Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BP7271

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
10-03-2011
Datum publicatie
10-03-2011
Zaaknummer
22-003537-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft op één en dezelfde dag, samen met een ander en onder invloed van alcohol, meerdere diefstallen gepleegd. Daarenboven heeft de verdachte een medewerker van één van de winkels waar hij kort tevoren een diefstal had gepleegd met een mes zijn gezicht gestoken, ten gevolge waarvan deze ernstig letsel heeft opgelopen en veel pijn heeft ondervonden. Ongeveer één maand voordat de verdachte voornoemde feiten heeft begaan, heeft hij zich schuldig gemaakt aan de vernieling van een scooter van iemand anders. Toen hij daarvoor werd aangehouden heeft hij zich tegen die aanhouding verzet en voorts heeft hij de politieambtenaren uitgescholden. Naar 's hofs oordeel is de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde sterk verminderd toerekeningsvatbaar te achten.18 maanden gevangenissstraf en TBS met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003537-09

Parketnummers: 12-715098-09, 12-715053-09 en 12-715316-08 (TUL)

Datum uitspraak: 10 maart 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Middelburg van 1 juli 2009 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

(verdachte),

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

thans gedetineerd in de PI Zuid West - HvB De Torentijd te Middelburg.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 21 december 2009, 28 oktober 2010 en 24 februari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 subsidiair a en b, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek van het voorarrest. Aan de verdachte is tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. Voorts is ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen beslist zoals nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, bij afzonderlijke dagvaardingen met parketnummers 12-715098-09 en 12-715053-09, hieronder achtereenvolgens en van een doorlopende nummering voorzien opgenomen, ten laste gelegd dat:

1. Primair

hij op of omstreeks 9 maart 2009, in de gemeente Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen koffie en/of hoestcapsules, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die [aangever 1] met een mes in het gezicht heeft gestoken, tengevolge waarvan die [aangever 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen;

Subsidiair

a.

hij op of omstreeks 9 maart 2009, in de gemeente Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen koffie en/of hoestcapsules, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

en/of

b.

hij op of omstreeks 9 maart 2009, in de gemeente Middelburg, aan [aangever 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een blijvend litteken tot gevolg hebbende snijwond in het gezicht) heeft toegebracht, door deze opzettelijk met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp in het gezicht steken;

en voor zover terzake het subsidiair onder b tenlastegelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 9 maart 2009, in de gemeente Middelburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [aangever 1] met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp in het gezicht heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 9 maart 2009, in de gemeente Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- 2 flessen drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Agrimarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

- sokken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Van Haren Schoen B.V.,in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

- scheermesjes, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Etos, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

- een trui, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Millers, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

hij op of omstreeks 08 februari 2009, in de gemeente Goes, opzettelijk en wederrechtelijk een scooter (merk: Yamaha, kleur blauw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.

hij op of omstreeks 08 februari 2009, te Goes, toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt strafbaar feit had(den) aangehouden en overgebracht naar een politiebureau (aan de Valckeslotlaan aldaar) teneinde voorgeleid te kunnen worden aan een hulpofficier van justitie, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken en/of zich te bewegen in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden (in het kader van zijn, verdachtes insluiting en/of de uitvoering van een insluitingsfouillering);

5.

hij op of omstreeks 08 februari 2009, te Goes opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [agent 1] en/of [agent 2] en/of [agent 3], (hoofd)agent(en) van politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Ik neuk je hele kankerfamilie, kankerwout" en/of "Kankerlijers", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet in alle opzichten verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof op basis van wettige bewijsmiddelen vastgestelde feiten en omstandigheden

Het hof zal wat de vaststelling van de feiten en omstandigheden betreft vrijwel geheel aansluiten bij hetgeen de rechtbank dienaangaande in het beroepen vonnis heeft vastgesteld en de desbetreffende overwegingen hierna overnemen, omdat het hof zich daarmee verenigt.1

Het hof acht de feiten 1 subsidiair a en b, 2, 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte is op 9 maart 2009 samen met zijn mededader de binnenstad van Middelburg ingegaan nadat zij samen wodka hadden gedronken.2 Op diverse plaatsen in die stad zijn door de verdachte spullen meegenomen3 zoals zakflesjes vieux en jenever bij de Agrimarkt4, sokken bij Van Haren Schoen BV5, een scheermes bij Etos6 en een trui bij Millers7. In Het Kruidvat hebben ze koffiepads en hoestpastilles meegenomen en niet afgerekend.8

Nadat de verdachte en zijn mededader de winkel waren uitgegaan, werden de lege verpakkingen door winkelpersoneel in het schap gevonden.9 Toen een winkelmedewerker van Het Kruidvat de verdachte na ongeveer tien minuten weer op straat voorbij zag lopen, heeft die winkelmedewerker samen met zijn collega de verdachte achtervolgd en aangehouden. De verdachte heeft zich losgerukt en is er vandoor gegaan waarop de winkelmedewerkers de achtervolging hebben ingezet.10

De verdachte heeft gedreigd dat hij een mes bij zich had en dat hij daarmee zou steken. Hij wilde dat de werknemer op afstand bleef. Toen de werknemer toch naar hem toe kwam, heeft hij het mes opengeknipt en met een zwaaiende beweging in het gezicht van de werknemer gestoken. Vervolgens is hij gevlucht.11

Het slachtoffer heeft een diepe, tot in de kaakholte doorlopende, steekwond opgelopen met als gevolg een gevoelsstoornis in de rechterkant van het aangezicht en

littekenvorming.12

De verdachte heeft het mes weggegooid in een rioolput, waar het door de politie is teruggevonden. Het betreft een knipmes met een totale lengte van 18 centimeter.13 14

Op 8 februari 2009, een maand daarvoor, heeft de verdachte in Goes met zijn krukken tegen een scooter geslagen dat de stukken er af vlogen.15 16 Aan de hand van een getuigenverklaring en het beeldmateriaal van gokhal 'Funtastic'17 heeft de politie de verdachte aangehouden.18

Hij heeft zich tegen die aanhouding verzet door te rukken, te trekken en de politieambtenaren uit te schelden.19 De verdachte heeft die feiten erkend. Hij was buiten zichzelf, zwaar onder invloed van alcohol, en heeft tegen de verbalisanten geroepen: "Ik neuk je hele kankerfamilie, kankerwout" en "Kankerlijers".20

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden, zoals vervat in de door middel van voetnoten nader aangeduide bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair a en b, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Subsidiair

a.

hij op 9 maart 2009, in de gemeente Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen koffie en hoestcapsules, toebehorende aan winkelbedrijf Kruidvat

en

b.

hij op 9 maart 2009, in de gemeente Middelburg, aan [aangever 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een blijvend litteken tot gevolg hebbende snijwond in het gezicht) heeft toegebracht, door deze opzettelijk met een mes in het gezicht steken;

2.

hij op 9 maart 2009, in de gemeente Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- 2 flessen drank toebehorende aan winkelbedrijf Agrimarkt en

- sokken, toebehorende aan Van Haren Schoen B.V. en

- scheermesjes toebehorende aan winkelbedrijf Etos en

- een trui toebehorende aan winkelbedrijf Millers;

3.

hij op 08 februari 2009, in de gemeente Goes, opzettelijk en wederrechtelijk een scooter (merk: Yamaha, kleur blauw) toebehorende aan [aangever 2] heeft vernield;

4.

hij op 08 februari 2009, te Goes, toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één op heterdaad ontdekt strafbaar feit hadden aangehouden en overgebracht naar een politiebureau (aan de Valckeslotlaan aldaar) teneinde voorgeleid te kunnen worden aan een hulpofficier van justitie, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken en zich te bewegen in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden (in het kader van zijn, verdachtes insluiting en de uitvoering van een insluitingsfouillering);

5.

hij op 08 februari 2009, te Goes opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [agent 1] en [agent 2] en [agent 3], (hoofd)agent(en) van politie, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Ik neuk je hele kankerfamilie, kankerwout" en "Kankerlijers".

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair a bewezenverklaarde:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair b bewezenverklaarde:

Zware mishandeling.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Wederspannigheid.

Ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen straf en maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzien van de op te leggen straf. Ten aanzien van de straf heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft op één en dezelfde dag, samen met een ander en onder invloed van alcohol, meerdere diefstallen gepleegd. Dergelijke feiten zijn niet alleen zeer ergerlijk, maar veroorzaken doorgaans ook financiële schade en overlast bij de betrokkenen. Daarenboven heeft de verdachte een medewerker van één van de winkels waar hij kort tevoren een diefstal had gepleegd met een mes zijn gezicht gestoken, ten gevolge waarvan deze ernstig letsel heeft opgelopen en veel pijn heeft ondervonden. Met deze handelwijze heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig aangetast en hem tevens veel angst aangejaagd. Het slachtoffer zal, behalve met de psychische gevolgen, ook moeten leren leven met een litteken in zijn gezicht, waardoor hij telkens opnieuw aan dit voorval zal worden herinnerd.

Ongeveer één maand voordat de verdachte voornoemde feiten heeft begaan, heeft hij zich schuldig gemaakt aan de vernieling van een scooter van iemand anders. Toen hij daarvoor werd aangehouden heeft hij zich tegen die aanhouding verzet door te rukken en te trekken en voorts heeft hij de politieambtenaren met beledigende woorden uitgescholden. Dit handelen van de verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor andermans goederen en voor politieambtenaren en de taak die zij vervullen.

De rechtbank te Middelburg heeft de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten verminderd toerekeningsvatbaar geoordeeld en hem onder meer de maatregel van terbeschikkingstelling (verder te vermelden als TBS) met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, op basis van de rapportages van 25 mei 2009 van E.D.M. Masthoff, psychiater en 25 mei 2008 van P.M. van den Bergh, psycholoog. De rechtbank heeft daarbij nadrukkelijk de modaliteit van terbeschikkingstelling met voorwaarden onder ogen gezien doch geoordeeld dat deze te weinig handvatten biedt om recidive te voorkomen.

Op verzoek van de verdediging heeft het hof op 21 december 2009 opdracht gegeven tot het opmaken van nieuwe deskundigenrapportages door zowel een psychiater als een psycholoog. Op 24 april 2010 heeft drs. B.E.A. van der Hoorn, psychiater, zijn rapport omtrent de verdachte uitgebracht. Op 26 april 2010 heeft drs. M.H. Keppel, GZ-psycholoog, haar rapport uitgebracht.

Psychiater Van der Hoorn concludeert in voornoemde rapportage dat de verdachte lijdende is aan ziekelijke stoornissen van de geestvermogens en aan een gebrekkige ontwikkeling daarvan en dat hij vanuit die stoornissen fors beperkt is in zijn handelen en zijn gedragsopties. De verdachte kan de gevolgen van zijn handelen nauwelijks overzien en reageert veelal impulsief. Ook komt hij tekort in de remming op zijn gedrag en heeft geen controle over zijn drugsgebruik. De deskundige is van mening dat de verdachte ten aanzien van de hem tenlastegelegde feiten sterk verminderd toerekenings-vatbaar geacht moet worden. Voorts is hij van mening dat nu de verdachte geen huisvesting, geen werk, geen zinvolle dagbesteding, geen inkomen en een beperkt steunsysteem heeft, gesteld kan worden dat zonder een adequate behandeling van zijn verslavingsproblematiek en de ernstige persoonlijkheidsproblematiek de kans op recidive zeer hoog is. Gezien de ernst, complexiteit en hardnekkigheid van de bij hem geconstateerde stoornissen en het feit dat de verdachte op alle levensgebieden zo fors is beperkt, is de deskundige van mening dat alleen een langdurige intensieve klinische behandeling (gevolgd door een intensief traject van resocialisatie) de kans op recidive kan verminderen en dat deze behandeling het beste kan worden vormgegeven binnen de kaders van een TBS met dwangverpleging.

Psycholoog Keppel is tot dezelfde conclusie gekomen.

Zij concludeert dat bij de verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderlinekenmerken. De verdachte is vanuit zijn stoornissen fors beperkt in zijn handelen en zijn gedragsopties. De deskundige constateert dat de verdachte de gevolgen van zijn handelen nauwelijks overziet, veelal impulsief reageert, tekort komt in de remming op zijn gedrag en geen controle heeft over zijn druggebruik. Zij is van mening dat de verdachte ten aanzien van de hem tenlastegelegde feiten sterk verminderd toerekeningsvatbaar geacht moet worden.

De verdachte heeft geen huisvesting, geen werk, geen zinvolle dagbesteding, geen inkomen en een beperkt steunsysteem. Ter bescherming van zichzelf, maar ook voor de maatschappelijke veiligheid wordt behandeling in het kader van een TBS met dwangverpleging noodzakelijk geacht om langdurige behandeling in een sterk gestructureerde setting te waarborgen, van waaruit bekeken kan worden naar een geschikte vervolgsetting voor lange termijn behandeling.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 24 februari 2011 hebben beide deskundigen verklaard nog geheel achter voornoemde rapportages te staan en ondanks de gewijzigde wetgeving inzake de TBS met voorwaarden geen reden te zien om nu tot een ander advies omtrent een behandeling van de verdachte te komen. Met name een TBS met voorwaarden achten de deskundigen nog immer onvoldoende om de veiligheid van anderen te waarborgen. Deskundige Van der Hoorn heeft in dat kader nog naar voren gebracht dat met name verdachtes zwakbegaafdheid het hem onmogelijk maakt zich aan voorwaarden te houden.

Met inachtneming van de beschouwingen, de conclusies en de adviezen van voornoemde twee gedragsdeskundigen is het hof van oordeel dat de conclusie gerechtvaardigd is dat de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde sterk verminderd toerekeningsvatbaar is te achten.

De raadsman heeft, overeenkomstig zijn overlegde pleitnota, betoogd dat oplegging van TBS met dwangverpleging achterwege kan blijven. De raadsman verzoekt het hof een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de maatregel van TBS met voorwaarden.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat de aard en de ernst van het onder 1 subsidiair b bewezen-verklaarde feit en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen, mede gelet op het door de voornoemde gedragsdeskundigen geconstateerde gevaar voor recidive, eisen dat de maatregel tot terbeschikking-stelling van de verdachte wordt opgelegd, met bevel dat de verdachte van overheidswege wordt verpleegd. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte ten tijde van het plegen van het feit lijdende was aan een persoonlijkheidsstoornis en/of ziekelijke stoornis en dat het feit hem in sterk verminderde mate kan worden toegerekend. Aan de wettelijke voorwaarden, zoals neergelegd in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, is voldaan.

Het hof zal daarnaast voor alle feiten - in overeenstemming met de vordering van de advocaat-generaal - een gevangenisstraf opleggen. Het hof neemt hierbij ten aanzien van de duur van de op te leggen straf in aanmerking dat er sprake is van een sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 1]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 subsidiair b tenlastegelegde, tot een bedrag van

EUR 1.782,72,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag van

EUR 1.782,72,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep en mitsdien tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde immateriële en materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 subsidiair b bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

EUR 1.782,72,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 subsidiair b bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 2]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 461,01,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag van EUR 461,01,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep en mitsdien tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

EUR 461,01,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 3]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 subsidiair b tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 1.069,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van EUR 1.069,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep en mitsdien tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

Het hof acht de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake van de geleden materiële schade niet van eenvoudige aard en is van oordeel dat behandeling van die vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van deze schade en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Middelburg van 17 september 2008 onder parketnummer 12-715316-08 is de verdachte onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoer-legging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering is derhalve in beginsel gegrond. Naar het oordeel van het hof zijn er evenwel - gelet met name op de bij dit arrest op te leggen maatregel - geen termen aanwezig voor toewijzing van die vordering. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 37b, 57, 63, 180, 266, 267, 302, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair a en b, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte ter zake van voormelde bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van

18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast voorts dat de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair b bewezenverklaarde feit ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de verdachte van overheidswege zal worden gepleegd.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 1] tot het gevorderde bedrag van

EUR 1.782,72 (duizend zevenhonderdtweeëntachtig euro en tweeënzeventig cent),

vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag met rente tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak vooralsnog zijn begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte ter zake van het onder onder 1 subsidiair b bewezenverklaarde de verplichting op om ten behoeve van [aangever 1] aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 1.782,72 (duizend zevenhonderdtweeëntachtig euro en tweeënzeventig cent)

vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van

35 (vijfendertig) dagen,

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 2] tot het gevorderde bedrag van

EUR 461,01 (vierhonderdeenenzestig euro en één cent),

vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak vooralsnog zijn begroot op nihil - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde voorts de verplichting op om ten behoeve van [aangever 2] aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 461,01 (vierhonderdeenenzestig euro en één cent)

vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van

9 (negen) dagen,

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Verklaart de benadeelde partij [aangever 3] niet-ontvankelijk in de vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Wijst de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Middelburg van 17 september 2008 onder parketnummer 12-715316-08 opgelegde voorwaardelijke opgelegde voorwaardelijke straf af.

Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht,

mr. A.H. de Wild en mr. C.M. le Clercq-Meijer, in bijzijn van de griffier mr. S. Hartog-Zamani.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 maart 2011.

1 Waar in dit arrest ten aanzien van de feiten 1 en 2 wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het ambtsedig, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakte proces-verbaal met dossiernummer 2009019687-30, gesloten en ondertekend op 29 april 2009. Waar wordt verwezen naar dossierpaginanummers betreft dit de pagina's van voornoemd en doorgenummerd proces-verbaal, met bijlagen.

2 Proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 62 en 63.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 41 en 42.

4 Proces-verbaal van aangifte, p. 129 en 130.

5 Proces-verbaal van aangifte, p. 119 en 120.

6 Proces-verbaal van aangifte, p. 125 en 126.

7 Proces-verbaal van aangifte, p. 135 en 136.

8 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1], p. 105 en 106.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 147 en 148.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 141, 142 en 143.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 43.

12 GGD letselbeschrijving, opgesteld door forensisch geneeskundige J. Vrencken op 6 mei 2009, losse bijlage.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 25.

14 Aanvullend proces-verbaal nummer 200901987-31, gesloten en ondertekend op 25 mei 2099.

15 Waar in dit arrest ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5 wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het ambtsedig, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakte processen-verbaal met dossiernummer 2009011076-1, gesloten en ondertekend op 10 februari 2009. Waar wordt verwezen naar dossierpaginanummers betreft dit de pagina's van voornoemd en doorgenummerd proces-verbaal, met bijlagen.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 20.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 5.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 22.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 24 en 25; proces-verbaal van bevindingen, p. 26.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 61; proces-verbaal van bevindingen, p. 28.