Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BV2959

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
06-02-2012
Zaaknummer
22-000402-08
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8399, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte, apotheker, heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan oplichting door recepten te splitsen in deelrecepten, zodat hij meerdere keren de wettelijke vergoeding per afgegeven receptregel kon declareren bij zorgverzekeraars.

Dergelijke feiten rechtvaardigen op zichzelf een gevangenisstraf. Echter, gelet op onder meer het zeer aanzienlijke tijdsverloop tussen het tijdstip van het plegen van de feiten en de strafoplegging en de omstandigheid dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, is het hof van oordeel dat naast een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest oplegging van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, een passende en geboden reactie vormt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000402-08

Parketnummer: 09-755091-03

Datum uitspraak: 27 januari 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 29 juni 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte,

geboren te [geboorteplaats] (Soedan) op [geboortedag] 1957,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 16 mei 2008 en 13 januari 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 1999 tot en met 10 september 2003, te Zoeterwoude, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) de fysieke en/of digitale (bedrijfs)administratie van Apotheek [apotheek 1] en [apotheek 2] (over 1999 en/of 2000 en/of 2004 en/of 2002 en/of 2003) zijnde (telkens) een (samenstel van) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) opzettelijk in voornoemde (bedrijfs)administratie(s) (een) telefonisch recept(en) en/of herhalingsrecept(en) (roze en/of gele) briefjes op naam gesteld van Apotheek [apotheek 1] & [apotheek 2] opgenomen/verwerkt en/of doen opnemen/verwerken die (telkens) vals en/of vervalst was/waren, bestaande die valsheid en of vervalsing (telkens) hierin dat op (de sticker-etiketten op) voornoemde recept(en) slechts een deel van de door de arts aan de patiënt voorgeschreven hoeveelheid medicijnen was/waren vermeld, waardoor hij, verdachte, (telkens) meerdere keren de receptvergoeding per afgegeven recept kon declareren bij de zorgverzekeraars, en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) opzettelijk in voornoemde (bedrijfs)administratie (een) recept(en) opgenomen/verwerkt en/of doen opnemen/verwerken die (telkens) (een) ander(e) (duurdere) medicijn(en) dan het/de (goedkopere en/of merkloze) medicijn(en) die was/waren verstrekt aan de patiënt(en) vermeldde(n) en/of recept(en) opgenomen/verwerkt en/of doen opnemen/verwerken die (telkens) (een) medicijn(en) vermeldde(n) dat/die niet aan de patiënt(en) geleverd was/waren, (waardoor hij, verdachte (telkens) een duurdere dan het/de afgegeven medicijn(en) kon declareren bij de zorgverzekeraars), zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat (samenstel van) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 1999 tot en met 10 september 2003, te Zoeterwoude, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, zorgverzekeraar(s) (Onderlinge Waarborgmaatschappij) Zorg en Zekerheid en/of Unive Zorg en/of Zilveren Kruis Achmea en/of Avero Achmea en/of een of meer (andere) zorgverzekeraar(s) heeft bewogen en/of doen bewegen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig geld (anders dan waartoe hij recht op had), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (een) door een arts afgegeven/opgemaakt recept(en) (administratief) gesplitst ('geknipt') en/of doen splitsen ('knippen') in (een) deelrecept(en) (waarbij het/de deelrecept(en) kleinere hoeveelheden medicijnen bevatte(n) dan het door de arts afgegeven/opgemaakte recept(en)) en het aldus (telkens) doen voorkomen dat de arts een of meermalen een (herhalings)recept(en) heeft afgegeven/opgemaakt, en/of (telkens) de wettelijk vastgestelde receptvergoeding per afgegeven recept meermalen gedeclareerd bij voornoemde verzekeraar(s), (door middel van het declareren van voornoemde deelrecept(en), en/of (telkens) (een) ander(e) (goedkopere en/of merkloze) medicijn(en) dan het/de door de arts voorgeschreven (duurdere) medicijn(en) aan de patiënt(en) verstrekt en/of doen verstrekken, en/of (telkens) voornoemde door de arts voorgeschreven (duurdere) medicijn(en) gedeclareerd bij voornoemde zorgverzekeraar(s), waardoor ((een) medewerker(s) van) voornoemde zorgverzekeraar(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte, althans tot afgifte van een of meer geldbedrag(en), althans van enig geld, (welk(e) bedrag(en) groter was/waren dan de zorgverzekeraar(s) in werkelijkheid verschuldigd was/waren).

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts zijn er beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen als nader in het vonnis omschreven.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Geldigheid van de inleidende dagvaarding

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep het in eerste aanleg gevoerde verweer herhaald en aangevoerd dat het samenstel van de tenlastegelegde handelingen te algemeen en uitgebreid is en dientengevolge aan de hand van de tenlastelegging onvoldoende is te bepalen welk concreet verwijt de verdachte wordt gemaakt. Gelet hierop concludeert de raadsman tot nietigheid van de dagvaarding.

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt dienaangaande als volgt. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de dagvaarding een voldoende duidelijke omschrijving bevat van hetgeen de verdachte wordt verweten. De verdachte heeft voorts zowel bij de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg als in hoger beroep er blijk van gegeven dat het hem voldoende duidelijk was welke gedragingen hem werden verweten, zodat de verdachte wist waartegen hij zich moest verweren. De dagvaarding voldoet derhalve aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 is tenlastegelegd, nu, gelet op de niet weersproken verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, zich in de fysieke en digitale (bedrijfs)administratie van de apotheek van de verdachte zowel de 'geknipte' als de originele recepten bevonden, zodat niet is komen vast te staan dat de verdachte het oogmerk had op het valselijk opmaken of vervalsen van die administratie.

De verdachte behoort derhalve van het onder 1 tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij, op tijdstippen in de periode van 1 januari 1999 tot en met 10 september 2003, in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen zorgverzekeraar(s) (Onderlinge Waarborgmaatschappij) Zorg en Zekerheid en/of Unive Zorg en/of Zilveren Kruis Achmea en/of Avero Achmea heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen anders dan waar hij recht op had, hebbende hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en in strijd met de waarheid telkensdoor een arts afgegeven/opgemaakte recepten (administratief) gesplitst ('geknipt') in deelrecepten waarbij de deelrecepten kleinere hoeveelheden medicijnen bevatten dan de door de arts afgegeven recepten en het aldus telkens doen voorkomen dat de arts een of meermalen een herhalingsrecept heeft afgegeven, en telkens de wettelijk vastgestelde receptvergoeding per afgegeven recept meermalen gedeclareerd bij voornoemde verzekeraars, door middel van het declareren van voornoemde deelrecepten, waardoor medewerkers van voornoemde zorgverzekeraars werden bewogen tot afgifte van geldbedragen, welke groter waren dan de zorgverzekeraars in werkelijkheid verschuldigd waren.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De verdediging heeft zich ter zitting in hoger beroep, evenals in eerste aanleg, op het standpunt gesteld dat de verdachte met toestemming van de zorgverzekeraars per origineel recept meer receptregels heeft gedeclareerd, zodat op die wijze de eerder afgekeurde declaraties, en de daarmee onterecht misgelopen inkomsten, alsnog mochten worden gecompenseerd. Deze afspraken zouden op schrift zijn gesteld en zich hebben bevonden in de administratie van de apotheek van de verdachte alvorens deze in beslag werd genomen.

Het hof acht het bestaan van een dergelijke afspraak met zorgverzekeraars niet aannemelijk geworden, nu hiervan niet uit de administratie of anderzins is gebleken en van de zijde van de zorgverzekeraars wordt ontkend dat er een dergelijke afspraak is gemaakt. De stelling van de verdediging dat de betreffende bescheiden onder het beslag zijn kwijt gemaakt acht het hof evenmin aannemelijk.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan oplichting door recepten te splitsen in deelrecepten, zodat hij meerdere keren de wettelijke vergoeding per afgegeven receptregel kon declareren bij zorgverzekeraars. Door aldus te handelen heeft verdachte het vertrouwen dat zorgverzekeraars in apothekers mogen stellen dat zij juiste declaraties indienen op grove wijze beschaamd en zorgverzekeraars daarenboven financieel nadeel toegebracht. Bovendien kunnen dergelijke handelingen ertoe leiden dat verzekerden hogere premies moeten betalen en de Staat een hogere vereveningsbijdrage.

Dergelijke feiten rechtvaardigen op zichzelf een gevangenisstraf. Echter, gelet op het zeer aanzienlijke tijdsverloop tussen het tijdstip van het plegen van de feiten en de strafoplegging, de omstandigheid dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en de onduidelijkheid in de uitleg en toepassing van de CTG-tariefbeschikking, is het hof van oordeel dat naast een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest oplegging van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, een passende en geboden reactie vormt.

Gelet evenwel op de mate van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in de fase van het hoger beroep, zal het hof de overwogen taakstraf in de vorm van een werkstraf matigen tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

Vordering tot schadevergoeding Zilveren Kruis Achmea

In het onderhavige strafproces heeft Zilveren Kruis Achmea zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 59.342,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Vordering tot schadevergoeding Univé Zorg

In het onderhavige strafproces heeft Univé Zorg zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 24.523,91.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Vordering tot schadevergoeding Avéro Achmea

In het onderhavige strafproces heeft Avéro Achmea zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 20.256,60.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van

180 (honderdtachtig) uren,

te vervangen door hechtenis voor de tijd van 90 (negentig) dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

23 (drieëntwintig) dagen.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partijen Zilveren kruis Achmea, Univé Zorg en Avéro Achmea niet-ontvankelijk in de vorderingen.

Veroordeelt de benadeelde partijen Zilveren kruis Achmea, Univé Zorg en Avéro Achmea in de kosten die de verdachte in verband met de verdediging tegen die vorderingen heeft gemaakt, welke kosten tot aan deze uitspraak vooralsnog zijn begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. J. Borgesius,

mr. J.M. Reinking en mr. D.J.C. van den Broek, in bijzijn van de griffier mr. P. Melis.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 januari 2010.