Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ6908

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-10-2010
Datum publicatie
01-06-2011
Zaaknummer
22-002184-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich bij twee verschillende gelegenheden schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing. Bovendien heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan twee voltooide afpersingen. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een auto en een geldbedrag. De verdachte heeft zoich eveneens schuldig gemaakt aan mishandeling door het slachtoffer een kopstoot te geven en meermalen in het gezicht te stompen. Tenslotte heeft de verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan oplichting.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002184-09

Parketnummers: 09-757576-08, 09-655073-09 en 09-925673-07

Datum uitspraak: 22 oktober 2010

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 30 maart 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1980,

adres: [adres],

thans gedetineerd in PI Rijnmond - R'dam Noordsingel PIA te Rotterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 5 februari 2010, 18 en 21 mei 2010, 18 juni 2010, 14 september 2010 en 8 oktober 2010.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - het navolgende ten laste gelegd. Het hof heeft de feiten van een doorlopende nummering voorzien en zal die nummering in dit arrest aanhouden.

1. (parketnummer 09-757567-08)

hij op of omstreeks 15 april 2008 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- zich naar de winkel van die [aangever 1] heeft/hebben begeven en/of

- een briefje heeft/hebben getoond met daarop de tekst "[medeverdachte 1] 75.000 euro" en/of

- aan die [aangever 1] heeft toegevoegd de woorden: "[medeverdachte 1] heeft een schuld van 75.000 euro' en/of "jij hebt samengewerkt met [medeverdachte 1] en dus ben jij medeschuldig" en/of "Bij [medeverdachte 1] valt niets te halen en dus moet jij voor de schuld opdraaien", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- tegen [aangever 1] - door [medeverdachte 1] - heeft/hebben (laten) zeggen: "jij bent mij nog 15.000 euro schuldig" en/of "15.000 euro moet jij aan verdachte en/of zijn mededader(s) betalen, omdat ik ([medeverdachte 1]) aan verdachte en/of zijn mededader(s) geld schuldig ben, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- tegen die [aangever 1] heeft/hebben bevolen, dat hij moest gaan zitten en/of

- die [aangever 1] met kracht in een stoel heeft/hebben geduwd en/of die [aangever 1] tegen zijn lichaam heeft/hebben geduwd en/of

- aan die [aangever 1] heeft/hebben toegevoegd de woorden: "ik ben het nu zat, zo meteen trek ik mijn pistool en dan schiet ik en dan loop ik zonder om te kijken weg" en/of "ik geef hem nog 24 uur en dan moet hij betalen", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- (daarbij) aan die [aangever 1] een (deel van een) pistool, althans een op en vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in en/of op of omstreeks de periode van 08 april 2008 tot en met 11 april 2008 te Leimuiden, gemeente Nieuw-Vennep en/of Aalsmeer en/of Uithoorn en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meer geldbedrag(en), te weten: 1200 euro (op 8 april 2008 te Aalsmeer) en/of 5000 euro (op 9 april 2008 te Aalsmeer) en/of 4000 euro (op 9 april 2008 te Uithoorn) en/of 13.000 euro (op 11 april 2008 te 's-Gravenhage), althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 2] en/of [getuige 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- aan die [aangever 2] toevoegen van de woorden: "ik heb nog twee auto's bij mij en we staan met elkaar in verbinding" en/of "ik ben door [medeverdachte 2] en/of die Koerd betaald om jou af te maken" en/of "ik heb een pistool bij mij" en/of "ik kan jou helpen met jouw probleem, maar dan moet jij mij wel 10.000 euro betalen" en/of "jij moet mij 13.000 euro, althans een geldbedrag betalen dan ben je overal vanaf" en/of "jij moet nu - (door [aangever 3]) - geld (laten) pinnen" en/of

-(daarbij) tegen [aangever 2] en/of die [aangever 3] toevoegen van de woorden: "als je de politie belt dan gooi ik het pistool in het water, binnen twee dagen ben ik weer vrij en dan maak ik je/jullie af", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- met kracht duwen tegen het lichaam via die [aangever 2] en/of

- (vervolgens) tegen [aangever 2] toevoegen van de woorden: "jij moet mij morgen voor 10.00 uur de rest van het geld betalen, jij moet dit geld storten op de rekening van [betrokkene 1]" en/of "als je niet betaald, dan maak ik je af" en/of "ik maak je af, ik weet waar je vriendin woont, ik weet waar je ouders wonen, ik weet waar jij woont, ik schiet je kapot, ik maak je af", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking.

3.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 10 mei 2008 tot en met 15 mei 2008 te Kudelstaart, gemeente Aalsmeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van 48.000 euro en/of 23.000 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- op 10 mei 2008 omstreeks 01.45 uur naar de woning van die [aangever 2] is/zijn gereden en/of

- (vervolgens) die woning is/zijn binnengelopen en/of in de tuin (behorende bij die woning) en/of voor die woning is/zijn gaan staan en/of

- tegen die [aangever 2] (met stemverheffing) heeft/hebben gezegd: "Ik heb [medeverdachte 2] in de auto, hij ligt vastgebonden, maar ik heb problemen met zijn familie. Dus ik moet meer geld hebben. Ik kan het oplossen maar dan moet je betalen. Je moet betalen 48.000 euro", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- tegen die [aangever 2] (met stemverheffing) heeft/hebben gezegd "ik schiet je kapot, ik maak je af" en/of "Ik weet je te vinden, ik maak je af, ik schiet je vriendin dood, ik maak ze af. Ik weet jullie allemaal te vinden" en/of "ik schiet je dood, als je de politie belt", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen het lichaam van die [aangever 2] heeft/hebben geduwd en/of

- in het bijzijn van die [aangever 2] en/of [getuige 2] een geluiddemper op een vuurwapen heeft/hebben bevestigd en/of gedraaid, althans een voorwerp heeft/hebben gedraaid en/of bevestigd op een pistool of op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [aangever 2] en/of [getuige 2] heeft/hebben getoond en/of

- één of meerdere ma(a)l(en) tegen het lichaam van [getuige 2] heeft/hebben geduwd en/of die [getuige 2] heeft/hebben tegengehouden en/of die [getuige 2] naar binnen hebben geleid en/of

- die [aangever 2] heeft/hebben gedwongen een briefje te schrijven met daarop de tekst: "Ik, [aangever 2] [geboortedatum], verklaar hierbij 23.000 euro schuldig te zijn aan [verdachte] en binnen een week betaal (ik)", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4. primair

hij op een of meer tijdstippen gelegen in en/of op of omstreeks de periode van 9 mei 2008 tot en met 11 mei 2008 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [medeverdachte 1] heeft gedwongen tot de afgifte van in totaal 1250 euro (op 9 mei 2008, 350 euro en/of op 11 mei 2008, 900 euro), althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [medeverdachte 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- tegen die [medeverdachte 1] schreeuwen (in een onverstaanbare taal) dat hij aan verdachte en/of zijn mededader(s) 1500 euro en/of 1000 euro, althans enig geldbedrag, moest betalen en/of

- op die [medeverdachte 1] aflopen en/of (al schreeuwende) dicht tegen en/of voor die [medeverdachte 1] is/zijn (gaan) staan en/of

- op een stoel plaatsnemen, welke stoel naast de toonbank stond, waardoor die [medeverdachte 1] niet vanachter de toonbank weg kon komen en/of

- met kracht op een tafel (in die winkel) te slaan en/of

- op een briefje een geldbedrag (van 1000 euro) schrijven en/of

- telefonisch aan die [medeverdachte 1] in de Turkse taal (laten) meedelen, dat die [medeverdachte 1] 1000 euro, althans enig geldbedrag moet betalen en/of

- aan die [medeverdachte 1] toevoegen van de woorden: "we kunnen alle spullen uit de winkel meenemen" en/of "we kunnen je winkel in elkaar slaan" en/of "hoe laat ben jij open en ga je weer dicht" en/of 'als je niet betaalt, dan kom ik met een bus en haal ik al jouw spullen uit de winkel weg, ik kom iedere dag terug', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- trachten de voordeur van de winkel (supermarkt) van die [medeverdachte 1] (af) te sluiten, teneinde klanten/mensen buiten te houden;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in en/of op of omstreeks de periode van 9 mei 2008 tot en met 11 mei 2008 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [medeverdachte 1] te dwingen tot de afgifte van in totaal 1250 euro (op 9 mei 2008, 350 euro en/of op 11 mei 2008, 900 euro), althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [medeverdachte 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- tegen die [medeverdachte 1] heeft/hebben geschreeuwd (in een onverstaanbare taal) dat hij aan verdachte en/of zijn mededader(s) 1500 euro en/of 1000 euro, althans enig geldbedrag, moest betalen en/of

- op die [medeverdachte 1] is/zijn afgelopen en/of (al schreeuwende) dicht tegen en/of voor die [medeverdachte 1] is/zijn (gaan) staan en/of

- op een stoel heeft/hebben plaatsgenomen, welke stoel naast de toonbank stond, waardoor die [medeverdachte 1] niet vanachter de toonbank weg kon komen en/of

- met kracht op een tafel (in die winkel) heeft/hebben geslagen en/of

- op een briefje een geldbedrag (van 1000 euro) heeft/hebben geschreven en/of

- telefonisch aan die [medeverdachte 1] in de Turkse taal (laten) heeft/hebben medegedeeld, dat die [medeverdachte 1] 1000 euro, althans enig geldbedrag moet betalen en/of

- aan die [medeverdachte 1] heeft/hebben toegevoegd de woorden: "we kunnen alle spullen uit de winkel meenemen" en/of "we kunnen je winkel in elkaar slaan" en/of "hoe laat ben jij open en ga je weer dicht" en/of "als je niet betaalt, dan kom ik met een bus en haal ik al jouw spullen uit de winkel weg, ik kom iedere dag terug", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- de voordeur van de winkel (supermarkt) van die [medeverdachte 1] heeft/hebben getracht (af) te sluiten, teneinde klanten/mensen buiten te houden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

5.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en met 15 mei 2008, te

's-Gravenhage, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een Chevrolet Corvette (kenteken [kenteken A]) en/of een of meer geldbedragen (18.000 euro en/of 1134 euro en/of 870 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

6.

hij op of omstreeks 22 februari 2008 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend met zes, althans met meerdere personen voor de woning van die [aangever 5] en/of [aangever 6] gestaan en/of tegen die [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6] gezegd dat ze naar buiten moeten komen en/of (vervolgens) een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, laten zien en/of aangetikt en/of (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd:"Ik maak je dood, alle buren mogen kijken" en/of drie, in elk geval een of meermalen, tegen de voordeur van de woning van die [aangever 5] en/of [aangever 6] geschopt/getrapt en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Wacht maar, ik pak je kind. Ik pak je familie", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

7.

hij op of omstreeks 18 februari 2008 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon (te weten [aangever 7]) een kopstoot heeft/hebben gegeven en/of twee, in elk geval een of meermaal, in het gezicht heeft/hebben gestompt en/of tegen/aan het lichaam heeft/hebben geduwd/getrokken, waardoor voornoemde [aangever 7] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

en/of

hij op of omstreeks 18 februari 2008 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen [aangever 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een (deel van een) vuurwapen, althans een (deel) van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [aangever 7] getoond en/of opzettelijk voornoemde [aangever 7] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood, ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

8.

hij in of omstreeks de periode van 4 maart 2008 tot en met 29 april 2008 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een werkgeversverklaring en/of een salarisspecificatie - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk valselijk voornoemde werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie ingevuld en/of opgemaakt en/of ondertekend, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 04 maart 2008 tot en met 29 april 2008 te 's-Gravenhage en/of Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een medewerk(st)er van) ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening (ten bedrage van 200.000 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een aanvraag voor een hypothecaire lening gedaan bij een medewerk(st)er van) voornoemde ANB AMRO en/of (daartoe) overlegd een werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie op zijn, verdachtes, naam gesteld, terwijl die werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie niet door de werkgever van verdachte was opgemaakt en/of ondertekend en/of waarbij een hoger salaris (te weten 2726,07 euro (bruto)) was opgenomen dan het werkelijk, door verdachte, verdiende salaris, waardoor (een mederwerk(st)er van) voornoemde ABN AMRO werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

9. (parketnummer 09-925673-07)

hij op of omstreeks 01 juni 2007 te 's-Gravenhage [aangever 8] (buitengewoon opsporingsambtenaar) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers:

- heeft verdachte opzettelijk dreigend die [aangever 8] de woorden toegevoegd: "O krijg ik een proces-verbaal!? Als ik een proces-verbaal krijg, dan gaan we er om vechten" en/of "Ik ben kickboxer! Ik sla je de hele straat door. Al moet ik er 8 jaar voor gaan zitten. Dat kan me niet schelen" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- is verdachte onderwijl opzettelijk dreigend pal of vlak voor die [aangever 8] gaan staan.

10.

hij op of omstreeks 30 juli 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

11.

hij op of omstreeks 30 juli 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen een busje traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.

12. (parketnummer 09-655073-09)

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 10 mei 2008 tot en met 15 mei 2008 te 's- Gravenhage en/of Kudelstaart, gemeente Aalsmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een semi automatische J.P. Sauer & Sohn(kaliber 7.65 mm, model 1913), en/of munitie van categorie III, te weten 31, in elk geval een of meer, patronen (kaliber 7.65mm), voorhanden heeft gehad.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 6, 7 tweede cumulatief/alternatief, 8 eerste cumulatief/alternatief en 12 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 7 eerste cumulatief/alternatief, 8 tweede cumulatief/alternatief, 9, 10 en 11 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Bewijsuitsluiting ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering

Onjuiste tapverslagen en processen-verbaal

De raadsman heeft zich aangesloten bij de verzoeken van de raadsman van medeverdachte [medeverdachte 3], mr. Van Straalen, tot het doen van nader onderzoek naar onjuiste tapverslagen en processen-verbaal. De desbetreffende processen-verbaal zijn ook in het dossier van de verdachte gevoegd of maakten daar reeds deel van uit. De verdediging heeft zich vervolgens aangesloten bij het verzoek van mr. Van Straalen, strekkende tot bewijsuitsluiting van de betreffende tapgesprekken. De verdediging heeft geen beroep gedaan op niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte.

Op diens verzoek heeft mr. Van Straalen in mei 2010 enkele tapgesprekken van de tijdlijn uitgeluisterd op het politiebureau, waarna bij hem het sterke vermoeden was gerezen dat een viertal (belastende) gesprekken ten onrechte aan [medeverdachte 3] werd toegedicht. Naar aanleiding hiervan heeft het hof, op instigatie van de raadsman, de advocaat-generaal verzocht een aanvullend proces-verbaal te laten opmaken door de politie betreffende deze tapgesprekken. Uit dit onderzoek kwam als resultaat dat terzake enkele gesprekken de stemherkenning door de verbalisanten niet goed zou zijn uitgevoerd, ten gevolge waarvan [medeverdachte 3] inderdaad ten onrechte zou zijn aangemerkt als gespreksdeelnemer in enkele (belastende) gesprekken. Op de zitting van 18 juni 2010 werd dit aanvullende proces-verbaal besproken, bij welke gelegenheid door de advocaat-generaal werd medegedeeld dat de inhoud van dit aanvullende proces-verbaal bij nader inzien ook niet correct zou zijn. De advocaat-generaal heeft hierbij onder andere verwezen naar een door hem overgelegd en in de dossiers gevoegd e-mailbericht van [recherchecoördinator], (destijds) recherchecoördinator van het politiebureau Laakkwartier. De advocaat-generaal heeft vervolgens aangeboden een geheel nieuw onderzoek te laten doen naar de tapgesprekken van de tijdlijn van het onderzoek 'Prijzenslag', waarbij in elk geval alle tapgesprekken van de tijdlijn opnieuw zouden worden uitgeluisterd en uitgewerkt. Voorts zou in het op te maken proces-verbaal dienen te worden gerelateerd hoe het - kort gezegd - eerder fout heeft kunnen gaan. Het hof heeft vervolgens opdracht gegeven vorenbedoeld onderzoek te doen uitvoeren en heeft de advocaat-generaal verzocht het nieuwe proces-verbaal tijdig aan het hof en de verdediging te doen toekomen. Het onderzoek ter terechtzitting is daartoe voor een periode van een kleine drie maanden geschorst tot 14 september 2010.

Het nieuwe proces-verbaal is eerst op 8 september 2010 door het hof ontvangen en onder de raadslieden verspreid. Nog daargelaten dat dit uitermate kort op de volgende zitting was, zodat er weinig tijd overbleef om het proces-verbaal inhoudelijk te bestuderen, liet de inhoud van het proces-verbaal naar het oordeel van het hof te wensen over. Voor een uitputtende uiteenzetting van de gebreken hiervan verwijst het hof naar het proces-verbaal van de zitting van 14 september 2010. Het hof volstaat hier met vast te stellen dat het proces-verbaal in vrijwel geen enkel opzicht voldeed aan de opdracht van het hof zoals neergelegd in het proces-verbaal ter zitting van 18 juni 2010. Ondanks dat verbalisant [verbalisant 1] ter zitting van 14 september als getuige is gehoord in een poging nog enig licht op de zaak te laten schijnen, zijn concreet de gebreken van de eerdere processen-verbaal en ook het laatste proces-verbaal aldus niet hersteld.

Het hof ziet zich dan ook geconfronteerd met drie verschillende processen-verbaal ter zake van de stemherkenning in enkele (belastende) tapgesprekken. Vaststaat dat (enkele van) de desbetreffende tapgesprekken door de rechtbank zijn gebezigd voor het bewijs en derhalve - met de overige bewijsmiddelen - ten grondslag hebben gelegen aan de veroordeling van de verdachte in eerste aanleg.

Naar het oordeel van het hof is er in deze situatie sprake van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Vervolgens is de vraag aan de orde of het een onherstelbaar vormverzuim betreft. Het betreft hier in zoverre een onherstelbaar vormverzuim, dat ook al zou nog een herstelproces-verbaal worden opgeleverd, het geschonden vertrouwen daardoor niet meer hersteld kan worden. Het hof heeft derhalve een nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Het hof heeft bij dit oordeel ook acht geslagen op het aanvullende verzoek van de verdediging tot het doen uitvoeren van een stemherkenningsonderzoek door deskundigen indien de zaak wel zou worden aangehouden om wederom een nieuw proces-verbaal met de uitwerking van de tapgesprekken te doen opmaken, nu het hof ook de voortgang van de zaak en het belang van de verdachte dat daarmee is gemoeid in het oog dient te houden. Ook heeft het hof bij zijn oordeel betrokken dat het openbaar ministerie ruim de gelegenheid heeft gehad een nieuw en correct proces-verbaal te laten opmaken, waarin de gang van zaken met betrekking tot de stemherkenning bij de belastende tapgesprekken en de problematiek daaromtrent opgehelderd had kunnen worden.

Het hof acht vorengeschetste situatie laakbaar en onwenselijk. Er zijn processen-verbaal opgemaakt die achteraf niet blijken te kloppen en/of elkaar tegenspreken. Naar het oordeel van het hof is er derhalve sprake van onzorgvuldig handelen door de politie en zijn belangen van mogelijke verdachten hierdoor geschaad. Eén van de pijlers van ons bewijsrecht is het vertrouwen dat in de processen-verbaal van de politie moet kunnen worden gesteld. In deze zaak wordt daaraan afbreuk gedaan.

Het hof is van oordeel dat er zoals gezegd sprake is geweest van onzorgvuldig handelen aan de zijde van de politie, waardoor de verdachte ook daadwerkelijk in zijn rechtens te respecteren belangen is geschaad.

Het hof komt - alles overwegende - tot de conclusie dat op het betreffende verzuim niet anders kan worden gereageerd dan met de sanctie van bewijsuitsluiting als bedoeld in artikel 359a lid 1 onder b Sv.

Het hof bepaalt dan ook dat in alle zaken van het onderzoek Prijzenslag de inhoud van de tapgesprekken van de tijdlijn niet tot het bewijs van de ten laste gelegde feiten zal mogen bijdragen.

Volledigheidshalve merkt het hof nog op dat steeds is gesproken over de 'tijdlijn' (enkelvoud), terwijl in het onderzoek sprake is van twee tijdlijnen, namelijk - kort gezegd - de [medeverdachte 1]/[aangever 1] tijdlijn en de [aangever 2] tijdlijn. In totaal betreft het een veertigtal tapgesprekken, die het hof - evenals de advocaat-generaal - onder 'de tijdlijn' schaart. Vorenbedoelde betwiste tapgesprekken, betreffen tapgesprekken uit beide tijdlijnen.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken van de onder 6 en 12 ten laste gelegde feiten.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 7 tweede cumulatief/alternatief en 8 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde en tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 7 eerste cumulatief/alternatief, 8 tweede cumulatief/alternatief, 9, 10 en 11 tenlastegelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de onder 7, 9, 10 en 11 ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voor wat betreft de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 8 ten laste gelegde feiten heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Voor een bespreking van de gevoerde verweren terzake zij verwezen naar 'Verweren'.

Oordeel van het hof

Vrijspraken

Met betrekking tot het onder 7 tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde

Het hof acht, met de advocaat-generaal, de onder 7 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde bedreiging van [aangever 7] niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder 8 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (medeplegen van) valsheid in geschrift. Hoewel uit de dossierstukken genoegzaam blijkt dat de aan ABN AMRO verstrekte werkgeversverklaring en loonspecificatie betreffende de verdachte vals zijn, is uit het dossier evenwel niet af te leiden door wie en op welk moment deze ten behoeve van de hypotheekaanvraag valselijk zijn opgemaakt. De verdachte heeft verklaard de desbetreffende stukken zelf op geen enkel moment nader te hebben bekeken. Bij het ontbreken van voldoende aanwijzingen in het dossier die op het tegendeel wijzen, kan naar 's hofs oordeel niet worden uitgesloten dat de stukken valselijk zijn opgemaakt zonder dat de verdachte daar op strafrechtelijk verwijtbare wijze bij betrokken was.

Nu naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 8 eerste cumulatief/alternatief ten laste is gelegd, dient de verdachte daarvan te worden vrijgesproken, overeenkomstig de eis van de advocaat-generaal.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde - zoals na te melden - heeft begaan op basis van de feiten en omstandigheden die in de na te melden bewijsmiddelen zijn vervat, waarvan de vindplaats met voetnoten is aangegeven, en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep is gebleken dat de verdachte [verdachte] ook wel [verdachte] of [verdachte] wordt genoemd en dat [medeverdachte 3] ook wel Marok of Marokkaan wordt genoemd.

Met betrekking tot feit 11

Ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 18 mei 2010 heeft de verdachte verklaard dat hij betrokken was bij een conflict tussen [medeverdachte 1] en [aangever 1].2 Ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 10 maart 2009 heeft de verdachte verklaard dat hij met [medeverdachte 4] in de zaak van [medeverdachte 1] was. Twee mensen stonden te schreeuwen.3

Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat op 15 april 2008 twee mannen langskwamen bij zijn winkel, supermarkt [supermarkt A], gevestigd aan het [plein A] te 's-Gravenhage. Eén van deze mannen was vrij groot (het hof begrijpt: [verdachte]) en de andere man stelde zich voor als [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]). [medeverdachte 4] vroeg [aangever 1] mee naar buiten te gaan. Ze zijn met zijn drieën naar 'Snackbar [snackbar]' gelopen, eveneens gevestigd aan het [plein A], en binnen legde [medeverdachte 4] een papiertje op tafel met daarop de naam '[medeverdachte 1]' en een bedrag van 75000 euro. [medeverdachte 4] vertelde dat [medeverdachte 1] 75000 euro schuldig was aan hem en dat [aangever 1] medeschuld had aan dit bedrag, omdat hij met [medeverdachte 1] had samengewerkt. [medeverdachte 4] zei dat er bij [medeverdachte 1] niets te halen viel en dat [aangever 1] daarom voor de schuld moest opdraaien.4 [medeverdachte 4] zei tegen [aangever 1] dat [aangever 1] 15000 euro schuld had aan [medeverdachte 1].5 Hij zei "Jij hebt schuld bij ([medeverdachte 1]) en nu moet jij 15.000 euro aan mij betalen." [medeverdachte 4], [aangever 1] en [verdachte] zijn vervolgens naar de supermarkt van [medeverdachte 1] aan de [straat A] te 's-Gravenhage gegaan, waar [medeverdachte 1] aanwezig was.6 Aldaar hebben [aangever 1] en [medeverdachte 1] aanvankelijk met enige stemverheffing met elkaar gesproken.7 Het gesprek werd voortgezet in het kantoortje van de supermarkt. Tijdens dit gesprek werd [aangever 1] bij zijn arm gepakt door [verdachte] die wilde dat [aangever 1] ging zitten op de stoel.8 [aangever 1] werd door hem hard op de stoel geduwd.9 [verdachte] zei: "Ik ben het nu zat, waarom moet ik steeds uit Amsterdam komen, zometeen trek ik mijn pistool en dan schiet ik en dan loop ik weg zonder om te kijken". Terwijl hij dit zei zag [aangever 1] dat [verdachte] hem een pistool in zijn broeksband liet zien. [aangever 1] zag de kolf van het pistool. Het was een zwart pistool. Desgevraagd door [medeverdachte 4] zei [verdachte] "Ik geef hem 24 uur en dan moet hij betalen."10

Bij een fotoconfrontatie naar aanleiding van het incident op 15 april 2008 heeft [aangever 1] de verdachte [verdachte] 100% herkend.11

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 15 april 2008 in zijn winkel was, toen [aangever 1] met twee mannen de winkel in kwam lopen. Ze zijn met zijn vieren achter in de winkel gaan staan, in het kantoortje, alwaar [medeverdachte 1] en [aangever 1] een gesprek hadden. [aangever 1] zei tegen [medeverdachte 1]: "Zij vragen geld aan mij, ze vragen 15.000 euro aan mij". De ene man was een grote brede man (het hof begrijpt: [verdachte]) en de andere man noemde zich [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]).12

Ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 21 mei 2010 heeft [medeverdachte 1] als getuige verklaard dat hij op de dag dat [aangever 1] met de twee mannen langskwam, tegen [aangever 1] heeft gezegd dat hij schulden had.13

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij samen met [verdachte] naar de winkel van [aangever 1] aan het [plein A] is gegaan en dat er niemand was. Daarom hadden ze een briefje achtergelaten met het telefoonnummer van [medeverdachte 4]. Ze zijn vervolgens naar [medeverdachte 1] gegaan, hebben met hem gesproken en zijn daarna naar [aangever 1] gegaan. Vervolgens zijn hij en [verdachte] met [aangever 1] naar de winkel van [medeverdachte 1] gegaan. Bij [medeverdachte 1] en [aangever 1] is gesproken over een bedrag van 15.000 euro.14

Getuige [getuige 3], (destijds) de vriendin van aangever [aangever 1], verklaart dat zij op 15 april 2008 (hof: in het proces-verbaal staat kennelijk abusievelijk gerelateerd 15 april 2007. Het hof leest: 2008) in supermarkt [supermarkt A] te 's-Gravenhage aan het werk was. Toen kwam [medeverdachte 4] - na een eerder bezoek die dag, maar toen was [aangever 1] er niet - met een andere man binnen. [aangever 1] en de twee mannen zijn naar buiten gelopen, richting de snackbar aan het [plein A]. Toen [aangever 1] terugkwam vertelde hij tegen [getuige 3] - kort gezegd - dat hij met [medeverdachte 4] naar de snackbar was gegaan en dat ze geld van hem wilden hebben.15 Ook heeft [aangever 1] verteld dat hij een briefje had gekregen waarop stond dat hij 75.000 euro moest betalen en hij zei dat er pistolen waren.16

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 4] en [verdachte] naar het [plein A] heeft gebracht. Aldaar aangekomen stapten [medeverdachte 4] en [verdachte] uit, waarop [medeverdachte 4] zei dat [getuige 4] even moest wachten en hij liep met [verdachte] een winkel binnen. Kort daarna kwamen ze met een derde man de winkel uitlopen en stapten in. [medeverdachte 4] zei dat ze nog even naar een andere supermarkt toe moesten, van welke supermarkt de eigenaar een compagnon was van de derde man, en [getuige 4] bracht hen naar de andere supermarkt. Voorts gingen [medeverdachte 4], [verdachte] en de derde man de winkel binnen, waar ze gingen praten met een andere man.17

Met betrekking tot feit 2

Ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 18 mei 2010 heeft de verdachte verklaard dat hij op 8 april 2008 met [medeverdachte 5] naar Leimuiden is gegaan om daar [aangever 2] te ontmoeten. [aangever 2] kwam met twee andere mannen, naar de verdachte later heeft begrepen waren dat [aangever 3] en [getuige 2]. De verdachte heeft met [aangever 2] over diens problemen gesproken. De verdachte weet dat [medeverdachte 5] en [aangever 3] tijdens deze ontmoeting even weg zijn geweest.18

Aangever [aangever 2] heeft verklaard dat hij een openstaande rekening had bij [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] wilde dat deze schuld in één keer werd afgelost, maar dat was niet mogelijk voor [aangever 2]. Na een aantal betalingen door [aangever 2] resteerde uiteindelijk nog een bedrag van 13.000 euro, dat [aangever 2] aan verdachte [medeverdachte 2] diende te betalen.19

Op 8 april 200820 werd [aangever 2] gebeld door [medeverdachte 5], die had gehoord dat [medeverdachte 2] mensen op hem had afgestuurd. Ze spraken af bij Leimuiden, Nieuw Vennep, alwaar een ontmoeting plaatsvond. [aangever 2] is daar met getuigen [getuige 2] en [aangever 3] heen gegaan. [medeverdachte 5] kwam daar aan met [verdachte]. [verdachte] vertelde dat hij nog twee volgauto's bij zich had en met hen in telefonisch contact stond. [verdachte] zei dat hij een pistool bij zich had, dat [aangever 2] een probleem had en dat [medeverdachte 2] hem 7.000 euro had betaald om [aangever 2] af te maken. [verdachte] zei ook dat hij een probleem had met die Koerd, waarmee hij [medeverdachte 2] bedoelde, en dat hij [aangever 2] wilde helpen, maar dan moest [aangever 2] direct 10.000 euro aan hem betalen.21 [verdachte] gaf [aangever 2] een flinke duw.22 [aangever 2] heeft voor [verdachte] 1.200 euro laten pinnen door [aangever 3] samen met [medeverdachte 5]. Voordat [aangever 3] vertrok om te pinnen zei [verdachte] tegen hem "als je de politie belt dan gooi ik het pistool in het water, binnen 2 dagen ben ik weer vrij en dan maak ik je af". [aangever 2] heeft [verdachte] meteen die 1.200 euro gegeven.

Toen [aangever 3] aan het pinnen was zei [verdachte] dat [medeverdachte 2] nog 70.000 euro van [aangever 2] krijgt. Toen [aangever 2] meedeelde dat het nog maar 13.000 was, zei [verdachte] dat als [aangever 2] die 13.000 aan hem gaf, [aangever 2] overal van af zou zijn. [aangever 2] moest het dan op de rekening van [medeverdachte 5] storten. [verdachte] wilde de volgende dag vóór 10.00 uur de rest van het geld hebben. Als [aangever 2] niet zou betalen zou [verdachte] hem afmaken, waarbij [verdachte] zei "ik maak je af, ik weet waar je vriendin woont, ik weet waar je ouders wonen, ik weet waar jij woont, ik schiet je kapot ik maak je af". De dag erna is [aangever 2] met [medeverdachte 5] naar een bank in Aalsmeer gegaan en heeft daar 5.000 euro gehaald. Bij een bank in Uithoorn heeft [aangever 2] 4.000 euro opgenomen. Beide bedragen heeft hij direct aan [medeverdachte 5] gegeven. [medeverdachte 5] moest het geld meteen naar Den Haag brengen. [aangever 2] heeft ook 13.000 euro op de rekening van [medeverdachte 5] over laten maken. [medeverdachte 5] zou al deze bedragen aan [verdachte] geven.23

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat bij deze ontmoeting [medeverdachte 5] en een onbekende man uit een auto stapten. De onbekende man zei dat hij [verdachte] (hof: [verdachte]) was, dat hij door [medeverdachte 2] was ingehuurd om [aangever 2] te grazen te nemen en dat de enige oplossing was dat [aangever 2] hem al het geld ging betalen wat [medeverdachte 2] hem had betaald om [aangever 2] op te ruimen. Daarnaast wilde hij ook het geld hebben wat [aangever 2] schuldig was aan [medeverdachte 2] en dit alles wilde hij NU vanavond hebben. [verdachte] vertelde dat er meerdere auto's waren die er bij hoorden. [verdachte] heeft [aangever 2] ook bedreigd door te zeggen dat hij wist waar zijn familie woont en dat hij ze allemaal dood zou maken. Een vriend van [aangever 2] en [aangever 3] (hof: [aangever 3]) moest geld gaan pinnen met [medeverdachte 5]. Toen ze terugkwamen hadden ze 1.200 euro bij zich. [verdachte] pakte dit geld meteen en maakte met [aangever 2] de afspraak dat deze een dag later het geld zou overmaken. Hij zei tegen [aangever 2] "ga niet naar de politie, want anders pak ik jou en je familie want ik weet waar ze allemaal wonen".24

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij begin april 2008 met [verdachte] in contact is gekomen. [verdachte] vertelde hem dat hij geld had gekregen van [medeverdachte 2] om hem en [aangever 2] in elkaar te slaan. Er heeft dezelfde dag een ontmoeting plaatsgevonden in de buurt van Aalsmeer.25 Tijdens deze ontmoeting liet [verdachte] duidelijk merken dat alles volgens zijn regels moest gaan. Hij schreeuwde dat [aangever 2] hem nu 10.000 euro moest betalen anders zou [verdachte] [aangever 2] en zijn auto meenemen. [aangever 2] zei dat hij 1200 nu zou geven en de rest de volgende dag.26 [aangever 2] gaf een bankpas aan zijn vriend (hof: [aangever 3]) om te gaan pinnen en [medeverdachte 5] ging mee. Ze hebben geld gepind bij de ING bank in Aalsmeer. Toen ze terug kwamen heeft [aangever 2] onder dwang27 die 1200 euro aan [verdachte] gegeven. [verdachte] wilde de rest de volgende dag vóór 10 uur hebben.28 Toen [medeverdachte 5] met [verdachte] wegreed, zei [verdachte] dat [aangever 2] de rest van de 10.000 euro aan [medeverdachte 5] zou geven en dat [medeverdachte 5] het dan weer aan hem moest geven. De volgende dag heeft [medeverdachte 5] met [aangever 2] geld opgehaald bij een bank en heeft [aangever 2] het geld aan [medeverdachte 5] gegeven. [medeverdachte 5] heeft vervolgens [verdachte] gebeld en heeft daarna het geld in Den Haag aan [verdachte] overhandigd.29 [aangever 2] vertelde [medeverdachte 5] dat hij [verdachte] nog 13.000 euro, het geld van [medeverdachte 2], moest geven. De zus van [aangever 2] zei dat zij het geld op de rekening van [medeverdachte 5] zou storten en [medeverdachte 5] moest het aan [verdachte] geven. [medeverdachte 5] is vervolgens met [verdachte] naar aan aantal banken in Den Haag gereden. Bij twee banken heeft [medeverdachte 5] 4.500 euro gekregen, bij één bank heeft hij 4.000 opgehaald. Hij kreeg dit geld in biljetten van 500, 200, 100 euro. Dit geld heeft hij direct aan [verdachte] gegeven.30

[verdachte] heeft verklaard dat hij weleens samen met [medeverdachte 5] in een bank is geweest.31

Uit de bankgegevens van [aangever 2] blijkt dat op 8 april 2008 om 19.18 uur een bedrag van 1.200 euro is gepind van de rekening van [aangever 2] bij de ING bank in Aalsmeer.32 Tevens blijkt uit de bankgegevens dat op 9 april 2008 bij bankkantoren in Aalsmeer en Uithoorn kasopnames zijn gedaan van 5.000 euro en 4.000 euro van de rekening van [aangever 2].33 Uit bankgegevens van [medeverdachte 5] en bij hem aangetroffen kastransactiebonnen blijkt dat op 11 april 2008 een bedrag van 13.000 euro op zijn rekening is ontvangen afkomstig van [aangever 4], alsmede dat op 11 april 2008 om 9.37, 10.08 en 10.19 uur bij een drietal bankfilialen in Den Haag bedragen zijn opgenomen van 4.500, 4.500 en 4.000 euro.34

Met betrekking tot feit 3

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 18 mei 2010 verklaard dat hij op 10 mei 2008 met [medeverdachte 2] naar de woning van [aangever 2] [aangever 2] te Kudelstaart is gegaan. Hij moest [aangever 2] aanspreken van [medeverdachte 2]; [aangever 2] moest verklaren dat hij [medeverdachte 2] veel geld schuldig was. Rond 1.45 uur was de verdachte bij de woning en heeft hij in de woning een gesprek gehad met [aangever 2].35

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 9 maart 2009 verklaard dat [medeverdachte 6] op 10 mei 2008 eerst bij de deur van de woning van [aangever 2] stond en toen ook de woning is binnengegaan. Verdachte heeft ook [getuige 2] in de woning gezien. Op een gegeven moment ging die [getuige 2] naar buiten, maar kwam weer terug. Verdachte vond het zelf ook vreemd om zo laat naar [aangever 2] te gaan.36

Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij op 10 mei 2008 samen met [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2]) naar Kudelstaart is gegaan omdat [aangever 2] daar woont. Hij ging met [medeverdachte 2] naar [aangever 2] toe om over geld te praten; [aangever 2] en [medeverdachte 2] hadden problemen over geld.37 [verdachte] had een factuur van [medeverdachte 2] bij zich omdat [aangever 2] nog achterstallig geld moest betalen en heeft deze factuur aan [aangever 2] laten zien. Terwijl [verdachte] met [aangever 2] in gesprek was kwamen er meerdere personen bij staan, onder wie [medeverdachte 6] (het hof begrijpt: [medeverdachte 6]) en [medeverdachte 7] (het hof begrijpt: [medeverdachte 7]).38

Aangever [aangever 2] heeft verklaard dat op 10 mei 2008 rond 1.45 uur drie mannen zijn woning te Kudelstaart in kwamen lopen. Eén van die mannen herkende hij direct als [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]. Waar de aangever in zijn verklaring spreekt over '[verdachte]' of '[verdachte]' zal het hof deze persoon verder aanduiden als [verdachte]). Hij zag buiten ook nog twee mannen, die hij herkende als [medeverdachte 2] en [medeverdachte 8]39. [verdachte] kwam op hem af en zei: "Ik heb [medeverdachte 2] in de auto, hij ligt vastgebonden, maar ik heb problemen met zijn familie. Dus ik moet meer geld hebben. Ik kan het oplossen maar dan moet je betalen. Je moet betalen 48.000 euro". [verdachte] zei verder dat hij hem moest betalen, anders zou [verdachte] hem meenemen, afmaken en kapotschieten. Ondertussen zag hij een persoon, die later [medeverdachte 7] bleek te heten, door het huis rondlopen en dreigend om hen heen lopen. [aangever 2] verklaart dat hij bang was. [verdachte] duwde hem meermalen en was heel dreigend. [verdachte] zei "Ik weet je te vinden, ik maak je af, ik schiet je vriendin dood, ik maak ze af. Ik weet jullie allemaal te vinden".40 [verdachte] zei ook "Ik schiet je dood als je de politie belt".41 [verdachte] wilde uiteindelijk 23.000 euro hebben en dwong [aangever 2] een briefje te schrijven dat hij [verdachte] 23.000 euro schuldig was en dat hij het binnen een week zou betalen. [aangever 2] zag dat [verdachte] een van de mannen die ook binnen in de woning was een klap in het gezicht gaf.42

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 10 mei 2008, Luilaknacht, rond half twee 's nachts met [aangever 2] [aangever 2] in diens woning was en dat er mannen de woning in kwamen lopen. Hij herkende een daarvan als [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]. Waar de getuige in zijn verklaring spreekt over '[verdachte]' zal het hof deze persoon verder aanduiden als [verdachte]). [verdachte] begon [aangever 2] te bedreigen en zei dat hij [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2]) had vastgebonden en dat die nu in zijn auto lag. Hij zei dat hij meer geld wilde hebben; hij wilde 48.000 euro hebben. [getuige 2] wilde op dat moment de woning verlaten om hulp te gaan halen. Hij liep naar de achterzijde van de woning en op het moment dat hij de woning wilde verlaten werd hij teruggeduwd door twee mannen die buiten stonden. Behalve deze twee mannen zag hij nog drie andere mannen circa 15 meter verderop staan, onder wie [medeverdachte 2].43 Eén van de twee mannen die [getuige 2] naar binnen duwde kreeg later een harde klap van [verdachte] in zijn gezicht. Hieruit maakte [aangever 2] op dat [verdachte] echt de leider was. Tijdens dit alles heeft [aangever 2] een briefje geschreven waarop stond dat hij een geldbedrag van 23.000 euro schuldig was en dat hij dit aanstaande vrijdag zou betalen.44

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat op een bepaald moment [verdachte] hem heeft gebeld en heeft gevraagd of hij naar café [café A] wilde komen. [medeverdachte 2] is met [medeverdachte 8] naar [café A] gegaan, waar hij [verdachte] ontmoette. [verdachte] en hij hadden een gesprek - bij welk gesprek [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]) desgevraagd door [verdachte] optrad als tolk - waarin [medeverdachte 2] hem vertelde over zijn situatie met [aangever 2], het geld en de betalingen. [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] (het hof begrijpt: [medeverdachte 7]) waren bij dit gesprek aanwezig en weten hier dus ook van.45 [medeverdachte 2] heeft [verdachte] over zijn (geld)problemen met [aangever 2] verteld. [verdachte] heeft hem gezegd dat hij het wel voor hem zou regelen.46 [medeverdachte 2] verklaart dat in de periode na dit gesprek [verdachte] hem en [medeverdachte 8] meermalen heeft gebeld en dan bijvoorbeeld vroeg of hij nog naar [aangever 2] was gegaan of hem had gebeld.47

De avond van vrijdag 9 mei 2008 was [medeverdachte 2] met [medeverdachte 8]. Hij of [medeverdachte 8] werd gebeld door [verdachte], die vroeg of [medeverdachte 2] naar hem toe wilde komen. Hij was in café [café A]. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 8] zijn daar naartoe gegaan, alwaar [medeverdachte 2] voorstelde om meteen (die avond) naar [aangever 2] te gaan. [medeverdachte 2] ging eerst zijn auto en zijn jas ophalen en daarna ging hij naar de Shell, waar hij [verdachte] trof. Bij de Shell waren, naast [verdachte], nog vijf andere personen. [verdachte] en twee vrienden van hem stapten bij [medeverdachte 2] in de auto. De andere vier personen stapten in het busje, onder wie [medeverdachte 8] (die het busje bestuurde) en [medeverdachte 7] (hof: [medeverdachte 7]).48

[medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij de nacht van Luilakdag met [medeverdachte 2] naar [aangever 2] (hof: [aangever 2] [aangever 2]) is gegaan en dat [medeverdachte 2] en [aangever 2] over geld gingen praten. Hij is in de bus van [medeverdachte 2] naar de woning van [aangever 2] gereden. [medeverdachte 2] ging met zijn eigen auto, een Mercedes.49 [medeverdachte 8] wist dat [aangever 2] veel geld moest betalen aan [medeverdachte 2].50

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij op een vrijdagavond in café [café A] was met onder andere [medeverdachte 4], [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) en [medeverdachte 7] (het hof begrijpt: [medeverdachte 7]). [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2]) en [medeverdachte 8] (het hof begrijpt: [medeverdachte 8]) kwamen er later bij. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 8] waren eerst buiten met [verdachte] aan het praten. Daarna kwam [verdachte] terug en riep dat ze weggingen. [medeverdachte 6] is toen met [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 7] in een Mercedes naar een woning ergens bij Aalsmeer of Hoofddorp gereden. Achteraf wist hij dat [medeverdachte 8] ook meeging in de bus, samen met twee of drie andere jongens. Een van die jongens kende hij als de Marokkaanse jongen. De Marokkaanse jongen heet [medeverdachte 3].51 In de auto zei [verdachte] dat ze naar mensen zouden gaan die schulden hadden en die de schulden aan hen moesten betalen.52 [verdachte] zei dat [medeverdachte 7] en [medeverdachte 6] mee moesten en daar gewoon moesten gaan staan. [medeverdachte 6] wist toen al dat het niet klopte. Ze kwamen aan bij een woning en [medeverdachte 6] wist dat er geld gehaald moest worden. [verdachte] en [medeverdachte 7] liepen naar de woning en [medeverdachte 6] wachtte eerst bij de auto met [medeverdachte 2]. Toen kwamen ook [medeverdachte 8] en [medeverdachte 3] aan in het busje. [medeverdachte 3] liep naar [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] bleef bij het busje staan. De deur van de woning werd geopend en [verdachte] ging naar binnen. [medeverdachte 7] bleef bij de deur staan en [medeverdachte 6] liep met [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 7] toe. Toen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] bij de keukendeur stonden ging [medeverdachte 7] naar binnen. [medeverdachte 6] is toen ook kort naar binnen gegaan en liep daarna weer naar buiten. Toen [medeverdachte 6] binnen was hoorde hij [verdachte] tegen een man zeggen "je hebt een probleem, je moet die man betalen, deze week moet je het geld hebben". Ook hoorde hij dat [verdachte] zei dat die man iets moest opschrijven. Nadat [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] de woning uitliepen wilde de andere man die binnen was ook de woning uitlopen, maar hij werd met dwang de woning ingeduwd. Dit gebeurde door [medeverdachte 7] of [medeverdachte 3].53

[medeverdachte 7] heeft, desgevraagd naar de afpersing van [aangever 2] [aangever 2] in de nachtelijke uren van 10 mei 2008, verklaard dat hij in [café A] was met [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 6] (het hof begrijpt: [medeverdachte 6]). [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) was er ook. Buiten stonden nog twee andere jongens en er stond een Mercedes waar [medeverdachte 8] (het hof begrijpt: [medeverdachte 8]) en een Koerdische man (het hof begrijpt: [medeverdachte 2]) bij stonden. [medeverdachte 7] is met [medeverdachte 8] en twee anderen in een busje gegaan en [verdachte], [medeverdachte 6], [medeverdachte 2] en een Marokkaanse jongen die hij kent als Marok of Marokko (het hof begrijpt: [medeverdachte 3]) gingen met de Mercedes. Na overleg bij de benzinepomp zijn ze naar een woning in de buurt van Amsterdam gereden. [medeverdachte 7] is met [medeverdachte 6], [verdachte] en [medeverdachte 3] in de woning geweest. [medeverdachte 6], [verdachte] en [medeverdachte 3] waren al in de woning. [medeverdachte 7] ging ook de woning binnen via de achterdeur en kwam daar [medeverdachte 3] tegen. Hij liep verder en pakte snoep van tafel, waarna hij een klap kreeg van [verdachte].54 Ondertussen had [medeverdachte 3] al gezegd en gebaard dat hij de woning uit moest.55 Hij zag en merkte aan de houding van de Nederlandse man (het hof begrijpt: [aangever 2] [aangever 2]) dat hij bang was. [verdachte] wilde die man duidelijk intimideren. Het zag er naar uit dat de man werd afgeperst.56 [medeverdachte 7] wist wel dat het niet in orde was maar hij was benieuwd wat [verdachte] zou gaan doen. Hij wist dat [verdachte] vaak vocht en hij wilde kijken wat er ging gebeuren.57

[medeverdachte 7] noemt [medeverdachte 3] 'Marok' of 'Marokkaan'.58

Met betrekking tot feit 4

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij - kort gezegd - onder bedreiging 350 euro heeft betaald aan een grote brede man met een zwarte zonnebril op, die hij later in een fotobewijsconfrontatie59 alsmede ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 21 mei 201060 herkent als verdachte [verdachte]. (hof: waar [medeverdachte 1] in zijn verklaringen verklaart over de 'grote/brede man' zal het hof - gelet op het vorenstaande - deze persoon verder als [verdachte] aanmerken).

[medeverdachte 1] is door [verdachte] bezocht in zijn supermarkt [supermarkt B], gelegen aan de [straat A] te Den Haag.61 [verdachte] werd vergezeld door een jongere man van ongeveer 25 jaar oud.62 [verdachte] kwam voor [medeverdachte 1] staan en de andere man ging zodanig op een stoel naast de toonbank zitten dat [medeverdachte 1] niet achter de toonbank weg kon.63 [verdachte] zei dat hij 1500 euro van [medeverdachte 1] wilde hebben, maar [medeverdachte 1] heeft geprobeerd duidelijk te maken dat hij geen geld in de winkel had. [verdachte] sprak Nederlands. [medeverdachte 1] kon hem niet verstaan. Toen [verdachte] over geld begon stond de man op de stoel op en kwam op [medeverdachte 1] aflopen. Door tussenkomst van [verdachte] ging de man weer op de stoel zitten. [verdachte] kwam dicht bij [medeverdachte 1] staan en schreeuwde tegen hem. Elke keer als [verdachte] tegen [medeverdachte 1] begon te schreeuwen kwam hij op [medeverdachte 1] aflopen. [verdachte] en de andere man probeerden voorts duidelijk te maken dat ze voorlopig met 1000 euro genoegen zouden nemen, waartoe [verdachte] dit geldbedrag op een briefje schreef. Omdat ze er niet uitkwamen stond [verdachte] met een telefoon aan zijn oor met iemand te praten en gaf vervolgens die telefoon aan [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] hoorde dat een mannelijke stem in het Turks tegen hem zei 'ze willen 1000 euro van je hebben'. [medeverdachte 1] had maar 350 euro, wat hij aan [verdachte] gaf. Tijdens het bezoek heeft [verdachte] gedreigd dat hij terug zou komen en dat hij met een bus alle spullen uit de winkel zou komen halen als [medeverdachte 1] niet zou betalen. Hij zou elke dag terugkomen. De houding van [verdachte] tegenover [medeverdachte 1] was agressief. Ook heeft [verdachte] geprobeerd de voordeur van de supermarkt af te sluiten met een bezem en met de knip. Hij probeerde aldus de om alleen te zijn in de winkel met [medeverdachte 1].64 In eerste instantie wilden de mannen 1500 euro hebben. Toen [medeverdachte 1] zei dat hij maar 350 euro had en hij vroeg of het geen 1000 euro kon worden, werd de kleine man boos en sloeg op de tafel.65

[medeverdachte 1] herkent het hem door de politie voorgehouden tapgesprek van 9 mei 2008 te 14:31 (gespreksnummer 195966) als het telefoongesprek waaraan hij in zijn verklaring van 12 juni 2008 refereert en beaamt zodoende dat dit incident zich op die datum en dat uur heeft afgespeeld.67 [medeverdachte 1] heeft die dag uiteindelijk uit angst 350 euro aan [verdachte] gegeven.68

Ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 21 mei 2010 heeft getuige [medeverdachte 1] zijn verklaringen bij de politie bevestigd in die zin dat, voor zover hier van belang, op 8 en 9 mei 2008 twee mannen hem in zijn winkel hebben bezocht. Ze zeiden dat ze geld van hem wilden hebben. Op 9 mei 2008 vroegen de mannen om 1.500 euro. Er zat echter maar 350 euro in de kassa. Eén van de twee mannen had een fors postuur. [medeverdachte 1] heeft op deze terechtzitting [verdachte] aangewezen als zijnde de man met het forse postuur. De grote brede man (hof: [verdachte]) heeft dat geld gepakt. [medeverdachte 1] heeft voorts verklaard dat hij bang was en dat de twee mannen hadden gezegd dat ze zijn zaak gingen leeghalen als hij niet zou betalen. [medeverdachte 1] spreekt de Nederlandse taal niet dus hij kon de mannen niet verstaan. Daarom belden de mannen op 9 mei 2008 met iemand die Turks sprak. Volgens [medeverdachte 1] was het doel van dit telefoongesprek om aan hem duidelijk te maken dat ze geld wilden hebben. In het telefoongesprek werd gesproken over 1000 (Turkse) lira's, maar daar werd mee bedoeld euro's. 69

[medeverdachte 7] heeft verklaard dat hij op een gegeven moment met [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]) in café [café A] zat en dat [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) boos binnenkwam. Het ging over supermarkten en dat er iemand geld schuldig was.70 Tijdens dit gesprek hoorde [medeverdachte 7] de naam '[supermarkt B]'.71 [medeverdachte 7] is met [medeverdachte 4] naar supermarkt [supermarkt B]72 toegegaan. [verdachte] was daar ook met de Marokkaan (het hof begrijpt: [medeverdachte 3]). [medeverdachte 4] ging in gesprek met de eigenaar (het hof begrijpt: [medeverdachte 1]) en [medeverdachte 7] zag dat de man bang was.73

De dag erna74 (het hof begrijpt: op 9 mei 2008) zijn [medeverdachte 3] en [verdachte] naar een supermarkt gegaan. [medeverdachte 7] zou met [medeverdachte 4] ergens anders naartoe gaan en zat met [medeverdachte 4] in de auto. [medeverdachte 4] werd gebeld door [verdachte] of [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] kreeg op een gegeven moment de telefoon. [medeverdachte 7] praatte vervolgens met een man in het Turks; [medeverdachte 7] zei door de telefoon wat [medeverdachte 4] tegen hem zei. Die man vroeg hoeveel hij moest betalen en [medeverdachte 7] antwoordde op aangeven van [medeverdachte 4] dat hij 1000 euro moest betalen.75 [medeverdachte 7] kende die man uit de bar en later heeft hij zijn naam gelezen als de eigenaar van supermarkt [supermarkt B]; het was [medeverdachte 1].76

Met betrekking tot feit 5

Op 15 mei 2008 is de verdachte in het kader van het onderhavige strafrechtelijk onderzoek aangehouden. Het voertuig dat de verdachte ten tijde van die aanhouding bestuurde, een zwarte Corvette met kenteken [kenteken A], is onder hem in beslag genomen. Voorts is diezelfde dag, tijdens een doorzoeking van de woning van de verdachte en zijn vriendin [vriendin verdachte], een geldbedrag ad 18.000,- euro, aangetroffen in een enveloppe in de rechtermouw van een herenjas, in beslag genomen.77

[directeur A], directeur van het garagebedrijf [bedrijf A], gevestigd te Ootmarsum, heeft verklaard dat hij in april 2008 een grijze Chevrolet Corvette, kenteken [kenteken B] van [verdachte] heeft ingekocht voor een bedrag van 24.000 euro. Daarnaast had hij een zwarte Chevrolet Corvette, met kenteken [kenteken A], aan [verdachte] verkocht voor 50.000 euro. Het verschil van 26.000 euro tussen de inkoop- en verkoopprijs is door [verdachte] contant betaald.

[directeur A] is in april 2008 met de te kopen auto, een zwarte Chrevrolet Corvette, met kenteken [kenteken A], naar Den Haag gereden om de grijze Chevrolet te bekijken. Afgesproken is toen dat [verdachte] een aanbetaling zou doen van 5.000 euro, welke aanbetaling destijds (april 2008) door [verdachte] is voldaan in coupures van 100, 200 en 500 euro biljetten. Na deze overeenkomst is de Chevrolet op 12 april 2008 op naam gezet van [vriendin verdachte]78, waarna de zwarte Chevrolet Corvette is geplaatst in een garage in Den Haag. Daarna is het restant van de koopsom, zijnde 21.000 euro, voldaan aan de heer [directeur A] in coupures van 100, 200 en 500 euro biljetten.79

[vriendin verdachte] heeft desgevraagd verklaard dat voornoemde twee voertuigen enkel op haar naam waren gesteld voor de verzekering. Beide Corvettes zouden - gelijk de overige op haar naam gestelde voertuigen - in werkelijkheid het eigendom zijn, dan wel zijn geweest, van [verdachte]. Het in de gezamenlijke woning aangetroffen contante geldbedrag van 18.000 euro behoort ook toe aan [verdachte].80

Uit de door de belastingdienst verstrekte gegevens blijkt onder meer dat [verdachte] met betrekking tot het jaar 2007 geen inkomstenbelasting heeft betaald, doch dat wel loongegevens van hem bekend zijn, verstrekt door [bedrijf D] en [bedrijf C]. Daarbij is bij de Belastingdienst melding gemaakt van uitgekeerd loon ter hoogte van 9051 euro, dat enkel zou zijn verdiend bij [bedrijf D].81 Over het jaar 2008 zijn tot april 2008 door [bedrijf D] ten name van verdachte verdiensten opgegeven van in totaal 5160 euro (netto).82

Met betrekking tot feit 7 eerste cumulatief/alternatief

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 18 mei 2010 verklaard dat hij op 18 februari 2008 bij de garage te 's-Gravenhage was, waar [aangever 4] zich ook bevond, en dat hij [aangever 4] heeft aangesproken.83

[aangever 7] bevond zich op 18 februari 2008 bij garage [bedrijf B] op [straat B] te 's-Gravenhage. Hij zag plots de verdachte [verdachte] voor zich staan. [verdachte] was in het gezelschap van drie andere mannen, van wie hij er een herkende als zijnde het neefje van [medeverdachte 6] (het hof begrijpt: [medeverdachte 6], de neef van [medeverdachte 4]). [verdachte] liep naar [aangever 7] en gaf hem een kopstoot. [aangever 7] voelde direct een stekende pijnscheut ter hoogte van zijn rechterwenkbrauw. Vervolgens kreeg hij twee harde vuistslagen in zijn gezicht ter hoogte van zijn mond, naar aanleiding waarvan hij een stekende pijn aan zijn mond voelde.84

Verbalisant [verbalisant 2], die [aangever 7] heeft gesproken kort na het incident, heeft waargenomen dat [aangever 7] een kleine wond van ongeveer één centimeter lengte ter hoogte van zijn rechterwenkbrauw had, alsmede dat zijn bovenlip was opgezet.85

[medeverdachte 7] kwam aan bij de garage van [aangever 7] (hof: [aangever 7]) en zag dat hij door [verdachte] werd geslagen. [verdachte] rende op [aangever 7] af en gaf [aangever 7] meerdere stoten met gebalde vuist.86

Met betrekking tot feit 8 tweede cumulatief/alternatief

Ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 10 maart 2009 heeft de verdachte verklaard dat hij bouwmedewerker bij [bedrijf D] is en dat hij een huis wilde kopen. Hij heeft daartoe zijn inkomensgegevens aan zijn makelaar [getuige 4] overhandigd. Na zes maanden hoorde hij dat hij BKR-registraties had en geen hypotheek kon afsluiten. [getuige 4] zei dat hij wel voor de verdachte kon regelen dat de BKR-registraties weggingen. Verdachte wist dat hij 2.600 euro (het hof begrijpt: per maand) netto moest verdienen voor zijn hypotheek.87

Op 11 juli 2008 heeft [getuige 5], fraude specialist bij ABN AMRO Hypotheken Groep B.V., gevestigd te Amersfoort, aangifte gedaan tegen de verdachte van valsheid in geschrifte en/of oplichting.

Op 4 maart 2008 is door ABN AMRO een aanvraag voor een hypothecaire lening ten bedrage van 200.000 euro ontvangen van de tussenpersoon [getuige 6], werkzaam bij [makelaar A] te Haarlem. Deze aanvraag betrof een hypothecaire financiering in verband met de aankoop van de woning, gelegen [straat C] te Den Haag, door de verdachte. Dit pand werd te koop aangeboden door de heer [persoon A] en mevrouw [persoon B].88 Door de ABN AMRO is op 6 maart 2008 een offerte voor deze aanvraag uitgebracht, met daarin onder meer opgenomen de voorbehouden voor wat betreft de originele werkgeversverklaring en recente salarisstrook. Naar aanleiding daarvan werden de volgende inkomensbescheiden aangeleverd: Werkgeversverklaring van [bedrijf D] en loonstrook over de maand maart 2008. Op 21 maart 2008 is de offerte door [verdachte] geaccepteerd.89 Na ontvangst en beoordeling van onder andere de inkomensbescheiden is de hypotheekakte gepasseerd op 29 april 2008 en ingeschreven in het kadaster. Uit onderzoek van de inkomensgegevens bleek ABN AMRO dat de verdachte sinds 31 juli 2007 bij [bedrijf D] werkzaam zou zijn als bouw medewerker tegen een inkomen van 35.792,87 euro (het hof begrijpt: per jaar).90

Door ABN AMRO is vervolgens een schriftelijke verklaring d.d. 8 juli 2007 ontvangen van [getuige 7], de boekhouder van [bedrijf D]. Die verklaring houdt in dat de door ABN AMRO ontvangen werkgeversverklaring niet door zijn kantoor is afgegeven en dat de ingediende salarisstrook evenmin van zijn kantoor afkomstig is. Wat betreft de ingestuurde loonstrook betreffende maart 2008 is volgens [getuige 7] op die strook onder andere een onjuiste datum, periode en loonheffingennummer vermeld. Verder verschilt de opmaak van die van de door [bedrijf D] verstrekte salarisoverzichten.91

De handtekening onderaan de werkgeversverklaring d.d. 12 maart 2008 - "[getuige 8]" - noch het handschrift zoals daarop is te zien, is van [getuige 7] of van [getuige 8], directeur van [bedrijf D]. Verder is op die werkgeversverklaring ten onrechte vermeld dat de verdachte sinds 31 juli 2007 in vaste dienst is van [bedrijf D] in plaats van vanaf 1 januari 2008, bestaat de genoemde functie van bouwmedewerker binnen het bedrijf niet en is het salaris op de werkgeversverklaring opgehoogd. Volgens de, door [getuige 7] verstrekte, originele salarisstrook van maart 200892 komt het jaarinkomen van verdachte neer op ten hoogste 2.466,38 euro x 13 + 8% - derhalve 34.627,92 euro, terwijl de werkgeversverklaring vermeldt dat het jaarinkomen van [verdachte] 35.792,87 euro bedraagt.93

[getuige 4], als makelaar werkzaam bij "[makelaar B]", heeft verklaard dat de verdachte hem in het najaar van 2007 heeft verzocht een woning voor hem te zoeken. Uiteindelijk is via hem de koop van de woning [straat C] te Den Haag door [verdachte], onder voorbehoud van financiering tegen een vergoeding van 10%, op 28 februari 200894 gerealiseerd. De financiering is vervolgens geregeld door [getuige 6] van makelaarskantoor [makelaar A]. [getuige 4] heeft ten tijde van de hypotheekaanvraag onder andere een salarisstrook van [verdachte] ontvangen en deze aan [getuige 6] gegeven.95

[getuige 6] heeft verklaard dat hij in februari 2008 door [getuige 4] is benaderd teneinde de hypotheek van [verdachte] te regelen. Er hebben in het kader daarvan meerdere gesprekken tussen de verdachte, [getuige 4] en [getuige 6] plaatsgevonden in een restaurant te Den Haag. Bij het eerste gesprek heeft hij aan de verdachte uitgelegd welke documenten deze bij hem moest inleveren voor de hypotheekaanvraag, zoals een salarisspecificatie en een werkgeversverklaring. Bij de vervolgafspraak met [getuige 4] en de verdachte, die ongeveer een maand later plaatsvond, lagen de door hem verzochte documenten in kopievorm reeds op tafel toen hij arriveerde. Nadat hem uit berekeningen op basis van de verstrekte stukken was gebleken dat het door [verdachte] gewenste hypotheekbedrag van 200.000,- euro realiseerbaar was en hij de hypotheekofferte had ontvangen, heeft hij wederom een afspraak gemaakt met [getuige 4] en de verdachte om de offerte door te spreken en de originele documenten te ontvangen. Bij die afspraak heeft [getuige 6] de originele documenten in ontvangst genomen, welke wederom reeds op tafel lagen toen hij aankwam.96

Met betrekking tot feit 9(97)

Ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 10 maart 2009 heeft de verdachte terzake verklaard dat hij veel haast had en snel langs de auto wilde die midden op weg stond. Derhalve toeterde hij. Het duurde allemaal te lang en de verdachte werd boos.98

Aangever [aangever 8] heeft verklaard dat hij op 1 juni 2007, werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar voor Gemeente Den Haag, samen met collega [getuige 9] vuilniszakken aan het opruimen was in de [straat D] te Den Haag. Hij had daartoe zijn voertuig half op het weggedeelte geparkeerd. De bestuurder van een grijze Corvette begon te claxonneren. Op een gegeven ogenblik is [aangever 8] naar de bestuurder gelopen en heeft hem gezegd dat hij een proces-verbaal kreeg voor het onnodig claxonneren. Hierop zei de bestuurder: "O, krijg ik een proces-verbaal!? Als ik een proces-verbaal krijg dan gaan we er om vechten." Hij stapte uit zijn voertuig en zei "Ik ben kickboxer! Ik sla je de hele straat door. Al moet ik er 8 jaar voor gaan zitten. Dat kan me niks schelen!" Terwijl de bestuurder dit tegen [aangever 8] zei kwam hij met zijn gezicht helemaal naar hem toe. Hij raakte met zijn neus bijna de neus van [aangever 8]. [verbalisant 1] voelde zich door het gedrag en de taal van de bestuurder ernstig bedreigd.99

Getuige [getuige 9] heeft verklaard dat hij op 1 juni 2007 met [aangever 8] werkzaam was in de [straat D] te Den Haag. Het voertuig waar zij mee waren was half op het weggedeelte geparkeerd. De bestuurder van een grijze sportwagen claxonneerde enkele malen en [aangever 8] liep er op af en zegde de bestuurder een bon aan voor onnodig claxonneren. Hierop stapte de bestuurder meteen uit en uitte dreigende taal ten opzichte van [aangever 8]. [getuige 9] kon uit hetgeen de bestuurder uitte niets anders opmaken dan dat de bestuurder iets wilde gaan doen en daarvoor bereid was de gevangenis in te gaan als [aangever 8] de bon zou uitschrijven.100 De bestuurder was ook nog bedreigend door heel dicht bij het gezicht van [aangever 8] te gaan staan, hetgeen agressief overkwam.101

Met betrekking tot de feiten 10 en 11

Op 30 juli 2007 is een doorzoeking verricht in de woning van de verdachte, gelegen aan [straat D] te Den Haag. In de woonkamer van vermelde woning is een stroomstootwapen, merk WXMC aangetroffen. Dit wapen was voorzien van een batterij en het was voor direct gebruik aan te wenden. Een dergelijk wapen is aan te merken als een wapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie II onder 5, van de Wet Wapens en Munitie.102

Voorts is bij diezelfde doorzoeking in de woonkamer een geheel dan wel gedeeltelijk gevuld busje CS-gas van het merk "Body Guard" aangetroffen. Op het busje staat vermeld - in de Duitse taal - dat de inhoud betreft: Chlorbenzyliden-malonsauredinitril. Blijkens deze tekst bevat de inhoud van het busje een stof welke weerloosmakend en/of traanverwekkend is. Het voorwerp is een wapen in de zin van artikel 2, lid 1 Categorie II, onder 6, van de Wet Wapens en Munitie.103

Bij de politie verklaart de verdachte op 31 juli 2007 woonachtig te zijn op het adres [straat D] te Den Haag.104 De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 18 mei 2010 verklaard dat hij wist dat het busje traangas in de woning was en dat het van zijn vriendin was.105

[vriendin verdachte] heeft op 1 augustus 2007 verklaard woonachtig te zijn op het adres [straat D] te Den Haag. Zij verklaart dat het stroomstootwapen niet van haar is, maar aan verdachte toebehoort. Volgens haar lag het stroomstootwapen sinds een week in de woning. Het aangetroffen busje traangas is wel haar eigendom en is sinds ongeveer een jaar in haar bezit.106

De bewijsmiddelen zijn - ook in hun onderdelen - slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud in het bijzonder betrekking hebben.

Voor zover geschriften zijn gebruikt, zijn deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit betrekking hebben.

Verweren

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting - een en ander zoals verwoord in zijn pleitnota - vrijspraak van de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 8 ten laste gelegde feiten bepleit, om redenen zoals onderstaand kort weergegeven.

Met betrekking tot feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat het in het dossier ontbreekt aan wettig en overtuigend bewijs voor de twee noodzakelijke componenten voor een veroordeling terzake, namelijk het dwingen tot afgifte van gelden en het oogmerk tot afpersing.

Met betrekking tot de feiten 2 en 3 heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte op verzoek van [aangever 2] slechts een bemiddelende rol heeft gespeeld tussen [medeverdachte 2] en [aangever 2] en dat er van enige bedreiging in het geheel geen sprake is geweest. Om zelf buiten schot te blijven heeft [aangever 2] van de nood een deugd gemaakt en aangifte gedaan tegen de verdachte, bij welke plannen hij [medeverdachte 5] en [getuige 2] heeft betrokken. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat de verdachte [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van gelden, noch dat hij het noodzakelijke oogmerk daartoe heeft gehad.

Met betrekking tot feit 4 (primair en subsidiair) is aangevoerd dat het bewijs voor een voltooide afpersing, namelijk dat [medeverdachte 1] daadwerkelijk 350 euro dan wel 900 euro aan de verdachte heeft overhandigd, ontbreekt.

Met betrekking tot feit 5 is aangevoerd dat bij vrijspraak van de zogenaamde [aangever 2]-feiten de basis voor een veroordeling terzake vervalt. Voorts is er geen sprake van witwassen indien het hof er vanuit zou gaan dat de 18.000 euro verdachtes inkomsten van [bedrijf C] betreft. Daarnaast heeft de verdediging stukken overgelegd waaruit blijkt dat de Corvette is gefinancierd door onder andere leningen en schade-uitkeringen op naam van verdachtes vriendin [vriendin verdachte], zodat op zijn minst het vermoeden moet zijn ontstaan dat de verdachte gelijk heeft, hetgeen tot vrijspraak zou moeten leiden.

Met betrekking tot feit 8 tweede cumulatief/alternatief, de ten laste gelegde oplichting van ABN AMRO, heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte onder de gegeven omstandigheden mocht vertrouwen op de heren [getuige 6] en [getuige 4]. Voorts draagt het voorwaardelijk opzet niet zo ver dat de kunstgrepen van die [getuige 6] en [getuige 4] daar ook onder vallen.

Oordeel van het hof

Feit 1

Het hof is van oordeel dat de aangifte van [aangever 1] voor wat betreft de aard en het doel van het bezoek van de verdachte voldoende wordt ondersteund door de inhoud van de overige bewijsmiddelen. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan naar 's hofs oordeel eenduidig worden afgeleid dat de verdachte samen met een ander het slachtoffer [aangever 1] heeft gepoogd te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, alsmede dat hij daartoe het oogmerk had, een en ander zoals bewezen is verklaard.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Ten aanzien van feit 2

Gelet op de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof de verklaring van de verdachte dat hij geen geld heeft ontvangen en dat er geen sprake is geweest van enige vorm van dwang of dreiging, geenszins aannemelijk. Het hof schuift die verklaring in zoverre dan ook als ongeloofwaardig terzijde en overweegt hiertoe als volgt.

De verklaring van de verdachte staat op essentiële onderdelen haaks op de verklaring van aangever [aangever 2]. De verklaring van [aangever 2] wordt evenwel gestaafd door andere bewijsmiddelen. Zo ondersteunen de verklaringen van de getuige [getuige 2] en medeverdachte [medeverdachte 5] de aangifte voor wat betreft het eisen van geld door de verdachte, de bedreigingen en de overdracht ter plekke van 1.200 euro aan de verdachte. Voorts blijkt uit de bankgegevens van [aangever 2] en [medeverdachte 5] dat inderdaad de dagen na de ontmoeting eerst respectievelijk 1.200 en 9.000 euro van de rekening van [aangever 2] zijn gehaald en vervolgens 13.000 euro van de rekening van [medeverdachte 5] is gehaald. Tenslotte vindt de verklaring van [medeverdachte 5] dat hij genoemde bedragen op 9 en 11 april 2008 aan de verdachte heeft overhandigd steun in i) de historische gegevens van de telefoon van [medeverdachte 5], waaruit blijkt dat hij rond de tijdstippen van de geldoverdracht zich in Den Haag bevond en veelvuldig telefonisch contact heeft gehad met de telefoon van de verdachte, alsmede ii) in het bij de verdachte in de woning (in een enveloppe in de rechtermouw van een jas) aangetroffen contante geldbedrag van 18.000 euro.

Gelet op het vorenstaande ziet het hof in de kanttekeningen die de verdediging bij de verklaring van [aangever 2] heeft gezet, geen aanleiding te twijfelen aan het waarheidsgehalte daarvan, voor zover het hof deze verklaring voor het bewijs heeft gebezigd.

Alles overwegende, in onderling verband en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op de bewezenverklaarde wijze heeft schuldig gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde en verwerpt het verweer van de raadsman.

Ten aanzien van feit 3

De verdachte heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 2] naar de woning van [aangever 2] is gegaan omdat [aangever 2] [medeverdachte 2] veel geld schuldig was. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat de verdachte in de nachtelijke uren met een groot aantal mannen naar de woning van [aangever 2] gaat.

Zo er al sprake zou zijn geweest van een bemiddelende rol van de verdachte op verzoek van [aangever 2] en/of [medeverdachte 2], een en ander zoals door de verdediging is bepleit, is het hof gelet op de gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat de verdachte in elk geval veel verder is gegaan dan een mogelijke afspraak tot bemiddeling zou rechtvaardigen.

Voorts ziet het hof in de kanttekeningen die de verdediging bij de verklaring van [aangever 2] heeft gezet, geen aanleiding te twijfelen aan het waarheidsgehalte daarvan, voor zover het hof deze verklaring voor het bewijs heeft gebezigd. Naar 's hofs oordeel wordt de aangifte van [aangever 2] in voldoende mate ondersteund door de overige gebezigde bewijsmiddelen.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien met de bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman.

Ten aanzien van feit 4

Met name gelet op de herkenning van de verdachte door de getuige [medeverdachte 1] ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 21 mei 2010 alsmede in een fotoconfrontatie, alsook de inhoud van de overige gebezigde bewijsmiddelen, acht het hof verdachtes ontkenning dat hij op 9 mei 2008 fysiek aanwezig was in de supermarkt van [medeverdachte 1], volstrekt ongeloofwaardig en schuift deze dan ook terzijde.

Voorts acht het hof de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] in zoverre betrouwbaar. De kanttekeningen die de raadsman heeft geplaatst bij de verklaringen van zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 7] leiden er naar het oordeel van het hof niet toe dat aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen moet worden getwijfeld, nu naar 's hofs oordeel deze verklaringen alsmede de overige bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, elkaar in belangrijke mate op essentiële punten ondersteunen.

Alles overwegende acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 9 mei 2008 in vereniging [medeverdachte 1] heeft afgeperst voor een bedrag van 350 euro, een en ander zoals onder 4 primair bewezen is verklaard.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman integraal.

Ten aanzien van feit 5

Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte in de periode van 8 april 2008 tot en met 11 april 2008, derhalve vóór de aankoop van de Corvette met het kenteken [kenteken A], meerdere geldbedragen van in totaal 23.200 euro heeft gekregen door middel van afpersing, een en ander zoals bewezen is verklaard onder feit 2.

Gelet op het bovenstaande, alsmede i) de wijze waarop de koop van de betreffende zwarte Chevrolet Corvette door de verdachte heeft plaatsgevonden (contant betalen met grote coupures), ii) de hoogte van het aangetroffen contante geldbedrag en de wijze van bewaren, alsmede iii) verdachtes ontoereikende (legale) inkomen om een dergelijk uitgavenpatroon en het aangetroffen geldbedrag te rechtvaardigen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat het betreffende geldbedrag en de in de tenlastelegging genoemde Chevrolet Corvette - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig zijn.

Verdachtes verklaring terzake de herkomst van het geldbedrag acht het hof, gelet op het vorenstaande, onaannemelijk en het hof gaat hier dan ook aan voorbij. Ook indien de verdachte eveneens bij [bedrijf C] en/of andere bedrijven zou hebben gewerkt en zijn loon van dit werk contant uitbetaald zou hebben gekregen, zoals de verdachte heeft verklaard, was verdachtes inkomen nog steeds ontoereikend om het inbeslaggenomen geldbedrag en de aankoop van een dusdanig prijzige auto te kunnen verklaren.

Voor zover voorts door de verdediging is gesteld dat het voertuig is bekostigd door middel van door verdachtes partner [vriendin verdachte] aangegane leningen en/of aan haar of aan de verdachte toegekomen schade-uitkeringen, overweegt het hof dat deze stelling niet aannemelijk is geworden. Ondanks dat door de verdediging stukken terzake zijn overgelegd, is naar 's hofs oordeel daarmee geen relatie aangetoond tussen vorenbedoelde leningen en/of schade-uitkeringen en de aankoop van de zwarte Chevrolet in april 2008, noch dat deze bedragen de verdachte daadwerkelijk zijn toegekomen. De inhoud van de overgelegde stukken (een en ander zoals als bijlage aan de pleitnota in hoger beroep gehecht) zijn naar het oordeel van het hof niet voldoende om tot het oordeel te komen dat er sprake is van redelijke twijfel dat de verdachte zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt.

Alles overwegend is het hof van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van de Chevrolet en het aangetroffen geldbedrag, een en ander zoals bewezen is verklaard, en verwerpt het verweer.

Ten aanzien van feit 8 tweede cumulatief/alternatief

Vast staat dat ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. door middel van de valse stukken is bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening ten bedrage van 200.000 euro. De verdachte heeft verklaard dat hij in eerste instantie geen hypotheek kon afsluiten in verband met zijn BKR-registraties, maar dat zijn makelaar dat wel voor hem zou laten verdwijnen. Hij wist bovendien dat hij eigenlijk 2.600 euro netto per maand moest verdienen voor zijn hypotheek, terwijl hij dat (legaal) niet verdiende.

Gelet op de feiten en omstandigheden zoals deze uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen blijken, in het bijzonder met inachtneming van het vorenstaande, is het hof van oordeel dat de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aldus handelende tezamen en in vereniging met een ander de ABN AMRO heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening. Het hof acht dan ook opzet in de zin van voorwaardelijk opzet bewezen. Of de verdachte de ingediende stukken al dan niet zelf nader heeft bekeken, acht het hof in casu - gelet op het vorenstaande - niet ter zake doende.

Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de feiten en omstandigheden die in de desbetreffende bewijsmiddelen zijn vervat, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 7 eerste cumulatief/alternatief, 8 tweede cumulatief/alternatief, 9, 10 en 11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 15 april 2008 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [aangever 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000 euro, toebehorende aan die [aangever 1], met zijn mededader

- zich naar de winkel van die [aangever 1] heeft begeven en

- een briefje heeft getoond met daarop de tekst "[medeverdachte 1] 75.000 euro" en

- aan die [aangever 1] heeft toegevoegd de woorden: "[medeverdachte 1] heeft een schuld van 75.000 euro' en "jij hebt samengewerkt met [medeverdachte 1] en dus ben jij medeschuldig" en "Bij [medeverdachte 1] valt niets te halen en dus moet jij voor de schuld opdraaien", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- tegen [aangever 1] heeft gezegd: "jij bent mij nog 15.000 euro schuldig", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- die [aangever 1] heeft bevolen dat hij moest gaan zitten en

- die [aangever 1] met kracht in een stoel heeft geduwd en

- aan die [aangever 1] heeft toegevoegd de woorden: "ik ben het nu zat, zo meteen trek ik mijn pistool en dan schiet ik en dan loop ik zonder om te kijken weg" en "ik geef hem nog 24 uur en dan moet hij betalen", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en

- (daarbij) aan die [aangever 1] een deel van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij in de periode van 08 april 2008 tot en met 11 april 2008 te Leimuiden, gemeente Nieuw-Vennep en/of Aalsmeer en 's-Gravenhage, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld een persoon genaamd [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, te weten: 1200 euro (op 8 april 2008 en 5000 euro (op 9 april 2008) en 4000 euro (op 9 april 2008) en 13.000 euro (op 11 april 2008), toebehorende aan die [aangever 2] en/of [aangever 4], welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het:

- aan die [aangever 2] toevoegen van de woorden: "ik heb nog twee auto's bij mij en we staan met elkaar in verbinding" en "ik ben door [medeverdachte 2] en/of die Koerd betaald om jou af te maken" en "ik heb een pistool bij mij" en "ik kan jou helpen met jouw probleem, maar dan moet jij mij wel

10.000 euro betalen" en "jij moet mij 13.000 euro betalen dan ben je overal vanaf" en "jij moet nu geld (laten) pinnen" en

-(daarbij) die [aangever 3] toevoegen van de woorden: "als je de politie belt dan gooi ik het pistool in het water, binnen twee dagen ben ik weer vrij en dan maak ik je af", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en

- met kracht duwen tegen het lichaam via die [aangever 2] en

- die [aangever 2] toevoegen van de woorden: "jij moet mij morgen voor 10.00 uur de rest van het geld betalen" en "als je niet betaalt, dan maak ik je af" en "ik maak je af, ik weet waar je vriendin woont, ik weet waar je ouders wonen, ik weet waar jij woont, ik schiet je kapot, ik maak je af", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking.

3.

hij op 10 mei 2008 te Kudelstaart, gemeente Aalsmeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld een persoon genaamd [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van 48.000 euro of 23.000 euro, toebehorende aan die [aangever 2], met zijn mededaders,

- op 10 mei 2008 omstreeks 01.45 uur naar de woning van die [aangever 2] is gereden en

- die woning is binnengelopen en in de tuin (behorende bij die woning) of voor die woning is gaan staan en

- tegen die [aangever 2] (met stemverheffing) heeft gezegd: "Ik heb [medeverdachte 2] in de auto, hij ligt vastgebonden, maar ik heb problemen met zijn familie. Dus ik moet meer geld hebben. Ik kan het oplossen maar dan moet je betalen. Je moet betalen 48.000 euro", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en

- tegen die [aangever 2] (met stemverheffing) heeft gezegd "ik schiet je kapot, ik maak je af" en "Ik weet je te vinden, ik maak je af, ik schiet je vriendin dood, ik maak ze af. Ik weet jullie allemaal te vinden" en "ik schiet je dood, als je de politie belt", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en

- tegen het lichaam van die [aangever 2] heeft geduwd en

- die [aangever 2] heeft gedwongen een briefje te schrijven met daarop de tekst: "Ik, [aangever 2] [aangever 2] [geboortedatum], verklaar hierbij 23.000 euro schuldig te zijn aan [verdachte] en binnen een week betaal (ik)", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4. primair

hij op 9 mei 2008 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [medeverdachte 1] heeft gedwongen tot de afgifte van 350 euro, toebehorende aan die [medeverdachte 1], welke bedreiging met geweld bestond uit het

- tegen die [medeverdachte 1] schreeuwen dat hij aan verdachte en/of zijn mededaders 1500 euro en/of 1000 euro moest betalen en

- op die [medeverdachte 1] aflopen en (al schreeuwende) voor die [medeverdachte 1] gaan staan en

- op een stoel plaatsnemen, welke stoel naast de toonbank stond, waardoor die [medeverdachte 1] niet vanachter de toonbank weg kon komen en

- met kracht op een tafel in die winkel te slaan en

- op een briefje een geldbedrag van 1000 euro schrijven en

- telefonisch aan die [medeverdachte 1] in de Turkse taal meedelen dat die [medeverdachte 1] 1000 euro moet betalen en

- aan die [medeverdachte 1] toevoegen van de woorden: "we kunnen je winkel in elkaar slaan" en 'als je niet betaalt, dan kom ik met een bus en haal ik al jouw spullen uit de winkel weg, ik kom iedere dag terug', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- trachten de voordeur van de winkel (supermarkt) van die [medeverdachte 1] (af) te sluiten, teneinde klanten/mensen buiten te houden.

5.

hij in de periode van 1 april 2008 tot en met 15 mei 2008, te

's-Gravenhage, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een Chevrolet Corvette (kenteken [kenteken A]) en een geldbedrag (18.000 euro), heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp en geldbedrag

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

7. (eerste cumulatief/alternatief)

hij op 18 februari 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk een persoon (te weten [aangever 7]) een kopstoot heeft gegeven en meermalen in het gezicht heeft gestompt, waardoor voornoemde [aangever 7] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

8. (tweede cumulatief/alternatief)

hij in de periode van 04 maart 2008 tot en met 29 april 2008 te 's-Gravenhage en/of Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, (een medewerk(st)er van) ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening (ten bedrage van 200.000 euro), hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid een aanvraag voor een hypothecaire lening gedaan bij een medewerk(st)er van) voornoemde ANB AMRO en daartoe overlegd een werkgeversverklaring en salarisspecificatie op zijn, verdachtes, naam gesteld, terwijl die werkgeversverklaring en salarisspecificatie niet door de werkgever van verdachte was opgemaakt en ondertekend en waarbij een hoger salaris (te weten 2726,07 euro (bruto)) was opgenomen dan het werkelijk, door verdachte, verdiende salaris, waardoor (een mederwerk(st)er van) voornoemde ABN AMRO werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

9.

hij op 01 juni 2007 te 's-Gravenhage [aangever 8] (buitengewoon opsporingsambtenaar) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers:

- heeft verdachte opzettelijk dreigend die [aangever 8] de woorden toegevoegd: "O krijg ik een proces-verbaal!? Als ik een proces-verbaal krijg, dan gaan we er om vechten" en "Ik ben kickbokser! Ik sla je de hele straat door. Al moet ik er 8 jaar voor gaan zitten. Dat kan me niet schelen" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- is verdachte onderwijl opzettelijk dreigend pal of vlak voor die [aangever 8] gaan staan.

10.

hij op 30 juli 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

11.

hij op 30 juli 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander een busje traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een weerloosmakende en/of traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Afpersing.

Ten aanzien van het onder 4 primair bewezenverklaarde:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

Witwassen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 7 eerste cumulatief/alternatief bewezenverklaarde:

Mishandeling.

Ten aanzien van het onder 8 tweede cumulatief/alternatief bewezenverklaarde:

Medeplegen van oplichting.

Ten aanzien van het onder 9 bewezenverklaarde:

Bedreiging met zware mishandeling.

Ten aanzien van het onder 10 en 11 bewezenverklaarde:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 7 tweede cumulatief/alternatief en 8 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 7 eerste cumulatief/alternatief, 8 tweede cumulatief/alternatief, 9, 10 en 11 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact.

Namens de verdachte is bepleit dat aan de verdachte - indien het hof tot een bewezenverklaring mocht komen - een lagere straf zal worden opgelegd dan in eerste aanleg is opgelegd, dan wel een straf gelijk aan de eis van de advocaat-generaal.

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf voorts acht geslagen op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is samen met medeverdachte [medeverdachte 4] naar de winkel van [aangever 1] gegaan en heeft die [aangever 1] bedreigd met geweld in een poging hem te dwingen om geld af te geven. [aangever 1] werd door de verdachte in een stoel gedrukt en werd met de dood bedreigd door de verdachte. Voorts heeft de verdachte een deel van een pistool aan [aangever 1] getoond. [aangever 1] kreeg 24 uur om te betalen en verdachte en [medeverdachte 4] zijn vervolgens weggegaan. Bij een andere gelegenheid is de verdachte samen met een aantal medeverdachten in de nachtelijke uren naar de woning van het slachtoffer [aangever 2] gegaan. Enkelen zijn buiten blijven staan, terwijl anderen (waaronder de verdachte) zich in de richting van de woning hebben begeven. In de woning heeft de verdachte gepoogd [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van een (aanzienlijk) geldbedrag, zulks door hem onder meer met de dood te bedreigen en hem een duw te geven. In het bijzonder acht het hof het kwalijk dat het een groot aantal mannen betrof dat in de nachtelijke uren de woning dan wel de directe omgeving van het slachtoffer heeft betreden, bij uitstek een plaats waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen. Aldus heeft de verdachte zich bij twee verschillende gelegenheden schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing.

Daarnaast heeft de verdachte het slachtoffer [aangever 2] afgeperst voor in totaal een bedrag van circa 23.000 euro, waartoe hij die [aangever 2] (alsmede diens naasten) met de dood heeft bedreigd. Ook hierbij heeft de verdachte fysiek geweld niet geschuwd. De verdachte heeft, met tussenkomst van [medeverdachte 5], met [aangever 2] afgesproken om elkaar te ontmoeten. Tijdens deze ontmoeting heeft de verdachte [aangever 2] met de dood bedreigd. Voorts heeft hij ook fysiek geweld tegen [aangever 2] gebruikt om hem te dwingen tot afgifte van diverse geldbedragen. Onder bedreiging van de verdachte heeft [aangever 2] door twee andere personen 1.200 euro laten pinnen en dit afgegeven aan de verdachte. De volgende twee dagen heeft aangever in opdracht van de verdachte nog diverse bedragen gepind voor en/of overgemaakt, met tussenkomst van een ander, aan de verdachte.

Voorts heeft de verdachte slachtoffer [medeverdachte 1] gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 350 euro. De verdachte is samen met een ander naar de supermarkt van aangever [medeverdachte 1] gegaan. Aldaar werd aan [medeverdachte 1] medegedeeld dat hij geld moest betalen. Er werd gedreigd door onder meer schreeuwend voor die [medeverdachte 1] te gaan staan en zodanig plaats te nemen in de supermarkt dat [medeverdachte 1] niet vanachter de toonbank weg kon komen. Ook werd er gezegd dat zijn winkel in elkaar kon worden geslagen. De verdachte en de daarbij aanwezige medeverdachte stonden telefonisch in contact met medeverdachte [medeverdachte 4].

De verdachte heeft zich aldus (bij de laatste gelegenheid samen met anderen) schuldig gemaakt aan twee voltooide afpersingen.

Aldus handelende heeft de verdachte blijk gegeven van minachting voor de persoon en het eigendom van anderen, terwijl hij in het geheel voorbij is gegaan aan de psychische gevolgen die zijn (dreigende en beangstigende) handelwijze voor zijn slachtoffers kan hebben. De verdachte heeft zich hierdoor echter niet laten weerhouden, maar louter oog gehad op financieel gewin, hetgeen het hof hem zwaar aanrekent. Hierbij heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op de actieve en leidende rol die de verdachte in de (pogingen tot) afpersingen heeft gehad. Het is telkens de verdachte geweest die daadwerkelijk de bedreigingen uit en het fysieke geweld aanwendt.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een auto en een geldbedrag, zulks door dit voorwerp en geldbedrag voorhanden te hebben terwijl hij wist dat deze van enig misdrijf afkomstig waren. Het witwassen van criminele gelden en voorwerpen levert een wezenlijke ondersteuning op van het plegen van (vermogens-)delicten en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

De verdachte heeft ook slachtoffer [aangever 4] mishandeld door hem een kopstoot te geven en meermalen in het gezicht te stompen. Aldus handelende heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden.

Tevens heeft verdachte samen met een ander de ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. opgelicht voor een bedrag van 200.000 euro, door bij de aanvraag van een hypothecaire lening een valse werkgeversverklaring en valse salarisspecificaties te overleggen. Aldus heeft de verdachte het vertrouwen dat men in het economische verkeer moet kunnen stellen in elkaar schade toegebracht en daarnaast het betreffende bedrijf overlast en financieel nadeel toegebracht. De verdachte en zijn mededader hebben zich uitsluitend laten leiden door financieel gewin ten koste van dit bedrijf.

Daarnaast heeft de verdachte een buitengewoon opsporingsambtenaar bedreigd, zulks door dreigend voor hem te gaan staan en hem onder meer de woorden toe te voegen "Ik ben kickbokser! Ik sla je de hele straat door. Al moet ik er acht jaar voor gaan zitten". Het slachtoffer voelde zich door het gedrag en de taal van de verdachte ernstig bedreigd.

Tenslotte heeft de verdachte tevens een elektrisch stroomstootwapen en een busje traangas voorhanden gehad, hetgeen strafbaar is.

Het hof neemt het de verdachte tevens kwalijk dat hij, blijkens zijn houding ter terechtzittingen in hoger beroep, zijn rol in de onderhavige feiten ontkent of bagatelliseert en geen enkele verantwoordelijkheid voor het gebeurde neemt. Voorts heeft hij kennelijk nog steeds niet het inzicht verkregen dat zijn handelen als zeer laakbaar is aan te merken. Evenmin geeft hij blijk van enig inzicht in de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers.

Anderzijds neemt het hof bij de strafoplegging in het voordeel van de verdachte in overweging dat hij, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 september 2010, niet eerder tot straf is veroordeeld voor het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten. Bovendien heeft het hof rekening gehouden met de onzorgvuldigheid van de verslaglegging door de politie waar in deze zaak sprake van is geweest (een en ander zie bovenstaand bij de bespreking van de bewijsuitsluiting van de tapgesprekken).

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op een Voorlichtingsrapport van de Stichting Reclassering Nederland, d.d. 19 januari 2009, waaruit onder meer blijkt dat de rapporteur begeleiding noodzakelijk acht en adviseert aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact.

Met inachtneming van de beschouwingen en de conclusie van de deskundige in voornoemd rapport, alsmede gelet op de omstandigheid dat de verdachte weinig tot geen justitiële documentatie heeft, komt het hof tot het oordeel dat het zinvol is de verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, een en ander als navermeld.

Het hof is - alles overwegende - met de advocaat-generaal van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 47, 57, 285, 300, 312, 317, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 7 tweede cumulatief/alternatief en 8 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 7 eerste cumulatief/alternatief, 8 tweede cumulatief/alternatief, 9, 10 en 11 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeenveertig) maanden.

Bepaalt, dat een op 10 (tien) maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit nodig oordeelt.

Verstrekt aan deze instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M.L.C.C. de Bruijn-Lückers, mr. R.C.A. Duindam en mr. J.A.C. Bartels,

in bijzijn van de griffier mr. Y.H.G. van der Hut.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 oktober 2010.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's betreft dit delen van processen-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en), als bijlagen opgenomen bij het dossier met het OPS dossiernummer 1531/2008/20670, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven.

2 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2010.

3 Proces-verbaal ter terechtzittingen in eerste aanleg inzake verdachte [verdachte] d.d. 9, 10, 12, 13 en 16 maart 2009, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 10 maart 2009, pag. 11, onderaan.

4 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 136-137 derde tekstblok, en pag. 138 tweede tekstblok bovenaan.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 1] d.d. 6 oktober 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 4 en punt 20.

6 Proces-verbaal van aangifte (vervolgaangifte) [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 142, derde tekstblok; alsmede met betrekking tot het door [aangever 1] moeten betalen: Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 1] d.d. 6 oktober 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 6.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [aangever 2] d.d. 12 juni 2008, pag. 764 tweede tekstblok, bovenaan; alsmede het proces-verbaal van aangifte [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 138, tweede tekstblok, midden.

8 Proces-verbaal van aangifte (vervolgaangifte) [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 142, derde tekstblok; alsmede met betrekking tot het door [aangever 1] moeten betalen: Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 1] d.d. 6 oktober 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 6.

9 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 138, tweede tekstblok onderaan; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 1] d.d. 6 oktober 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 7.

10 Ibidem; alsmede het proces-verbaal van aangifte (vervolgaangifte) [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 142, derde tekstblok.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juni 2008, pag. 1637; proces-verbaal simultane fotobewijsconfrontatie d.d. 30 juni 2008, pag. 1638-1639; alsmede het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 juli 2008, pag. 1525.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [aangever 2] d.d. 12 juni 2008, pag. 763 onderaan-764 tweede en derde vraag.

13 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor getuige [aangever 2] d.d. 21 mei 2010.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 23 mei 2008, pag. 519, derde tekstblok; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 4] d.d. 18 februari 2009 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 6 en 7.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 16 april 2008, pag 150-151.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 25 september 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 5.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 4] d.d. 2 juli 2008, pag. 1267, onder de eerste en vierde vraag.

18 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2010.

19 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] d.d. 11 mei 2008, pag. 180, vanaf net boven het midden tot eerste alinea van het laatste tekstblok.

20 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] d.d. 28 juli 2008, pag. 1536, derde en vierde tekstblok.

21 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] d.d. 11 mei 2008, pag. 180, laatste tekstblok; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 december 2008, onder punt 53.

22 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 december 2008, onder punt 52.

23 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] d.d. 11 mei 2008, pag. 181, eerste t/m vierde tekstblok; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 december 2008, onder punt 54.

24 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 22 mei 2008, pag. 535 onderaan en 536, eerste tekstblok.

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 4 juni 2008, pag. 711, eerste tekstblok.

26 Idem, pag. 711, vanaf ongeveer het midden van de pagina.

27 Dwang: Idem, pag. 709 bovenaan.

28 Idem, pag. 712, eerste twee tekstblokken.

29 Idem, pag. 712 vanaf het midden, en pag. 713, eerste tekstblok.

30 Idem, pag. 713.

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 20 juni 2008, pag. 791, laatste twee tekstblokken.

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juli 2008, pag. 1280; alsmede geschrift, pag. 1284.

33 Idem; alsmede geschrift, pag. 1285.

34 Idem; alsmede geschriften, pag. 1282 en 1283.

35 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2010.

36 Proces-verbaal van de terechtzittingen in eerste aanleg inzake verdachte [verdachte] d.d. 9, 10, 12, 13 en 16 maart 2009, pag. 8-9, de verklaring van de verdachte [verdachte] d.d. 9 maart 2009.

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 23 mei 2008, pag. 510, derde antwoord van onderen van de verdachte.

38 Idem, pag. 511, tweede tekstblok.

39 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2], pag. 182, zesde tekstblok.

40 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2], pag. 181, derde en laatste tekstblok van onderen, pag. 182, eerste en zesde tekstblok.

41 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 december 2008, onder punt 56.

42 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2], pag. 182, eerste en vijfde tekstblok.

43 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 22 mei 2008, pag. 536, laatste tekstblok.

44 Idem, pag. 537, eerste en tweede tekstblok.

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 oktober 2008, pag. 1602, vanaf helft van de pagina; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 2] d.d. 20 en 29 april 2010 bij de raadsheer-commissaris van het gerechtshof 's-Gravenhage mr. J.A.C. Bartels (abusievelijk staat op het voorblad vermeld dat het tweede deel van het verhoor op 28 april 2010 heeft plaatsgevonden), tweede pagina onderaan.

46 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 23 december 2008, pag. 1804, derde, vierde, vijfde en achtste tekstblok.

47 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 oktober 2008, pag. 1603, tweede tekstblok.

48 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 oktober 2008, pag. 1603, laatste tekstblok, en pag. 1604, laatste tekstblok, bovenaan; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 2] d.d. 20 en 29 april 2010 bij de raadsheer-commissaris van het gerechtshof 's-Gravenhage mr. J.A.C. Bartels (abusievelijk staat op het voorblad vermeld dat het tweede deel van het verhoor op 28 april 2010 heeft plaatsgevonden), eerste pagina.

49 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8] d.d. 21 mei 2008, pag. 491, derde tekstblok.

50 Idem, pag. 490, vierde tekstblok van onderen.

51 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 4 juni 2008, pag. 720, laatste tekstblok.

52 Ibidem; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 6] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 3 oktober 2008, onder punt 4.

53 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 4 juni 2008, pag. 720, laatste tekstblok, en pag. 721, eerste tekstblok.

54 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 907 derde tekstblok van onderen, 908 eerste en tweede tekstblok.

55 Idem, pag. 908, laatste tekstblok; alsmede Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 29 juni 2008, pag. 913, derde tekstblok.

56 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 908, vierde en vijfde tekstblok.

57 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 29 juni 2008, pag. 913, eerste tekstblok.

58 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 7]l van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 22 oktober 2008, onder punt 18.

59 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juni 2008, pag. 1623; alsmede proces-verbaal van simultane fotobewijsconfrontatie, pag. 1624-1629.

60 Zie proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [medeverdachte 2] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor getuige [aangever 2] d.d. 21 mei 2010.

61 Proces-verbaal van verhoor verdachte [aangever 2] d.d. 12 juni 2008, pag. 763-764.

62 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 764, laatste tekstblok, en pag. 765, pag. derde tekstblok.

63 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 764, laatste tekstblok; alsmede Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. d.d. 18 juni 2008, pag. 772, eerste en vierde tekstblok.

64 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 764, laatste tekstblok, pag. 765, eerste tekstblok; alsmede Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. d.d. 18 juni 2008, pag. 771, laatste tekstblok, en pag. 772, eerste tekstblok.

65 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] d.d. 25 september 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 15.

66 Zie dossierpagina 767.

67 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 765, één-na-laatste vraag en het als bijlage bij dit verhoor gevoegde tapgesprek, pag. 767, midden; alsmede het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2008, pag. 1608-1609.

68 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 764, laatste vier vragen; alsmede Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 juni 2008, pag. 771-772.

69 Zie proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor getuige [aangever 2] d.d. 21 mei 2010.

70 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 909, vierde tekstblok van onderen.

71 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 7]l van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 22 oktober 2008, onder punt 45.

72 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 909, vijfde tekstblok van onderen.

73 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 909, derde tekstblok van onderen.

74 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 9 juli 2008, pag. 1263, een-na-laatste tekstblok.

75 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 909, derde tekstblok van onderen.

76 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 7]l van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 22 oktober 2008, onder punt 17.

77 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 mei 2008, pag. 47 en 48.

78 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 8 juli 2008, nr. 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen, verdachte [verdachte], bijlage 9, zijnde een uittreksel van het RDW d.d. 19 mei 2008 inzake [vriendin verdachte].

79 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 mei 2008, pag. 461 en 462.

80 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 8 juli 2008, nr. 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen, verdachte [verdachte], bijlage 17, zijnde het proces-verbaal van verhoor getuige [vriendin verdachte] d.d. 4 juli 2008.

81 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 8 juli 2008, nr. 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen, verdachte [verdachte], bijlage 8, zijnde gegevens van de Belastingdienst inzake [verdachte].

82 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 8 juli 2008, nr. 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen, verdachte [verdachte], bijlage 6, zijnde het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 15 mei 2008.

83 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2010.

84 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2008, pag. 863; Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 7] d.d. 12 januari 2009 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 3.

85 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2008, pag. 863.

86 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 910, eerste tekstblok.

87 Proces-verbaal ter terechtzittingen in eerste aanleg inzake verdachte [verdachte] d.d. 9, 10, 12, 13 en 16 maart 2009, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 10 maart 2009, pag. 15, eerste en tweede tekstblok van verdachtes verklaring.

88 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 14 juli 2008, pv-nummer 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake valsheid in geschrift en oplichting danwel medeplichtigheid daaraan, verdachte [verdachte], bijlage 3-C, pag. 38-43 en bijlage 11, pag. 115.

89 Idem, bijlage 3-E, pag. 44-52 en bijlage 11, pag. 116.

90 Idem, bijlage 3-B, pag. 28-37 en bijlage 11, pag. 116.

91 Idem, bijlage 8, het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7], pag. 107 en bijlage 11, pag. 116; alsmede het Vervolg proces-verbaal (V1) Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 22 juli 2008, pv-nummer 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake valsheid in geschrift en oplichting danwel medeplichtigheid daaraan, verdachte [verdachte], bijlage VB-1, pag. 9-10.

92 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 14 juli 2008, pv-nummer 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake valsheid in geschrift en oplichting danwel medeplichtigheid daaraan, verdachte [verdachte], bijlage 11, pag. 121.

93 Idem, bijlage 8, het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7], pag. 107; alsmede de processen-verbaal van verhoor getuigen [getuige 8] en [getuige 7], beiden d.d. 15 oktober 2008, van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, resp. onder punten 4, 5, 7, 9 ([getuige 8]) en 2-4, 6 ([getuige 7]).

94 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 14 juli 2008, pv-nummer 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake valsheid in geschrift en oplichting danwel medeplichtigheid daaraan, verdachte [verdachte], bijlage 3-F, pag. 57 tot en met 61.

95 Vervolg proces-verbaal (V1) Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 22 juli 2008, pv-nummer 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake valsheid in geschrift en oplichting danwel medeplichtigheid daaraan, verdachte [verdachte], bijlage VB-2, pag. 14-15 bovenaan.

96 Idem, bijlage VB-3, pag. 17-18; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] d.d. 15 oktober 2008, van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punten 3, 4, 7, 9.

97 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's betreft dit delen van processen-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en), als bijlagen opgenomen bij het dossier met het (OPS)dossiernummer 1512/2007/38348, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven.

98 Proces-verbaal ter terechtzittingen in eerste aanleg inzake verdachte [verdachte] d.d. 9, 10, 12, 13 en 16 maart 2009, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 10 maart 2009, pag. 16 onderaan en pag. 17, eerste tekstblok.

99 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 8] d.d. 25 juli 2007, pag. 39 laatste tekstblok, en pag. 40 eerste en tweede tekstblok.

100 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 9] d.d. 14 augustus 2007, pag. 122-123 bovenaan.

101 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 9] d.d. 12 februari 2008, zie het (aanvullend) proces-verbaal met nummer 1512/2007/38348 (los deel, pag. 1-14), pag. 9, zesde tekstblok.

102 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juli 2007, pag. 72-73 en het proces-verbaal tactisch onderzoek wapen d.d. 31 juli 2007, pag. 96.

103 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juli 2007, pag. 72-73 en het proces-verbaal tactisch onderzoek wapen d.d. 31 juli 2007, pag. 91-92.

104 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 31 juli 2007.

105 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2010 ten aanzien van de feiten 10 en 11.

106 Proces-verbaal van verhoor [vriendin verdachte] d.d. 1 augustus 2007, pag. 108 en 109.