Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BP3759

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-01-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
22-001096-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Derhalve zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001096-10

Parketnummer: 10-771034-09

Datum uitspraak: 17 januari 2011

VERSTEK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 19 februari 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Rwanda) op [geboortedatum] 1972,

[adres].

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 17 januari 2011 gevorderd en dat de dagvaarding in hoger beroep nietig zal worden verklaard, omdat geen afschrift van die dagvaarding is uitgegaan naar het adres dat door de verdachte in zijn eerste politieverhoor is genoemd.

Geldigheid dagvaarding in hoger beroep

Het hof is -anders dan de advocaat-generaal- van oordeel dat geen afschrift van de dagvaarding in hoger beroep behoefde te worden gezonden naar het adres dat door de verdachte in zijn eerste politieverhoor ter zake van de tenlastegelegde fietsendiefstal is opgegeven, nu dat adres toentertijd zijn GBA-adres was en het in artikel 588a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering gaat om een ander adres dan dat GBA-adres.

Het hof is ook overigens van oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte heeft niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Derhalve zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING (bij verstek)

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. G.P.A. Aler, mr. C.J. van der Wilt en mr. E.W. Koning, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 januari 2011.

mr. E.W. Koning is buiten staat dit arrest te ondertekenen.