Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ0560

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-03-2011
Datum publicatie
07-04-2011
Zaaknummer
22-006681-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onderhouden van hennepplanten toebehorend aan een ander. Tevens heeft verdachte op een later tijdstip 423 hennepplanten tezamen met anderen in bezit gehad. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-006681-09

Parketnummers: 09-560399-08 en 09-655395-09

Datum uitspraak: 24 maart 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 16 december 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1983,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 11 november 2010 en 10 maart 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij dagvaarding I onder parketnummer 09-560399-08 onder 2 tenlastegelegde, alsmede ter zake van het bij dagvaarding II onder parketnummer 09-655395-09 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg onder feit 1 van dagvaarding I onder parketnummer 09-560399-08 gegeven vrijspraak.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voorzover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat:

Dagvaarding I (parketnummer 09-560399-08)

2.

hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 423 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Dagvaarding II (parketnummer 09-655395-09)

[medeverdachte], althans een of meer onbekend gebleven personen, op of omstreeks de periode van 26 maart 2009 tot en met 3 juni 2009 te Maassluis, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand aan de [adres] (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 747 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 3 juni 2009 te Maassluis opzettelijk behulpzaam is geweest, door die hennepplanten te toppen en/of te knippen.

Verweer van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat met betrekking tot dagvaardingen I (parketnummer 09-560399-08) en II (parketnummer 09-655395-09) onrechtmatig is binnengetreden waardoor onvoldoende bewijs resteert voor enige bewezenverklaring.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof is van oordeel dat de verdachte bij bespreking van het verweer belang mist, nu zijn huisrecht in de onderhavige gevallen niet is geschonden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I onder parketnummer 09-560399-08 onder 2 en het bij dagvaarding II onder parketnummer 09-655395-09 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Dagvaarding I (parketnummer 09-560399-08)

2. hij op 18 oktober 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 423 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Dagvaarding II (parketnummer 09-655395-09)

[medeverdachte], omstreeks de periode van 26 maart 2009 tot en met 3 juni 2009 te Maassluis, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan [adres] een hoeveelheid van in totaal 747 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 3 juni 2009 te Maassluis opzettelijk behulpzaam is geweest, door die hennepplanten te toppen en te knippen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte bepleit dat de verklaring van [getuige] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 11 november 2010 als meest betrouwbaar dient te worden aangemerkt. Aangezien uit deze verklaring blijkt dat de verdachte niet betrokken is geweest bij het tenlastegelegde, dient de verdachte te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

[getuige] heeft in de onderhavige strafprocedure drie verschillende verklaringen afgelegd omtrent de omstandigheden waaronder de hennepkwekerij is opgezet. Het hof is van oordeel dat de eerste verklaring van deze getuige betrouwbaar is en dat de nadien afgelegde verklaringen dat niet zijn. Het hof komt - evenals de politierechter - tot het oordeel dat de eerste verklaring betrouwbaar is, omdat die verklaring is afgelegd kort na de aanhouding, zodat de getuige (toen nog verdachte) nog niet kon worden beïnvloed door de verklaringen van zijn medeverdachten en deze verklaring gedetailleerd is met betrekking tot de wijze waarop de kwekerij is opgezet en de rolverdeling daarin van de getuige en zijn medeverdachten. Anders dan de tweede en de derde verklaring wordt de eerste verklaring van de getuige bovendien nauwelijks gekenmerkt door (tal van) onduidelijkheden en tegenstrijdigheden. Voorts is, ook na het horen ter terechtzitting in hoger beroep van de verhorende verbalisant, niet gebleken dat op de getuige ontoelaatbare druk is uitgeoefend dan wel dat hem woorden in de mond zijn gelegd toen hij de eerste verklaring aflegde. Ten slotte heeft aan het oordeel van het hof dat de eerste verklaring van de getuige betrouwbaar is ook bijgedragen dat de aanwezigheid in de nachtelijke uren van alle verdachten in de nabijheid van de kwekerij daarmee logisch verklaard wordt, terwijl de verklaringen van alle verdachten over hun aanwezigheid nabij de hennepkwekerij in ieder geval op belangrijke punten nauwelijks met elkaar overeen komen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het bij dagvaarding I onder parketnummer 09-560399-08 onder 2 bewezenverklaarde:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van het bij dagvaarding II onder parketnummer 09-655395-09 bewezenverklaarde:

Medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het bij dagvaarding I onder parketnummer 09-560399-08 onder 2 en terzake van het bij dagvaarding II onder parketnummer 09-655395-09 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 48, 49 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I onder parketnummer 09-560399-08 onder 2 en het bij dagvaarding II onder parketnummer 09-655395-09 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 50 (vijftig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J.G. Göbbels, mr. C.J. van der Wilt en mr. B. Vermeulen, in bijzijn van de griffier mr. R.T. Poort.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 maart 2011.

Mr. B. Vermeulen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.