Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BP9651

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
04-04-2011
Zaaknummer
200.070.006/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verbetering van geboortenakten, verbetering laatste letter geslachtsnaam: -n wordt -m

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 16 maart 2011

Zaaknummer : 200.070.006/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 08-9083, FA RK 08-9088, FA RK 08-9093, FA RK 08-

9291 & FA RK 08-9303

1. [de vader],

hierna te noemen: de vader,

voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordiger van de onder 2 te noemen minderjarigen,

2. [de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarigen:[kind 1], geboren [in 1995] (hierna te noemen: [kind 1]) en[kind 2], geboren [in 2003] (hierna te noemen: [kind 2]),

3. [kind 3],

hierna te noemen: [kind 3],

4. [kind 4],

hierna te noemen: [kind 4],

5. [kind 5],

hierna te noemen: [kind 5],

allen wonende te ’s-Gravenhage,

verzoekers in hoger beroep,

hierna gezamenlijk ook te noemen: verzoekers,

advocaat mr. H. Polat te ’s-Gravenhage.

tegen

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente],

zetelend te ’s-Gravenhage,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de ambtenaar.

In verband met het bepaalde in artikel 44 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

het Openbaar Ministerie,

ressortsparket ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: het OM.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Verzoekers zijn op 9 juli 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 12 april 2010 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

De ambtenaar heeft op 26 augustus 2010 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van verzoekers zijn bij het hof op 28 juli 2010 aanvullende stukken ingekomen.

Van de zijde van het OM, vertegenwoordigd door de advocaat-generaal mr. E.A. Wösten, is op 6 januari 2011 een faxbericht ingekomen, met als bijlage een conclusie in de zaak, en met de mededeling dat de advocaat-generaal niet ter terechtzitting aanwezig zal zijn.

Op 13 januari 2011 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de verzoekers, bijgestaan door hun advocaat, de minderjarige [kind 1], de ambtenaar: de heer J.C. Jansen Verplanke en zijn collega mevrouw J.G. Oemar. Partijen hebben het woord gevoerd.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek de ambtenaar te gelasten dat het register van de burgerlijke stand wordt aangepast met een akte in die zin dat de geslachtsnaam van [de vader] wordt gewijzigd in [*m]. De overige verzoeken zijn afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil zijn:

- de verbetering van de geboorteakten van [kind 3], [kind 4], [kind 5], [kind 1] en [kind 2] (hierna verder ook: de kinderen), in die zin dat daarin de geslachtsnaam [*n] wordt verbeterd in [*m];

- de aanpassing van het register van de burgerlijke stand met een akte waarin de geslachtsnaam van de vader wordt verbeterd in [*m].

2. Verzoekers hebben ter terechtzitting hun verzoek gewijzigd. Het verzoek luidt thans de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de geslachtsnaam van verzoekers in de registers van de burgerlijke stand wordt aangepast met een akte in die zin dat hun geslachtsnaam wordt verbeterd in [*m].

3. De ambtenaar refereert zich aan het oordeel van het hof, waarbij door de ambtenaar wordt opgemerkt dat de vader, in tegenstelling tot hetgeen de rechtbank heeft geoordeeld, wel ontvankelijk had moeten worden geacht in zijn verzoek.

4. Het OM concludeert tot bekrachtiging van de bestreden beschikking met dien verstande dat [kind 4] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek.

Ontvankelijkheid vader

5. In de eerste grief stellen de verzoekers dat de rechtbank de vader ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn eigen verzoek strekkende tot aanpassing van de registers van de burgerlijke stand met een akte in die zin dat zijn geslachtsnaam wordt gewijzigd in[*m]. Daartoe voeren de verzoekers aan dat de naam van de vader voorkomt in de geboorteaktes van zijn kinderen, zodat hij een rechtstreeks belang heeft bij het verzoek.

6. De ambtenaar bevestigt het standpunt van de verzoekers.

7. Het OM stelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de vader geen belanghebbende is. Er kan geen verbetering worden aangebracht in een akte met betrekking tot de vader omdat van hem geen akte in de registers aanwezig is.

8. Het hof is van oordeel dat de rechtbank ten onrechte de vader niet als belanghebbende heeft aangemerkt. Onder “belanghebbende” in de zin van artikel 1:24 BW moet worden verstaan degene wiens naam in de akte voorkomt. De geslachtsnaam van de vader komt voor in de geboorteaktes van de kinderen. Zij ontlenen hun geslachtsnaam aan die van hun vader. Het belang van de vader is dan ook gelegen in de verbetering van zijn geslachtsnaam in de geboorteaktes van zijn kinderen.

Verbetering van de in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akten

9. Het hof begrijpt verzoekers aldus dat het een verzoek betreft tot verbetering van de in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akten van de kinderen die een misslag bevat, als bedoeld in artikel 1:24 BW. Het hof overweegt ten aanzien van dit verzoek als volgt. De in de registers van de burgerlijke stand vastgelegde gegevens kunnen slechts na overtuigend bewijs worden verbeterd. Dit vloeit voort uit het publieke belang dat is gemoeid met een betrouwbare registratie van persoonsgegevens. De vraag die moet worden beantwoord, is of het door de verzoekers geleverde bewijs sterk genoeg is om vast te stellen dat sprake is van een misslag in de akten, in die zin dat hun geslachtsnaam daarin onjuist vermeld is.

10. De rechtbank heeft ten aanzien van die vraag overwogen dat de verzoekers hun verzoeken onvoldoende met bewijsstukken hebben onderbouwd om te kunnen vaststellen dat de geslachtsnaam waarmee verzoekers thans geregistreerd zijn onjuist is.

11. De tweede en derde grief van verzoekers, die zich naar het oordeel van het hof voor gezamenlijke behandeling lenen, keren zich tegen deze overweging. Ter onderbouwing van deze grieven stellen verzoekers dat zij voldoende bewijsstukken hebben overgelegd en niet in staat zijn om meer bewijsstukken te overleggen. Nochtans leggen zij nog een aantal stukken over die hun stelling dat hun geslachtsnaam onjuist is geregistreerd bevestigen.

12. De ambtenaar refereert zich aan het oordeel van het hof.

13. Het OM verenigt zich, ten aanzien van de tweede en derde grief, met het oordeel van rechtbank in de bestreden beslissing. Daarbij merkt het OM op dat [kind 4] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar hoger beroep nu zij niet meer als belanghebbende kan worden aangemerkt.

14. Het hof zal eerst het meest verstrekkende verweer van het OM, inhoudende dat [kind 4] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar hoger beroep, bespreken. Het hof is van oordeel dat dit verweer niet slaagt. Het huwelijk van [kind 4] met [de echtgenoot] op 8 augustus 2008 te [Turkije], heeft er niet toe geleid dat – zoals het verzoek van verzoekers inhoudt - haar geslachtsnaam met ingang van de datum van haar geboorte is gewijzigd in [*m].

15. Het hof overweegt voorts als volgt. Het belang van de kinderen is ermee gediend dat in hun geboorteakten de juiste gegevens van hun vader zijn vermeld. In beginsel dient van de juistheid van de geboorteakte te worden uitgegaan. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de in de Turkse administratie geregistreerde geboortegegevens niet consistent zijn, waardoor de geslachtsnaam de ene keer wordt geschreven als [*m] en de andere keer als [*n]. Het hof komt op grond van de navolgende stukken tot de conclusie dat in de geboorteakten sprake moet zijn van een onjuiste spelling van de geslachtsnaam van de vader:

- een gewaarmerkte vertaling van de geboorteakte van de vader, op 24 september 2008 afgegeven door het Turkse Ministerie van Binnenlandse Zaken, waarin de naam van de vader wordt geschreven als [*m];

- een gewaarmerkte vertaling van een uittreksel uit het Turkse bevolkingsregister van

21 oktober 2008, waarin de vader en de kinderen zijn vermeld met de naam [*m];

- een gewaarmerkte vertaling van een uittreksel uit het Turkse bevolkingsregister van

3 februari 2009, waarin [de grootvader van de vader], de grootvader van de vader, en zijn zoon [de vader van de vader], de vader van vader, zijn vermeld met de naam [*m];

- een gewaarmerkte vertaling van het uittreksel uit het Turkse bevolkingsregister van 3 februari 2009, waarin [de vader van de vader], de vader van de vader, en de broers en zussen van de vader zijn vermeld met de naam [*m].

Hoewel de geslachtsnaam in voormelde vertalingen staat vermeld als [*m], staat in de kopie van het Turkse origineel [*m] vermeld, zodat het hof daarvan uit zal gaan.

16. Het hof zal dan ook de bestreden beschikking vernietigen en het verzoek tot verbetering van de geboorteakten van de kinderen toewijzen.

Aanpassing van het register van de burgerlijke stand met een akte waarin de geslachtsnaam van de vader wordt gewijzigd in [*m].

17. Voorts verstaat het hof het verzoek van verzoekers aldus dat zij verzoeken de registers van de burgerlijke stand aan te passen met een akte waarin de geslachtsnaam van de vader zoals die is vermeld in de geboorteakten van de kinderen wordt verbeterd in [*m]. Het hof is, gelet op het voorgaande en het belang van de kinderen dat gelegen is bij de wijziging van de geslachtsnaam van de vader in [*m], van oordeel dat ook dit verzoek voor toewijzing vatbaar is.

Uitvoerbaar bij voorraad

18. Verzoekers hebben verzocht voor zover mogelijk het verzoek uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Gelet op het bepaalde in artikel 1:24, tweede lid, BW is het niet mogelijk de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen.

19. Het hof zal als volgt beslissen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] tot de volgende verbeteringen van de hierna te noemen akten:

- nummer [nummer] van het jaar 1985, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [gemeente] en relaterende de geboorte van [kind 3]:

de geslachtsnaam [*n] wordt telkens verbeterd in [*m];

nummer [nummer] van het jaar 1987, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [gemeente] en relaterende de geboorte van [kind 4]:

de geslachtsnaam [*n] wordt telkens verbeterd in [*m];

- nummer [nummer] van het jaar 1990, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [gemeente] en relaterende de geboorte van [kind 5]:

de geslachtsnaam [*n] wordt telkens verbeterd in [*m];

- nummer 1A0423 van het jaar 1995, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [gemeente] en relaterende de geboorte van [kind 1]:

de geslachtsnaam van het kind wordt verbeterd in [*m];

de geslachtsnaam van de vader wordt verbeterd in [*m];

de geslachtsnaam van de aangever wordt verbeterd in [*m];

- nummer [nummer] van het jaar 2003, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [gemeente] en relaterende de geboorte van [kind 2]:

de geslachtsnaam van het kind wordt verbeterd in [*m];

de geslachtsnaam van de vader wordt verbeterd in [*m];

de geslachtsnaam van de aangever wordt verbeterd in [*m].

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen cassatie is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Stollenwerck, Kamminga en De Haan-Boerdijk, bijgestaan door mr. De Klerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2011.