Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ8040

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-10-2010
Datum publicatie
15-06-2011
Zaaknummer
22-002019-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met anderen een overval gepleegd op een woning om de inhoud van een kluis buit te maken. De verdachte is samen met twee anderen de woning binnen gedrongen. In de woning troffen zij een vrouw en een kind aan, die zij van hun vrijheid beroofd hebben en urenlang vastgehouden hebben. Ook hebben zij bedreigingen met geweld geuit en is op de twee vrouwen daadwerkelijk geweld toegepast. Het Hof veroordeelt de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002019-09

Parketnummer(s): 10-610198-08

Datum uitspraak: 29 oktober 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 maart 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

adres: [adres],

thans gedetineerd in PI Rijnmond - Gev. De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de onderbroken terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 17 november en 4 december 2009 en van 21 september en 15 oktober 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na twee wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2008 tot en met 15 februari 2008 te Schiedam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld en/of sieraden en/of goud en/of horloges en/of edelstenen en/of een mobiele telefoon en/of (een) bankpas(sen) (Fortis Bank) (met bijbehorende pincode), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en/of [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [kleinzoon aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [kleinzoon aangever 1], heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of sieraden en/of (een) bankpas(sen) (Fortis Bank) (met bijbehorende pincode), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- houden van een (samoerai)zwaard althans een groot mes, althans een scherp voorwerp op het hoofd van die [aangever 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal (op dreigende toon) roepen: "waar is het geld" en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- op dreigende toon roepen:"

- "omdraaien en niet kijken, anders maken wij jullie dood" en/of

- "niet zeuren, anders ga je dood" en/of

- "als je wat probeert, dan maken wij jullie dood" en/of

- "wij zijn een grote organisatie, als een van ons de gevangenis ingaat dan komt de ander jou en je familie halen"

en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- plaatsen van een kap of zak of kussensloop op/over het hoofd van die [aangever 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) door elkaar schudden van die [kleinzoon aangever 1] en/of

- bedekken van het hoofd van die [aangever 1] met een doek of een kussensloop en/of

- op de grond leggen van die [aangever 1] en/of

- plakken van tape op de ogen en/of de mond, althans het gezicht van die [aangever 1] en/of die [aangever 2] en/of

- naar de badkamer van de woning van die [aangever 1] overbrengen van die [aangever 1] en/of die [aangever 2] en/of die [kleinzoon aangever 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal slaan en/of schoppen van die [aangever 1] en/of die [aangever 2] en/of die [kleinzoon aangever 1] en/of

- vastbinden (met touw en/of electriciteitskabel) van de handen van die [aangever 2] en/of [aangever 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal maken van prikkende en/of stekende bewegingen met een (samoerai)zwaard en/of een dolk, althans een scherp en/of puntig voorwerp in/op het/de arm(en) en/of schouder(s) en/of hand(en) en/of voet(en), althans het licha(a)m(en) van die [aangever 1] en/of die [aangever 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal dreigend toevoegen van de woorden dat de voet of een teen van die [aangever 1] zou worden afgehakt en/of

- afsnijden van een stuk vel/huid van de (linker)teen van die [aangever 1] en/of

- snijden in de linkervinger/hand van die [aangever 1] en/of

- dichtbij de huid van die [aangever 1] en/of [aangever 2] houden van een vlam van een gasbrander en/of

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] en/of die [aangever 2], althans het tonen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of

- binnen gehoorsafstand van die [aangever 1] en/of [aangever 2] spreken over de mogelijkheid van verkrachting en/of

- binnen gehoorsafstand van die [aangever 1] en/of [aangever 2] zeggen van de woorden "Als wij nog niets hebben om 10.00 uur dan maken wij ze dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 1] en/of die [aangever 2] dreigend mededelen dat die [kleinzoon aangever 1] apart zou worden meegenomen;

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2008 te Schiedam en/of Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen EUR 250,- (zegge: tweehonderd en vijftig euro), althans een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door te pinnen met een bankpas van die [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en de daarbij behorende pincode, zijnde een valse sleutel tot welk gebruik verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren;

3.

hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2008 tot en met 15 februari 2008 te Schiedam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en/of [aangever 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- zich voortdurend dreigend opgehouden in de woning van die [aangever 1] in de directe omgeving van die [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en/of die [aangever 2] en/of

- (daarbij) een dolk en/of een (samoerai)zwaard, althans een groot mes en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een gasbrander getoond en/of

- (daarbij) die [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en/of [aangever 2] telkens dreigend de woorden toegevoegd: "omdraaien, niet kijken, anders maken wij jullie dood" en/of "niet zeuren, anders ga je dood" en/of "als je wat probeert, dan maken wij jullie dood" en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (daarbij) die [aangever 1] en/of [aangever 2] met tape en/of touw en/of (electiciteits)kabel vastgebonden en/of

- (daarbij tape op de ogen en/of de mond, althans het gezicht van die [aangever 1] en/of die [aangever 2] geplakt en/of

- (daarbij) een kap of een zak of een kussensloop op/over het hoofd van die [aangever 2] geplaatst en/of

- (daarbij) het hoofd van die [aangever 1] met een doek of een kussensloop bedekt, en/of

- (daarbij) die [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en/of [aangever 2] overgebracht naar de badkamer van die woning van die [aangever 1] en/of

- (daarbij) die [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en/of [aangever 2] meermalen geslagen en/of geschopt en/of met een (samoerai)zwaard en/of een dolk, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam van die [aangever 2] en/of die [aangever 1] geprikt/gestoken en/of de vlam van een gasbrander dichtbij de huid van die [aangever 2] en/of die [aangever 1] gehouden, en/of

- (aldus) die [aangever 1] en/of die [kleinzoon aangever 1] en/of die [aangever 2] belet te gaan waar zij wilden gaan.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van 5 jaren met aftrek van voorarrest en met beslissingen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen als nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Het hof heeft vastgesteld dat de rechtbank de goedgekeurde wijziging telastelegging onvolledig heeft verwerkt in het bestreden vonnis. Het hof zal uitgaan van de telastelegging als gewijzigd in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

Standpunt verdediging

Door de verdediging is primair betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat het recht van de verdachte op een eerlijk proces is geschonden, nu geheimhoudergesprekken niet of niet tijdig zijn vernietigd. Subsidiair zou één en ander moeten leiden tot strafvermindering.

Volgens de verdediging bestaat er nog steeds veel onduidelijkheid over de vraag welke gesprekken er wel of niet zijn vernietigd. Eén gesprek is dat in ieder geval niet. Voorts is er in redelijkheid geen uitsluitsel gekomen over de vraag of de gesprekken niet gebruikt zijn ter sturing van het onderzoek. Ook de ter terechtzitting van 21 september 2010 door de advocaat-generaal overgelegde stukken geven geen uitsluitsel over de onduidelijkheden.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministier heeft overeenkomstig de schriftelijke requisitoiraantekeningen het standpunt ingenomen dat er weliswaar sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, maar dat die niet zodanig is dat dit tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie zou moeten leiden. Daarnaast is er, gelet op de ernst van de verzuimen en het feit dat er geen sprake is van enig nadeel, nu de betreffende gesprekken op geen enkele wijze hebben bijgedragen aan het bewijs en ook niet aan BOB-bevelen ten grondslag hebben gelegen, geen ruimte voor strafvermindering of bewijsuitsluiting.

Overwegingen van het hof

Het hof overweegt als volgt.

Volgens vaste rechtspraak dient de rechter in het geval van een onherstelbaar vormverzuim te beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en zo ja, welk rechtsgevolg. Daarbij dient de rechter rekening te houden met de in artikel 359a lid 2 van het Wetboek van Strafvordering genoemde factoren, zijnde het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt. Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging als een in artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering voorzien rechtsgevolg komt slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376).

In het onderhavige geval is de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aan de orde gesteld in verband met niet, niet terstond en/of niet op de juiste wijze vernietigde geheimhoudergesprekken. Het hof gaat daarbij uit van de volgende feiten.

Van de 15.000 in de zaken [zaak J] en [zaak A] getapte gesprekken zijn er 120 geheimhoudergesprekken (zie het verhoor van officier van justitie Haan bij de raadsheer-commissaris op 24 februari 2010). Deze gesprekken zijn door de betrokken officieren van justitie aanvankelijk in die zin getoetst dat bekeken is of deze gesprekken inderdaad geheimhoudergesprekken waren. Later is deze toets achterwege gebleven en is volstaan met de melding daarvan (zie voornoemd verhoor bij de raadsheer-commissaris). Op één gesprek na (gesprek 930-931) zijn deze gesprekken niet terechtgekomen in de BVO-omgeving, waarin de uitgetypte gesprekken zijn opgeslagen (zie voornoemd verhoor bij de raadsheer-commissaris). Op gesprek 930-931 na zijn alle geheimhoudergesprekken vernietigd. Gesprek 930-931 bevindt zich in een verzegelde envelop ten parkette van de advocaat-generaal en maakt geen deel uit van het dossier. Er zijn bevelen tot vernietiging uitgegaan. Of er processen-verbaal van vernietiging zijn en waar ze zich bevinden is wat betreft de zaak [zaak A] niet duidelijk (zie voornoemd verhoor bij de raadsheer-commissaris). Dertig gesprekken zijn niet terstond vernietigd; van deze 30 gesprekken zijn 20 gesprekken in de zaak [zaak A] getapt (zie pagina 3 van de aantekeningen van de officier van justitie, overgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 maart 2009). Van deze 20 gesprekken zijn er 3 gesprekken gevoerd in de periode dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 3] nog op vrije voeten waren. De overige 17 gesprekken vonden plaats na hun aanhouding. Geen van de gesprekken is gebruikt ter onderbouwing van het inzetten van BOB-activiteiten (zie pagina 4 van de voornoemde aantekeningen van de officier van justitie).

Aanwijzingen dat er ook nog andere gesprekken dan gesprek 930-931 niet of niet tijdig zijn vernietigd, ontbreken. Mitsdien wordt voorbijgegaan aan de enkele, niet nader onderbouwde stelling van de verdediging dat hieromtrent onduidelijkheid zou zijn blijven bestaan.

Voor zover de gesprekken niet tijdig en het tapgesprek met sessienummer 930/931 niet zijn vernietigd, stelt het hof vast dat er sprake is van onzorgvuldig handelen en van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Door dit verzuim is een voorschrift geschonden dat zag op de bescherming van de belangen van de verdachte. Het hof is echter van oordeel dat niet is gebleken dat de verdachte door deze schending is geschaad of nadeel heeft ondervonden. Geen van de gesprekken is immers gebruikt of zal worden gebruikt voor het bewijs. Daarnaast is het hof - anders dan de verdediging - van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de gesprekken op enigerlei wijze sturing hebben gegeven aan het opsporingsonderzoek. Hiervoor ontbreekt iedere aanwijzing.

Aldus komt het hof tot het oordeel dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, maar zal aan dit verzuim geen gevolg worden verbonden. Voorts is niet aannemelijk geworden dat door de met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan; in het bijzonder omdat niet aannemelijk is geworden dat er nadere onderzoekshandelingen zijn verricht naar aanleiding van de gesprekken, terwijl de verzuimen vooral een gevolg lijken te zijn geweest van capaciteitsproblemen bij de Unit landelijke interceptie, is de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie - anders dan in de door de raadsvrouw aangehaalde jurisprudentie - in de onderhavige zaak niet aan de orde. Evenmin zal met het verzuim rekening worden gehouden bij de strafmaat, gelet op de beperkte ernst en het ontbreken van enig nadeel voor de verdachte. Het hof zal derhalve volstaan met de constatering van het verzuim. De ter terechtzitting in hoger beroep van 21 september 2010 door de advocaat-generaal overgelegde aanvullende stukken, inhoudende de bevelen tot vernietiging van enkele tapgesprekken die naar boven waren gekomen tijdens een opschoonactie in de tapkamer van de politie Rotterdam en het proces-verbaal van vernietiging, leiden niet tot een andere conclusie, nu deze stukken blijkens de nadere toelichting van de advocaat-generaal ter terechtzitting geen betrekking hebben op de zaak [zaak A]. In zoverre heeft de verdediging gelijk dat deze stukken geen nader inzicht verschaffen in de gang van zaken rond de vernietiging van de geheimhoudergesprekken in de onderhavige zaak.

Standpunt van de advocaat-generaal ter zake van de feiten

De advocaat-generaal heeft op gronden als nader vermeld in haar schriftelijke requisitoir ter zake van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten geconcludeerd tot bewezenverklaring daarvan.

Standpunt van de verdediging ter zake van de feiten

Namens de verdachte is ter zake de tenlastegelegde feiten geen verweer gevoerd.

Door het hof op basis van wettige bewijsmiddelen vastgestelde feiten en omstandigheden

* Op 14 februari 2008 was [aangever 1] in haar woning aan [adres A] te Schiedam. Zij was daar samen met haar nichtje [aangever 2] en haar tweejarige kleinzoon [kleinzoon aangever 1]. Omstreeks 22.00 uur werd er bij de voordeur aangebeld. Via een monitor kon zij zien dat er een man stond. Er is niet open gedaan. Omstreeks 23.00 uur zijn drie mannen de woning binnen gedrongen.1

* De mannen drongen de woning binnen via de balkondeur waarvan zij de ruit vernield hadden. Als eerste kwam de man binnen die een uur daarvoor had aangebeld bij de woning. Dader 2 was een Antiliaanse of Kaapverdiaanse man en de derde had een Marokkaans accent. Ze hadden een dolk, een zwaard en een vuurwapen bij zich. Er werd een doek over het hoofd van [aangever 1] gedaan en zij moest in de slaapkamer op haar buik naast het bed gaan liggen. [aangever 2] moest aan de andere kant van het bed gaan liggen. [kleinzoon aangever 1] kwam bij [aangever 1] terecht. Eén van de daders deed tape voor de mond van [aangever 1]. Ze werd geslagen en geschopt. De doek over haar hoofd werd vervangen door tape voor haar ogen. Ze werd geprikt met de dolk en het zwaard. De daders vroegen haar steeds om de sleutel van de kluis. Op een gegeven moment moesten de vrouwen en het kind naar de badkamer. De daders zijn de hele nacht bezig geweest om de kluis open te maken, eerst met een accuslijptol, die op een gegeven leeg was. Er werd steeds gebeld met iemand buiten de woning. Ze hoorden dat die persoon zei dat hij binnen 10 minuten een nieuwe zou brengen. De overvallers belden constant met de man buiten en [aangever 1] hoorde dat die persoon aanwijzingen gaf over hoe de overvallers de deur moesten open maken. [aangever 1] werd ondertussen geslagen en geschopt door dader 3, die sprak met een Marokkaans accent. Hij bedreigde haar ook en mishandelde haar. Hij dreigde haar voet af te hakken en sneed als voorproefje een stukje vel van haar linker kleine teen. Hij stak op een gegeven moment de brander uit de werkplaats van haar man aan en hield de brandende vlam dicht bij haar huid. [aangever 1] voelde de warmte en dat haar haartjes schroeiden. [aangever 1] is meerdere keren bedreigd met het vuurwapen. Uiteindelijk zeiden de overvallers dat ze het kind [kleinzoon aangever 1] apart zouden meenemen. Dat was voor [aangever 1] het breekpunt en ze besloot te vertellen waar de sleutel was. Nadat de kluis was open gemaakt en de inhoud was weggenomen, zijn de overvallers vertrokken.

[aangever 1] is gedurende de overval meerdere keren bedreigd met het vuurwapen. Halverwege de nacht hebben de overvallers ook nog een bankpasje van de Fortis bank en het pasje van de spaarrekening meegenomen. Onder bedreiging van een wapen heeft [aangever 1] de pincode van de Fortis-privérekening gegeven. Iemand is daarna naar buiten gegaan om geld op te nemen.2

* Tijdens de overval is door de Marokkaanse man gezegd: "Je moet meewerken, wij hebben ook een klote opdracht gekregen." De Marokkaan zei dit toen hij de handen van [aangever 1] vastbond op haar rug in de slaapkamer.3 [aangever 2] hoorde dat dit tijdens een telefoongesprek tegen [medeverdachte 1] werd gezegd en dat [medeverdachte 1] zei dat ze door moesten blijven gaan.4

* [aangever 2] lag op het moment dat de overvallers de woning binnen drongen te slapen met [kleinzoon aangever 1]. Ze hoorde een harde knal van glas. Zij liep naar de overloop en zag een drietal mannen met [aangever 1] voorop aan komen. De man achter [aangever 1] had een vuurwapen, gericht op [aangever 1]. De man achter de man met het vuurwapen had een soort samoerai zwaard. Hij kwam naar [aangever 2] toe en zette het zwaard op haar voorhoofd. De man riep: "Waar is het geld, waar is het geld?". De derde man had ook iets in zijn handen. De overvallers waren een vermoedelijk Marokkaanse man, een blanke man en een Negroïde man. De overvallers begonnen te schreeuwen: "Omdraaien en niet kijken anders maken wij jullie dood". Dader 2 zei tegen [aangever 2]: "Niet zeuren anders ga je dood!". Ze voelde weer een mes op haar hoofd. [aangever 2] werd in de slaapkamer op de grond getrokken en kreeg een kussensloop over haar hoofd. Ze hoorde dat [aangever 1] werd mishandeld. Ze hoorde [aangever 1] schreeuwen van pijn en hoorde ook schoppen en slaan. Eén van de overvallers heeft ook [aangever 2] geschopt en geslagen. [aangever 2], [aangever 1] en [kleinzoon aangever 1] werden overgebracht naar de doucheruimte. Daar werd de mond van [aangever 2] getaped. Haar handen waren vastgebonden. Ze hoorde één van de daders zeggen: "Als ik wil kan ik haar verkrachten". Tijdens de overval werden verschillende namen genoemd: [medeverdachte 4], [verdachte] en [medeverdachte 2]. De daders kregen continu telefonische opdrachten van een buitenstaander. Die werd [medeverdachte 1] genoemd. De overvallers zelf belden ook vaak [medeverdachte 1] op voor vragen. De overvallers zeiden tegen [aangever 2] dat als zij wat zou proberen, zij haar tante en neefje zouden doodmaken. Er werd meerdere malen met een mes in [aangever 2] gestoken. Ze is bedreigd met een gasbrander. Eén van de overvallers ging met de gasbrander langs haar lichaam. Ze voelde de warmte. Dader 3 zei [aangever 2]: "Wij zijn een hele grote organisatie en als een van ons komt vast te zitten dan kom de andere je halen.".5 Ook heeft zij gehoord dat de blanke overvaller tegen [medeverdachte 1] zei: "Als wij nog niets hebben om 10.00 uur dan maken wij ze dood!".6 Ook werd er gezegd: "Wij zijn een grote organisatie, als de een de gevangenis in gaat dan komt de ander jou en je hele familie afmaken".7 De overvallers hebben de telefoon van [aangever 2] meegenomen. Nadat de overvallers waren vertrokken is [aangever 2] naar buiten gevlucht om mensen te waarschuwen.8

* Een getuige trof haar op 15 februari 2008 omstreeks 7.50 uur aan voor de woning aan de [adres A] te Schiedam.9

* Aan [aangever 1] en [aangever 2] is tijdens de overval diverse soorten letsel toe gebracht. [aangever 1] had een forse bloeduitstorting rondom het rechteroog en onder het linkeroog. Zij had bij elkaar 8 bloeduitstortingen op de rechter bovenarm en -elleboog. Op de rechter elleboog zaten 3 kraswonden, op de rechter onderarm 3 iets diepere wonden. Op de linker schouder zaten 2 kraswonden. Op de linker bovenarm zaten 6 bloeduitstortingen. Op het linker schouderblad is een bloeduitstorting te zien. In de linkerflank is een kleine bloeduitstorting te zien. Aan de binnen zijde van de linkerduim is een wond met scherpe randen te zien. Aan de buitenzijde van de kleine teen links is een klein wondje te zien. De letsels kunnen passen bij slaan, schoppen en bij verwondingen door een scherp voorwerp.10 Er is gesneden in haar linkerhand.11 Bij [aangever 2] waren op de strekzijde van de polsen striemen te zien. Ze had pijn in haar hals en haar stem viel soms weg. Rechts bovenop haar hoofd was een zwelling te voelen. Er was drukpijn bij de rechter schouder en hoog op de rug. Tot slot was er een kleine bloeduitstorting aan de voorzijde van de linker bekkenkam.12

* Bij de overval zijn uit de kluis edelstenen weggenomen en sieraden, al dan niet van goud, toebehorend aan [aangever 1] dan wel [kleinzoon aangever 1], dan wel anderen of klanten van [kleinzoon aangever 1].13

* [medeverdachte 4] heeft bekend één van de drie overvallers te zijn geweest. Hij werd bij de Bas van der Heijden opgehaald door een meisje en [medeverdachte 1]. Vervolgens zijn ze naar Schiedam gereden. Daar is hij met [medeverdachte 2] en [verdachte] gewapend de woning binnen gegaan nadat hij de ramen had ingegooid. [verdachte] had een samoerai zwaard en [medeverdachte 2] een pistool. [medeverdachte 2] ging als eerste naar binnen. Er zou alleen een man zijn, maar ze troffen twee vrouwen en een kind aan. De overvallers riepen heel de tijd: "Waar is de kluis? Waar is het geld?"

De handen van de vrouwen zijn achter hun rug vastgebonden. Hij heeft gezien dat er werd geslagen en geschopt. Ze hebben geprobeerd de kluis te openen met een slijptol. Deze is door [medeverdachte 3] of [medeverdachte 1] gebracht. [medeverdachte 4] heeft ook een gasbrander gebruikt bij de kluis. Toen deze eenmaal open ging, lag er geen geld, maar alleen maar goud. Ze hebben alles in tassen gedaan en zijn toen weggegaan. Hij heeft naderhand € 350 gekregen van [medeverdachte 2].14

[medeverdachte 4] heeft voorts verklaard dat hij zelf ook heeft geslagen en bedreigd. Bij de vrouwen is er eerst ducktape over het gezicht gedaan en daarna een kussensloop over hun hoofden. [medeverdachte 4] heeft de pinpassen uit de tas van de vrouw gepakt en aan [medeverdachte 2] gegeven. De pincode hadden ze van de vrouw. [medeverdachte 2] had [medeverdachte 1] veel aan de lijn.15 [medeverdachte 4] heeft zelf [medeverdachte 1] ook nog aan de telefoon gehad. [medeverdachte 4] noemde de naam van [medeverdachte 1] waarna [medeverdachte 1] boos ophing. [medeverdachte 4]s bijnaam is [medeverdachte 4]. Met [medeverdachte 1] bedoelt hij [medeverdachte 1] en met [verdachte] [verdachte]. Hij heeft zelf het wapen ook vastgehouden. Hij is na de overval met [verdachte] met de tram naar huis gegaan. [medeverdachte 2] is met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] weg gegaan.16 Ten aanzien van het pistool heeft [medeverdachte 4] verklaard dat dit volgens [medeverdachte 2] een echt wapen was, dat op een veiligheidsstand stond. Tot slot heeft hij verklaard dat de oudere vrouw uiteindelijk vertelde waar de sleutel van de kluis lag omdat de daders zeiden dat ze het kind zouden meenemen.17

* [medeverdachte 2] heeft ook bekend betrokken te zijn geweest bij de overval. [medeverdachte 3] reed mee naar de woning waar de overval plaats zou vinden. [medeverdachte 2] heeft eerst aangebeld bij de woning, maar toen er niet werd open gedaan, is hij samen met twee anderen via een balkon aan de achterkant van de woning naar binnen gegaan. Ze hadden een pistool en een zwaard bij zich. Binnen troffen ze twee vrouwen en een kind aan. De twee vrouwen zijn bedreigd, in de slaapkamer en later in de badkamer gezet. [medeverdachte 2] en de andere twee overvallers hebben geprobeerd de kluis open te maken met een brander en een slijptol. Hij heeft voor de slijptol gebeld en deze is vervolgens door [medeverdachte 3] gebracht. Hij heeft aan [medeverdachte 3] de pinpas uit de woning gegeven. Uiteindelijk heeft de vrouw de sleutel van de kluis gegeven. In de kluis lag goud. Ze hebben de buit meegenomen in een tas. Zijn telefoonnummer was [telefoonnummer A].18 Onder de buit bevonden zich robijnen, ringetjes en juwelen die hij later bij een juwelier heeft verkocht.19 Eén van de andere twee overvallers stond in de woning met een zwaard te zwaaien en te schreeuwen: "Ik hak je teen eraf". Ook is er geroepen tegen de vrouw dat ze haar kind gingen pakken. Hij heeft die nacht contact gehouden hoe het buiten was, of het rustig was.20 De twee andere overvallers waren [verdachte] en [medeverdachte 4].21

* [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij in de nacht van de overval met de auto van [medeverdachte 1] een slijptol naar [medeverdachte 2] [medeverdachte 2] heeft gebracht in Schiedam. Hij heeft vervolgens van [medeverdachte 2] een pinpas en een pincode gekregen. Hij heeft daarmee geld gepind bij een pinautomaat. Eén keer € 1.000,00 en één keer € 250,00.22 De pintransaktie vindt plaats na middernacht, op 15 februari 2008.23

* [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij die bewuste nacht samen met [medeverdachte 2] [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] er naar toe gereden is. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben de overval gepleegd samen met [medeverdachte 4] en [verdachte]. Hij heeft vele malen gebeld met [medeverdachte 2]. Het telefoonnummer [telefoonnummer B] was van hemzelf. Ook [medeverdachte 3] heeft hij die nacht gebeld. Hij werd gebeld door [medeverdachte 2] met de vraag om hem een accutolletje te brengen.24 De slijptol is hij vervolgens samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] gaan brengen.25

* [medeverdachte 5] heeft verklaard dat zij in de nacht van de overval samen met [medeverdachte 1] [medeverdachte 2] heeft opgehaald. Daarna moesten ze naar de achterzijde van de Bas van der Heijden. Daar zijn twee jongens ingestapt. Met [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en de twee jongens is ze naar Schiedam gereden. [medeverdachte 2] en de twee jongens zijn uitgestapt. Zij heeft verderop geparkeerd en daarna stapte [medeverdachte 1] ook uit. Na enige tijd is [medeverdachte 1] weer ingestapt en zijn ze naar [medeverdachte 3] gereden. Vervolgens is zij met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] terug gereden naar dezelfde plek in Schiedam. [medeverdachte 1] is vervolgens uitgestapt en liet [medeverdachte 3] bij haar achter. Hij nam het tasje dat [medeverdachte 3] bij zich had met zich mee. 20 minuten later kwam [medeverdachte 1] terug en moest [medeverdachte 3] met hem mee komen. Op een gegeven moment kwamen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] terug en konden ze terug naar huis. [medeverdachte 1] werd constant gebeld. [medeverdachte 1] was geïrriteerd dat degene aan de lijn hem bij zijn naam [medeverdachte 1] noemde. [medeverdachte 3] vroeg of er een camera staat als je gaat pinnen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn meegelopen naar huis en zijn daar een half uurtje gebleven. [medeverdachte 1] werd steeds gebeld. De bellers wilden dat [medeverdachte 1] terug kwam. Uiteindelijk zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] met de auto weggegaan. [medeverdachte 5] is vervolgens gaan slapen. De volgende ochtend stonden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] samen met [medeverdachte 2] vroeg in de ochtend weer op de stoep. Later heeft [medeverdachte 5] [medeverdachte 1] met gouden ringen gezien. [medeverdachte 1] vertelde dat hij deze wilde verkopen.26 Eén van de twee jongens die bij de Bas van der Heijden instapten kende [medeverdachte 5] van de markt. Zij herkent de persoon op een foto met fotonummer [fotonummer]. De persoon op deze foto is [verdachte].27 [medeverdachte 5] heeft voorts verklaard dat [medeverdachte 1] wel eens een wapen had en dat iedereen bang voor hem was omdat hij een grote bek heeft en imponerend is.28

* In de nacht van de overval is 149 keer contact geweest tussen de telefoonnummers in gebruik bij [medeverdachte 2] [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] [medeverdachte 1]. Daarbij werd steeds het bij [medeverdachte 2] [medeverdachte 2] in gebruik zijnde telefoonnummer gebeld door het bij [medeverdachte 1] [medeverdachte 1] in gebruik zijnde telefoonnummer.29 Gedurende de nacht van de overval werd het telefoonnummer [telefoonnummer A] aangestraald door een zendmat te Schiedam.30

* [medeverdachte 5] heeft een zakje met ringen bij [medeverdachte 1] gezien.31 Ook is in haar woning een bon aangetroffen terzake de verkoop door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] [medeverdachte 1] van sieraden afkomstig van de overval.32

* De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 21 september 2010 bekend betrokken te zijn geweest bij de overval en zijn aandeel daarin te hebben gehad. [medeverdachte 5] heeft hem ergens opgepikt en afgezet in Schiedam. Vervolgens is hij samen met twee anderen de woning aan de [adres A] binnen gedrongen via het balkon. Hij had een dolk bij zich, waarvan hij zich kan voorstellen dat de vrouwen dat hebben aangezien voor een samoerai zwaard. Er was ook een pistool. Aan het begin ging het er ruig aan toe. Het zwaard is gebruikt om de vrouwen te bedreigen. Ook het pistool is aan de vrouwen getoond. Wat [medeverdachte 4] heeft verklaard over wat er tegen de vrouwen is geroepen, klopte wel en er is geweld gebruikt. De oudere vrouw is op de grond gegooi. Zij heeft een klap gekregen omdat ze de kluis niet opende en er is plakband over haar mond en ogen gedaan. De handen en voeten van de vrouwen zijn vastgebonden. Er is waarschijnlijk gezegd dat ze de slachtoffers zouden doodmaken als ze de sleutel niet zouden krijgen. Ze hebben geprobeerd de kluis te openen met een slijptol. Deze was daar door iemand gebracht. [verdachte] heeft gezien dat [medeverdachte 2] [medeverdachte 2] aan het bellen was. Hij heeft gehoord dat er werd geroepen om de pincode. Toen hij na de overval thuis kwam, was het al licht.

Oordeel van het hof

Op grond van bovenstaande vastgestelde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van de geweldshandelingen overweegt het hof dat weliswaar niet exact kan worden vastgesteld wie van de in de woning aanwezige overvallers welk geweld heeft toegepast op welk slachtoffer, maar dat staat er niet aan in de weg om de verdachte aan te merken als medepleger van het geweld. Vast staat immers dat er in de woning geweld is gebruikt en de verdachte heeft bekend zijn aandeel in de overval te hebben gehad. Hij heeft zich ook niet gedistantieerd van het geweld. Derhalve is er sprake van medeplegen van - kort gezegd - diefstal met geweld en vrijheidsberoving, ook als de verdachte zelf niet of niet alle geweldshandelingen heeft verricht.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 14 februari 2008 tot en met 15 februari 2008 te Schiedam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen sieraden en/of goud en edelstenen en een mobiele telefoon en bankpassen(met bijbehorende pincode), toebehorende aan [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en/of [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en [aangever 2] en [kleinzoon aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- houden van een (samoerai)zwaard op het hoofd van die [aangever 2] en

- meermalen (op dreigende toon) roepen: "waar is het geld" en woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en

- op dreigende toon roepen:"

- "omdraaien en niet kijken, anders maken wij jullie dood" en

- "niet zeuren, anders ga je dood" en

- "als je wat probeert, dan maken wij jullie dood" en

- "wij zijn een grote organisatie, als een van ons de gevangenis ingaat dan komt de ander jou en je familie halen"

en woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en

- plaatsen van een kussensloop over het hoofd van die [aangever 2] en

- bedekken van het hoofd van die [aangever 1] met een doek en

- op de grond leggen van die [aangever 1] en

- plakken van tape op de ogen en/of de mond, van die [aangever 1] en/of die [aangever 2] en

- naar de badkamer van de woning van die [aangever 1] overbrengen van die [aangever 1] en die [aangever 2] en die [kleinzoon aangever 1] en

- slaan en schoppen van die [aangever 1] en die [aangever 2] en

- vastbinden van de handen van die [aangever 2] en [aangever 1] en

- maken van prikkende en/of stekende bewegingen met een scherp en/of puntig voorwerp in/op de arm en schouders en hand en voet van die [aangever 1] en dreigend toevoegen van de woorden dat de voet van die [aangever 1] zou worden afgehakt en

- afsnijden van een stuk vel/huid van de (linker)teen van die [aangever 1] en

- snijden in de hand van die [aangever 1] en

- dichtbij de huid van die [aangever 1] en [aangever 2] houden van een vlam van een gasbrander en

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] en

- binnen gehoorsafstand van die[aangever 2] spreken over de mogelijkheid van verkrachting en

- binnen gehoorsafstand van die [aangever 2] zeggen van de woorden "Als wij nog niets hebben om 10.00 uur dan maken wij ze dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en

- die [aangever 1] dreigend mededelen dat die [kleinzoon aangever 1] apart zou worden meegenomen;

2.

hij op 15 februari 2008 te Schiedam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geldbedragen toebehorende aan [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1, waarbij verdachte en zijn mededaders die weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door te pinnen met een bankpas van die [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en de daarbij behorende pincode, zijnde een valse sleutel tot welk gebruik verdachte en zijn mededader(s) niet gerechtigd waren;

3.

hij in de periode van 14 februari 2008 tot en met 15 februari 2008 te Schiedam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [aangever 1] en [kleinzoon aangever 1] en [aangever 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededaders met dat opzet

- zich voortdurend dreigend opgehouden in de woning van die [aangever 1] in de directe omgeving van die [aangever 1] en/of [kleinzoon aangever 1] en/of die [aangever 2] en/of

- (daarbij) een dolk en een (samoerai)zwaard een vuurwapen en

- (daarbij) die [aangever 1] en [kleinzoon aangever 1] en [aangever 2] telkens dreigend de woorden toegevoegd: "omdraaien, niet kijken, anders maken wij jullie dood" en/of "niet zeuren, anders ga je dood" en/of "als je wat probeert, dan maken wij jullie dood" en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (daarbij) die [aangever 1] en [aangever 2] vastgebonden en

- (daarbij) tape op de ogen en/of de mond van die [aangever 1] en die [aangever 2] geplakt en

- (daarbij) een kussensloop over het hoofd van die [aangever 2] geplaatst en/of

- (daarbij) het hoofd van die [aangever 1] met een doek bedekt, en

- (daarbij) die [aangever 1] en [kleinzoon aangever 1] en [aangever 2] overgebracht naar de badkamer van die woning van die [aangever 1] en

- (daarbij) die [aangever 1] en [aangever 2] meermalen geslagen en/of geschopt en/of met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam van die [aangever 1] geprikt/gestoken en/of de vlam van een gasbrander dichtbij de huid van die [aangever 2] en die [aangever 1] gehouden, en/of

- (aldus) die [aangever 1] en die [kleinzoon aangever 1] en die [aangever 2] belet te gaan waar zij wilden gaan.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hiervoor weergegeven - in de voetnoten aangeduide - bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde:

De voortgezette handeling van diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft betoogd rekening te houden met de jeugdige leeftijd van de verdachte, zeker nog ten tijde van het delict, en zijn voornemen om na de detentie zijn leven weer op te pakken. Daarover is hij reeds in gesprek met een medewerker van de afdeling Terugdringen Recidive van een penitentiaire afdeling. Tevens is een vergelijking gemaakt met de straf van de mededader [medeverdachte 4]. De verdediging concludeerde tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden.

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft samen met anderen een overval gepleegd op een woning om de inhoud van een kluis buit te maken. De verdachte is samen met twee anderen de woning binnen gedrongen. In de woning troffen zij een vrouw en een kind aan, die zij van hun vrijheid beroofd hebben en urenlang gehouden hebben. Ook hebben zij bedreigingen met geweld geuit en is op de twee vrouwen daadwerkelijk geweld toegepast. Uiteindelijk hebben de drie mannen pinpassen, een mobiele telefoon en de inhoud van de kluis meegenomen. Met de pinpas is geld opgenomen bij een pinautomaat.

De verdachte heeft zich aldus samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan zeer ernstige delicten, waarbij zij er niet voor zijn teruggedeinsd om geweld tegen de slachtoffers te gebruiken. Zij hebben op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. De situatie is voor de slachtoffers uitermate beangstigend en bedreigend geweest, te meer nu de overval plaats vond in de woning van één van de slachtoffers. Verdachten zijn die woning binnengedrongen door een ruit in te gooien. De eigen woning is een plaats waar de slachtoffers zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen. De slachtoffers blijken nog geruime tijd de psychische gevolgen van deze feiten te zullen ondervinden. Blijkens de verklaringen ter onderbouwing van de vordering benadeelde partij blijken vooral de psychische gevolgen inmiddels veel ernstiger dan zij zich in 2008 lieten aanzien.

Daarnaast brengen feiten zoals de onderhavige ook bij de burgers in het algemeen angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg. Eén en ander rechtvaardigt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van de duur als in eerste aanleg is opgelegd en in hoger beroep door de advocaat-generaal is geëist.

Het hof heeft acht geslagen op de nog jonge leeftijd van de verdachte. Die laat echter onverlet dat de verdachte zeer ernstige delicten heeft medegepleegd, terwijl hij blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 september 2010 eenmaal eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen. Ook heeft de verdachte al eens een behandeling ondergaan bij het Dok te Rotterdam in verband met agressieproblematiek en heeft dit kennelijk onvoldoende geholpen. Dat de verdachte nog een heel leven voor zich heeft en graag weer de draad van het dagelijks bestaan zou willen oppakken, neemt het hof aan, maar dat is onvoldoende om in deze zeer ernstige zaak de straf te matigen.

Ook het emailbericht van 5 oktober 2010 van de heer Dos Reis, reclasseringsmedewerker, is voor het hof geen aanleiding om over te gaan tot een lagere gevangenisstraf en/of een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Uit het emailbericht blijkt dat een deels voorwaardelijke straf zelfs gecontraïndiceerd is omdat een voorwaardelijke invrijheidsstelling dan niet mogelijk is.

Tot slot overweegt het hof dat het enkele feit dat de medeverdachte [medeverdachte 4] een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden heeft opgelegd gekregen onvoldoende reden is om deze straf ook aan de verdachte op te leggen: de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 4] zijn immers twee verschillende individuen die weliswaar samen dezelfde feiten hebben gepleegd, maar waarvan de persoonlijke omstandigheden zodanig verschillen, dat de straf van de één niet mutatis mutandis een passende straf is voor de ander.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals in eerste aanleg is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd een passende en geboden reactie vormt. Zoals reeds is overwogen ziet het hof ook geen aanleiding tot strafvermindering in verband met de geheimhoudergesprekken, nu in dat verband is volstaan met de constatering van het vormverzuim.

Vordering tot schadevergoeding [kleinzoon aangever 1]-[aangever 1]

In het onderhavige strafproces heeft [kleinzoon aangever 1]-[aangever 1], vertegenwoordigd door mr. G.Z.U. Viragh, zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, tot een bedrag van in totaal € 24.683,54, bestaande uit € 17.183,54 aan materiële schade en € 7.500,00 aan immateriële schade. In eerste aanleg is een bedrag toegewezen van in totaal € 21.983,94. Het hof begrijpt de toewijzing in eerste aanleg aldus dat € 7.500,00 aan immateriële schadevergoeding is toegekend en € 14.483,94 aan materiële schadevergoeding.

In hoger beroep heeft de benadeelde partij zich wederom gevoegd, daarbij stellende dat het smartengeld verhoogd dient te worden met € 5.000,00 en dat het verlies aan verdiencapaciteit (inmiddels) € 76.884,00 bedraagt. Aangezien de omvang van de vordering in hoger beroep niet hoger kan zijn dan in eerste aanleg, begrijpt het hof de voeging aldus dat het in eerste aanleg gevorderde bedrag van in totaal € 24.683,54 wordt gehandhaafd.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist. Er is betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de vordering niet eenvoudig genoeg is, te meer omdat de eindsituatie nog niet bekend is.

Naar het oordeel van het hof is aannemelijk geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 7.500,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige, het materiële deel, acht het hof de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces, in het bijzonder omdat de eindsituatie van het slachtoffer nog onbekend is. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is in de vordering. Deze vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Gelet op de gedeeltelijke toewijzing zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op € 400,00, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 7.500,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Vordering tot schadevergoeding [aangever 2]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever 2], vertegenwoordigd door mr. G.Z.U. Viragh, zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, tot een bedrag van in totaal € 11.626,45, bestaande uit € 4.126,45 aan materiële schade en € 7.500,00 aan immateriële schade. In eerste aanleg is een bedrag toegewezen van € 8.694,95. Het begrijpt de toewijzing in eerste aanleg aldus dat € 7.500,00 aan immateriële schadevergoeding is toegekend en € 1.194,95 aan materiële schadevergoeding.

In hoger beroep heeft de benadeelde partij zich wederom gevoegd. Het hof begrijpt de voeging aldus dat het in eerste aanleg gevorderde bedrag van in totaal € 11.626,45 wordt gehandhaafd.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist. Er is betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de vordering niet eenvoudig genoeg is, te meer omdat de eindstatus nog niet bekend is.

Naar het oordeel van het hof is aannemelijk geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 7.500,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige, het materiële deel, acht het hof de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafproces, in het bijzonder omdat de eindsituatie van het slachtoffer nog onbekend is. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is in de vordering. Deze vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Gelet op de gedeeltelijke toewijzing zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op € 300,00, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 7.500,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 56, 57, 282, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [kleinzoon aangever 1]-[aangever 1] tot het gevorderde bedrag van € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [kleinzoon aangever 1]-[aangever 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij de vordering inzoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak vooralsnog zijn begroot op € 400,00 - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Verstaat dat indien een mededader geheel of deels aan deze betalingsverplichting heeft voldaan, de verdachte daarvan in zoverre is bevrijd.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om ten behoeve van [kleinzoon aangever 1]-[aangever 1] aan de Staat een bedrag te betalen van € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 72 (tweeënzeventig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Verstaat dat indien een mededader geheel of deels aan deze betalingsverplichting heeft voldaan, de verdachte daarvan in zoverre is bevrijd.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 2] tot het gevorderde bedrag van

€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [aangever 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij de vordering inzoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die de benadeelde partij in verband met de vordering heeft gemaakt - welke kosten tot aan deze uitspraak vooralsnog zijn begroot op € 300,00 - en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Verstaat dat indien een mededader geheel of deels aan deze betalingsverplichting heeft voldaan, de verdachte daarvan in zoverre is bevrijd.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om ten behoeve van [aangever 2] aan de Staat een bedrag te betalen van

€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van

72 (tweeënzeventig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft.

Verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en omgekeerd.

Verstaat dat indien een mededader geheel of deels aan deze betalingsverplichting heeft voldaan, de verdachte daarvan in zoverre is bevrijd.

Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz, mr. C.P.E.M. Fonteijn- Van der Meulen en mr. J.A.C. Bartels, in bijzijn van de griffier mr. E.J.M. van der Laan.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 oktober 2010.

Tenzij anders is vermeld zijn alle processen-verbaal opgemaakt in wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar.

1 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] d.d. 15 februari 2008, p. 9 en 10 van het dossier en proces-verbaal van aangifte [aangever 2] d.d. 15 februari 2009, p. 18 en 19 van het dossier.

2 Proces-verbaal aangifte [aangever 1] d.d. 15 februari 2008, p. 10-14 van het dossier.

3 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 1] d.d. 20 februari 2008, p. 40 van het dossier.

4 Verhoor van [aangever 2] bij de rechter-commissaris d.d.12 februari 2009.

5 Proces-verbaal aangifte [aangever 2] d.d. 15 februari 2008, p. 18-21 van het dossier.

6 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 2] d.d. 20 februari 2010, p. 43 van het dossier.

7 Geschrift zijnde persoonlijk relaas van [aangever 2] d.d. 25 februari 2008, p. 54 van het dossier.

8 Proces-verbaal aangifte [aangever 2] d.d. 15 februari 2008, p. 21 van het dossier.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 15 februari 2008, p. 27 van het dossier.

10 Geschrift zijnde FARR medische informatie/letselbeschrijving d.d. 19 februari 2008 met betrekking tot [aangever 1], p. 16 van het dossier.

11 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 1] d.d. 20 februari 2008, p. 39 van het dossier.

12 Geschrift zijnde FARR medische informatie/letselbeschrijving d.d. 19 februari 2008 met betrekking tot [aangever 2], p. 26 van het dossier.

13 Proces-verbaal aangifte [aangever 1] d.d. 15 februari 2008, p. 13 en het proces-verbaal en proces-verbaal van verhoor getuige [kleinkind aangever 1] d.d. 26 februari 2008, p. 45-47 van het dossier.

14 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 25 juli 2008, p. 680 e.v. van het dossier.

15 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 31 juli 2008, p. 712 e.v. van het dossier.

16 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 25 juli 2008, p. 688 e.v. van het dossier.

17 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4] d.d. 31 juli 2008, p. 718 van het dossier.

18 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 9 juni 2008, p. 134 e.v. en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juni 2008, p. 159 e.v. van het dossier.

19 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 17 juli 2008, p. 593 van het dossier

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 9 juni 2008, p. 124 en 126 van het dossier.

21 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 3 juli 2008, p. 405 van het dossier.

22 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 3 juli 2008, p. 423 van het dossier.

23 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 maart 2008, p. 68 van het dossier.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juni 2008, p. 142 e.v. en het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 8 juli 2008, p. 464 e.v. van het dossier.

25 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 22 juli 2008, p. 635 van het dossier.

26 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. 11 juli 2008, p. 529 e.v. van het dossier.

27 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. 11 juli 2008, p. 529 e.v. van het dossier en de als bijlage 1 opgenomen foto in onderlinge samenhang bezien met het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 8 juli 2008, p. 465 en de bij dat verhoor opgenomen foto.

28 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. 22 juli 2008, p. 631 van het dossier.

29 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juni 2008, p. 248 e.v. van het dossier in onderlinge samenhang met proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juli 2008, p. 438 e.v. van het dossier.

30 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 mei 2008, p. 82 van het dossier.

31 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. 11 juli 2008, p. 532 van het dossier.

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2008, p. 516 van het dossier in onderlinge samenhang bezien met het proces-verbaal van bevindingen d.d. 578-579 van het dossier en het rapport van het Nederlands Edelsteen Laboratorium d.d. 18 juli 2008, pagina 732 e.v. van het dossier.