Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BP9393

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-03-2011
Datum publicatie
28-03-2011
Zaaknummer
001142-10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Declaratie rechtsbijstand. Een beginnend advocaat mag voor een zaak meer uren declareren dan een ervaren advocaat voor die zaak zou declareren onder voorwaarde dat een lager uurtarief wordt gehanteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2011/136
O&A 2011/55
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

nummer 001142-10

datum uitspraak 24 maart 2011

GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE

raadkamer

BESCHIKKING

gegeven op het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van 5 januari 2010 op een verzoekschrift, op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering ingediend door:

[naam verzoeker],

geboren op [datum] te [plaats],

in deze zaak adres kiezende ten kantore van zijn advocate mr. R.E. van Zijl aan de ’t Hoenstraat 5, 2596 HX

’s-Gravenhage.

Procesgang

Bij vonnis van de politierechter te ’s-Gravenhage van 6 juli 2009 is verzoeker vrijgesproken van het aan hem

in zijn strafzaak tenlastegelegde.

Verzoeker heeft vervolgens bij een op 1 september 2009 ter griffie van de rechtbank ’s-Gravenhage ingekomen verzoekschrift gevraagd om toekenning van een bedrag van in totaal € 2.407,79 als vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak, alsmede een bedrag van € 275 ,- als vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in verband met het opstellen en indienen van het verzoek-schrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, danwel een bedrag van € 540,- in het geval van een mondelinge behandeling van het verzoekschrift in raadkamer.

De rechtbank ?s-Gravenhage heeft bij beschikking van 5 januari 2010 aan verzoeker een bedrag toegekend van

€ 1.719,29 als vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak, alsmede een bedrag van € 540,- als vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure, derhalve in totaal een bedrag van € 2.259,29.

Namens de verzoeker is op 13 januari 2010 hoger beroep tegen die beschikking ingesteld.

Het hof heeft dit hoger beroep op 24 februari 2011 in raadkamer behandeld. In raadkamer zijn gehoord de advocate van verzoeker mr. De Sitter en de advocaat-generaal mr. Minks.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het hoger beroep.

Beoordeling van de beschikking waarvan beroep

De beschikking waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof voor wat betreft de hoogte van de toe te kennen schadevergoeding tot een andere beslissing komt

Beoordeling van het verzoek

De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd met een beslissing, die hem op grond van artikel 591a, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in beginsel recht geeft op vergoeding van de ten behoeve van de strafzaak gemaakte kosten van rechtsbijstand, waar-onder de kosten voor rechtsbijstand in de onderhavige procedure, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van het hof -alle omstandigheden in aanmerking genomen- gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Naar het oordeel van het hof zijn in de onderhavige zaak gronden van billijkheid aanwezig die toekenning van een vergoeding voor gemaakte kosten van rechtsbijstand in de strafzaak en kosten van rechtsbijstand in de onderhavige procedure rechtvaardigen.

Voor wat betreft de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak ziet het hof -anders dan de rechtbank- geen gronden voor matiging van het aantal gedeclareerde uren. Immers, in raadkamer is komen vast te staan dat mr. Van Zijl, die verzoeker in diens strafzaak als raadsvrouw heeft bijgestaan, een beginnend (2e jaars) advocaat is die het mag worden vergund om voor het voorbereiden van een strafzaak en het opstellen van een pleitnota meer tijd nodig te hebben dan een ervaren advocaat met een in de loop der tijd opgebouwde specialistische kennis op het gebied van het strafrecht. Naar het oordeel van het hof is echter aan de langere tijdsbesteding aan een zaak door een beginnend advocaat wel de voorwaarde verbonden, dat een (aanzienlijk) lager uurtarief dient te worden gehanteerd dan dat van een advocaat, van wie in dezelfde zaak op grond van diens ervaring en specialistische kennis een aanmerkelijk kortere tijdsbesteding mag worden verwacht en waardoor in vergelijkbare zaken de kosten voor rechtsbijstand van een ervaren advocaat per saldo ongeveer gelijk zijn aan de kosten van een beginnend advocaat.

Nu mr. Van Zijl in de strafzaak tegen de verdachte een uurtarief heeft gehanteerd van € 141,- per uur (exclusief BTW), hetgeen ongeveer de helft bedraagt van het tarief van een ervaren/gespecialiseerde advocaat, acht het hof in de onderhavige verzoekschriftprocedure -gelet op de totale tijdsbesteding aan de zaak door mr. Van Zijl- de verzochte vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak voor volledige toewijzing vatbaar.

Voorts acht het hof gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een bedrag van € 1.080,- als vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met de behandeling van het onderhavige verzoekschrift in twee instanties.

Gelet op het voorgaande dient te worden beslist als volgt.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beschikking waarvan beroep.

Wijst het verzoek toe, in dier voege dat aan verzoeker een schadevergoeding wordt toegekend van een bedrag van in totaal € 3.487,79(DRIEDUIZENDVIERHONDERDZEVENENTACHTIG EURO EN NEGENENZEVENTIG EUROCENT).

Deze beschikking is gegeven door

mr. Klein Breteler, voorzitter,

mrs. Van Walderveen en Grootveld, leden,

in bijzijn van mr. Hol, griffier,

en uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2011.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.