Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ8231

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
22-06-2011
Zaaknummer
200.007.232.01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

zie ook BQ 8218

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 28 juli 2010

Zaaknummer : 200.007.232.01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 07-718

[appellante]

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat voorheen mr. R.W.S. Nijman, thans mr. V.C. Dekker te ’s-Gravenhage,

tegen

[geintimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. R. Aboukir te ‘s-Gravenhage.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 23 mei 2008 in hoger beroep gekomen van een beschik¬king van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 25 februari 2008.

De man heeft op 2 december 2008 een (voorwaardelijk) verweerschrift, tevens inhoudende (voorwaardelijk) incidenteel appel, ingediend.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 17 juni 2008, 14 juli 2008 en 8 augustus 2008 aanvullende stukken ingekomen.

De moeder is op [datum] overleden. Niet is gebleken dat van de zijde van de moeder schorsing van de procedure is gevraagd, als bedoeld in artikel 225 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Derhalve is de procedure voortgezet. Jeugdzorg voert thans de gezagstaken uit, nu zij met de voogdij is belast.

Op 12 mei 2010 is de zaak, tezamen met de zaken met de nummers: 200.007.223, 200.007.228 en 200.051.266, mondeling behandeld. Verschenen zijn: de advocaat van de moeder, de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Namens de raad is verschenen: [naam]. Namens Jeugdzorg zijn verschenen: [naam] en [naam]. Voorts is de tante moederszijde verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Daarnaast is in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarigen verschenen: mevrouw mr. Van den Hoogen in de plaats van mr. A.B. Baumgarten. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, mr. Dekker en mr. Aboukir onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities.

DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP

1. De bestreden beschikking is gegeven in een procedure waarin de moeder de rechtbank heeft verzocht een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen te bepalen. Bij deze beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de moeder aangehouden, in afwachting van de uitslag van het DNA-onderzoek, dat partijen zullen laten verrichten in het kader van de procedure tot het verlenen van vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige kinderen van partijen en iedere verdere beslissing aangehouden.

2. Nu het hier een tussenbeschikking betreft, waartegen geen hoger beroep openstaat, zal het hof de moeder niet ontvankelijk verklaren in haar beroep. Aan beoordeling van het voorwaardelijk incidenteel appel komt het hof niet toe.

3. Het hof ziet geen aanleiding om, zoals de man verzoekt, de moeder te veroordelen in de proceskosten en zal dit verzoek dan ook afwijzen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

verklaart de moeder niet-ontvan¬ke¬lijk in haar hoger beroep;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Pannekoek-Dubois, Dusamos en Hulsebosch, bijge¬staan door mr. Wijtzes als griffier, en uitgespro¬ken ter openbare terecht¬zitting van 28 juli 2010.