Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2011:BP1490

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-01-2011
Datum publicatie
01-02-2011
Zaaknummer
200.070.905-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank is ten onrechte overgegaan tot benoeming van een vereffenaar. Er is in casu sprake van een zuivere aanvaarding van de nalatenschap en er is geen rechtsgrond voor benoeming van een vereffenaar. Artikel 4:204 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 19 januari 2011

Rekestnummer : 200.070.905/01

Rekestnr. rechtbank : F2 RK 09-3170

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: verzoeker,

advocaat mr. P.A. van Hecke te Rotterdam,

tegen

1. [X] ,

wonende te [woonplaats],

2. [Y],

wonende te [woonplaats],

3. [Z],

wonende te [woonplaats],

4. [Q],

wonende te [woonplaats],

hierna gezamenlijk te noemen: verweerders,

advocaat mr. A.D. Lindenbergh te Rotterdam.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Verzoeker is op 23 juli 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 1 juni 2010 van de rechtbank Rotterdam.

Van de zijde van verweerders is bij het hof op 12 november 2010 een schriftelijke reactie ingekomen.

Van de zijde van verzoeker zijn bij het hof op 10 augustus 2010 en 3 september 2010 aanvullende stukken ingekomen.

Op 17 december 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de advocaat van verzoeker en verweerders [Z] en [Q], bijgestaan door hun advocaat mr. S. de Geus, waarnemend voor mr. A.D. Lindenbergh. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

Ter zitting is door de advocaat van verweerders een tweetal volmachten overgelegd, waaruit blijkt dat verweerders [Z] en [Q] zijn gemachtigd om namens [X] en [Y] in rechte op te treden.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank benoemd tot vereffenaar over de nalatenschap van [de vrouw], geboren [in 1928] te [woonplaats], laatst gewoond hebbende te [woonplaats] en overleden [in 2005] te [woonplaats]: mr. M.J. Moerland-Jansen, notaris te Brielle.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de benoeming van mr. M.J. Moerland-Jansen, tot vereffenaar van de nalatenschap van Jannetje van Harskamp (hierna: erflaatster).

2. Verzoeker verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat mr. P.G.J.M. Marres, notaris te Brielle aan het adres 3231 KC Kraaistraat 1, wordt benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster.

3. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er van de zijde van verweerder (in hoger beroep verzoeker) geen zelfstandig verzoek voorligt tot benoeming van een vereffenaar als gevolg waarvan de rechtbank de door verzoekers (in hoger beroep verweerders) voorgestelde persoon zal benoemen tot vereffenaar. Verzoeker betoogt dat hij wel degelijk een zelfstandig verzoek heeft gedaan tot benoeming van mr. Marres tot vereffenaar. Hij verwijst ter onderbouwing van zijn betoog naar de redactie van de bestreden beschikking en de door hem verzonden brief aan de rechtbank van 22 april 2010. Bovendien vloeit zijn verzoek voort uit het ter zitting gevoerde mondelinge verweer, aldus verzoeker. Verzoeker wenst benoeming van een onafhankelijk notaris tot vereffenaar, die bij geen van partijen bekend is, en verzoekt dan ook mr. Marres alsnog te benoemen tot vereffenaar.

4. Verweerders stellen zich op het standpunt dat zo spoedig mogelijk een vereffenaar dient te worden benoemd. Volgens verweerders zal namelijk het saldo van de nalatenschap, door de doorlopende kosten en de oplopende schuld van verzoeker aan de nalatenschap, een negatief resultaat laten zien op korte termijn. Verweerders hebben ter zitting nog betoogd dat het niet zal lukken tot een afwikkeling van de nalatenschap over te gaan zonder daarbij een buitenstaander te betrekken.

5. Het hof overweegt als volgt.

6. Het hof stelt allereerst vast dat de erfgenamen, verzoeker en verweerders, de nalatenschap van erflaatster zuiver hebben aanvaard.

7. Het hof is van oordeel dat nu sprake is van zuivere aanvaarding van de nalatenschap er geen rechtsgrond is voor de benoeming van een vereffenaar en overweegt daartoe als volgt.

Volgens artikel 4:204 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank, indien een nalatenschap niet onder het voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, alleen in enkele specifiek in de wet omschreven situaties een vereffenaar van de nalatenschap benoemen. Omdat in dit geval deze in de wet genoemde gronden niet aan de orde zijn had de rechtbank niet mogen overgaan tot benoeming van een vereffenaar. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook vernietigen.

8. Mitsdien beslist het hof als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, in zoverre opnieuw beschikkende:

wijst het inleidende verzoek van verweerders alsnog af;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af;

verstaat dat de griffier de in eerste aanleg benoemde vereffenaar onverwijld doet uitschrijven uit het boedelregister.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Stollenwerck, Van Dijk en Burgers-Thomassen, bijgestaan door mr. Van der Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2011.