SFG en dit niet tot overeenstemming heeft geleid, leidt niet tot een ander oordeel. De vraag is niet of Qizini “een haar passende modus vivendi” (pleitnota mr. Sick, 9.4) kan vinden, maar of zij verplicht is de algemeen verbindend verklaarde cao toe te passen.

3.8. Op het voorgaande stuiten de grieven I tot en met VII, IX en XI af. Voor zover nog van belang: dat de, inmiddels: vroegere, statutaire naam “Greencore Convenience Foods” naar het oordeel van de kantonrechter een eerste aanwijzing oplevert voor toepassing van de cao voor de gemaksvoedingsindustrie (Convenience Foods wordt vertaald als gemaksvoeding) is niet onbegrijpelijk. De naam van de onderneming wordt (slechts) als aanwijzing gezien, er wordt geen doorslaggevende betekenis aan toegekend: verandering van naam levert ook niet op dat de cao níet van toepassing is. Het oordeel van de kantonrechter getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.

3.9. De vaststelling door de kantonrechter dat Qizini bezwaar heeft gemaakt tegen de algemeen verbindend verklaring, dat Qizini daarop een dispensatieverzoek bij de minister heeft ingediend, dat vervolgens is afgewezen en dat ten slotte het tegen deze afwijzing ingediende bezwaar ongegrond is verklaard, is geen onjuiste feitenvaststelling. Dat Qizini stelt de bezwaren en het dispensatieverzoek te hebben ingediend voor zover vereist en onder handhaving van haar standpunt niet onder de cao te vallen doet hier niet aan af. Het hiervoor overwogene leidt tot het oordeel dat Qizini onder de werkingssfeerbepaling van de cao valt en derhalve gehouden is de cao over periode dat de cao algemeen verbindend verklaard was, toe te passen. Ook grief VIII faalt derhalve.

3.10. Grief X kan geen doel treffen. Dat het bedrijfstakpensioenfonds voor de Vlees- en Vleeswarenindustrie en de gemaksvoedingsindustrie bij brief van 21 augustus 2002 heeft bevestigd dat Greencore Alphen geen producten vervaardigt die onder de verplichte werkingssfeer van de in de gemaksvoedingsindustrie geldende bedrijfstakpensioenregeling vallen, doet niet af aan de toepasselijkheid van de cao, nu het bedrijfstakpensioenfonds van een onjuiste rechtsopvatting hieromtrent is uitgegaan. Qizini kan daaraan geen rechten ontlenen. Grief X slaagt dus evenmin.

3.11. De gevorderde schadevergoeding van € 5.000,- is op grond van de art. 15 en 16 Wet cao toewijsbaar, nu Qizini verplicht is de cao toe te passen in haar onderneming en dit heeft nagelaten. Wat er zij van de speculaties van Qizini (CvD 4.55) omtrent de motieven van FNV haar in rechte te betrekken, al dan niet tegen de achtergrond van het door Qizini uitvoerig weergegeven (vruchteloos verlopen) overleg omtrent een ondernemings-cao, een cao-segmentsdeel of een met LBV afgesloten cao (CvD 4.54), zulks staat geenszins in de weg aan het recht van FNV op zeker moment het oordeel van de rechter in te roepen omtrent de vraag die partijen tot op heden verdeeld houdt (rov. 3.4).

De grief keert zich kennelijk niet tegen de hoogte van het toegewezen bedrag. Grief XII wordt vergeefs voorgesteld.

3.12. De grieven XIII en XIV kunnen gezamenlijk behandeld worden. Afweging van de belangen van partijen brengt het hof niet tot een ander oordeel dan de kantonrechter; ook dit onderdeel van het vonnis wordt derhalve bekrachtigd. Terecht heeft FNV erop gewezen dat Qizini in 2007 “de bui zag hangen” en zij (daarom) bezwaar maakte tegen de a.v.-verklaring. Dat Qizini, haar bezwaar en (voorwaardelijk) dispensatieverzoek afgewezen zijnde, haar administratieve organisatie niet zo heeft ingericht dat zij zonder “onoverkomelijke administratieve problemen” zou kunnen voldoen aan hetgeen de cao van haar verlangt, behoort voor haar rekening te komen. Het belang van werknemers bij naleving van de cao weegt zwaarder dan het belang van Qizini. Hetgeen door Qizini in de toelichting op grief XIV wordt aangevoerd maakt het voorgaande niet anders.

3.13. Grief XVI mist zelfstandige betekenis, zodat de slotsom is dat het bestreden vonnis in stand kan blijven. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal Qizini in de proceskosten worden veroordeeld; hetgeen in de toelichting op grief XV wordt opgemerkt leidt niet tot een ander oordeel.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie Alphen aan den Rijn, van 26 januari 2010;

- veroordeelt Qizini in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van FNV begroot op € 263,00 aan verschotten en € 2.682,00 aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. van Rijkom, J.J. Roos en G.J.J. Heerma van Voss en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2011 in aanwezigheid van de griffier.