Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ0547

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-02-2011
Datum publicatie
07-04-2011
Zaaknummer
22-003135-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met haar vriend en een derde op straat geweld gebruikt tegen twee jongens van 14 en 15 jaar. Ze hebben een jongen bestolen en de ander heeft door het geweld goederen afgegeven. Aldus heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en afpersing. Het hof veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003135-10

Parketnummer(s): 09-920046-10 en 09-400176-08 (tul)

Datum uitspraak: 16 februari 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 17 mei 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats op [geboortedag] 1992,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 februari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest. Voorts is de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren en is de tenuitvoerlegging gelast van de bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage d.d. 13 mei 2008, onder parketnummer 09-400176-08, voorwaardelijk opgelegde straf.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 23 januari 2010 tot en met 24 januari 2010 te [adres], gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en/of een of meer pakje(s) sigaretten en/of een aansteker en/of een pakje shag en/of een of meer sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- (plotseling) vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of

- (vervolgens) plaatsen van zijn/hun hand(en) over/op

de neus en/of mond van die [slachtoffer 1] (zodat die

[slachtoffer 1] niet kon ademen) en/of

- (vervolgens) gooien/duwen van die [slachtoffer 1] op/

tegen de grond en/of

- (vervolgens) fouilleren van die [slachtoffer 1] en/of

- (vervolgens) schoppen in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] (terwijl deze op de grond lag) en/of

- (vervolgens) zetten van zijn/hun voet op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] (terwijl deze op de grond lag) en/of

- (vervolgens) met zijn/hun knie zitten op de rug van

die [slachtoffer 1] (terwijl deze op de grond lag) en/of

- (tegelijkertijd) onderuit schoppen van die [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) (met gebalde vuist) slaan/stompen in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) kapot trekken van de jaszak van die [slachtoffer 2] en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zeggen: "geef je spullen" en/of "ga op de grond liggen" en/of "geef je spullen, als je niet meewerkt steek ik je neer" en/of "als je herrie maakt schop ik je in elkaar" en/of "als je zegt dat je niets meer hebt en ik vind het wel bij je dan steek ik je neer" en/of "als je omkijkt schiet ik je neer" en/of "als ik erachter kom dat je nog meer in je zakken hebt, snij ik je open", althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard of strekking;

en/of

zij in of omstreeks de periode van 23 januari 2010 tot en met 24 januari 2010 te [adres], gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonee met inhoud en/of een of meer pakje(s) sigaretten en/of een aansteker en/of een pakje shag en/of een of meer sleutel(s), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- (plotseling) vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of

- (vervolgens) plaatsen van zijn/hun hand(en) over/op de neus en/of mond van die [slachtoffer 1] (zodat die [slachtoffer 1] niet kon ademen) en/of

- (vervolgens) gooien/duwen van die [slachtoffer 1] op/tegen de grond en/of

- (vervolgens) fouilleren van die [slachtoffer 1] en/of

- (vervolgens) schoppen in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] (terwijl deze op de grond lag) en/of

- (vervolgens) zetten van zijn/hun voet op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] (terwijl deze op de grond lag) en/of

- (vervolgens) met zijn/hun knie zitten op de rug van die [slachtoffer 1] (terwijl deze op de grond lag) en/of

- (tegelijkertijd) onderuit schoppen van die [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) (met gebalde vuist) slaan/stompen in het gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) kapot trekken van de jaszak van die [slachtoffer 2] en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zeggen: "geef je spullen" en/of "ga op de grond liggen" en/of "geef je spullen, als je niet meewerkt steek ik je neer" en/of "als je herrie maakt schop ik je in elkaar" en/of "als je zegt dat je niets meer hebt en ik vind het wel bij je dan steek ik je neer" en/of "als je omkijkt schiet ik je neer" en/of "als ik erachter kom dat je nog meer in je zakken hebt, snij ik je open", althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep van 2 februari 2011 op gronden als nader verwoord in de schriftelijke pleitnota betoogd dat er geen sprake was van medeplegen en dat de rechtbank ten onrechte tot een bewezenverklaring kwam.

Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat er wel degelijk sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de beide medeverdachten. Zij liepen met z'n drieën op de twee slachtoffers af en zijn na afloop gedrieën vertrokken. De verdachte heeft zich op geen enkele manier gedistantieerd en had een eigen aandeel in het gebeuren. Zij heeft zich dreigend uitgelaten en heeft haar schoen op het hoofd van één van de slachtoffers gezet. Het enkele feit dat het andere slachtoffer daar niet over verklaart, maakt dat niet anders. Zijn verklaring sluit dit immers niet uit en er zijn geen aanwijzingen dat het slachtoffer op wiens hoofd de verdachte haar schoen gezet heeft, dit verzonnen en/of gelogen zou hebben. Ieder motief daarvoor ontbreekt.

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het eerste en tweede cumulatief/ alternatief tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van 23 januari 2010 tot en met 24 januari 2010 te [adres], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en een sleutel, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond uit het:

- plotseling vastpakken van die [slachtoffer 1] en

- vervolgens plaatsen van zijn hand over de neus en mond van die [slachtoffer 1] en

- vervolgens gooien van die [slachtoffer 1] op de grond en

- vervolgens fouilleren van die [slachtoffer 1] en

- vervolgens schoppen in het gezicht van die [slachtoffer 1] terwijl deze op de grond lag en

- vervolgens zetten van een voet op het hoofd van die [slachtoffer 1] terwijl deze op de grond lag en

- met zijn knie zitten op de rug van die [slachtoffer 1] terwijl deze op de grond lag en

- onderuit schoppen van die [slachtoffer 2] en

- met gebalde vuist slaan tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en

- vervolgens kapot trekken van de jaszak van die [slachtoffer 2] en

- daarbij tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zeggen: "geef je spullen" en/of "ga op de grond liggen" en/of "geef je spullen, als je niet meewerkt steek ik je neer" en/of "als je herrie maakt schop ik je in elkaar" en/of "als je zegt dat je niets meer hebt en ik vind het wel bij je dan steek ik je neer" en/of "als je omkijkt schiet ik je neer" en/of "als ik erachter kom dat je nog meer in je zakken hebt, snij ik je open";

en

zij in de periode van 23 januari 2010 tot en met 24 januari 2010 te [adres], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een pakje sigaretten en een aansteker, toebehorende aan [slachtoffer 2], welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

- plotseling vastpakken van [slachtoffer 1] en

- vervolgens plaatsen van zijn hand over de neus en mond van die [slachtoffer 1] en

- vervolgens gooien van die [slachtoffer 1] op de grond en

- vervolgens fouilleren van die [slachtoffer 1] en

- vervolgens schoppen in het gezicht en tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] (terwijl deze op de grond lag en

- vervolgens zetten van een voet op het hoofd van die [slachtoffer 1] terwijl deze op de grond lag en

- met zijn knie zitten op de rug van die [slachtoffer 1] terwijl deze op de grond lag en

- onderuit schoppen van die [slachtoffer 2] en

- met gebalde vuist slaan in het gezicht van die [slachtoffer 2] en

- vervolgens kapot trekken van de jaszak van die [slachtoffer 2] en

- daarbij tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zeggen: "geef je spullen" en/of "ga op de grond liggen" en/of "geef je spullen, als je niet meewerkt steek ik je neer" en/of "als je herrie maakt schop ik je in elkaar" en/of "als je zegt dat je niets meer hebt en ik vind het wel bij je dan steek ik je neer" en/of "als je omkijkt schiet ik je neer" en/of "als ik erachter kom dat je nog meer in je zakken hebt, snij ik je open".

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het eerste en tweede cumulatief/ alternatief bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

en

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft samen met haar vriend en een derde op straat geweld gebruikt tegen twee veel jongere jongens van 14 en 15 jaar. Ze hebben een jongen bestolen en de ander heeft door het geweld goederen afgegeven. Aldus heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en afpersing. Dit zijn zeer ernstige feiten, die financiële schade veroorzaken maar vooral ook gevoelens van angst teweeg kunnen brengen. Het hof rekent de verdachte deze feiten dan ook ernstig aan.

Het hof heeft acht geslagen op de diverse rapportages omtrent de verdachte, in het bijzonder het reclasseringsadvies van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering d.d. 13 augustus 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven:

[verdachte], geboren op [geboortedag] 1992, heeft op dit moment een onstabiele leefsituatie. Zij heeft geen huisvesting, geen werk en geen inkomen. Daarnaast heeft ze buiten haar vriend en haar goede vriendin [vriendin], geen steunnetwerk waarop ze kan terugvallen. Tevens is zij nu anderhalve maand zwanger van haar eerste kind. Betrokkene komt uit een problematische gezinssituatie, waardoor zij al op jonge leeftijd op zichzelf aangewezen was. Betrokkene heeft drie jaar een relatie met haar vriend. Zij heeft veel steun aan hem. Hij verkeert echter in geen gelijkwaardige situatie, waardoor zij in een vicieuze cirkel zijn beland. Zelfstandig lijken zij hier niet uit te komen. Haar problematische situatie en het feit dat ze geen steunnetwerk heeft, maken dat zij kwetsbaar is.

Voorts op de briefrapportage van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering d.d. 5 november 2010 inhoudende, zakelijk weergegeven, dat de verdachte niet wenst mee te werken aan het opstellen van een nieuw reclasseringsadvies.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke werkstraf van navermelde duur, alsmede uit oogpunt van speciale preventie een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 13 mei 2008 onder parketnummer 09-400176-08 is de verdachte veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, met bevel dat die taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken. De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond. Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het eerste en tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren.

Beveelt dat bij het niet naar behoren verrichten van de taakstraf deze wordt vervangen door jeugddetentie voor de duur van

30 (dertig) dagen.

Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Wijst de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging toe en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 13 mei 2008 onder parketnummer 09-400176-08 opgelegde voorwaardelijke straf, te weten een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, te vervangen door jeugddetentie voor de tijd van 20 (twintig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Dit arrest is gewezen door mr. G.J.W. van Oven, mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen en mr. R.C. Langeler, in bijzijn van de griffier mr. E.J.M. van der Laan.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 februari 2011.

De griffier mr. E.J.M. van der Laan is buiten staat dit arrest te ondertekenen.